Zondag 26/05/2019

Interview Jo Lernout

Jo Lernout (71): ‘Ik heb fouten gemaakt, maar ik heb niemand opgelicht’

Hij drinkt geen dure wijn meer, logeert niet meer in luxehotels en voert geen gesprekken meer met de machtigen der aarde. Jo Lernout, ooit de gevierde wonderboy van het spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie, woont sinds enkele jaren op de Filipijnen met de familie van zijn vrouw Annie. In het nieuwe VIER-programma ‘Don’t Worry, Be Happy’ toont hij zich in pyjama en slobberig onderhemdje, levend op het ritme van een verpauperde wijk in Angeles City. Maar als hij over zijn oude bedrijf praat, klinkt Lernout – volgende week 71 – nog even strijdvaardig. ‘Ik heb fouten gemaakt, maar ik heb niemand opgelicht.’

In ‘Don’t Worry Be Happy’ blijft reportagemaker Peter Boeckx weg van de glamour uit zijn vorige reeks ‘The Sky Is the Limit’, en volgt hij een aantal families die op de rand van de armoede leven, maar er toch het beste van maken. De bekendste is Jo Lernout, ooit beroemd en schatrijk, vandaag berucht en berooid. Na het faillissement van L&H werd Lernout samen met zijn zakenpartner Pol Hauspie veroordeeld voor boekhoudfraude en corruptie, en belandde hij in de gevangenis. Vandaag, achttien jaar later, wachten 15.000 gedupeerde beleggers nog altijd op een schadevergoeding.

Jo Lernout: “Ik heb getwijfeld om mee te werken aan het programma, want het burgerlijke proces waar de omvang van de schadevergoedingen bepaald wordt, is in maart begonnen. De titel ‘Don’t Worry, Be Happy’ zal bij de gedupeerden misschien wrevel opwekken: ‘Wij zijn ons geld kwijt en hij loopt er fluitend bij.’ Ik ben wel wat bang voor die reacties, maar ik heb uiteindelijk toch ingestemd, want de enige op wie de titel echt van toepassing is, is mijn vrouw Annie. Zij is inderdaad happy en maakt zich geen zorgen, want ze sleept niet hetzelfde verleden mee als ik. En vooral: voor haar is wat ze nu heeft – zelfs al zitten we hier op de armoedegrens – beter dan wat ze ooit gekend heeft.

“Voor mij is het anders: ik loop er hier niet depressief bij, maar ik ben ook niet happy. Ik heb nog altijd, van het moment dat ik opsta tot ik ga slapen, het gevoel dat ik een rugzak vol bakstenen meedraag. Het schuldgevoel weegt om twee redenen zwaar: ik vind het verschrikkelijk dat de zaak waarvoor we zo hard gewerkt hebben en die zoveel toekomst had, failliet is gegaan. En ik voel me ook enorm schuldig tegenover de mensen die door mijn domheid hun geld verloren hebben. Als ik kon, betaalde ik ze direct terug. Maar ik weet het, daar zijn ze vet mee. Je moet realistisch blijven: ik heb nog veel energie en een scherpe geest, maar ik ben straks 71 jaar. De kans dat ik nog een zaak kan opbouwen die 10 miljard waard is, is quasi nihil.”

We spreken Jo Lernout via Skype in zijn piepkleine huis in Angeles City, een dynamische maar zwaar vervuilde industriestad, op 80 kilometer van Manilla. Lernout zit in zijn werkkamer, die overdag ook dienstdoet als speelkamer voor de kinderen, en ’s nachts als slaapkamer voor zeven personen.

Lernout: “We huren dit huis voor 180 euro per maand. Het is klein, we hebben een living zonder meubels en een buitenkeukentje met een fornuis en een gootsteen. ’s Nachts slaapt iedereen verspreid doorheen het huis. We wonen hier met veertien mensen onder één dak, soms zijn het er zestien. Annies ouders en haar kinderen met hún partners en kinderen wonen in, net als twee meisjes die we geadopteerd hebben. In mijn slaapkamer staat één bed waarin Annie, ik en onze dochter Stephanie (6) slapen. Naast het bed ligt een matras op de grond waar nog vier mensen op slapen. Overdag schuiven we de matras onder het bed en wordt dit mijn werkkamer en de speelkamer van de kinderen. Ik verslind nog elke dag alles wat online verschijnt over wetenschap en technologie, vooral over artificiële intelligentie. Dat houdt me scherp, en het behoedt me ervoor dat ik in een zwart gat val. Dat materiële gebrek aan welstand vind ik niet zo erg, ik heb weinig nodig, zolang ik maar kan bijleren en geestelijk voedsel heb.”

Ben je naar de Filipijnen verhuisd om de schande in België te ontvluchten?

Lernout «Nee, uit noodzaak. Met mijn pensioen van 1.200 euro per maand kunnen we moeilijk overleven in België, want Annie kon door een hernia niet meer werken. Mijn pensioen is normaal zo’n 1.500 euro, maar de overheid houdt er 300 euro af om schulden af te betalen. Annies dochter verdient in een callcenter nog 200 euro, haar man in de fabriek 150 euro, en de vader van Annie heeft een klein pensioen van 80 euro. Alles bij elkaar kunnen we 2,5 euro per dag en per persoon besteden. Maar ze zijn er niet ongelukkig om. Alle families leven hier zo. Toen ik Annie leerde kennen, woonde haar familie bijna letterlijk op straat. Ze leefden van bladeren van de malunggaybomen en wat rijst. Af en toe konden ze zich één blikje sardienen voor het hele gezin veroorloven.»

Annie is 25 jaar jonger dan jij. Jullie hebben elkaar vijftien jaar geleden leren kennen in een bar in Hongkong. Wat deed je daar?

Lernout: “Het drama van Lernout & Hauspie was toen al gebeurd, het faillissement was uitgesproken, ik was veroordeeld en had in de gevangenis gezeten. Maar in mijn cel in Ieper kreeg ik een nieuw plan: ik wilde een speelgoedcavia maken, een robotje dat op kinderen zou reageren, Gupi. Zelf kon ik dat bedrijf niet leiden – met mijn naam was dat uitgesloten – maar ik werkte mee achter de schermen, en was in Hongkong om het beestje door gespecialiseerde firma’s te laten produceren. ’s Avonds ging ik uit, en zo heb ik Annie ontmoet, die in een bar werkte als animeermeisje. In het begin was ik louter nieuwsgierig naar haar verhaal. Waarom zat zij daar in Hongkong, ver weg van haar kinderen, een job uit te oefenen die haar ongelukkig maakte? Ik was nog nooit met armoede in contact gekomen, en ik kon die verhalen bijna niet geloven.

“Toen ik met haar meeging naar de Filipijnen en zag hoe haar familie leefde, was dat een schok. Je ziet af en toe weleens een tv-reportage met dramatische toestanden in Afrika of zo, maar ik had er totaal geen besef van hoe dat in het echt ging. Haar familie leefde in een barak met een zinken dak, waar ze allemaal op de grond sliepen. Het enige bed dat ze hadden, reserveerden ze voor mij en Annie. Als ik ’s nachts naar het toilet moest, moest ik in het donker over al die slapende mensen stappen.”

Van een luxehotel naar een barak…

Lernout: “Dat was een enorme stap, ja (lachje). Maar ik had geen zelfmedelijden. Ik dacht: potverdorie, die mensen zijn er nog veel erger aan toe dan ik. Het was onvoorstelbaar. Ze hadden al hun geld bij elkaar gelegd om kip te kunnen kopen. Terwijl ik zat te eten, wachtten ze tot ik een kippenbil had afgekloven, en dan aten zij de restjes die nog aan de beenderen hingen. Echt! Ik had het eerst niet door en wilde de beenderen aan de hond geven. ‘Niet doen, dat is voor ons!’ riepen ze. Als je ziet hoe die mensen overleven, helpt dat om je eigen dramatische situatie te relativeren. Zij hebben mij over de schok geholpen dat ik alles kwijt was.

“Nu, bij L&H was ik ook niet echt met geld bezig, enkel met de technologie. En met de vraag hoe we de sterkste speler konden worden.”

Je was op een bepaald moment 500 miljoen dollar waard.

Lernout: “In aandelen, niet in cash. Pol Hauspie en ik hadden geen persoonlijke rijkdommen. We hadden een huis, maar geen kasteel. Geen jacht, geen buitenverblijf, niks. We hadden zelfs geen eigen auto, maar een leasewagen. Pol en ik hadden een salaris dat een stuk lager lag dan dat van onze topmensen. Bruto verdiende ik 15.000 euro per maand. Dat is veel, maar voor de stichters van een bedrijf dat op de beurs 11 miljard dollar waard was, was dat peanuts. We waren niet met dat geld bezig, wij wilden het bedrijf doen groeien. Het feit dat ik geen grote materiële welstand had, maakte dat ik me niet plots een armoezaaier voelde toen die aandelen niets meer waard waren en mijn virtuele rijkdom weg was.”

Je had wel de levensstijl van een miljonair: luxehotels, reizen in businessclass, tafelen in sterrenrestaurants met Bill Gates, prins Filip, ministers, topindustriëlen en bankiers…

Lernout: “Dat is waar. De luxe mis ik niet, alleen die topwijnen misschien. Maar we hebben hier een degelijke Chileense Cabernet Sauvignon van 5 euro per fles waar ik geen hoofdpijn van krijg (lacht). Dat ik die contacten op hoog sociaal niveau niet meer heb, steekt soms wel. Ik moet daar eerlijk in zijn.”

Waarover had je het aan tafel eigenlijk met prins Filip?

Lernout: “Die vraag heb ik me ook op voorhand gesteld. Met Bill Gates en andere CEO’s van grote bedrijven ging het bijna altijd over technologie. Maar waar moet je met de prins over spreken? Bleek dat hij erg geïnteresseerd was. ‘Hoe maak je zoiets, een computer waar je tegen kan praten?’, vroeg hij dan bijvoorbeeld. Ik legde dat dan zo goed mogelijk uit. Toen heeft hij Pol en mij uitgenodigd om elke eerste vrijdag van de maand op het paleis les te gaan geven aan hem, en uit te leggen hoe wij onze technologie bouwden. Dat was wel leuk, hij begreep het nog ook.”

Heb je nog contacten overgehouden van die glorieperiode?

Lernout: “Ik heb nog contact via e-mail met bepaalde wetenschappers, maar niet meer met Bill Gates en co. Ik ben daar niet bitter om, ik begrijp dat. Een paar enkelingen zijn nog vrienden, maar niet meer in de openbaarheid.”

De rest heeft zich afgewend?

Lernout: “Ja, duidelijk. En dat is ook logisch. Ze blijven liever weg van iemand die het etiket fraude op zijn voorhoofd heeft.”


Vernederend

Je geeft je erg bloot in het programma, loopt in je pyamabroek en op sletsen door een armoedig huis. Is dat niet vernederend?

Lernout: “Mensen letten hier niet zo op je kledij hoor. We hebben geen show opgevoerd voor de camera, dit is zoals we hier leven. Het heeft geen zin om dat te verstoppen. Maar voor een stuk is dat vernederend, dat geef ik toe.”

Is het een soort boetedoening?

Lernout: “Nee, ik wil zeker geen medelijden opwekken. Ik zie het programma als een interessant platform om mij te tonen hoe ik ben, en om nog eens te zeggen wat ik zo hallucinant en dramatisch vind aan de zaak: dat er géén opzettelijke fraude is gepleegd bij L&H, dat we ons niet persoonlijk hebben verrijkt. En dat we geen gebakken lucht verkochten, integendeel.

“De technologie van Lernout & Hauspie leeft vandaag door in allerlei toepassingen, onder meer bij Siri, de virtuele assistente van Apple, en de automatische vertalingen van Google. In de VS hebben meer dan 100 miljoen huisgezinnen een Alexa-toestel, de virtuele assistent van Amazon die je helpt in het huishouden, je koffiezetapparaat aanzet, het alarm afzet, je boodschappenlijstjes bijhoudt. Allemaal met spraaktechnologie die wij destijds al in huis hadden, weliswaar in een meer rudimentaire vorm. Artificiële intelligentie is overal. We werden destijds afgeschilderd als hoogmoedig, maar we waren gewoon visionair: het ís er vandaag allemaal, alles wat wij voorspeld hadden.

“En we hadden erbij kunnen zijn. Dat frustreert me enorm. L&H had niet kapot hoeven te gaan, het had gered kunnen worden! Waarom, waarom, waarom hebben ze dat niet gedaan? Die vraag blijft mij tergen en maakt mij triest en kwaad. Die 15.000 mensen zijn niet alleen hun geld kwijt, ze hebben ook een enorme kans gemist. L&H had vandaag even groot kunnen zijn als Google. Die gedachte is om gek van te worden.”

Je bent wel voor fraude veroordeeld, ook in beroep: vijf jaar cel, waarvan drie jaar effectief.

Lernout: “Ja, maar het was geen fraude met een grote f. Het was een boekhoudkundige constructie die niet zuiver tot op de graat was, maar niet met de bedoeling om geld te stelen uit het bedrijf en er zelf rijk van te worden – dat heeft het openbaar ministerie trouwens zelf als verzachtende omstandigheid ingeroepen. Er zat geen duivels opzet achter, anders was het wel heel stom geweest dat we geen spaarpotje aan de kant hadden.”

Heb je dan niks meer op de Kaaimaneilanden?

Lernout: “Als dat zo was, had ik nooit aan Peter Boeckx gezegd dat hij mocht komen kijken. Zo’n cynicus ben ik niet, om geld op de Kaaimaneilanden te hebben en hier dan zo’n show op te voeren.”

Het ging dus om fraude met een kleine f?

Lernout: “Het morele aspect van de fraude was met een kleine f. Dat maakt het niet minder erg, maar het was wel met een kleine f. Voor mijn geweten is dat belangrijk. Ik voel me geen bedrieger. Ik heb geen mensen opgelicht.”

Centraal in het fraudeproces stonden de beruchte language development companies (LDC), een netwerk van taalfabriekjes in het buitenland die voor miljoenen dollars licenties voor jullie technologie kochten, maar die eigenlijk jullie eigendom waren. Boekhoudmanipulatie, oordeelde de rechtbank.

Lernout: “Het systeem van de LDC’s zal ik blijven verdedigen tot in de kist. Dat het om fraude ging, is niet juist. Andere bedrijfjes kochten bij ons licenties om de technologie te ontwikkelen in exotische talen, zoals het Arabisch of het Farsi, en betaalden daar telkens 3 miljoen dollar voor. Dat was pure omzet, want het geld kwam van een derde partij en moest niet terugbetaald worden. Zo’n systeem had het voordeel dat je op korte tijd heel veel technologie voor verschillende talen kon ontwikkelen, terwijl anderen de kosten op zich namen, en je zo omzet kon creëren. Op zich was daar niks mis mee.

“Sommige van die bedrijven waren vrienden van ons, die ons vroegen om persoonlijk borg te staan als er iets misliep. Dat is waarom men ons ervan beschuldigde dat we onze eigen omzet kochten. Dat was niet zo, want als het misliep, waren alleen Pol en ik de pineut, níét het bedrijf. Wij waren het bedrijf niet, wij waren bestuurders en aandeelhouders.”

Konden jullie wel borg staan als jullie toch geen persoonlijke rijkdom hadden?

Lernout: “Daarvoor hadden we onze aandelen in het bedrijf. Boekhoudkundig was alles correct. De fout die we gemaakt hebben, is dat we niet gemeld hebben dat we persoonlijk borg stonden. Dat was dom, want volgens de Amerikaanse boekhoudingswet – niet volgens de Belgische – is dat verplicht.”

De resultaten in de financiële boekhouding werden volgens de rechtbank kunstmatig opgeleukt en vervalst.

Lernout: “Dat klopt voor ons filiaal in Korea, want die Koreanen hebben ons toen met hun licentiecijfers een rad voor de ogen gedraaid, en ik geloofde hen. Wat daar gebeurd is, is fraude, maar het was buiten ons weten om.”


Druk uit Amerika

Waarom zei Pol Hauspie achteraf dat wat Jo Lernout deed allemaal niet zo onschuldig was?

Lernout: “Ik weet het niet. Misschien hoopte hij strafvermindering te krijgen als hij toegaf dat het fraude was. Ik wijs hem niet met de vinger. Ik denk dat hij problemen had met zijn geweten. Ik blijf erbij dat we de beste bedoelingen hadden, alleen zijn we verschrikkelijk dom en naïef geweest. Want het LDC-systeem heeft onze Amerikaanse tegenstanders een stok gegeven om de hond te slaan.

“De reden waarom L&H is kapotgegaan en niet meer te redden viel, is omdat er druk werd uitgeoefend vanuit Amerika. We hadden de Amerikaanse defensie en de CIA tegen ons in het harnas gejaagd omdat we als Belgisch bedrijfje allerlei firma’s in Amerika opkochten, die al twintig jaar zaten te sukkelen met overheidsgeld, die een technologie ontwikkelden en geen bal verkochten. Wij stormden daar binnen en legden een hoeveelheid cash en een pak aandelen op tafel. We kochten en kochten maar met beursgeld, zonder met de Amerikanen aan tafel te zitten. Zo creëer je vijanden. We gingen erdoor als een olifant in een porseleinkast, en dachten dat niemand ons wat kon maken omdat Bill Gates aandelen had in ons bedrijf.

“Toen we Dictaphone kochten, kwamen we in het bezit van cruciale informatie voor de inlichtingendiensten. Dictaphone was een Amerikaans kroonjuweel dat eigenaar was van de enorme digitale bandopnemers in de kelders van het Pentagon, de plek waar de Amerikanen de 5 miljoen telefoongesprekken beluisterde die het spionagenetwerk Echelon overal ter wereld aftapte – denk aan de Snowden-affaire. Twee West-Vlaamse boerkes hadden dat plots in handen. We waren naïef en overmoedig. We hadden spionagetechnologie gekocht, geruggesteund door Arabisch kapitaal ook nog, zonder met Washington te gaan praten. Dat kon niet ongestraft. Dat is de reden waarom de Amerikanen er alles aan hebben gedaan om ons aandeel te doen kelderen, om ons uit het bedrijf te jassen en alle technologie die we van hen hadden gekocht terug te pakken. En dat deden ze in de eerste plaats door het LDC-systeem aan te vallen.”

Men verwijt je dat je het faillissement van L&H ophangt aan een ongegronde complottheorie van spionage- en inlichtingendiensten.

Lernout: “Dat is geen complot, het is normaal dat die mensen kwaad waren. We hadden dat diplomatischer moeten aanpakken en hadden ons hoofdkwartier naar Amerika moeten brengen om zo een Amerikaans bedrijf te worden. We hadden rond de tafel moeten gaan zitten met de overheid, hun moeten tonen dat we alleen commerciële bedoelingen hadden, en moeten voorstellen dat zij alle door hen gesponsorde technologie gratis mochten gebruiken voor militaire en spionagedoeleinden. Hadden we dat gedaan, zou er zich nooit een probleem gesteld hebben.”

Dictaphone sleepte ook een gigantische schuldenberg met zich mee van 450 miljoen dollar. Dat was de genadeslag.

Lernout: “Klopt. Het bedrijf lag op sterven, en wij zijn als onnozelaars blind in de val gelopen. De bedrijfsleider van Dictaphone heeft mij en CEO Gaston Bastiaens twee jaar aan een stuk opgevrijd. Hij belde me zelfs op vakantie: ‘Koop ons, want als jullie het niet doen, is het Philips.’ Dictaphone maakte toen een omzet van 350 miljoen dollar, wat ons erg goed uitkwam. We wilden onze spraaktechnologie in al die dictafoontjes steken, zodat we met een nieuwe generatie bandopnemertjes op de markt konden komen. We dachten dat we goed bezig waren, maar eigenlijk waren we ons eigen graf aan het delven.”

Was het geen hoogmoed? Waren jullie niet dronken van de wierook, zoals Pol Hauspie achteraf zei?

Lernout: “Goh, het was tomeloze ambitie. Als Mark Zuckerberg geen tomeloze ambitie had gehad, zou Facebook nooit zo groot geworden zijn. Idem voor Steve Jobs. Je mág ambitie hebben. Maar je mag geen domme fouten maken in je strategie.”

De burgerlijke afhandeling van het fraudeproces is achttien jaar na het faillissement gestart. 15.000 burgerlijke partijen is een gigantisch aantal. Hoe kijk je naar dat proces?

Lernout: “Dat anderen hun geld kwijt zijn, deels door mijn toedoen, zal tot op mijn sterfbed blijven knagen. Ik loop hier zeker niet fluitend rond, en wil er mij niet van afmaken met de schuld op anderen te steken. Maar ik wil dat die mensen ook de waarheid kennen. Op het burgerlijke proces focust men alleen op de fraude, maar dat was niet de échte reden waarom het bedrijf is kapotgegaan. Men heeft het moedwillig gekelderd. Als ik daaraan denk komt de woede opnieuw naar boven.

“Toen de verhalen over fraude begonnen te circuleren, ging ons aandeel de dieperik in, en was het bedrijf technisch failliet. Maar we hadden nog altijd een enorm sterke portefeuille aan technologie: 70 procent van alle kennis van spraaktechnologie was in onze handen. Er waren ook nog grote klanten als Ford en Siemens die wilden investeren.

'Lernout & Hauspie had vandaag net zo groot kunnen zijn als Google'

“En dan komt Philippe Bodson, die ik zelf nog als CEO heb gevraagd, en die het bedrijf aanvankelijk wilde redden. Hij begon eraan met de beste bedoelingen, om aan de buitenwereld te laten zien: ‘Kijk eens wat ik kan, als Waals senator!’ Zijn voorwaarde waren een maandloon van 6 miljoen Belgische frank en dat ik aan boord zou blijven, omdat ik wist welke technologie belangrijk was voor welke klant. En dan gaat hij naar Amerika om te gaan praten met de commissarissen van de rechtbank van koophandel. Hij komt terug, en ontslaat me op staande voet, terwijl hij me drie weken eerder verplicht had om te blijven. ‘Ik ben je geen uitleg verschuldigd,’ zei hij. ‘Het bedrijf is niet te redden.’ Daarna is het heel snel gegaan. Bodson heeft geen enkel plan willen indienen om het te redden. Hoe ze hem in Amerika onder druk hebben gezet om het faillissement tot stand te brengen, weet ik nog altijd niet. Maar dat hij onder druk is gezet, is zeker.

“In oktober 2001 gaf de handelsrechter in Ieper Bodson negen maanden langer om het bedrijf nog te redden. En wat doet hij? Hij gaat in beroep tegen die uitspraak! Andere bedrijfsleiders moeten op hun blote knieën smeken om nog zo’n kans te krijgen, maar Bodson veegt het van tafel. Toen kon de rechter niet anders dan het faillissement uitspreken. (Op dreef) En dat, beste 15.000 aandeelhouders, is de échte reden waarom jullie je geld kwijt zijn. Ik vind dat ik dat moet herhalen, want ik wéét dat het de waarheid is, en die wordt niet gehoord.

“Pol, ik en nog enkele anderen worden nu geacht om de schadevergoedingen terug te betalen, omdat het bedrijf volgens de rechtbank failliet is gegaan door onze fraude. Maar eigenlijk zouden anderen mee moeten terechtstaan – zij die het bedrijf met opzet naar de haaien hebben geholpen.”

Intussen leeft een grote familie van jouw pensioen. Kan je dat geld niet opzijzetten voor de gedupeerden van L&H?

Lernout: “Het is wel míjn familie. Een grote familie, dat is waar, maar stel dat ik die niet had. Als ik in m’n eentje in België zou wonen, zou ik van die 1.200 euro per maand ook niks overhouden, want het leven is daar veel duurder. Als ik kon, betaalde ik die mensen direct terug. Dan wordt die rugzak minder zwaar, zie je?”


Brood en choco

Kennen de mensen op de Filipijnen jouw geschiedenis?

Lernout: “Zeker. Zoek mijn naam op via Google en je vindt alles terug. Maar de mensen zijn niet echt bezig met mijn verleden. Voor hen is het leven vandaag belangrijk. ‘Don’t worry, be happy’ is echt op hen van toepassing. Het gezegde ‘brood en spelen’ is hier ‘rice and games’. Zolang ze rijst en spelletjes hebben, is iedereen hier tevreden. Een smartphone hebben ze hier allemaal, hoe arm ze ook zijn. Ze spelen uren computerspelletjes. Het is hun enige vorm van ontspanning. Bij verjaardagen halen ze een paar pintjes – voor mij een glas wijn – en dan is het spaghetti en karaoke. Niet echt mijn ding, maar ik wil de pretbederver niet zijn.

“Ik vul mijn dagen vooral met studeren. Ik ben een essay aan het schrijven over de impact van kunstmatige intelligentie op de tewerkstelling op de Filipijnen. Het cynische is dat de dochter van Annie door zulke ontwikkelingen over vijf jaar bijna zeker haar job kwijt zal zijn. Ik wil met mijn kennis nog een bijdrage kunnen leveren. Zo geef ik nog advies aan startende bedrijven, vaak Belgen die naar de Filipijnen komen – meestal omdat ze een Filipijnse vrouw hebben – en interesse hebben in technologie. Nieuwe bouwtechnieken, internetprojecten... Dat doe ik graag, want het houdt me scherp.”

Wat is er geworden van de speelgoedcavia Gupi?

Lernout: “Er zijn er 60.000 van gemaakt, waarvan er 20.000 zouden verkocht worden in België. Maar bij de lancering liep er iets mis met de batterij, die sommige van die beestjes in brand deed vliegen (lacht). Ze zijn er moeten mee stoppen. Een Engels bedrijf heeft ze overgenomen en heeft de 60.000 stuks online verkocht. Het is nog een kleine hit geworden in Engeland.

“We hebben hier op de Filipijnen nog een paar andere bedrijven opgestart, zonder veel succes. Het is ontzettend moeilijk om een startkapitaal bij elkaar te krijgen met mijn naam, ook hier. We hebben een callcenter met artificiële intelligentie opgestart, dat klanten bediende per sms. Maar toen kwam Siri, en werd ons bedrijf overbodig.”

Je doet me denken aan een bokser die wordt neergeslagen en onmiddellijk weer opveert.

Lernout: “De beloning is groot, het houdt me weg van het zwarte gat. Het zorgt ervoor dat ik nog veel sociaal contact heb. Niet meer met de prinsen en de topindustriëlen, maar met mensen die projecten en dromen hebben.”

Je behoorde vroeger tot de 1 procent van de mensen die 45 procent van de rijkdom in handen hebben...

Lernout: “En nu zit ik bij de 70 procent van de wereldbevolking die 2,7 procent van alle rijkdom bezit. Als je tot die beide werelden hebt behoord, kijk je anders naar de verdeling van de rijkdom in de wereld. In België heeft nu al ruim een derde van de gezinnen het moeilijk om de rekeningen te betalen aan het einde van de maand. Op de Filipijnen heeft vrijwel iederéén het moeilijk. Als je leeft tussen mensen die behoren tot die 70 procent, besef je hoe slecht het allemaal verdeeld is.”

Wat ga je vanavond eten?

Lernout: “Wat brood met hesp, kaas en choco. De kinderen komen elke avond een boterham met choco bedelen, want normaal eten ze hier alleen maar rijst, met wat kip of een ei… Daar zijn ze al! (Opgewonden kinderstemmen op de achtergrond) Goed, ik begin maar eens aan mijn dagelijkse verdeelronde van bread and choco. Ik deel graag uit. Misschien wil ik gewoon graag gezien worden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.