Maandag 01/06/2020

johan reyniers en david bauwens over het komediefestival van het kaaitheater

Johan Reyniers: 'Het ernstige imago van ons kunstencentrum schrikt mensen af. Ik denk dat we met dit festival een breder publiek zullen bereiken'Bauwens: 'De laatste jaren is vooral de cabarettraditie zich gaan ontwikkelen. Veel meer dan de echte stand-up'

'Dit zal gevolgen hebben voor de toekomst'

Het Kaaitheater staat bij velen bekend als ernstig kunstencentrum. Maar waar normaal Jan Decorte of Raimund Hoghe staan, staan binnenkort Slisse en Cesar te pingpongen. Vanaf vanavond en dit drie weken lang regeert hier de lach tijdens het komediefestival Some Like It Zot. Artistiek directeur Johan Reyniers en programmator van het nachtprogramma David Bauwens zijn in blijde verwachting van een festival dat een traditie zou moeten worden. 'Het is niet de bedoeling dat we de nieuwe mensen die we nu over de vloer zullen krijgen direct weer wegsturen.'

Brussel

Eigen berichtgeving

Wilfried Eetezonne

Er wordt weleens beweerd dat er niet meer gelachen kan worden in het theater. En hoewel dat onzin is, valt het op dat het genre van de gulle lach de laatste jaren vooral het domein was van de vrije sector of het amateurcircuit. Het was dan ook opmerkelijk dat uitgerekend het Kaaitheater enige tijd geleden bekendmaakte dat het aan een heus komediefestival werkte met zelfs Slisse en Cesar op het zeer uitgebreide programma.

"Eigenlijk had ik We gaan naar Benidorm willen programmeren", glimlacht Reyniers. "Dat heb ik ooit gezien in een amateurproductie en ik had een fantastische avond. Maar Slisse en Cesar is natuurlijk dé Vlaamse klassieker. Ik herinner me nog de televisieserie uit mijn jeugd. We willen zoveel mogelijk facetten van de komedie als kunstvorm belichten. We dachten zelfs eerst om ook de antieke komedies van Aristophanes te brengen, maar dat soort humor is natuurlijk moeilijk. Humor is niet universeel en verandert in de loop der tijd. Plus: bij een lezing van een komedie die 2.400 jaar oud is, ben je meer de theaterwetenschappelijke voetnoten aan het lezen."

Wanneer was de laatste komedie in het Kaaitheater?

Reyniers: "Ik denk dan aan Herenleed met Josse de Pauw en Tom Janssens dat we onlangs hebben gebracht of aan de stukken van Stan en Tristero. Jef Demedts zei ooit dat we in het theater vroeger 60 procent komedies hadden. Het toneel is vandaag niet meer zo. Entertainment was vroeger een zeer groot onderdeel van het theater, maar de televisie is in de plaats gekomen. Dat wil echter zeker niet zeggen dat er niet meer gelachen wordt in het theater.

"In de jaren tachtig is er de generatie gekomen die de autonomie van de kunstenaar vooropstelde en dat is zeker een omslag geweest die ergens wel nodig was. Het is de generatie van de kunstencentra. Dat is iets wat de kunstencentra onderscheidt van de stadstheaters van dertig jaar geleden. Vroeger ging men uit van het stuk, nu gaat men uit van het gezelschap. Men zal wel een nieuw stuk aankondigen van dat of dat gezelschap, maar niet meer 'een komedie van' die of die auteur. Nu wil ik de generatie van de jaren tachtig niet afzetten tegen dit festival. Jan Lauwers, bijvoorbeeld, wordt gezien als typisch jaren tachtig, maar kan zeer komisch zijn. Humor is geen apart genre meer, het is onderdeel geworden van het theater. Kijk maar naar het werk van Stan.

"Men verbaast zich er inderdaad over dat het Kaaitheater dit doet. We programmeren immers experimentele dans, maar ook daar kan humor in zitten. Wie niet kan lachen met sommige zaken van een Jérôme Bel is een droogkloot. Niet alles wat wij als kunstencentrum doen is bestemd voor een breed publiek, maar die producties die daar wel voor bedoeld zijn worden vaak niet als dusdanig ervaren omdat ze in een kunstencentrum staan. Het ernstige imago van ons kunstencentrum schrikt mensen af. Nu willen we bekijken wat er zou gebeuren als we het genre opnieuw afzonderen. Ik ben ervan overtuigd dat we een breder, ander publiek zullen bereiken.

Blijft dit komediefestival een eenmalig gebeuren?

Reyniers: "Deze drie weken zullen gevolgen hebben voor onze volgende seizoenen. Het is niet de bedoeling om nu iets te doen voor een breder publiek om ze daarna weg te sturen en ons terug te plooien. Het is ook niet zo dat, omdat we met mensen werken die artistiek hoogstaand theater brengen, het theater als vermaak geen bestaansrecht heeft. Ik wil niet denken in tegenstellingen. Het ene kan naast het andere. En ik denk dat we in het theater in een fase zitten dat we weer meer oog krijgen voor het entertainment. We brengen niet meteen de klassieke komedie maar veeleer de off-komedie."

Dit wordt dus een traditie?

Reyniers: "We moeten nog beginnen natuurlijk... De respons is zeer goed en we zullen het evalueren. Volgend jaar doen we het in elk geval niet omdat we dan het Theaterfestival te gast hebben. Twee grote projecten organiseren is wat veel. Als het dit jaar een succes wordt, zie ik niet in waarom we het in 2006 niet opnieuw doen. Er zijn nog zeer veel mogelijkheden."

Wat opvalt in het programma is dat de komedies balanceren op die lijn tussen het pijnlijke en het komische. Een beetje de In de gloria-humor.

Reyniers: "Vergelijken met televisie is moeilijk. We hebben zowel boulevardstukken als dadaïstische stukken. Er zitten inderdaad stukken bij in die sfeer zoals Abigail's Party door Tristero. De stukken die voor het festival gecreëerd worden gaan meer naar het genre van de kluchten, zoals De presidentes van Werner Schwab, dat echt naar het boertige gaat. De Pagnol-trilogie Marius, Fanny, César door de Onderneming is dan weer tragikomisch en The Summit veeleer slapstick. Maar het zijn inderdaad geen blijspelen waar alles goed afloopt."

Er is zelfs een trip naar The Globe Theatre in New York voor Much Ado About Nothing van Shakespeare. Waarom die oversteek?

Reyniers: "Dat heeft te maken met de specificiteit van The Globe. Het is een reconstructie van een Shakespeare-theater uit de zeventiende eeuw, waar Shakespeare wordt gebracht volgens de original practices-methode. Men probeert Shakespeare zo getrouw mogelijk te brengen zoals het in zijn tijd was, met dezelfde kostuums en muziek. Je zou denken dat dit historicerende theater enkel bedoeld is voor studenten theaterwetenschappen of voor toeristen, maar dat is niet zo. Het sterkste komische werk dat ik ooit heb gezien, heb ik daar gezien. Er wordt gespeeld in een zeer frisse context omdat de stukken gespeeld worden in de setting waarvoor ze geschreven zijn. We zien Shakespeare nog altijd volgens de negentiende-eeuwse opvatting. En aangezien The Globe niet hierheen kan komen..."

De laatste jaren was de stand-up comedy ook bij ons een hype. Er zat echter veel kaf tussen het koren. Is dat er stilaan uit?

David Bauwens: "De laatste jaren is vooral de cabarettraditie zich gaan ontwikkelen. Veel meer dan de echte stand-up. Er wordt heel snel gezegd dat de stand-up aan het groeien is, maar men vergeet ook snel wat stand-up is. Ik bedoel dan de komiek die alleen staat met zijn microfoon en gewapend is met een voorraad grappen waarmee hij zijn publiek wil aanvallen. Terwijl je in cabaret een voorstelling hebt met begin, midden en einde, waar de moppen niet aangepast worden aan het moment. In dat genre zijn we aan een opmars bezig, hoewel we toch al een zekere cabarettraditie hebben. Denk maar aan Kommil Foo of Urbanus, maar nu beginnen ook de kunstencentra hun deuren open te zetten en dat is niet onbelangrijk. Veel cabaretvoorstellingen hebben toch een gelaagdheid en een artistieke kwaliteit. Als ik de echte stand-uppers zou moeten optellen heb ik genoeg met vijf vingers en toch wordt cabaret vaak verkocht als stand-up. De drie echte stand-uppers in ons programma zijn Alex Agnew, Thomas Smith en Gunther Lamoot.

"Die hype over stand-up is inderdaad een probleem geweest en (aarzelt)... mja je zou kunnen zeggen dat het kaf er tussenuit is dankzij de cabarettraditie in Nederland. De Belgische artiesten hebben hun erkenning en hun publiek in Nederland moeten opbouwen, want daar heb je talloze festivals. In Vlaanderen heb je enkel Humorologie. Een prijs in Nederland winnen is een pluspunt op je palmares. Door die tussenstap wordt het kaf eruit gezuiverd. Het is een vrij jonge trend en dan krijg je boekingskantoren die iedereen op het programma zetten, maar ondertussen is het duidelijk wie de betere voorstellingen brengt. Dat wil niet zeggen dat er een schat aan aanbod is bijgekomen. Eigenlijk zijn er maar weinig nieuwe mensen opgestaan."

Waar situeert zich uw eigen gevoel voor humor?

Bauwens (glimlacht): "Ik lach heel moeilijk. Ik hou wel van moppen die nauwelijks moppen zijn. Dat mag heel droog zijn, maar het mag ook zo plat zijn dat je je afvraagt waarom... Ik hou zowel van The Office, waar je nauwelijks een mop uit kunt distilleren maar dat wel grappig is, als van The Young Ones, waarbij je het gevoel hebt: 'moet ik hier nu mee lachen of niet'. Het zijn dus extremen. De humor van Geert Hoste bijvoorbeeld begrijp ik niet."

Reyniers: "Ik heb hetzelfde met Freek de Jonge. Ik heb het niet met dat soort intellectuele humor. Ik heb het vooral voor situatiehumor zoals in The Office. Ik hou enorm van Woody Allen. Veel mensen zijn hem wat beu, maar ik niet. Maar ik kan ook lachen met de subtiele humor in experimentele dans en zelfs FC De Kampioenen vind ik best leuk."

Kent er nog iemand een goede grap, trouwens?

Reyniers (lacht): "Als je bandje afstaat."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234