Zondag 20/06/2021

Jempi & Giovanni

Toen ik negen was haalde zijn dood mijn leven overhoop

Op een rommelmarktje zocht ik tevergeefs De dood van Jempi, een boek uit 1972 van Jan Emiel Daele. Wel vond ik voor nog geen euro een roman van Daele alsook Nooit meer hetzelfde van journalist Manu Adriaens, die allerlei bekenden vroeg naar het moment dat al hun andere herinneringen overtrof. Daarin vertelt oud-wielerkampioen Freddy Maertens over een tragisch bericht dat hij vernam na een ritoverwinning in de Tour de France.

Op 8 september werd Jean-Pierre Monseré geboren, in 1948 te Roeselare. Sommige data die je als kind onthield, vergeet je nooit. Toen ik negen was haalde zijn dood mijn leven overhoop.

We supporterden allemaal voor Jempi. Een buurman was al sinds de jeugdreeksen zijn verzorger en Monseré kwam soms op bezoek. Met de buurtjongens trapte hij weleens een balletje - hij kon behoorlijk voetballen - en we vroegen hem dan of hij de komende wedstrijd ook wéér zou winnen. Hij lachte altijd.

"Hij was werkelijk een volkslieveling", schrijft Tim Krabbé in 43 wielerverhalen, "en hij had daar, zoals het volk dat wil, niets voor hoeven te doen. Hij versterkte die indruk ook graag, trainde indien mogelijk in het geniep en zijn weduwe vertelt hoe hij op een bal opzichtig met een glas rodenbach in de hand rondliep, maar uitsluitend water dronk." Zulke anekdotes vertelde mijn vader ook: dat Jempi 's ochtends vroeg in zijn eentje ging trainen om dan later tegenover zijn makkers te doen alsof hij weinig oefende.

Nog geen 22 was hij toen hij wereldkampioen werd - Leicester, 16 augustus 1970. De Weekbode kopte: "Fantastisch... fantastisch... Jempi wereldkampioen!"

Roeselare werd gek van vreugde. Wekenlang feesten en huldevieringen. Tussendoor won Monseré het ene avondcriterium na het andere. "In de eerste acht dagen na Leicester heb ik in totaal amper 15 uur geslapen", vertelde hij aan De Weekbode: "Ik heb niet eens de tijd voor een partijtje biljart of kaart." De krant berichtte over elke overwinning, elke hulde, ieder bijzonder geschenk "vorige vrijdag werd de nieuwe Mercedes 280 SE voorgereden".

Zijn 22ste verjaardag vierde hij met een overwinning in Berlaar. Twee dagen later overleed zijn vader, 53 jaar. In dezelfde krant stond een foto van Jempi met een overwinningsruiker én zijn tweejarige zoontje op de arm: Giovanni, volgens het foto-onderschrift helemaal een "aardje naar vaartje".

Toen werd het 15 maart 1972, een kermiskoers in Retie. Krabbé beschrijft het zo: "Monseré keek op het verkeerde moment even om, klapte op een langzaam tegemoet rijdende auto, en was op slag dood."

De in mijn geheugen gegrifte krantenfoto: Jempi in zijn regenboogtrui, liggend op zijn rug, één arm willoos op zijn borst, Flandria-sportdirecteur Noël Foré geknield bij hem, Roger de Vlaminck en andere renners ontredderd en huilend achter hem. Er liep bloed uit zijn mond en neus.

Ook de foto van de Mercedes waartegen hij knalde. De vrouw achter het stuur, aan haar lot overgelaten, verkeert duidelijk in shock. Zij kijkt "wezenloos voor zich uit", aldus De Weekbode: "Zij begrijpt het niet, maar zal het nooit meer vergeten..."

Giovanni verbleef die dag bij een tante. Daar, aldus de krant, zag hij op de televisie zijn vader juichend over de streep fietsen, de overwinning in Leicester die opnieuw werd getoond. De peuter kraaide dat papa wéér had gewonnen en ging verder met zijn spel.

De dag van de begrafenis was Roeselare te klein. Met de vriendjes, een halvefrankstukje voor de offerande, geraakten we niet in de kerk. Om beurten gingen we bij elkaar op de schouders zitten om een glimp op te vangen van Eddy Merckx die zijn zegetuil van Milaan-San Remo op het graf legde.

Krabbé: "De begrafenis van Jempi moet een haast hysterische uiting van volksverdriet zijn geweest, duizenden kwamen kijken, er werden Monseré-foto's en Monseré-petjes verkocht." De Weekbode, zelf niet van enige mercantiliteit gespeend, vond dat "die 'commerce' in de nabijheid van de lijkbaar toch een beetje misselijk" aandeed.

Op de voorpagina van 8 december 1972: een foto van Giovanni in een wereldboogtrui en Sinterklaas van wie hij zojuist zijn eerste tweewieler had gekregen: "En of hij gelukkig was!" Geregeld berichtte De Weekbode hoe het Giovanni verging, het olijke vrolijke knaapje dat helemaal op zijn vader geleek.

Het leek wel of de liefde was overgedragen op zijn zoontje, aldus Krabbé. Giovanni wilde later wielrenner worden, aan zijn oom, de intussen succesrijke Freddy Maertens zei hij: "Mijn papa kon toch rapper koersen dan jij."

Op 18 juli 1976 won Maertens in de Tour de slotrit op de Champs Elysées. Uitermate euforisch - de groene trui én acht ritzeges - kwam hij in zijn hotelkamer. Daar deelde sportbestuurder Driessens mee dat hij slecht nieuws had. Het eerste wat Maertens door het hoofd schoot, was dat hij tijdens een dopingcontrole positief was bevonden, maar het nieuws had niets met de tour te maken.

Over het feit dat Maertens die dag de rit won, schrijft Krabbé: "Als ik ook maar iets van sport begrijp kan hij het niet geweten hebben."

Dat klopt, Maertens hoorde pas nadien wat er was gebeurd. Terwijl Giovanni met vriendjes aan het koersen was, in de regenboogtrui en op een fietsje dat hij van Maertens had gekregen, was hij tegen een auto gebotst. Hij overleed in het ziekenhuis.

Maertens: "Nooit in mijn leven heb ik de relativiteit van roem en succes meer beseft dan die 18de juli 1976 in dat hotel in Parijs."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234