Zaterdag 22/02/2020

JETTE/1

Zo'n kwarteeuw geleden verdween de laatste boer uit Jette. Op zijn akkers verrees het Algemeen Ziekenhuis van de Vrije Universiteit Brussel. Vluchtlijn en refuge voor zieke Brusselse Nederlandstaligen die het liefst in eigen taal verzorgd worden. Het gros van de Vlaamse Brusselse kinderen ziet er ook het levenslicht. Of ze nu van Schaarbeek of Anderlecht zijn, op hun identiteitskaart staat als geboorteplaats Jette. Gemeente waar zij en hun ouders voor de rest van hun leven niets meer te zoeken hebben. Alleen als de kinderziekten doorbreken, loopt de weg nog eens terug naar de wieg. Binnenkort zelfs per sneltram. Het zal de groenste van de negentien Brusselse gemeenten dichter bij de stad halen.

Op de meeste plekken van Jette lijkt die stad nochtans vrij ver weg. Een spoorweg en een groene gordel van oost naar west vormen de buffer tussen noord- en zuid-Jette. In het zuiden likt de grootstad aan het dorp. Zo grijs het stratenplan van het zuiden, zo groen gevlekt het noordelijke deel. En al zette in de jaren zeventig, in het kielzog van het AZ-VUB en het Franstalige Brugmannziekenhuis, de verstedelijking ook hier in, het dorp blijft aan deze kant van de spoorweg een kroonjuweel voor het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM).

Bijna was het groen in Jette verworden tot verspreide en almaar dieper door wegen en bebouwing aangevreten plekjes groen. Restanten van de Molenbeekvallei. Links het Laarbeekbos, rechts het Dielegembos, en overlangs de lengte van de spoorweg een dikke stippellijn van nog meer gemorste groene kavels. In 1977, naar aanleiding van de honderdvijftigste verjaardag van België, stelde de gemeente voor om al dat groen zo kwaad en zo goed mogelijk met elkaar te verbinden in "een groot landschappelijk geheel". Dat werd het Boudewijnpark, een koppeling tussen het Dielegem- en Heilig-Hartbos, het Poel- en Laarbeekbos en de moerassen van Jette en Ganshoren. Aanvankelijk werd er vooral aan park, recreatief groen, en minder aan natuur gedacht. Dat is de jongste jaren bijgestuurd. De oevers van de beek en de vijverranden worden niet meer permanent kort gehouden met een grasmaaier, die slokop die overal in dit land - voor er een elementair ecologisch bewustzijn de kop opstak - rijke groene biotopen in de knop smoorde, vermaalde tot 'proper' gazon. In Jette worden oevers en vijverranden nog slechts twee keer per jaar gekortwiekt. Tussendoor mag het gras vrij opschieten, het onkruid bloeien.

Op sommige uren van de dag waan je je heel alleen in het Boudewijnpark. De rust is er onversneden, de knobbelzwanen die bij hevige koude afzakken uit het noorden hoeven in Jette niet door het zwerfvuil te waden. "De zwanenzang die het dier vlak voor zijn dood zou zingen, is een verzinsel", leert het informatiebord van het BIM.

HHH

"Vorig jaar heeft de gemeente twee van haar kleinere parken 's avonds en 's nachts moeten afsluiten", zegt René Kempeneers. "Na klachten over rondhangende jongeren. Dat is en blijft een zeldzaamheid hier in Jette." Tot voor enkele jaren ging de gemeente er juist prat op dat zij als enige van de negentien Brusselse gemeenten geen verscherpt toezicht nodig had rond haar parken. Dat verliefde stelletjes er op een bankje de volle maan uit de hemel konden kijken. Naast de zwanen.

Jette wil een dorp blijven. Op alle indexen en schalen van de grootstedelijke problemen scoort Jette het best. Zo goed zelfs dat het de gemeente geld heeft gekost.

"Tot twee jaar geleden ontvingen wij zoals elke Brusselse gemeente een toelage in het kader van de veiligheids- en preventiecontracten van de federale regering", vertelt René. "Daar betaalde Jette zijn stadswachten mee. Tot het dus zo veilig en rustig werd in Jette dat de overheid oordeelde dat we niet langer als een risicogemeente konden worden beschouwd. Dat is in zekere zin natuurlijk goed nieuws, maar het gevolg was wel dat onze stadswachten van de ene dag op de andere werkloos waren. En het is niet omdat er geen bijzondere of acute overlast is, dat de bevolking geen vragen meer heeft. In tegenstelling tot andere gemeenten heeft Jette geen ombudsdienst. De stadswachten waren vier jaar lang de antenne tussen gemeente en bevolking. Of ze nu een paars of een blauw-geel jak dragen, het doet er niet toe: als een gemeente zulke antennes heeft, voorkom je vandaag de overlast van morgen."

Samen met het plaatselijk werkgelegenheidsagentschap (pwa) 'recycleerde' René de paars geüniformeerde stadswachten in een eigen buurtwacht. Met z'n zestienen vormen ze Jet Contact, in ploegjes van twee 'doen' ze de acht wijken van Jette. Nu in een blauw-gele jas. Ze houden toezicht in de omgeving van de scholen, ze helpen bejaarden de straat over en de bus in, ze dragen de boodschappentas. En vooral, ze verslijten hun schoenzolen, noteren klachten of gewone vragen.

Eigenlijk houden ze de stad op afstand. Dat blijkt uit de voorgedrukte formulieren die ze met zich meedragen. "Beschrijving van uw opmerkingen, zo duidelijk mogelijk", staat er. Daaronder een keuze uit de klassiekste en hardnekkigste stedelijke ongemakken: "beschadigde voetpaden, afloop verstopt, verkeersborden buiten dienst, beschadigde openbare aanplantingen, graffiti, straatnaambord beschadigd of afwezig, dierlijke ontlastingen, sluikstort, schotelantenne in gevel, wildplakken".

HHH

Over de spoorweg is de stad niet te stoppen. Van het Kardinaal Mercierplein af loopt Jette downtown over in Sint-Jans-Molenbeek. Die nabijheid heeft gevolgen voor de dorpse rust van Jette. "De laatste jaren is het in Jette een tikkeltje onveiliger geworden, al wil ik niet overdrijven", zegt René. "Paradoxaal genoeg is het verslechterd door de politiehervorming. Jette zit samen met Sint-Jans-Molenbeek in een politiezone. Daardoor is er minder blauw op straat in Jette. De manschappen hebben meer om handen in Sint-Jans-Molenbeek."

"Maar onveiligheid is hier niet het grootste probleem. Zoals elders in de steden scoort sluikstorten het hoogst."

Laat het BIM verdomd goed op zijn zaken letten, op zijn knobbelzwanen en moerasriet. Want de stad is vlakbij. Het uitzicht op de brug over de spoorweg die het noorden met het zuiden van Jette verbindt, bedriegt niet. Je ziet de laaghangende vliegtuigen boven het noorden van de stad hun bocht nemen. Je ziet dag en nacht de rookpluim van de verbrandingsoven van Neder-over-Heembeek. En wie goed luistert, hoort zelfs in het hart van het Boudewijnpark op elk moment van de dag het stedelijk gezoem.

Je hoort inderdaad geen zwanen zingen in Jette.

Filip Rogiers

Zaterdag: Jette/2

De stadswachten verslijten hun schoenzolen, noteren klachten of vragen. Eigenlijk houden ze de stad op afstand

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234