Zondag 31/05/2020

Joe Average is zijn spreekbuis kwijt

De Man in Black is niet meer. Johnny Cash is gisterochtend in een ziekenhuis in Nashville, Tennessee overleden aan complicaties veroorzaakt door diabetes. Hij was 71. De zanger, die al jaren met zware gezondheidsproblemen kampte, werd door velen als een Amerikaans instituut beschouwd. Samen met Hank Williams en Jimmie Rodgers belichaamde hij de essentie van een eeuw countrymuziek. Maar doordat zijn werk ook invloeden van rockabilly, folk, gospel en blues bevatte, oversteeg het eigenlijk alle categorieën.

Brussel

Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

Cash stond bekend als een rasvertolker die meer dan tachtig langspelers opnam en de auteur was een kleine vijfhonderd liedjes. Tot de klassiekers uit zijn vijftigjarige carrière behoren nummers als 'I Walk the Line', 'A Thing Called Love', het van Shel Silverstein geleende 'A Boy Named Sue' ('69) en het door zijn tweede vrouw June Carter geschreven 'Ring of Fire' ('63). Johnny Cash, de meester van de ingehouden passie, was een van de invloedrijkste artiesten van zijn generatie. Tot zijn bewonderaars behoren onder anderen Bob Dylan, Bruce Springsteen, Nick Cave en zogenaamde Nashville-rebellen als Dwight Yoakam en Steve Earle. Met country-outlaws Waylon Jennings, Kris Kristofferson en Willie Nelson maakte Johnny Cash halverwege de jaren tachtig een succesrijke plaat onder het pseudoniem The Highwaymen. In 1993 fungeerde hij dan weer als gastzanger op 'The Wanderer', een track uit de cd Zooropa van U2, waardoor zijn muziek plots ook door een jeugdig publiek werd ontdekt.

De zanger is altijd een spreekbuis geweest voor Joe Average, de kleine man die de speelbal is van omstandigheden waar hij geen controle over heeft en wiens stem over het algemeen weinig gehoor vindt. Cash' rechtvaardigheidsgevoel en aangeboren sympathie voor de underdog kwamen niet alleen tot uiting in zijn songs, maar ook in zijn liefdadigheidswerk ten bate van gevangenen en indianen.

Johnny Cash werd in 1932 geboren in Arkansas en schreef zijn eerste liedjes op zijn twaalfde. Zijn muzikale carrière begon hij halverwege de jaren vijftig in Memphis, bij het legendarische Sun-label van Sam Phillips. De man met de lage, grofkorrelige baritonstem die zowel machismo als kwetsbaarheid suggereerde, trad in die tijd op met The Tennessee Two: gitarist Luther Perkins en contrabassist Marshall Grant. Met hen ontwikkelde hij het galopperende ritme dat een karakteristiek onderdeel zou worden van zijn sound en scoorde hij hits als 'Cry, Cry, Cry', 'Folsom Prison Blues' en 'I Walk the Line'.

Met labelgenoten Elvis Presley, Carl Perkins en Jerry Lee Lewis vormde Cash zelfs kortstondig het gospelgroepje The Million Dollar Quartet. "Ik heb me altijd als een gospelzanger beschouwd", vertelde hij later. "Heel mijn gebeente is van dat genre doordrongen. Ik kan geen concert afsluiten zonder minstens één gospelnummer te hebben gebracht. Het is de muziek die mij als kind inspireerde, toen ik moest zwoegen op de katoenplantage. Tijdens het plukken zong ik de hele tijd spirituals: het hielp me de eentonigheid van het werk te vergeten." Dat hij zich uiteindelijk op rockabilly stortte, kwam alleen maar omdat Phillips er geen flauw benul van had hoe gospel aan de man te brengen.

Het rebelse Man in Black-imago ontstond pas nadat Johnny Cash in 1958 naar Californië verkaste. De immer in het zwart geklede muzikale desperado tekende er een contract met Columbia en zou zich negen jaar lang te buiten gaan aan alcohol, amfetamines, barbituraten en andere drugs. Hij werd een paar keer gearresteerd, overleefde ternauwernood een overdosis en scheidde van zijn eerste vrouw.

Met de hulp van zangeres June Carter, verwant aan het bekende countrytrio The Carter Family en met wie hij later hits opnam als 'Jackson' en 'If I Were a Carpenter', wist hij af te kicken en zich te transformeren in een diepgelovige christen. De relatie van het paar, aanvankelijk louter muzikaal, zou resulteren in een huwelijk dat haast veertig jaar stand zou houden. Carters overlijden, dit jaar in mei, was voor de zanger een zware slag die, zo geloven insiders, zijn einde zeker heeft bespoedigd.

Wie snel inzicht wil krijgen in de krachtlijnen van Johnny Cash' oeuvre, komt een heel eind met de in 2000 verschenen trilogie God/Love/Murder, waarop hoogtepunten uit 's mans carrière thematisch zijn geordend. Het meest tot de verbeelding sprekend zijn de songs waarin moordenaars, bankovervallers en andere criminelen centraal staan. Cash analyseert de donkere kantjes van de menselijke natuur: hij graaft zich in in de psyche van gevangenen en ter dood veroordeelden en doet dat vaak met een gulle dosis zwarte humor. Cineast Quentin Tarantino ziet een duidelijk verband tussen Cash' verhalen over de Amerikaanse underclass en die van de gangsta rappers over het leven in de getto's. Alleen hebben de murder ballads van Johnny Cash altijd morele implicaties: zijn personages tonen steevast wroeging over hun daden en komen tot inkeer in het aanschijn van de dood. In het Cash-universum is er altijd hoop op verlossing. Wellicht verklaart dat waarom de zanger zo vaak voor gedetineerden optrad. Die gevangenisconcerten, gedocumenteerd op platen als At Folsom Prison (1968) en At San Quentin (1969), behoren tot de bekendste uit zijn discografie.

Hoewel de Man in Black in 1970, op uitnodiging van president Nixon, in het Witte Huis optrad en door sommigen als een patriot werd bestempeld, deelde hij zeker niet het conservatisme van veel van zijn collega's uit het countrymilieu. Zijn visie op Amerika lichtte hij enkele jaren geleden toe in een interview met het Britse blad Mojo: "We moeten er dringend mee ophouden bij oorlogen betrokken te raken of er zelf te beginnen, want daar krijg ik echt de smoor van in. Volgens mij klungelen we te veel in delen van de wereld waar we niets te zoeken hebben. Zelf vind ik dat we ons met onze eigen zaken zouden moeten bemoeien. Gewoon deel uitmaken van de VN, in plaats van altijd haantje-de-voorste te willen spelen en iedereen naar onze pijpen te doen dansen."

Zes jaar geleden stopte Johnny Cash met optreden, maar de vier overwegend sobere, intimistische langspelers die hij sinds 1994 opnam met producer Rick Rubin, samen de American Recordings-cyclus, behoren zonder twijfel tot zijn allerbeste werk. Critici gewaagden terecht van een artistieke wedergeboorte, want ondanks zijn tanende stem en occasionele ademnood klonken zijn interpretaties van songs van Nick Cave, Will Oldham, Nine Inch Nails of Depeche Mode dwingender en indringender dan ooit. Het vuur en de passie waren nog lang niet gedoofd. De beste manier om tegen aftakeling en sterfelijkheid te vechten, oordeelde Cash, is ze te aanvaarden en er op een heldere, eenvoudige manier uitdrukking aan te geven. In augustus kreeg hij nog een Grammy voor de indringende videoclip bij het nummer 'Hurt'. "Mijn vader bezit de gave zelfs de verschrikkelijkste beproevingen tot iets artistieks om te buigen", luidde het commentaar van countryzangeres Rosanne Cash.

De jongste jaren was de country-outlaw meer dan eens door het oog van de naald gekropen. In 1993 lag hij twaalf dagen in een coma. Sindsdien had hij last van een chronische vorm van longontsteking en leed hij aan neuropathie, een ziekte die het zenuwstelsel aantast en ademnood veroorzaakt. Voorts verloor de zanger een groot deel van zijn gezichtsvermogen en kon hij nauwelijks meer lopen. Ondanks zijn fragiele gezondheid en de dood van zijn vrouw bleef hij muzikaal actief. Met Rick Rubin werkte hij aan de opnamen van een nieuwe cd en er is ook een box aangekondigd met outtakes van de voorbije tien jaar. Regisseur James Mangold, bekend van Girl, Interrupted, draait onder de titel I Walk the Line momenteel een biografische film over Johnny Cash. De rollen van Johnny en June worden gespeeld door Joaquin Phoenix en Reese Witherspoon.

In een gesprek met Larry King van CNN, in november vorig jaar, kwam Johnny Cash over als een oude, wijze man die zonder bitterheid of spijt op zijn leven terugblikte. "Het is mooi geweest", zei hij. "Zeker, ik takel af en er is geen remedie tegen mijn ziekte, maar dat is oké. Er is toch ook geen remedie tegen het leven?"

'Ik heb me altijd als een gospelzanger beschouwd. Het is de muziek die mij als kind inspireerde, toen ik moest zwoegen op de katoenplantage'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234