Maandag 27/01/2020

Johan Heldenbergh

e avond voor ik een dag ga rondlopen in Schellebelle krijg ik een sms van Fabienne Martens. In het echte leven werkt ze bij Sanoma Magazines, maar voor de gelegenheid is ze de persverantwoordelijke van 1919. Ze laat mij weten waar ik precies verwacht word. En er zal voor mij een parkeerplaats voorzien zijn. Als ik aankom, staan er drie mensen bij het afgezette dorpsplein om mij vriendelijk te vragen wat ik kom doen. Met een walkietalkie contacteren ze Fabienne, die mij opwacht met een drankje en een persmap. Dit is niet mijn eerste setbezoek, maar ik ben nog nooit zo professioneel en hartelijk bejegend. Die aanpak is typerend voor het hele project.

“Dit is een echte Hollywoodset, letterlijk nooit eerder gezien in Vlaanderen”, zegt Stany Crets. Hij is hier om een piepklein rolletje te spelen, zoals een heleboel andere bekende acteurs en regisseurs die Johan Heldenbergh gevraagd heeft om acte de présence te geven. Een leuke vondst: alle hoofdrollen laten vertolken door niet-professionelen uit de gemeente, en de profs af en toe uit een doosje laten springen.

Stany Crets overdrijft niet. De metamorfose van het dorpsplein is tamelijk imposant. Een groot deel van de cafés en huizen hebben gevels gekregen uit 1919, alles precies zoals het toen was volgens researchers van de plaatselijke heemkundekring. Van de frituur die in de weg stond hebben ze voor de gelegenheid een spiegelpaleis gemaakt. En de straatstenen zijn verstopt onder tonnen zand. In dit stukje Vlaanderen is de Eerste Wereldoorlog nog maar net voorbij.

Het verhaal van 1919 begint als een vader en een zoon na de oorlog terug thuiskomen bij de rest van het gezin. De moeder is overleden, de oudste dochter zorgt voor de jongere kinderen. De vader is zo getraumatiseerd dat hij het op een zuipen zet, de kroost is op zichzelf aangewezen. De twee oudste kinderen proberen het boerenbedrijfje weer op poten te krijgen, en ze nemen nog een aantal andere oorlogswezen in huis, tot ze met zijn vijfentwintigen zijn. Ze worden getreiterd door de kinderbescherming die hen in een weeshuis wil stoppen, en door de burgemeester die aast op het landgoed van de familie.

Een waterzooiwestern, noemt Johan Heldenbergh het, met kinderen tussen negentien en anderhalf in de hoofdrollen. Goed voor veel sympathieke rebellie, moed en dapperheid, spanning, strijd en romantiek, en vooral: een happy end. Dat hoort zo bij een film die bedoeld is voor iedereen van zeven tot zevenzeventig.

Het is druk vandaag. Er zijn meer dan tweehonderd figuranten die een dorp in actie komen spelen. Allemaal gekleed in kostuums van toen. Een deel bij elkaar gezocht, een deel gehuurd, een deel zelf gemaakt door de dappere naaisters van het dorp. Volwassenen luisteren naar de regieaanwijzingen. Een klein jongetje legt nog snel zijn FC De Kampioenen-strip aan de kant, trekt kousen over zijn sneakers en legt zijn haren in een ouderwetse plooi. Een stuk of acht paarden met ruiters in uniformen van weleer staan wat zenuwachtig aan de kant te wachten op hun moment de gloire. De kinderen die de hoofdrollen spelen wachten in een kar. Voor de kar een boerenpaard dat voorlopig stoïcijns blijft onder alle bedrijvigheid. Straks moeten paard en kar de menigte in denderen. De eigenaar van het paard haalt nog snel het knalgroene deken weg dat op zijn rug lag. Sobere kleuren in die tijd. Het beest vindt alles prima.

Maar waarom situeert een mens een film als deze in godsnaam in zo’n ver verleden? Alsof het allemaal al niet lastig genoeg is. Johan Heldenbergh: “Daar zijn twee goeie redenen voor. Als je een western wilt maken, moet je teruggaan naar een tijd waarin veel mogelijk was. Sinds Napoleon is in deze contreien wettelijk alles behoorlijk goed geregeld, maar ik associeerde dit tijdsgewricht toch met een zekere ordeloosheid: de soldaten komen naar huis, de burgemeesters zijn afgezet en dan ontstaat er chaos. Bovendien was het mijn bedoeling om de hele bevolking van Schellebelle zes maanden weg te sleuren van voor hun tv. Als je een familiedrama in 2010 draait, dan heb je twintig acteurs nodig en geen decor. Voor 1919 hebben tientallen mensen máánden aan de decors gewerkt, zijn er honderden figuranten opgetrommeld, en hebben we met een gigantische crew samengewerkt. Dit project is fenomenaal voor de cohesie van een dorp. Waar ik ook kom, ik ken bijna iedereen bij de voornaam. En vraag maar rond, dat geldt voor iedereen. Schellebelle is een warmere plaats dan voorheen. Wij zijn met zijn allen aan het bewijzen dat de grote verzuring in de samenleving misschien te nuanceren valt, en dat enthousiasme ongelooflijk veel doet. In die zin is 1919 ook een politiek statement.”

Johan krijgt gelijk. Je kunt hier geen mens aanspreken of je krijgt dit soort reacties. Mensen vinden de sfeer fantastisch, ze hebben vrienden voor het leven gemaakt, en de meesten zijn nu al bang voor het zwarte gat waarin ze na dit project zullen vallen. Hun engagement is indrukwekkend. Gezinnen bliezen collectief reizen af om mee te kunnen werken, sommigen haastten zich na hun job naar Schellebelle om snel nog een shift te kunnen meedraaien, anderen zijn de hele periode van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in de weer. Johan Heldenbergh: “Ik heb nog gezegd: ‘Je mag het niet onderschatten.’ Waarop zij: ‘Dat doen wij niet.’ Wél, natuurlijk. De meesten zitten echt op hun tandvlees. Maar we moeten doorbijten nu. We zitten nog altijd op schema - vrij uitzonderlijk voor filmopnames - maar dat moet ook. We kunnen ons geen extra draaidagen permitteren.

“1919 is een fantastische ervaring, maar ik vind het ook vermoeiender dan verwacht. Er is tijdens de voorbereidingen meer langs mijn bureau gepasseerd dan ik verwacht had. Delegeren bleek een relatief begrip (lacht). Maar dat is ook normaal als bijna niemand ooit al een filmset van dichtbij heeft gezien. Elke dag opnieuw moet ik duizend vragen beantwoorden en zevenendertig problemen oplossen, en als ik dan thuiskom, en Joke (Devynck, actrice en vriendin van Johan, GO) vraagt: ‘Aan welk cadeau had jij gedacht voor de verjaardag van de jongens?’, dan zegt mijn hoofd krak. Na een dag op de set kan ik echt niet meer denken.”

Met zijn cowboyhoed ziet Johan Heldenbergh er vrolijk uit, geheel in de sfeer. Maar inderdaad ook moe en een tikje opgejaagd. Zijn telefoon zoemt onophoudelijk in de twintig minuten die hij tijdens zijn middagpauze heeft kunnen vrijmaken om met mij te praten. Waarom doet hij het zichzelf aan? Hoe gezellig het hier ook is, twee jaar van je leven geven aan een onbezoldigd project, dat doet geen mens alleen maar om het tv-programma Fata Morgana te overtreffen. “Natuurlijk heb ik een verborgen agenda. Het was een jongensdroom, een film maken. Toen ik naar de toneelschool ging, wou ik filmacteur worden, zoals iedereen die aan zo’n opleiding begint. De liefde voor theater kwam pas later. Die adoratie voor film ging al lang mee. Toen ik zeventien was en als jobstudent karretjes van de GB stond te verzamelen, nam ik mij voor om tegen mijn veertigste een paar dromen te realiseren: ik moest een film maken, een roman schrijven, vier instrumenten leren bespelen, een universitair diploma halen en zes talen vloeiend spreken. Ik ben ondertussen drieënveertig, maar de instrumenten en de film kan ik nu toch al afvinken. (lacht) Dat was voor mij de drive.

“En dat het precies dit filmproject is geworden, heeft alles te maken met de mensen van het amateurtheater. Ik deed jaren geleden voor het eerst een regie bij het plaatselijke gezelschap, en ik was ongelooflijk ontroerd door hun zuivere enthousiasme en hun goodwill. Ik herinner me dat ik drie dagen voor de première vroeg om een extra decorstuk: een constructie met lampen die machinaal opgetrokken konden worden als de voorstelling begon. ’s Anderendaags stond dat daar, gemaakt met de motor van een oude wastrommel. Prachtig toch? Daarom wou ik per se nog iets met hen doen. En zo hoorde ik al pratend met de mensen van de geweldige vereniging OKA dat ze er eigenlijk al jaren van droomden om een film te maken. En toen heb ik gezegd: mensen die dromen maar nooit iets doen ken ik bij de bosjes, laten we er niet langer over zagen en het gewoon doen. Tien minuten later had ik de structuur van het verhaal in mijn hoofd.

“Oorspronkelijk was het de bedoeling om een maand onnozel te doen met een goeie videocamera, maar het project is blijven groeien. En nu draaien we op RED, een professioneel systeem, en hebben we ongeveer 100.000 euro verzameld, zowel via sponsoring als via subsidie, en iets van 60.000 euro aan voordelen in natura. Nog niet veel om een film mee te draaien, maar met gratis als codewoord en niemand op de payroll, wordt het net haalbaar. Ik ben ook blij dat ik het project samen kan doen met onze burgemeester Kenneth Taylor. Hij is regisseur bij Woestijnvis en neemt bij 1919 de beeldregie voor zijn rekening.”

Er is meer goesting en meer gretigheid, beweren velen over dit project, dan op professionele sets. Maar werken met niet-professionelen vraagt ook om een andere aanpak. Johan Heldenbergh: “We hebben drie maanden gerepeteerd voor we begonnen te draaien, en anderhalve maand lang heb ik bijna elke avond audities gedaan. Dat krijg je als vierhonderd mensen zich kandidaat stellen.” (lacht)

De kinderen in de hoofdrollen - Arne Verreecken (bijna 18), Charlotte Hanssens (19), Marijn (17) en Hannes (15) Fabri en Charles Groffiels (11) - vonden de audities totaal fantastisch. Arne: “Al op de auditie was Johan wreed wijs. Auditie doen bij hem lijkt in niks op Idool, waar je voor drie streng kijkende mensen aan een tafel je kunstje moet doen.” Charles: “Het voelde meer als spelletjes spelen en mekaar leren kennen dan als een test. Charlotte: “Alles gebeurde in groep, niemand werd individueel beoordeeld. Superleuk.” Tita (8) is het dochtertje van Johan, ook zij speelt een van de grotere rollen. Tita: “Bij andere audities zijn er veel mensen verdrietig, omdat ze graag willen meedoen, terwijl er maar een paar gekozen worden. Voor deze film kreeg iedereen een rol, als figurant of achter de schermen. Dat vind ik goed.”

Voor Johan Heldenbergh is de weg belangrijker dan de bestemming, en dus het proces belangrijker dan het resultaat. “Altijd. Een productie waaraan op een ellendige manier gerepeteerd is, vind ik moeilijk te verdedigen. Zelfs als ze artistiek top was.”

“Er ook wrijvingen geweest tijdens dit project, dat kan niet anders als je onder stress met zoveel mensen samenwerkt. Maar in de overgrote meerderheid van de gevallen hebben die conflicten mensen alleen maar dichter bij elkaar gebracht, en er is in ieder geval nergens zoveel bitterheid dat de twee partijen elkaar nooit meer willen zien. Zulke dingen heb ik in het theater al wel zien gebeuren.”

De klemtoon op het sociale aspect van het project betekent niet dat de artistieke ambitie beperkt zou zijn. En dan helpen slimme keuzes vooraf. Johan Heldenbergh: “Ik ben ontzettend blij met wat we hier verwezenlijken. Natuurlijk zijn de spelers onervaren en hebben ze meestal hun beperkingen. Maar ik heb geprobeerd om hen zo te casten dat ik kon gebruiken wie ze in het echte leven zijn om er geloofwaardige personages van te maken. Als ik een acteur zocht voor een personage met veel schroom, dan koos ik een wat verlegen man. Op die manier. En ik heb echt het gevoel dat dat werkt. Ik ben supertrots op de cast. Puur op intuïtie blijk ik de juiste mannen, vrouwen en kinderen op de juiste plaatsen te hebben gezet. Ik heb al stukjes film gezien waarbij ik denk: welke Vlaamse acteur zou dit beter kunnen spelen? En dan heb ik echt geen idee. Aan één speler heb ik gevraagd om eens te kijken naar Gangs of New York van Martin Scorsese. Ongelooflijk hoe toegewijd hij dat gedaan heeft, en met wat voor resultaat. Ook dat heb ik in het professionele circuit nog niet vaak meegemaakt. En natuurlijk hebben veel van onze acteurs een zekere schroom, omdat ze onervaren zijn. Daardoor krijg je als regisseur misschien minder cadeaus dan van getrainde acteurs. Maar ik heb hard met hen gewerkt, en dat heeft resultaten opgeleverd. Neem de kinderen, die zijn op een hele mooie manier naturel. Als er iets is wat ik niet graag zie, dan zijn het kindsterretjes in de film. Ken je dat kindje dat in Jerry Maguire speelt? Op zich zeer schattig, maar ik kán er niet naar kijken. Je voelt dat die kleine door zijn ouders gestuurd en gepusht wordt. Gruwelijk.”

De kinderen zijn blij met wat Johan hen heeft bijgebracht. Arne: “Ik heb zotveel van Johan geleerd. Als ik mijn auditie vergelijk met wat ik nu kan, dan zit daar toch behoorlijk wat evolutie in. Hij heeft mij bijgebracht dat ik niet kwaad moet spélen, maar kwaad dénken. Of als er bijvoorbeeld in het script staat: ‘knikt ja’, dan mag je niet met je hoofd die beweging maken, want op beeld ziet dat er heel vreemd uit.

Je moet gewoon ja denken, en automatisch gaat je hoofd een heel klein beetje mee. Daar kom je zelf toch nooit op?”

Charlotte: “Ik speel al jarenlang toneel bij het amateurtheater, en als ik nu bekijk hoe ik toen acteerde, dan was dat wreed gemáákt, heel dramatisch altijd. Johan zegt dat je dicht bij jezelf moet blijven, en hij heeft gelijk: dat werkt veel beter.”

Tita: “Ik moet nooit hard nadenken over de scènes die ik doe. Ik speel gewoon en dan gaat het goed. Acteren is met veel andere mensen samen spelen, voor je plezier, want je móét het niet doen, hé. Ik vind het heel leuk. Het is alleen vervelend als het vaak opnieuw moet. Eén keer moesten we filmen in de open zon. Wárm dat dat was. We hadden het al acht keer gedaan, en toen kwamen ze met ijsjes. Maar die mochten we pas opeten als we klaar waren. De tiende keer was de goeie. Dat was nog lang wachten. Pfff.”

Johan Heldenbergh: “Het vraagt wel wat energie om de bende gemotiveerd te houden. Maar ik ben jarenlang KSA-leider geweest én ik ben vader, dus dat lukt wel. Ik hoor toch van de ouders dat de kinderen mij graag hebben. Dan kan er veel, hé.”

Die indruk klopt. Unaniem gejubel als ik bij de kinderen peil naar Johan. Maar toch eens vragen wat nóg beter zou kunnen. Omdat een mens met gezond kritisch zijn nooit vroeg genoeg kan beginnen. Hannes: “Johan geeft te veel positieve commentaar, hij zegt nooit waar het op staat. Ik moest een keer met een ploeg rijden. En Johan maar zeggen: ‘zeer goed, zeer goed’. Maar op ’t einde hebben ze Johnny gevraagd om het te doen, en toen hebben ze alleen zijn voeten gefilmd, zodat het leek alsof ik het was. Waarom zegt hij dan niet gewoon dat ik het niet deftig kon? Ik kan daar best tegen.”

Charles: “Soms wil ik iets tegen Johan zeggen, en dan luistert hij totáál niet. Hij is altijd met heel veel dingen bezig. En soms zijn Johan en Kenneth het niet eens, dat is weleens lastig. Eén keer vroeg Kenneth mij om het woord doodgedaan uit te spreken als duudgedaan. Dus ik doe dat. Waarop Johan: ‘Cut! Allez Charles, waarom zeg je dat nu zo? Het is wel do-e-dgedaan.’ Ja, zeg...”

Tita: “Ik vind het heel leuk dat mijn papa de regisseur is. Hij kan dat goed. Maar dat vind ik gewoon en ook normaal. Want ja, hij heeft toch een diploma gehaald op de school waar je dat allemaal leert?”

Of ze nog klachten hebben, tussen de overduidelijke blijheid door. Hannes: “De kostuums stinken. Ik loop al drie weken in dit pakje rond en het is nog nooit gewassen.” Charles: “Maar het is toch zot chique hoe ze al die kleren gemaakt hebben. In totaal meer dan honderd outfits! Alleen mijn ouders zien er su-perschaamtelijk uit in hun kleren.” Charlotte: “Voor ik auditie deed was ik van plan om dreadlocks in mijn haar te laten leggen, maar dat mocht natuurlijk niet meer.” Marijn: “Ze hadden ons gezegd dat we onze haren niet meer mochten knippen, dus ik hoopte op een geweldige make over, maar er is helemaal niets gebeurd met mijn haar. Boehoe. (lacht)” Hannes: “Met het mijne ook niet. Zie nu, erg hè. En o ja, er is op de set alleen cola, water en fruitsap, géén Ice Tea, ook zéér jammer.” Charles: “Maar elke middag is er een superlekkere maaltijd. Ik ben er echt van geschrokken hoe professioneel het er hier aan toe gaat.”

Marijn: “Ik ben ervan geschrokken hoe goed de sfeer is, en hoe snel je bevriend raakt met anderen. Behalve mijn broer kende ik hier niemand, dat vond ik toch een beetje ongemakkelijk in het begin. Maar nu vind ik het erg dat het hier gaat ophouden.” Charlotte: “Ja, ’t is hier echt wijs.” Tita: “Ik vind het super dat ik in romantische scènes zit, want ik speel een meisje dat moet vertalen tussen een Franstalige man en vrouw die alleen Vlaams spreekt. Veel mensen vragen mij: ‘Hoe doe je dat? Jij begrijpt toch zelf geen Frans?’ Maar dan zeg ik: ‘Ik moet toch gewoon mijn tekst leren.’ Ah ja! Ik vind het ook heel tof dat ik hier al veel nieuwe vriendinnen heb gemaakt. Maar ik heb altijd geluk. Want ik ben een kerstkindje. Eigenlijk moest ik op 27 december geboren worden, maar ik was te vroeg. En nu is het altijd dubbel feest op 25 december. Ik heb mijn verjaardagscadeautjes nog niet uitgepakt of ik mag al opnieuw beginnen.”

Ik zie hen bezig, die kleine en grotere acteurs, en ze doen dat met een gemak en een nonchalance die veel grotere ervaring doet vermoeden. Ze lopen te stralen als ze met katapulten mogen schieten, of als ze stoer met een geweer mogen jongleren. Heeft dit project nu een zaadje geplant? Zijn er kandidaat-acteurs en actrices in deze groep? Tita moet geen halve seconde nadenken: “Ik ga zeker géén actrice worden. Ik kies voor wereldreiziger.” Arne: “Ik doe het heel graag, maar professioneel acteur? Dat nooit. Ik begin in september aan een lerarenopleiding, dat geeft toch meer zekerheid. Ik wil niet per se veel geld verdienen, maar ik denk dat ik niet goed genoeg ben om ooit veel werk te vinden in film of theater.”

Marijn: “Ik denk ook dat het toch te weinig zekerheid biedt. Ik heb auditie gedaan omdat Johan het mij gevraagd had. Hij kende mij omdat ik bij hem ga babysitten. Maar ik weet niet of ik het per se nog eens zou willen doen. Een volgende rol zou ik sowieso alleen aanvaarden als het geen prulding was. Ik zou toch minstens een paar zinnen willen zeggen.” Hannes: “Ik zou alleen nog eens meedoen in een film als ze het mij kwamen vragen. En op termijn wil ik liever iets doen in de sport.” Charlotte: “Ik zou doodgraag dag en nacht bezig zijn met acteren. Maar ik had mij ingeschreven voor een ingangsexamen op een toneelschool, en ik had niet het lef om ermee door te gaan. Ik ben te onzeker.” Charles: “Ik wil heel graag nog eens acteren. En als ik op zo’n auditieformulier kan invullen dat ik dit al gedaan heb, maak ik toch meer kans, nee? Ik hoop het toch.”

Na een dag rondlopen en praten met mensen, word ik zelf benieuwd naar het eindresultaat. Johan Heldenbergh gelooft erin: “Ik vraag niet meer aan de mensen om van alles door de vingers te zien omdat het een amateurproject is. We hebben geprobeerd om een zo goed mogelijke film te maken, en ik heb al veel shots gezien die écht sterk zijn. Jacques Brel zei het al: ‘Le talent, c’est l’envie’ (talent, dat is goesting). Ik geloof daar heilig in.”

De film gaat in januari in première in het cultuurcentrum van Berlaere.

Johan Heldenbergh: “Het is mijn ultieme streven om 1919 op televisie te krijgen. Dat zou alle medewerkers zo trots maken. En als het gemonteerde resultaat is wat ik hoop, dan durven we misschien ook een distributiefirma aan te spreken om te kijken of er in het cinemacircuit iets mee kan.”

Charles: “Ik heb al stukjes gezien die magnifiek zijn. De makers zijn te bescheiden, vind ik. Ik zou graag hebben dat we met deze film naar Cannes gingen. Allemaal in smoking.” Marijn: “Het mag toch allemaal wat groter dan het nu gepland is. Ik ken in mijn eentje al duizend mensen die ik wil uitnodigen. Ik bedoel maar.” Charlotte: “Ik hoop stiekem wel een beetje dat een regisseur mij in 1919 ziet en denkt: haar wil ik in mijn volgende film.” Arne: “1919 gaat wreed wijs worden, dat weet ik zeker. En ik ben nu al trots. Omdat het zo geweldig was om te doen. Omdat ik hier zoveel vrienden heb gemaakt, en zoveel heb bijgeleerd. Het is echt een vakantie geworden om nooit meer te vergeten.”

‘Talent, dat is goesting’

Op de set van ‘1919’:de westernfilm van

Dat Johan Heldenbergh van meer dan één markt thuis is, heeft hij al bewezen. Hij kan spelen: we noemen bij wijze van voorbeeld zijn vertolking in De helaasheid der dingen, de geheel terecht bejubelde film van Felix Van Groeningen. Hij kan ook theater maken én schrijven: denk aan zijn recente theaterhit The Broken Circle Breakdown Featuring the Cover-Ups of Alabama. Maar deze zomer voegt hij nog iets toe aan het lijstje. Hij mobiliseerde zo ongeveer de integrale bevolking van zijn dorp Schellebelle om een historische film te draaien: 1919. Johan Heldenbergh schreef het scenario, bereidde het project twee jaar lang voor en doet de acteursregie.Door Griet Op de Beeck /

Foto’s Yann Bertrand

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234