Woensdag 16/06/2021

EssayDe slag om de Bevrijding

Joël De Ceulaer kijkt niet uit naar de vrije zomer: ‘Mijn Rijk der Vrijheid begon bij de eerste lockdown’

Joël De Ceulaer en Katrin Swartenbroux verschillen sterk van mening over de nakende versoepelingen.  Beeld © Stefaan Temmerman
Joël De Ceulaer en Katrin Swartenbroux verschillen sterk van mening over de nakende versoepelingen.Beeld © Stefaan Temmerman

‘Hoera!’ Of toch eerder ‘Help’? Voor Joël De Ceulaer gaat het veel te snel met die versoepelingen, voor Katrin Swartenbroux kan het Rijk der Vrijheid niet vlug genoeg verder open gaan. Hij sluit zich thuis nog even op, zij schuimt met een pint en een Bickyburger de terrassen af. Hier leest u hoe Joël De Ceulaer kijkt naar de komende zomermaanden. Het stuk van Katrin Swartenbroux leest u hier.

De zogenaamde knaldrang laat Joël De Ceulaer graag over aan de jongere ­generaties. Omdat hij de zomerse ­regeringsplannen niet vertrouwt, eist hij de vrijheid op om nog even kluizenaar te blijven.

Knaldrang. Ik vind het een woord om op te schieten, maar het fenomeen is mij niet onbekend. Al heb ik de indruk dat er verschillende definities circuleren. Zo hoorde ik Steven Van Gucht onlangs in een video voor Studio Brussel deze invulling aan het concept geven: “Samen zweten op de dansvloer. Je jas vergeten in de vestiaire. En ’s ochtends nog bonnetjes in je achterzak vinden.” Laten we dat de knaldrang van de ideale schoonzoon noemen. De gemoedelijke, gezinsvriendelijke knaldrang van brave burgers die denken dat ze er stevig tegenaan gaan als ze na middernacht nog met de vrienden op een terras zitten en hun derde gin-tonic bestellen. De knusse knaldrang.

Zelf was ik lang besmet met een wat ruigere variant. Als student werkte ik in De Kroeg, op het grootste terras ter wereld, en het wilde weleens gebeuren dat ik de ene nacht áchter en de volgende nacht vóór de tapkast stond – zonder dat rare, nutteloze slapen daartussenin. Leuven, dat was elk jaar: tien maanden knallen, twee maanden studeren. Toen ik in de journalistiek stapte, ging dat naadloos over in: twaalf maanden knallen. Ik ben eind jaren tachtig begonnen op de redactie van Panorama/De Post en bij De Morgen werken nog generatiegenoten die kunnen bevestigen dat de koelkast daar ’s morgens om 11 uur al vol bier werd gestouwd. In de late namiddag trokken we dan met z’n allen naar het café tot het tijd was om nog snel een uurtje of vier te gaan maffen.

Gezond was dat allemaal niet. Voor u denkt dat er alleen gezopen werd, toch dit: ik kan ook bogen op respectabele gehoorschade, opgelopen door jarenlang tijdens concerten zo dicht mogelijk bij de luidsprekers post te vatten, in de tijd dat oordoppen alleen nog in de ruimtevaart werden gebruikt. Daardoor is het voor mij al jarenlang onmogelijk om naar een optreden te gaan. Niet erg, hoor. Been there. Seen that. Heard that.

Na twintig jaar knallen – zonder die onnozele term ooit te gebruiken – ving voor mij het Rijk van de Vrijheid aan. Ik stopte met nachtbrakerij en besloot om mij voortaan toe te leggen op leven en schrijven. Later kwamen daar nog het vaderschap en een stabiele relatie bovenop. Ofschoon mijn tweets soms iets anders doen vermoeden, ben ik anno 2021 een tevreden man die elke dag zijn zegeningen telt. Knallen betekent voor mij vandaag: na een lunch in goed gezelschap nog een vierde of een vijfde koffie bestellen – met extra suiker. Of mezelf drie maanden opsluiten in mijn zolderkamer om een boek te schrijven – met de Goldbergvariaties door Glenn Gould in een eindeloze herhalingslus. Tevens ben ik een ochtendmens geworden: ik schrijf het liefste van 5 uur ’s morgens tot 12 uur ’s middags. De werkdag eindigt vaak bij de lunch.

Om maar te zeggen: al dat gekke geknal is genoegzaam gekabbel geworden. Innerlijke rust, liefde en een handvol goede vrienden – meer moet dat niet zijn. Ouder worden is het beste wat mij ooit is overkomen: ik ben nu 56 en paste nooit beter in mijn vel. En ik voel mij vrijer dan ooit: ik trek mij steeds minder aan van wat anderen over mij denken, heb ‘nee’ leren zeggen, en voel niet meer de noodzaak om mij te conformeren aan wat mijn peergroup denkt. Dat heeft tijdens deze pandemie misschien mijn leven gered.

Het eigen kompas

Tijdens een intense aanval van zware knaldrang heb ik in 2019 een boek geschreven over het fraaie, maar onvolmaakte systeem waarin wij leven – Hoera! De democratie is niet perfect – een inzicht dat ons ontslaat van de plicht om constant te roepen dat de democratie dood is, of op zieltogen ligt. Nee, ons systeem is gewoon zeer gebrekkig. Zelden werd dat beter aangetoond dan tijdens deze pandemie. Onze overheid is niet in staat gebleken om ons te beschermen. Media schenken er geen aandacht meer aan, maar er vallen nog elke dag meer dan 30 coviddoden in onze ziekenhuizen – dat is evenveel als er slachtoffers vielen bij de aanslagen van 22 maart 2016, maar dan elke dag, meer dan één coviddode per uur. En dat zijn er, relatief gezien, al buitengewoon weinig.

Als ik ooit een misdrijf bega dat mij anderhalf jaar enkelband oplevert, dan zal ik de schouders ophalen. Been there, done that. Beeld © Stefaan Temmerman
Als ik ooit een misdrijf bega dat mij anderhalf jaar enkelband oplevert, dan zal ik de schouders ophalen. Been there, done that.Beeld © Stefaan Temmerman

Mijn verwachtingen over ons systeem – het minst slechte wat er bestaat – waren dus al laag gespannen, maar hebben een extra deuk gekregen. Ik heb geleerd om meer dan ooit op het eigen oordeel te vertrouwen. Uiteraard na raadpleging van de beste bronnen. Op geen enkel moment in deze pandemie heb ik de maatregelen van de overheid zomaar gevolgd. Ik heb altijd de vrijheid genomen om op het eigen kompas te varen om mijzelf en de mijnen zo goed mogelijk te beschermen. Toen ik hoorde dat een kennis van mijn moeder zich door haar kleinzoon elke week naar de supermarkt liet voeren, vroeg ik haar of ze allebei in de auto toch wel een mondmasker droegen. Waarop zij vroeg: “Is dat verplicht?” Ik had daar geen idee van, maar dat was niet de juiste vraag. Ik heb mij nooit afgevraagd of iets verplicht was of niet. Maar wel: is het slim, is het veilig? Ik nam de vrijheid om mijn eigen keuzes te maken, niet die van de overheid.

Proclamatie

Zo bekeken brak het Rijk van de Vrijheid voor mij aan toen de eerste lockdown begon. Zo zat ik op 1 juli 2020 in de kantine van een lagere school om de proclamatie van mijn dochter bij te wonen. Omdat ik als enige een mondmasker droeg en mijn stoel ver opzij had geschoven om maximale afstand te houden, bekeken sommigen mij alsof ik uit een dwangbuis was ontsnapt en na afloop weer zou worden opgesloten. Je m’en foutais.

Een vriend van mij die zwaar ziek is geweest, op het randje van de coma, verbaasde zich erover dat hij besmet was geraakt – “Ik heb nochtans alle maatregelen strikt opgevolgd.” Maar dat volstond dus niet. Toen je vorige zomer weer naar het restaurant mocht, heb ik daar twee keer, op een terras, gebruik van gemaakt, om er direct weer mee te stoppen. Je wist gewoon dat zoiets fout kon lopen. Dat zal nu ook gebeuren. Op 9 juni gaan fitness en horeca en aanverwanten weer open. Voor een populatie waarvan het grootste deel niet of maar half gevaccineerd zal zijn. Welnu, ik zal gebruikmaken van mijn vrijheid om al deze maatregelen van de overheid te verwerpen en te kiezen voor veiligheid. Toen de derde golf aan de einder verscheen en politici en experts kalmte predikten, twijfelde ik geen seconde en besliste ik direct om een versnelling hoger te schakelen qua preventie. Bij mij is het FFP2-masker al lang de standaard. Soms span ik daar nog een chirurgisch maskertje overheen. Jawel, u mag mij daarmee uitlachen. Uitgelachen worden is gezond. Maar omdat ik niet kan ruiken wie voorzichtig is en wie niet, ben ik verplicht om elke medeburger als een potentieel gevaar te beschouwen. Met als goede vuistregel, door de vaccinatie: hoe ouder, hoe veiliger. Wie graag een onbekende wil binnendraaien, doet dat beter op Rimpelrock dan op Pukkelpop.

Te uwer geruststelling. U hoeft bij dit artikel geen treurig viooltje te laten weerklinken. Ik heb zware periodes gekend, ben af en toe de muren opgelopen, ik ben boos geweest, ik heb mij machteloos gevoeld – ik heb gevloekt als een ketter op de ezel die zich aan dezelfde steen bleef stoten. Ik heb samen met filosoof Maarten Boudry alles wat deze crisis complex maakt in een bui van gezamenlijke knaldrang opgeschreven in Eerste hulp bij pandemie. En dat boek ráákt maar niet gedateerd – het is alsof politici onze stellingen per se willen bewijzen. We hebben de premier nochtans een exemplaar bezorgd.

Een van de dingen die een pandemie ons leert, is nooit echt doorgedrongen. Om het met schrijver en Librisprijswinnaar Jeroen Brouwers te zeggen: “Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt.” Een slecht geventileerde klas in Oostende kan vijf weken later leiden tot een sterfgeval op intensieve zorg in Hasselt. Dat maakt van vrijheid vandaag zo’n weerbarstig begrip. Natuurlijk bent u normaal gesproken vrij om te doen en laten wat u wil – feest maar, knal maar, knuffel maar, leef er maar op los. Maar uw vrijheid eindigt waar de mijne begint. Mocht ik nog roken, dan zou ik dat ook niet bij de bakker doen, of in het café, of in de klas van uw kind. Behalve misschien Jean-Marie Dedecker verlangt niemand naar het Rijk der Vrijheid waarbij het weer toegelaten wordt om te roken op publieke plaatsen. Wel, dit is krek hetzelfde. Alleen is het vandaag geen zichtbare rook die ziek maakt en kan doden, maar een onzichtbaar virus.

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

Er bestaat niet alleen zoiets als negatieve vrijheid – de afwezigheid van belemmeringen, waar we allemaal zo dol op zijn. Dat is de vrijheid van het individu. Er bestaat ook zoiets als positieve vrijheid – de mogelijkheid om iets te doen. En daar hebben we elkaar voor nodig, die vrijheid moeten we elkaar schenken. Een eerlijke kans om te blijven ademen, bijvoorbeeld. Wat voor duizenden medeburgers nog altijd zeer lastig is. Nodeloos velen liggen, terwijl u dit leest, in een coma en hebben een machine nodig om te ademen. Ik wil niet aan zo’n machine, en ik wil niet de reden zijn dat iemand aan zo’n machine moet. En dus leef ik – in gezinsverband, ik ben verwend – als een halve kluizenaar. Ik blijf in mijn kot, dat al maanden even goed geventileerd is als de VRT-studio’s – en ik weet, tot mijn grote dankbaarheid, dat zulks ook geldt voor het klaslokaal van mijn dochter.

Als ik ga wandelen, blijft mijn actieradius beperkt. Mocht ik ooit een misdrijf begaan dat mij anderhalf jaar enkelband oplevert, dan zal ik de schouders ophalen. Been there, done that.

Snoepjes

Hoe ziet mijn zomer er dan uit? Wel, ik blijf de vrijheid nemen om niet in te gaan op de versoepelingen die men ons als snoepjes heeft toegeworpen. Ik eet pas snoepjes als ik weet dat ze veilig zijn. Deze versoepelingen zullen dat moment nog wat verder naar de toekomst duwen. Het zij zo. Illusies had ik niet meer. Half augustus, zo weet ik nu, zal ik volledig gevaccineerd zijn en dan zal ik eens terdege nadenken wat ik ga doen. Vrienden in de tuin? Check! Wandelen met het gezin? Check? Familiebezoek aan de kust? Check! Met mede-gevaccineerden wordt veel mogelijk. Bij voorkeur in openlucht. Dat wordt de komende jaren allicht een nieuw devies: het sociale leven is voor de lente en de zomer, in herfst en winter trekken wij ons gezinsmatig terug onder een warm dekentje.

Voorts zal ik mij bij de keuze van een restaurant niet alleen meer laten leiden door het niveau van de keuken en de hygiëne van de toiletten (leve de milde smetvrees!), maar ook door de ruimte per klant en de kwaliteit van de lucht. Qua mediagebruik steven ik af op een ongelofelijk Rijk der Vrijheid: de journaals om 19 uur – die ik jarenlang fanatiek volgde – zal ik in de regel niet meer bekijken wegens volslagen zinloos, en van bepaalde collega’s (uiteraard alleen bij andere media dan deze geweldige krant) zal ik de artikels voortaan overslaan, omdat ze de crisis niet begrepen en mijn aandacht niet meer waard zijn. Zo komt er tijd vrij voor de Russische bibliotheek: 56 is daarvoor dé leeftijd.

Beste lezers, landgenoten, medeburgers. Iedereen mag met mij van mening verschillen. Ik ga ervan uit dat velen onder u dat zullen doen. Prima. Dat behoort tot de vrijheid van gedachten en meningen waarover wij allemaal beschikken. Maar ik vrees dat we ons vergissen als we denken dat deze zomer het Rijk van de Vrijheid aanbreekt. Het staat niet vast, meevallertjes zijn nooit uitgesloten, maar ik vrees dat onze overheden aan politieke knaldrang lijden: ze willen er nog snel, op de valreep, vóór iedereen grondig gevaccineerd is, alle mogelijke besmettingen, hospitalisaties en overlijdens uitpersen. Ze hebben nooit begrepen dat zachte heelmeesters stinkende wonden hebben gemaakt, dat je niet op stijgende curves moet wachten om voorzorgen te nemen, dat de vrijheid om naar kapper of fitness te gaan ondergeschikt is aan de vrijheid om gewoon in leven te blijven. Dit wordt misschien een gevaarlijke zomer. Wees zo vrij om voor uzelf te zorgen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234