Woensdag 26/06/2019

Postuum

Joël De Ceulaer: “Er was weinig waarover Etienne Vermeersch niet grondig had nagedacht”

Etienne Vermeersch. Beeld Karel Duerinckx

Decennialang waren journalisten welkom in zijn kantoor, waar nooit werd gestofzuigd, maar des te harder nagedacht. Zo ook onze redacteur Joël De Ceulaer. Een in memoriam met persoonlijke herinneringen aan een man voor wie de waarheid boven alles ging.

Etienne Vermeersch was geen groot, maar wel een goed filosoof. Dat vond hij zelf. Een groot filosoof, zei hij ooit, is iemand die een eigen wereldbeschouwing heeft ontworpen en zo een fundamentele bijdrage heeft geleverd aan de geschiedenis van het menselijke denken. En dat, wist hij, heeft hij niet gedaan. Maar hij vond zichzelf een goed filosoof, omdat hij grondig had nagedacht over de wezenlijke vragen van het leven, en daar voor zichzelf bevredigende antwoorden op had gevonden – en ook omdat hij een impact heeft gehad op het maatschappelijk debat, en zo de wereld een beetje heeft verbeterd.

Lees ook

Het nooit eerder gepubliceerde interview met Etienne Vermeersch: “Ik wil wie mij graag zag bedanken”

Dat debat strekte zich voor hem uit in de volle breedte: van de strijd tegen het Vlaams Blok, dat hij een racistische partij vond, tot de strijd tegen de radicale islam, waarvan hij de opmars met lede ogen aanzag: de laatste jaren kwam hij zo paradoxaal genoeg in erg nauw contact met islambashers als Wim Van Rooy, wiens zoon Sam in de voetsporen van Dewinter treedt. Al deelde Vermeersch het apocalyptische islambeeld van de Van Rooys niet, toch vond hij het zijn plicht om te strijden tegen fundamentalisme, uit welke hoek dat ook komt. Hij kende de Koran evengoed als de Bijbel. Zijn strijd was die van de verlichting, in alle mogelijke opzichten.

Zijn belangrijkste bijdrage vond hij die aan het euthanasiedebat. Op die wetgeving heeft hij een grote stempel gedrukt. De menselijke zelfbeschikking stond voor hem boven alles – al had hij, verrassend voor sommigen, wel een ethisch probleem met zelfdoding: wie verantwoordelijkheid draagt ten aanzien van partner en kinderen, heeft volgens hem niet zomaar het morele recht om suïcide te plegen. Hij zei dat niet lichtzinnig. Als hij zijn mening gaf, dan deed hij dat alleen als hij grondig had nagedacht. Zo begon hij vaak een antwoord: “Wel, ik heb daar gróndig over nagedacht.” Niet grondig, maar gróndig.

Er was weinig waarover Etienne Vermeersch niet grondig over had nagedacht. Decennialang vonden journalisten met al hun vragen de weg naar zijn telefoon. Talloze keren dook hij op in televisiestudio’s, talloze keren kreeg hij thuis bezoek van de schrijvende pers. In zijn kantoor, waar het streng verboden was te stofzuigen of op te ruimen. Dan mocht je je als journalist een weg banen tussen de stapels boeken en fardes met documenten, en op een versleten krukje gaan zitten. Comfortabel was dat nooit, boeiend altijd.

Lieve en charmante man

Ik ben blij dat ik vaak het genoegen heb gehad bij professor Vermeersch op audiëntie te mogen. Een keer of tien voor krant en weekblad, en twee keer uitgebreid voor Canvas. In 2004 sprak ik hem een dag lang van ’s morgens tot ’s avonds voor mijn boek Grote vragen. Tien jaar later, in de zomer van 2014, sprak ik drie dagen lang van ’s morgens tot ’s avonds met hem en voormalig aartsbisschop André-Joseph Léonard. Ik ging hem dan ’s morgens oppikken en we spoorden samen naar Mechelen, naar het aartsbisschoppelijk paleis.

Tijdens die dagenlange ontmoeting bleek vooral hoeveel Vermeersch en Léonard met elkaar gemeen hadden. Ze waren van dezelfde generatie. Ze werden allebei als jongen van zes al diep gegrepen door de figuur van Jezus Christus – de kleine Vermeersch moest altijd huilen bij de kruisweg. En uiteraard kenden ze allebei het celibataire leven, al is Vermeersch daar op 25-jarige leeftijd uitgestapt. Na vijf jaar te hebben doorgebracht bij de jezuïeten in het klooster, gooide hij in de jaren 50 zijn tuniek over de haag en trok hij naar de Gentse universiteit om filosoof te worden. De rest is geschiedenis.

In het klooster beleefde hij naar eigen zeggen momenten van onuitspreekbaar geluk, in de totale overgave aan God. Gaandeweg kwam hij tot het inzicht dat God helemaal niet bestaat. Toch niet die van het jodendom, het christendom en de islam. Die God is immers almachtig, alwetend en algoed. En dat is volstrekt onmogelijk. Als God alwetend en algoed is, dan kan hij niet almachtig zijn, want dan zou hij iets doen aan het leed in de wereld. En als hij alwetend en almachtig is, kan hij niet algoed zijn, om dezelfde reden.

Tussen Vermeersch en Léonard heerste diep respect. Beide heren verstonden de kunst van het scherpe debat dat een warme, persoonlijke relatie niet in de weg hoeft te staan. Vermeersch speelde altijd de bal, nooit de man. Hij wilde niemand pijn doen of kwetsen – en voegde daar dan altijd grijnzend aan toe dat hij in het vijfde leerjaar voor de laatste keer had gevochten. Hij leek vaak boos en ontstemd, maar dat was hij zelden: hij maakte gewoon graag zijn punt op ferme en overtuigende wijze. Na het debat was daar altijd meteen opnieuw die glimlach. Het is bij het brede publiek niet genoeg bekend, maar Etienne Vermeersch was een heel lieve en charmante man.

Geen stuurman aan wal

Op één inconsequentie heb ik hem ooit betrapt. Vermeersch was diep doordrongen van de filosofie van Peter Singer, de vader van de dierenrechtenbeweging. Dierenleed moet maximaal worden beperkt en eigenlijk strekt het tot aanbeveling om vegetarisch te leven. Vond hij. Maar dat kon hij zelf niet meer waarmaken, voegde hij daar dan aan toe, daar was hij al te oud voor geworden. Voorts denk ik niet dat de professor vaak op contradicties kon worden betrapt. Hij gaf geen advies als hij wist dat hij dat zelf niet had kunnen waarmaken. 

Vandaar dat hij ministers adviseerde over het asielbeleid – hij liet zich ooit ketenen en door de politie uitzetten als een afgewezen asielzoeker, om te weten hoe dat voelde, en of dat rechtvaardig en verdedigbaar was. Menig filosoof op de Gentse Blandijnberg nam hem dat kwalijk, vond dat hij met het beleid heulde. Hij vond dat hij als filosoof alleen dingen mocht zeggen als hij die op dezelfde manier zou zeggen mocht hij minister zijn. Een stuurman aan wal had te makkelijk praten, vond hij.

Etienne Vermeersch was een man van de ratio. Hij lag mee aan de basis van Skepp, de Studiekring voor de Kritische Evaluatie van de Pseudowetenschap en het Paranormale. Ook daarover had hij uiteraard grondig nagedacht: in een beroemd stuk, dat online nog vlot te vinden is, legde hij uit waarom fenomenen als astrologie, telepathie en telekinese a priori – dus zonder voorafgaand onderzoek – konden worden verworpen. Omdat ze haaks staan op de meest robuuste wetenschappelijke theorieën zoals we die kennen.

Van twee dingen had hij spijt, heeft hij me ooit verteld in een interview. Dat hij ons nooit terdege heeft kunnen overtuigen van het probleem van de overbevolking. De oplossing voor de vergrijzing was voor hem niet: kinderen maken. Maar wel: minder kinderen maken. De aarde kon dat niet blijven dragen, schreef hij al in De ogen van de panda, een boek waarmee hij in de jaren 80 de ecologische kaart trok, in navolging van de Club van Rome. Op dat boek was hij erg trots.

Een ander idee waarvan hij het betreurde dat hij er de mensheid nooit van had kunnen overtuigen, was een eenheidstaal voor de hele wereld. Als iedereen, van Afrika tot in Amerika, zijn kinderen vanaf de geboorte Esperanto leert, dan zou de wereld er volgens Vermeersch veel beter aan toe zijn. Die overtuiging vond ik erg tekenend voor hem: als je na grondig nadenken tot het besluit komt dat iets verstandig is, dan moet je dat doen. Simpel. Punt. 

Toen ik hem eens vroeg wat hij ervan vond dat een van zijn collega’s zich had doodgedronken, zei hij dat hij dat niet begreep. Als je weet dat je te veel drinkt, vond hij, dan stop je met drinken. Simpel. Punt. Het fenomeen verslaving kon er bij hem niet in. Dat had zeker te maken met zijn evenwichtige natuur. Hij was geen man van hoogten en laagtes, niet himmelhoch jauchzend of zum Tode betrübt, zoals hij Goethe citeerde, maar altijd stabiel, tevreden – verliefdheid vond hij maar niets, daar had hij één keer last van gehad, zei hij ooit, en toen had hij besloten om het voortaan zonder te doen.

Wel sm, geen biografie

Ik was niet bevriend met Etienne Vermeersch, ik behoorde niet tot zijn inner circle, dus het nieuws van zijn dood kwam binnen als een verrassing. Al wist ik wel dat het slecht met hem ging. Een jaar geleden mailde ik hem voor het laatst, om hem uit te nodigen voor een debat in het Turnhoutse cultuurhuis De Warande. Ging niet lukken, liet hij toen weten, hij moest worden geopereerd en bestralingen ondergaan. Het zou iets voor later worden. Sindsdien leefde hij op veilige afstand van media en journalisten, geheel terecht afgeschermd door vrouw en vrienden. En die ‘later’ is er niet meer van gekomen.

De vraag die ik hem de laatste jaren vaak stelde, is of ik geen biografisch boekje over hem mocht schrijven. Ik stelde hem voor om een paar weken lang elke dag naar hem te komen luisteren, alles uit te tikken en dan aan zijn eindredactie te onderwerpen. Ik had meer willen weten over zijn jeugd, als zoon van een vader die bij de spoorweg werkte en een moeder die – zoals dat toen heette – nog bij de adel had gediend. En over de rest van zijn leven. Maar daar kon geen sprake van zijn, antwoordde hij dan. Wie een biografie schrijft, moet daar ook anderen bij betrekken – collega’s, geliefden, enzovoort. En dat wilde hij niet. Hij sprak alleen over zichzelf. Daarom ging hij nooit in op vragen over zijn kinderloosheid – omdat hij dan niet alleen voor zichzelf sprak.

Bovendien, vond hij, was zijn leven niet zo interessant. “Al heeft iedereen zijn geheime tuin”, voegde hij er ooit spontaan aan toe. “Ik zou u bijvoorbeeld kunnen vertellen dat ik begrijp waarom mensen aan sm doen. Ik kan dat aanvoelen, de sadomasochistische seksualiteit. Ik kan daardoor geprikkeld worden. Niet dat ik het ooit zou doen in het echte leven, maar in de wereld van de verbeelding spreekt het mij wel aan. Markies de Sade gaat voor mij te ver, maar Histoire d’O vind ik de mooiste pornografische roman ooit, over een bijna mystieke overgave. Maar moet ik dat nu overal gaan rondbazuinen?” Waarna er een schalkse grijns om zijn lippen verscheen, want hij had het nu wel rondgebazuind in dat interview. Maar schaamte kende hij niet. De waarheid spreken over zichzelf was voor hem geen probleem. Dat hij voor zijn 25ste niet had gemasturbeerd, omdat dat in het klooster niet mocht, dat hij ooit een prostituee had bezocht om te weten hoe dat was – iedereen mocht het weten.

Een boeiend genoom

Het is er helaas niet van gekomen, maar Etienne Vermeersch had zichzelf graag laten klonen. Hij vond dat hij een interessant genoom had. “De aanleg voor intelligentie is niet superieur, maar toch behoorlijk”, zei hij ooit. “Karakterieel zijn er weinig extreme zaken: te weinig passioneel, maar evenmin aanleg voor depressie, geen neiging tot schizofrenie... Dus het is geen ideaal, maar wel een boeiend genoom.” Ook dat meende hij. Het was geen hoogmoed, maar nieuwsgierigheid. Van studie-advies (meer wiskunde!) tot voedingsadvies (minder verzadigde vetten!), hij vond het een interessante gedachte om die kloon als het ware te kunnen begeleiden.

Had Vermeersch behalve een goed, ook een groot filosoof kunnen worden? Misschien. De laatste jaren van zijn leven was hij bezeten door wat zijn magnum opus moest worden: een academisch boek over de informatietheorie die hij had ontwikkeld, en waarvan hij vond dat hij daarmee een bijdrage leverde aan de filosofie. Al bestaat de kans dat hij nooit ver gevorderd is. De ontmanteling en archivering van zijn computer en kantoor moet daarover ooit duidelijkheid brengen.

Het is algemeen bekend, hij heeft het duizend keer gezegd, het was een van zijn discussies met wijlen Jaap Kruithof: Etienne Vermeersch was niet bang om dood te gaan. “Als ik er ben, is de dood er niet”, citeerde hij Epicurus. “En als de dood er is, ben ik er niet meer.” Op de vraag wat op zijn urne of grafsteen moest, antwoordde hij: “Non fui, fui, non sum, non curo. Ik was er niet, ik was er wel, ik ben er niet meer, het kan mij niet schelen.”

Ons wel, professor. Ons wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden