Dinsdag 22/10/2019

interview

Jo De Meyere: "Ik ben een kleine jongen met een klein hartje"

Beeld Stephan Vanfleteren

Meer dan 50 jaar al schittert hij op de planken en op het scherm. Toch is Jo De Meyere (77) nog altijd zijn onzekere zelf. "Ik lijd aan faalangst. In mijn werk en in het echte leven."

In onze tweede reeks 'Meesters van het doek' vraagt Margot Vanderstraeten acht film- en theatergrootheden de kleren van het lijf. Hun ziel leggen ze bloot voor de lens van Stephan Vanfleteren. Vandaag: Jo De Meyere.

Ga rustig zitten, neem een slok koffie", zegt hij, "en dan zal ik het je zeggen. Dan zal ik je zeggen dat ik tot een kwartier geleden heb overwogen om dit interview af te bellen. En nu, op dit eigenste moment, nu nog denk ik: ik doe het niet."

Jo De Meyeres weifelende, afwerende houding blijkt, in eerste instantie, te maken te hebben met de richtinggevende denkpistes die ik, twee dagen voor onze ontmoeting, naar hem heb gemaild. Dat niets hoeft, maar dat het zinvol kan zijn als hij op voorhand al eens over bepaalde zaken reflecteert. Wat hij er, bijvoorbeeld, van vindt dat Jan Decleir dé generatiegenoot is die telkens als monumentale acteur wordt opgevoerd, en hij zelden of nooit? Of hij, na de dood van zijn echtgenote Arlette, een diepere eenzaamheid dan voordien ervaart, en of hij die eenzaamheid kan proberen te beschrijven, concreter kan maken?

Jo De Meyere: "Toen je me belde met het verzoek aan deze reeks mee te werken, zag ik een gesprek goed zitten. Ik praat graag over de hoogtepunten van mijn loopbaan, over mijn mooiste of meest toonaangevende rollen, zelfs over rollen die me minder goed lagen. Maar toen stuurde je die eventuele gesprekspunten. Dat had je beter niet gedaan. Je stelt me geen vragen over mijn carrière. Je stelt me vragen over mijn leven achter die carrière, over emoties en zo. Je wilt achter mijn eigen coulissen kijken. Ik kan gemakkelijker praten over het verloop van mijn acteursleven, ik heb een uitdraai van de chronologie ervan gemaakt, die geef ik aan meerdere journalisten. Maar niets is zo moeilijk als praten over emoties, over wat je voelt, hoe en waarom. Hoe moet ik de woorden daarvoor vinden? Sterker: hoe moet ik daarvoor dan ook nog de juiste woorden vinden?"

Toch zitten we hier. U hebt niet afgezegd. Is het ijdelheid of nieuwsgierigheid die u uiteindelijk toch naar dit gesprek heeft geleid?

Jo De Meyere: "Geen van de twee. Ik durf je niet te ontgoochelen. Daarom ben ik hier. Omdat deze man van 77 ook nog een heel kleine jongen met een klein hartje is. Ik wil niemand pijn doen."

Zonder oneerbiedig te willen klinken, maar bent u daar niet te oud voor? Om uw eigen welzijn ondergeschikt te maken aan die dwang om anderen niet teleur te stellen?

"Ik heb dat altijd gehad, en inmiddels heb ik me bij deze karaktertrek neergelegd. Hem van me afschudden, zal ik nooit meer doen. Ik wil de ander niet kwetsen. En ergens ben ik ook bang dat ik niet aan de verwachtingen zal voldoen. Ik ben me bewust van dat minderwaardigheidscomplex, dat ik altijd heb gehad. Ik schaam me er ook niet voor, ik verstop het evenmin. Ja, ik heb mooie rollen mogen spelen. Ja, ik heb mijn leven lang heel hard gewerkt. Maar ben ik een meester van het doek, van het theaterdoek dan toch vooral? Wil ik zo'n meester wel zijn?"

"Vanochtend heb ik voor de zekerheid het lemma 'faalangst' opgezocht in Van Dale. De woordenboekenmaker geeft een simpele verklaring voor de term: de angst om te mislukken. Ik lijd aan faalangst. In mijn werk en in het echte leven. Ken je actrice Veerle Eyckermans' boek Een kwartier voor aanvang? Ze heeft meer dan honderd acteurs gefotografeerd vlak voor de voorstelling. Bij elk portret staat een tekst. Ik schrijf zelden of nooit. Maar op die bladzijde, die ik zelf heb geschreven, ben ik trots. (reciteert) 'Een kwartier voor aanvang zit ik in de coulissen als een mummie, roerloos in mijn personage gewikkeld, onbeweeglijk, als versteend, een zielig hoopje mens, een vat vol introspectie (...) Een ijdele ziel op zoek naar waardering en eerbetoon, naar waarachtigheid en diepgang (...)'

"Ik ga iedere keer opnieuw dat avontuur aan, omdat mijn zucht naar erkenning en waardering nog altijd een kop groter is dan mijn vrees om te mislukken. En ook omdat ik nooit op het podium stap zonder dat ik vier dierbare overledenen om steun vraag. Ik weet dat ik op hen kan rekenen. Hen, dat zijn Julien Schoenaerts, Ko van Dijk (Nederlands acteur, tegenspeler van De Meyere in 'Dagboek van een herdershond'; MVDS), mijn moeder, en sinds 2003 ook mijn vrouw, Arlette. Terwijl ik naar de bühne stap, mompel ik hen toe: 'Kom, help mij even vandaag.'"

En als u dat ritueel vergeet? Loopt het dan fout?

"Ik vergeet dat nooit. Die 'Kom, help mij' is een gesmoorde noodkreet, die moet eruit, anders kan ik niet aan een voorstelling beginnen. Ik ben er ook heilig van overtuigd dat mijn overleden dierbaren iedere voorstelling bijwonen. Ze zitten voor mij op de eerste rij. En ze gunnen mij het succes van die avond, of van die matinee. Je kunt pas succes hebben bij iemand die het je gunt. Bij iemand die jou liefheeft. Mijn vier overleden dierbaren hielden van mij. En ik houd nog altijd van hen."

Hebt u nog van die rituelen?

"Ik heb voor aanvang van dit gesprek in de Sint-Baafskathedraal een kaarsje gebrand. Met de wens om dit interview te doen slagen. Die gewoonte heb ik van mijn moeder overgenomen, ze was oerkatholiek. We woonden vlak bij Sint-Baafs, die op een steenworp van het NTG (Nederlands Toneel Gent) ligt. En in het NTG is vijftig jaar geleden, halverwege de jaren 60 dus, alles begonnen, mijn acteursloopbaan en mijn relatie met mijn vrouw. Arlette was er secretaresse."

"De kathedraal beschouw ik tot op vandaag als mijn tweede thuis. Ik ken die plek zo goed. Ik ben er misdienaar geweest, heb in het parochiale koor gezongen; de vespers, het lof, de biecht, alles, alles, alles heb ik er beleefd. Vandaag loop ik er nog geregeld in en uit. Maar ik ben niet langer gelovig. Mijn jeugd werd al te zeer in katholicisme gemarineerd, begrijp je."

Toch lijkt u in mystieke krachten te geloven. Zoals in de kracht van nabije overledenen.

"Vroeger geloofde ik niet in een hiernamaals. Maar sinds mijn vrouw overleden is, en ik in mijn eentje almaar ouder word, weet ik niet meer zo zeker of er geen enkele vorm van leven meer is na de dood. Ik ben eerder geneigd om mezelf nu een zoeker te noemen. Ik ben zoekende naar wat er eventueel nog is of kan zijn. Ik zoek naar contact met overleden dierbaren. Ik zoek, diep vanbinnen, de nabijheid van gelijkgestemde harten en geesten, dat zeker."

"Het is een kwestie van concentratie en contemplatie, niet van bidden zoals we dat vroeger thuis en op school moesten doen. Als ik mijn dierbare afwezigen mompelend om hulp roep, hebben zij op mij de uitwerking van een medicijn. Ik vermoed dat het met liefde te maken heeft: je kunt veel als je je door anderen gedragen voelt.
"Die liefde hoeft niet eens uitgesproken te worden. Liefde kun je, en ook dat is toch waarlijk mystiek, echt goed voelen. Met Julien Schoenaerts heb ik begin jaren 80, naast Wachten op Godot, Eindspel van Beckett gespeeld. Drie jaar hebben we nauw samengewerkt, onder leiding van regisseur Walter Tillemans. Tillemans was bijzonder hard voor mij. Hij kneedde me zonder mededogen. Ik speelde Clov, de knecht die de oude, kreupele Hamm - gespeeld door Julien - tot aan zijn einde begeleidde. Tillemans heeft me tijdens de repetities echt vernederd. 'Gij, dat BRT-acteurtje', zei hij laatdunkend. Ik had in een twintigtal televisiefilms en series gespeeld, begrijp je. Hij kon die populariteit die rond me hing blijkbaar niet goed verdragen."

"Tegenover Julien gedroeg hij zich compleet anders. Hij benaderde Schoenaerts met veel egards, alsof die een relikwie was. Dat begreep ik natuurlijk, want zo benaderde ik Julien ook, als een zeldzame kostbaarheid. Alleen was de kloof tussen hoe Tillemans mij en Julien behandelde zo immens groot. Ik werd gewaar dat Julien dat verschil in benadering opmerkte. En dat hij, tijdens die calvarietocht die de repetities voor mij waren, met mij meeleed. Hij voelde mijn pijn. Hij deelde hem. Julien en ik konden elkaar diep aanvoelen. Wij konden elkaars emotionele wereld aanraken, in het samenspel en ook in ons mens-zijn. Ik had ook het gevoel dat ik hem als acteur kon geven wat hij van me verlangde. Hij stelde zijn eisen heel hoog, voor mij en voor zichzelf. Daarom deed het me zoveel plezier dat wij zo goed samenwerkten en dat Eindspel echt als magistraal theater werd beschouwd. Dat had het nooit kunnen worden als wij elkaar niet zo hadden gevonden."

Beeld Stephan Vanfleteren

Heeft de strenge regisseur het beste uit u gehaald? Had de boeman een functie?

"Tillemans heeft me zo pissig en nijdig gemaakt, dat mijn vertolking er als een explosie uit kwam. Hij heeft me doen zoeken in oorden waar ik nog nooit was geweest. En hij heeft me diep in de mens, in mezelf en in mijn vak laten kijken. Pas één week voor de première riep hij heel luid uit: 'Dát is het', toen hij mijn eindresultaat zag. Ik heb van hem geleerd dat bloed, zweet en tranen kunnen lonen. Clov was misschien wel mijn beste rol ooit!

"Ik vermoed ook dat Tillemans zich er niet van bewust was dat hij me zo kwetste. Het was niet zijn wil of zijn doel. Hij dacht enkel aan Eindspel, aan zijn toneelstuk, aan het eindresultaat."

Volgt u, die zo van de vader hield, de professionele loopbaan van zoon Matthias Schoenaerts?

"Heel zeker. En wat betreur ik het dat Julien het succes van Matthias niet meemaakt. Toch wil ik een constructieve kanttekening maken. Ik kan een acteur pas op zijn kwaliteit beoordelen als ik hem anderhalf uur, technisch naakt, in een karakterrol op het podium heb zien staan. Als hij zich helemaal blootgeeft aan het publiek. Zijn kwetsbaarheid toont en deelt. Zijn taalbeheersing en technische spraakvaardigheid weet over te brengen."

"Ik zeg dit goedbedoeld, en met de liefde die Rainer Maria Rilke aanhaalde in zijn uitspraak en waarmee ik helemaal akkoord ga: 'Alleen liefde is bruikbaar in kritiek.'"

"Op de begrafenis van Julien heb ik trouwens een fragment uit de apologie van Socrates gebracht. De familie had me daarvoor gevraagd, en dat stemde me zeer dankbaar. Uit hun verzoek kon ik afleiden dat zij heel goed wisten dat Julien en ik belangrijk zijn geweest voor elkaar. Die waardering heeft me ontroerd."

U gebruikt termen als 'lijden' en 'calvarie'. U gaat kaarsjes branden... U, die met uw rol als kapelaan Erik Odekerke in 'Dagboek van een herdershond' miljoenen kijkers in Vlaanderen en Nederland aan het scherm gekluisterd hield: bent u een predikant in het diepst van uw gedachten?

"Ik denk het. Ik denk dat elke acteur zowel predikant als advocaat is. Hij wil een pleidooi houden voor zijn personage. Hij wil mensen overtuigen. Hij wil de toeschouwer als het ware bekeren. Je kent het verhaal van die rol van kapelaan Odekerke? Ik was het bijna niet geworden. Maar de acteur die de regisseur voor de hoofdrol voor ogen had, kwam op de eerste dag van de repetities niet opdagen: faalangst."

"Het was Bob Storm, een Vlaamse acteur die in de succesvolle tv-reeks Wij, Heren van Zichem mijn vader speelde, die me aanbevool. Hij was op die eerste repetitie aanwezig. Hij zei tegen de regisseur: 'In Vlaanderen ken ik een frêle, mager acteurtje met een ziekenkasbrilletje op. Hij heeft er al furore mee gemaakt. Misschien dat hij deze rol kan waarmaken...' 'Laat hem direct komen', zei Willy van Hemert, de regisseur. Een dag later kreeg ik van hem de bergrede onder mijn neus. Ik mocht me even inlezen. En toen werd ik al voor de leeuwen gegooid. Ik heb gepredikt alsof mijn leven ervan afhing. En het hing er in feite ook van af, want ik had, als ik die rol niet toegewezen zou krijgen, voor het eerst in mijn leven moeten gaan stempelen. Na mijn preek werd het heel stil. Het was alsof daar een echte predikant had gestaan."

"Meer nog: ik had ontroerd, en ontroeren is nog altijd het grootste goed voor een acteur, het is veel belangrijker dan prediken, pleiten of wat dan ook. Natuurlijk heeft mijn katholieke achtergrond van mij ook een goede kapelaan gemaakt. Ik heb die wereld, die ook het theatrale aspect en het ritueel niet schuwt, van binnenuit beleefd. En ik ben ook in het leven iemand die voor mededogen pleit, en voor stilte, voor ingetogenheid."

"Daarnaast leent mijn kop zich voor zo'n rol: ik ben de grijze muis, de man met de neutrale, nietszeggende kop."

Beeld Stephan Vanfleteren

Benijdt u de karakterkop die, bijvoorbeeld, uw generatiegenoot en collega Jan Decleir heeft?

"Jan heeft een prachtige kop en moet daar niets voor doen. Zodra Jan verschijnt, stáát hij er ook. Bij mij is dat niet het geval. Ik moet, als ik een bepaalde rol wil waarmaken, altijd een complete metamorfose bedenken. Kijk naar wat ik, vlak na mijn rol als kapelaan, in Hard labeur deed (BRT-serie waarin De Meyere een tirannieke boer speelt, red.). Mijn haar zwart verven, een baard opplakken, maandenlang powerlifting doen om er virieler uit te zien. En nog was ik niet viriel genoeg, en moest er haar op mijn borst worden geplakt. Als je de foto's van mij in al mijn opeenvolgende rollen naast elkaar zet, zul je dat zien: ik zie er altijd helemaal anders uit."

"Ik heb de expressiviteit van Jan Decleir niet. En ik heb ook niet de fysieke schoonheid die een jongeman als Matthias Schoenaerts een film binnenloodst. Het charisma van Julien? Ontbeer ik volledig. Ik moet aan mezelf altijd veel toevoegen als ik een personage neerzet."

Betekent dat neutrale uiterlijk ook dat u harder heeft moeten werken dan zij die hun uiterlijke troeven wel konden inzetten?

"Ik heb altijd grotere inspanningen moeten leveren om dezelfde hoogte te bereiken als deze acteurs, die het, dankzij hun expressieve uiterlijk, makkelijker afging. Ik heb dat nooit erg gevonden. Ik heb die inspanningen altijd als een 'uitdaging' gezien, om dat uitgeholde woord maar eens te gebruiken. Omdat de voldoening ervan, achteraf, voor mij ook dubbel zo groot was. Je zult mij nooit horen klagen."

Betreurt u het dat Jan Decleir voor de publieke opinie als dé acteur van zijn generatie geldt?

"Ik weet niet of de mensen dat allemaal zo zien. Maar voor de media is hij inderdaad dé acteur. Ik gun Jan die status van harte. Als je hem bezig ziet, weet je hoe schitterend hij is. Zijn succes maakt me in geen geval jaloers. Wat niet betekent dat ik het niet jammer vind dat de media elke veelzijdigheid binnen onze sector ontkennen, door altijd maar met dezelfde koppen uit te pakken."

"Ik vermoed ook dat het medium film in deze perceptie een rol speelt. Ik ben zeven jaar ouder dan Jan. Ik heb dus zeven jaar langer dan hem gespeeld: dat is veel als je die termijn in rollen uitdrukt. Ik heb veel meer theater gespeeld dan Jan. Meer dan honderd rollen in vijftig jaar, stel je voor. En ik heb meer aan tv-series meegewerkt."

"Jan Decleir was, vanaf het moment dat de Vlaams-Nederlandse film geboren werd, een van de meest gevraagde acteurs. Hij is vooral via dat doek bekend geworden."

"Film wordt door het publiek anders gewaardeerd dan theater. Ik merk dat goed nu ik in Achter de wolken samen met Chris Lomme de hoofdrol speel. Waar ik ook kom, overal klampt men me aan en spreekt men over die film. Alsof ik plots een held ben, omdat ik op dat grote witte doek in de cinemazaal verschijn. Ik vind dat een vreemd en onterecht fenomeen. Voor tv-werk wordt een acteur veel minder geprezen, al bereikt hij via televisie makkelijk tien tot honderd keer meer kijkers. Naar Achter de wolken zijn ruim 100.000 mensen komen kijken. Dat is erg veel, maar niet in vergelijking met de kijkcijfers van bepaalde tv-producties."

"Dat is dus wat ik wou zeggen: in het filmdoek zit het grootste verschil tussen Jan en mij. En dat ik in 'maar' zes films heb gespeeld, heeft, opnieuw, zeker met mijn verschijning te maken. Maar nogmaals: ik ben een zeer tevreden, dankbaar en bevoorrecht mens. Ik zeg dit zonder gegriefd te zijn."

Hugo Claus schonk u geen prachtrollen?

"O nee. Erger. Hugo Claus heeft mij, als acteur, nooit omarmd. In zijn filmbewerking van Consciences De leeuw van Vlaanderen heb ik meegespeeld. Ik had het gevoel dat ik tegen zijn zin deel van de cast was geworden. De BRT, waaraan ik verbonden was, leende in die tijd, gratis, bepaalde acteurs uit. Dat vond Hugo Claus maar niets. En over mijn prestaties leek hij ook niet gelukkig. Waarom weet ik niet."

"In De leeuw van Vlaanderen sterf ik als ridder op het slagveld met mijn mond wagenwijd open. De camera's draaien. Iedereen is alert, het is een drukke scène. Plots roept Hugo Claus: 'Stop, stop, stop.' En tegen de mensen van de maquillage schreeuwt hij: 'Kunt ge die man zijne ijzerwinkel eens wegschminken!' Hij doelde op de vullingen in mijn tanden; die waren van kwik en zilver en dat amalgaam bestond in de riddertijd natuurlijk niet. Door die opmerking, die iedereen had gehoord, stierf ik op dat slagveld een tweede keer."

"Zeventien dagen heb ik meegedraaid in De leeuw van Vlaanderen, en dat was best lang. Een week voor de première organiseren producer en regisseur een visiedag voor de medewerkers. Voor de vertoning begint, maakt Claus bekend dat de uiteindelijke film veel te lang was, en dat ze flink hebben moeten snoeien in het opnamemateriaal. 'Sommige acteurs zullen zichzelf amper terugzien', zei hij. En dat was waar. Na zeventien dagen hard werken kwam ik precies een halve minuut in beeld."

U zegt het allemaal met een warme glimlach, zonder rancune. Acteert u die vergevingsgezindheid?

"Hugo Claus was en is voor Jan Decleir een God. Maar Claus was, is, voor mij ook een God! Vandaar dat ik het gebrek aan chemie tussen ons als zo pijnlijk heb ervaren. Weet je dat ik 140 keer Pas de deux, een subliem toneelstuk van Hugo Claus, heb gespeeld, dat ik er het land mee ben rondgereisd, en dat hij niet één keer is komen kijken, ook niet in Gent, vlak bij zijn huis? Op mijn nachttafeltje liggen twee bijbels: de Oostakkerse gedichten van Claus en de Verzamelde gedichten van Hendrik Marsman. Ik aanbid de poëzie van Claus. En ik voel me verwant met de dualiteit in de poëzie van Marsman. Marsman kan heel donker zijn. En toch veert er in hem altijd die vitaliteit op. Die dualiteit herken ik, ik heb die ook."

Beeld Stephan Vanfleteren

Wat doet u om uw donkere momenten draaglijk te maken?

"Sinds mijn vrouw is gestorven, heb ik het moeilijker dan voorheen. Zij was mijn spiegel. Ik kon me in haar reflecteren, en omgekeerd. Als ik nu 's avonds thuiskom na een voorstelling, ervaar ik een enorme, terneerdrukkende leegte. Ik vul die leegte met muziek. In mijn eentje luister ik heel veel naar klassieke muziek. Dan zit ik in mijn zetel en dirigeer ik mee. Ik kan de vijfde van Beethoven en de pianoconcerten van Rachmaninov volledig uit het hoofd dirigeren. Ik houd van Satie, van de cellosuites van Bach, van Max Bruch, van wie ik het vioolconcerto het absolute summum vind. In de muziek die ik noem, schuilt veel tristesse. En toch geeft ze me de hoop en de kracht om door te gaan. Als ik geconcentreerd naar klassieke muziek heb geluisterd, voel ik me herleven."

U speelt nog altijd. Is theater uw levenselixir?

"Absoluut. Als ik niet meer kan spelen, kan ik evengoed doodgaan. Er wordt op dit eigenste moment een rol voor mij geschreven, voor een musicalproductie in 2018-2019. Zo'n perspectief houdt me op de been, dat spreekt voor zich. Ik heb uit voorzorg hoe dan ook al een grafschrift voor mezelf klaar, want je weet maar nooit. Het is een citaat van Maurice Maeterlinck: 'Het woord is van de tijd, de stilte van de eeuwigheid.' De schrijver zegt wat ik niet gezegd kan krijgen: ik heb mijn hele leven met woorden gespeeld, als ik dood ben, wordt alles rondom mij eeuwig stil."

Volgende week: Gilda De Bal

Wie is Jo De Meyere?

Geboren in Eeklo, 21 februari 1939
Opleiding voordrachtkunst en toneelspeelkunst, Koninklijk Conservatorium Gent
1965 beroepsacteur, NTG
1976 freelanceacteur
1980 acteur bij het dramatisch gezelschap van de BRT. Werkte mee aan 70 tv-producties, waaronder Wij, Heren van Zichem, Dagboek van een herdershond, Hard labeur, Het pleintje, De bossen van Vlaanderen, Stille waters, Heterdaad, Flikken...
Speelde onder andere in de films De leeuw van Vlaanderen, De zaak Alzheimer, Het vonnis en onlangs in Achter de wolken, met Chris Lomme.
Speelde in meer dan 90 theaterproducties, waaronder Eindspel, Verjaardagsfeest, De nacht van de moordenaars, Pas de deux en Wachten op Godot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234