Zondag 01/08/2021

InterviewSupercontent

Jeff en Pieterjan van Supercontent: ‘Wat we maken, nemen we serieus. Maar onszelf absoluut niet’

‘YouTube is een jungle. Wordt je filmpje afgewezen, dan voelt het alsof je ook zélf afgewezen wordt. Het is een mirakel dat nog niet meer jonge vloggers zelfmoord hebben gepleegd.’ Beeld Humo
‘YouTube is een jungle. Wordt je filmpje afgewezen, dan voelt het alsof je ook zélf afgewezen wordt. Het is een mirakel dat nog niet meer jonge vloggers zelfmoord hebben gepleegd.’Beeld Humo

Iedereen staat in zijn leven weleens op die tweesprong: ga je natuurdocumentaires maken over het ongelijkbladig vederkruid, of YouTube-filmpjes en Iedereen beroemd-bijdragen waarin Conner Rousseau een bad van kippenkak krijgt, Marc Van Ranst met een dotje ironie bezongen wordt, en influencers in een korstje van gedwongen zelfrelativering gebakken worden? Jeff Bronder en Pieterjan Marchand dobbelden, en kwamen uit bij het tweede. Samen willen ze het online Alles kan beter zijn, zijn ze Supercontent, en redelijk gelukkig.

‘Het Marc Van Ranst-lied’, een creatie van jullie, betekende in maart van vorig jaar de grote doorbraak van Supercontent.

Jeff Bronder: “‘Fuck 2020! Eindelijk is het voorbij!’ Dat was zowat de consensus met eindejaar, terwijl wij dachten: goh, het had best nog even mogen duren. (lacht) Serieus: het was natuurlijk een verschrikkelijk jaar, en ook wij snakken naar het einde van de coronacrisis. Maar voor Supercontent heeft 2020 de doorbraak betekend, ja.”

Pieterjan Marchand: “Die oceaan van tijd is een zegen geweest voor ons. We konden ongeremd creëren.”

Wie waren jullie een jaar geleden, vóór corona op visite kwam?

Bronder: “We werkten toen veel voor SBS, het moederhuis van de zenders VIER, VIJF en ZES. Daar deden we creatief werk: campagnes bedenken en trailers monteren voor programma’s als De slimste mens ter wereld en De mol.”

Marchand: “Het is daar dat we elkaar hebben leren kennen, nu een jaar of vier geleden.”

Bronder: “We werkten vaak samen, en na verloop van tijd was er de vaststelling: ‘Tiens, wij zijn een creatief duo.’”

Marchand: “We koesterden al een poosje het idee om een YouTube-kanaal te beginnen. En daar waren we begin 2020 dus mee bezig. Heel klein en bescheiden allemaal – een probeersel. Wat we toen niet voorzagen: dat Marc Van Ranst de herder van Vlaanderen zou worden, dat wij vervolgens een liedje over hem zouden maken, en dat dat plots all over the place zou zijn.”

Bronder: “We hadden het ’s ochtends opgenomen in de tuin van mijn ouders, ’s namiddags gemonteerd en ’s avonds online gegooid. En de volgende dag belden plots alle ochtendradioshows.”

Marchand: “Het ging zo hard dat YouTube de cijfers niet kon bijhouden.”

Bronder: “We keken naar elkaar en zeiden: ‘Voilà, dit is waarschijnlijk het hoogtepunt. De hit die we nooit kunnen evenaren.’”

Bands ontwikkelen vaak een grondige hekel aan hun grootste hit, omdat die de rest van hun oeuvre het licht ontneemt. Geldt dat ook voor YouTubers?

Bronder: “Weet je dat we zelfs getwijfeld hebben om dat filmpje online te zetten?”

Marchand: “We waren niet zeker of het wel goed genoeg was, en of alle moppen helemaal on point waren.”

Bronder: “In een podcast van Studio Brussel zei Otto-Jan Ham dat het hem stoorde dat iedereen dat filmpje plots the next best thing hoorde te vinden. Maar dat was helemaal niet onze intentie. We hadden gewoon een onnozel, futiel liedje gemaakt over een viroloog die in het centrum van de aandacht stond.”

Marchand: “Een mópje. We zijn er niet beschaamd over, maar het is evenmin hetgene waar we het meest trots op zijn.”

Bronder: “Na verloop van tijd kregen we de neiging om ons ervoor te excuseren. ‘Sorry, het is gewoon wat het is, en het was zeker niet de bedoeling dat het zó groot zou worden.’ Nu vind ik het vooral grappig dat zoiets debiels zo vaak bekeken is.”

In Het huis mochten jullie het lied live spelen voor Marc Van Ranst.

Bronder: “Dat vonden we geestig, omdat dat programma toch, euh, enig sérieux uitstraalt.”

Marchand: “Ze wilden eerst ook een soort van kampvuurversie.”

Bronder: “We vreesden even dat het zou lijken alsof we het allemaal méénden.”

Gelukkig bracht de percussiebanaan redding.

Bronder: “Juist! Ik bespeel geen instrument, en dus had ik Brendan Corbey, de drummer van Intergalactic Lovers, om raad gevraagd – hij is een vriend. ‘Neem dit,’ zei hij, en hij gaf me dat percussie-instrument in de vorm van een banaan. Maar het bleek geweldig moeilijk om een beetje in de maat te blijven met dat ding. Op tv zag je mij lijden. (lacht) Sindsdien heb ik superveel respect voor percussionisten – en dan vooral voor de niche van de banaanpercussionisten.”

Recent maakten jullie voor VIER korte jaaroverzichten. Die waren heel geestig.

Marchand: “Ook daarin hebben we een lange weg moeten afleggen. In het begin laadden we onze filmpjes soms nog te vol: ze dreigden te bezwijken onder de ideeën. Maar we hebben geleerd uit onze fouten. Eén van de voordelen van dit vak is dat je meteen ziet wat werkt.”

Bronder: “Wat ook meespeelt: zo’n jaaroverzicht spreekt een breed publiek aan. Want iedereen heeft weleens een coronapersconferentie gezien, iedereen kent koning Filip, iedereen heeft het verhaal van katje Lee meegekregen.”

Dat is anders in Iedereen beroemd, waar jullie elke woensdag een rubriekje verzorgen. Daarin gaat het over een wereld die veel kijkers niet kennen: die van YouTube.

Bronder: “Klopt. We zeggen: ‘Dit zijn de hypes’, en mensen moeten ons maar op ons woord geloven.”

Marchand: “We zitten daar tussen vloggende bejaarden en de strandredder die een week lang gevolgd wordt, en daartussen komen wij dan wat roepen. (lacht) Toen we eraan begonnen, vroegen we of we ons niet een beetje moesten plooien naar het publiek. Maar neen, dat hoefde niet, zeiden ze: het was net de bedoeling dat we volkomen onze zin zouden doen.”

Bronder: “Ik geloof dat het de betrachting is om ook een wat jonger publiek te bedienen. Dat onze rubriek iets moet zijn dat zoon en dochter tof vinden, en waar de ouders ook naar kunnen kijken.”

GEZOCHT: EEN MARK

Hoe zijn jullie YouTubers geworden? Wat was de kiem?

Bronder: “Ik ben 32, en heb de opkomst van het internet dus nog meegemaakt. De generatie van Myspace, MSN Messenger en Chat2Be. Heel lang is het internet iets geweest waar ik gewoon gebruik van maakte – het kwam niet in me op dat het ook een plaats is waar je zélf iets kunt creëren. Hoorde ik ouders klagen over hun kind dat de hele dag zoek maakte op YouTube, dan begreep ik dat niet: waar kéék dat kind dan naar? Voor mij was YouTube iets waar je af en toe een oud tv-fragment weer naar boven goochelde. Maar plots ging het lichtje aan, raakte ik geïntrigeerd, en zag ik de mogelijkheden.”

Marchand: “Ik ben 27, en ik zat tien jaar geleden wel al naar de vloggers op YouTube te kijken. Dat waren dan buitenlandse dingen, want België was toen nog een woestijn.”

Bronder: “Ik raakte enorm gefascineerd door die wereld: dit bestáát dus allemaal. En ook: wat doen mensen zichzelf toch aan? De totale afwezigheid van gêne bij vloggers om hyperpersoonlijke dingen online te gooien boeit me mateloos.”

Marchand: “Je zult mij nooit horen zeggen dat televisie op sterven na dood is, maar ik vind het wel fijn dat we met Supercontent net op tijd ook in dat andere karretje gesprongen zijn.”

Bronder: “Voor televisie werken we altijd heel corporate: we maken iets voor anderen, binnen een sjabloon dat min of meer vastligt. Dat is heel fijn werk, maar bij de vierde reeks van De mol vraag je je onvermijdelijk af: ‘Hoe zullen we het nu eens doen? Hoe creëren we deze keer opnieuw mysterie met een spitsvondige campagne?’ We wilden ook weleens iets maken dat helemaal van onszelf is.”

Dan speelt de technologie in jullie voordeel: online is er geen drempel.

Bronder: “Da’s waar. Je hoeft niet te wachten tot een platenlabel in je muziek gelooft, of een tv-baas in je concept. Je moet niet voorbij een hele hiërarchie voor je groen licht krijgt voor datgene waar je in gelooft. Op YouTube levert dat inventieve dingen op...”

Marchand: “...en ook een hoop, euh, iets minder inventieve dingen. (lacht) En daarmee voeden we ons bij Supercontent voor onze parodieën.”

Het internet heeft dus voor een grote democratisering van de creativiteit gezorgd, maar is er niet ook een schaduwzijde? De Neveneffecten bulkten al van het talent toen ze indertijd onderdak vonden bij Woestijnvis, maar daar kwamen ze vervolgens wel terecht in een omgeving waar de lat nóg hoger gelegd werd – bijvoorbeeld door Mark Uytterhoeven. Wie in zijn eentje creëert, krijgt die kritische begeleiding niet.

Bronder: “Ik zie YouTubers die slim genoeg zijn, en een aantal wetmatigheden – over humor, over hoe je iets in beeld zet, over montage – als vanzelf oppikken. Maar inderdaad, ik zie ook veel andere voorbeelden. En zij hebben dus geen Mark Uytterhoeven om hun dingen te leren. Zodra ze een groot publiek bereiken, staan YouTubers vaak ook geen kritiek meer toe. ‘Ik heb mijn publiek, dus wat valt er nog te leren?’”

Marchand: “Nu, op YouTube zakken dingen snel in: populariteit is er vaak vluchtig. Terwijl – om bij je voorbeeld te blijven – de gasten van Neveneffecten weliswaar niet meer bestaan als collectief, maar apart wel nog altijd steengoede dingen maken.”

“Ik zie het als een onmiskenbaar voordeel dat we beiden nog klassiek geschoold zijn in de televisiewereld.”

Bronder: “En dat we daar het hele spectrum gezien hebben. We hebben voor De ideale wereld gewerkt én voor Gert Late Night. Dat kan wel tellen als opleiding.” (lacht)

Marchand: “We zijn van nature ook niet de types die zichzelf bedelven onder de schouderklopjes. Jeff en ik zijn net heel kritisch voor wat we maken.”

Hoe ziet de wisselwerking tussen jullie twee eruit?

Bronder: “Ik was in het begin wat geïmponeerd door het overschot aan talent van Pieterjan. Door zijn snelheid, ook: dat Marc Van Ranst-lied had hij in een uur klaar. Hij is ook heel goed in het schrijven van scenario’s voor de filmpjes. Dat laat ik nu vooral aan hem over. In het begin, toen we het allemaal netjes verdeelden, was dat weleens frustrerend voor mij: zijn dingen werkten, en de mijne niet.”

'Veel jongeren kijken alleen YouTube. Als een vlogger dan een van de pot gerukte samenzweringstheorie over 5G formuleert, is dat extreem gevaarlijk.' Beeld Koen Bauters
'Veel jongeren kijken alleen YouTube. Als een vlogger dan een van de pot gerukte samenzweringstheorie over 5G formuleert, is dat extreem gevaarlijk.'Beeld Koen Bauters

Marchand: “Maar jij bent dan weer heel snel en vernuftig in het vinden van geschikt materiaal voor een parodie. Jij ziet een filmpje, en je weet meteen: in die en die fragmenten zit iets.”

Bronder: “We hebben het evenwicht gevonden nu. Zodra je aanvaardt wat je kunt en niet kunt, word je complementair. Ik ben heel gelukkig dat ik iemand ben tegengekomen die mijn tekorten compenseert. Al blijft het wel wringen dat Pieterjan ook nog eens goed kan photoshoppen, en zingen, en muziek maken – en ik niet.”

Marchand: (droog) “Maar jij kunt dan weer erg goed voetballen.”

HUMO Jullie willen met Supercontent een ‘Alles kan beter voor onlinecontent’ zijn. Da’s behoorlijk ambitieus.

Bronder: “Het betekent voor alle duidelijkheid niet dat we onszelf even briljant vinden. Want dat wás Alles kan beter: ik zie het als de grote mijlpaal uit mijn jeugd, en het blijft nu, meer dan twintig jaar later, nog altijd overeind. We spiegelen ons een beetje aan de manier waarop in dat programma naar de wereld werd gekeken, en aan hoe Mark Uytterhoeven het aanpakte. Dat zie je bijvoorbeeld in de manier waarop we dingen uit YouTube-filmpjes lichten, en ze vervolgens zelf proberen toe te passen. (twijfelt) Klinkt dit nu niet te gewichtig? Ik vind het altijd een beetje pathetisch als tv-makers of komieken in interviews heel ernstig over hun werk praten, alsof het over een kwestie van wereldbelang gaat. Wij maken gewoon filmpjes, doen dat zo goed mogelijk en hopen er een zo groot mogelijk publiek mee te bereiken – and that’s it.”

Marchand: “We maken geen kunst, wel entertainment.”

Bronder: “Wat we maken, nemen we serieus. Maar onszelf absoluut niet.”

Marchand: “En dus zijn we ook niet bang om onszelf belachelijk te maken.”

In ‘De kiekenkotkwis’ laten jullie een BV plaatsnemen in een kippenhok, en die krijgt een beekje kippenkak over zich telkens hij of zij een quizvraag over zichzelf fout beantwoordt. Conner Rousseau bijvoorbeeld kan nu met recht en reden zeggen dat hij bakken stront over zich heen kreeg. Ik vind het geruststellend dat de goedfatsoenbrigade het nooit zal kunnen winnen van dat soort baldadigheid.

Marchand: “Die reactie krijgen we vaak: dat we een soort van lichtheid brengen te midden van het alomtegenwoordige sérieux. De werkelijkheid is vaak zo eindeloos triest: dan is ‘Valt er wat te lachen?’ een welgekomen vraag.”

Bronder: “Ik voelde wel een lichte gêne toen we Conner Rousseau dat kippenhok instuurden. Hij wist niet precies wat hem te wachten stond. Waarop wij: ‘Ga daar maar zitten, Conner, en zo meteen krijg je kippenstront op je kop.’” (lacht)

“We doen niet aan grote maatschappijkritiek, maar we proberen wel om voor wat relativering te zorgen. We lachen met mensen als Kat Kerkhofs en Marc Van Ranst, maar zonder dat het venijnig wordt. En we geven hun de kans om met zichzélf te lachen. Ik zie komieken soms preken vanop de moral high ground: ze maken alles en iedereen met de grond gelijk, maar nemen zichzelf wel gruwelijk serieus. Daar zul je ons niet snel op betrappen.”

Marchand: “We krijgen die kippendrek ook zelf over onze kop, hè. Dat is toch onze basisregel: je kunt met iedereen lachen, zolang je maar ook met jezelf lacht.”

‘Weet je dat we zelfs getwijfeld hebben om dat filmpje over Marc Van Ranst online te zetten? En plots was het all over the place. Het ging zo hard dat YouTube de cijfers niet kon bijhouden.’ Beeld Humo
‘Weet je dat we zelfs getwijfeld hebben om dat filmpje over Marc Van Ranst online te zetten? En plots was het all over the place. Het ging zo hard dat YouTube de cijfers niet kon bijhouden.’Beeld Humo

IEDEREEN POPULAIR

In Iedereen beroemd doctoreren jullie op de vraag wat je precies moet doen om waanzinnig populair te worden op YouTube.

Bronder: “Het is op dit moment al niet zo makkelijk meer. Elk medium heeft een periode waarin je als pionier heel snel heel veel mensen bereikt. In de eerste vijf jaar van YouTube was het niet zo moeilijk om meteen een groot publiek te bereiken. Dat is voorbij – TikTok zit nu in dat stadium.”

“Nu goed, het voornaamste antwoord op die vraag is toch: dat weet niemand. Ook al omdat de precieze werking van het algoritme achter YouTube een goed bewaard geheim blijft. De onvoorspelbaarheid is groot: je maakt iets, en dat kan een gigantisch publiek vinden, maar net zo goed komt er niemand kijken. Daarin verschilt YouTube fundamenteel van de televisiewereld. Daarin zijn de dingen wel behoorlijk voorspelbaar: je maakt iets, je doet er de juiste marketing voor, je mikt het op een geschikte plek tussen twee andere programma’s, en je weet: er zal veel volk kijken naar de eerste aflevering. En vinden de kijkers die eerste aflevering leuk, dan kijken ze een week later opnieuw.”

“Op het internet gelden andere wetten. Daarom hebben televisiezenders het ook zo moeilijk om succesvolle onlinecontent te maken.”

Marchand: “En grijpen ze dus terug naar oude successen. ‘Dat werkte, dus doen we nog het nog een keer.’”

Bronder: “Televisie staat zo onder druk, en nieuwe formats zijn gevaarlijk. Dan krijg je dus die conservatieve reflex. En die komt niet van de makers zelf, denk ik, wel van de zenders. Maar ondertussen zijn de YouTubers dus wel aan het experimenteren.”

“In Vlaanderen is het YouTube-kanaal van Celine en Michiel het grootst: ze hebben 540.000 volgers, en zijn gigantisch populair bij kinderen en jongeren. Iedereen die daar met een béétje kritische blik naar kijkt, denkt: hoe kan het nu dat dit zo’n groot succes is? Er zit niets van gelaagdheid in. Je volgt gewoon twee twintigers die hun belevenissen ongefilterd laten zien: het is een soort reality-tv, maar dan gemaakt zonder ploeg.”

De voornaamste rivaal – want er wordt een stevig potje gebakkeleid in YouTube-land – is Acid, een jonge West-Vlaming met 330.000 volgers.

Bronder: “Als je pardoes in zo’n filmpje belandt, denk je: wat ís dit? Maar als je je een beetje verdiept in die gast, snap je waarom zoveel mensen hem volgen. Hij weet hoe hij grappig is, hoe je een verhaal opbouwt, en hoe je het monteert – en hij doet het allemaal in een zelf ontwikkelde stijl.”

Twee maanden geleden pleegde de 22-jarige Kacper Przybylski, als Kastiop een populaire Vlaamse vlogger, zelfmoord. Kan YouTube ook gevaarlijk zijn?

Bronder: “O ja: het is een jungle. Het kan echt héél belastend zijn voor een tiener. We merken het zelf nu: je moet als maker voortdurend bezig zijn met je aantal views, volgers en likes. Terwijl een tv-maker één keer per week de kijkcijfers op zijn bureau krijgt.”

Marchand: “Als iets niet werkt, betekent dat niet per se dat het slecht is. Wel: dat het niet – vreselijk woord in aantocht – clickable is. Het prentje en de tekst moeten uitnodigen tot klikken – en dan nog blijft de onvoorspelbaarheid groot. Dat is het cynische van YouTube.”

Bronder: “En je staat er helemaal alleen voor, want je woont nog thuis bij je ma en pa, en doet het vanuit je kamertje.”

Marchand: “En: het gaat over jou – over wie je bent. Wordt je filmpje afgewezen, dan voelt het alsof je ook zélf afgewezen wordt. Tieners zijn sowieso al kwetsbaar, en heel gevoelig voor oordelen van buitenaf. Als je dan online niet de waardering krijgt waar je zo naar snakt, kan dat gevaarlijk beginnen te gisten. Zéker als je ook nog eens het mikpunt wordt van haters.”

Bronder: “Artiesten vertellen vaak hoe kwetsbaar ze zich opstellen door iets persoonlijks te maken, en hoe hard het aankomt als daar kritiek op volgt, of een gebrek aan waardering. Wel, voor vloggers geldt hetzelfde. Eigenlijk is het een mirakel dat niet al meer jonge YouTubers zelfmoord hebben gepleegd. Wielrenners willen vaak niet dat hun kroost ook het peloton ingaat. Wel, als ik ooit een kind heb, zal ik ook niet willen dat het op zijn of haar 13de met YouTube bezig is.”

Vaak wordt gesteld dat er een tragische kloof gaapt tussen de digital natives en de ouderen – laten we ze het koosnaampje boomers geven. Maar is dat wel zo problematisch? De generatiekloof is toch van alle tijden, en een samenleving nooit homogeen?

Bronder: “Goh, er is toch iets grondig veranderd. Op sociale media zie en lees je totáál andere dingen dan in de klassieke media. Er is geen gemeenschappelijk referentiekader meer dat we met elkaar delen. Dat zit ’m in onschuldige dingen: YouTubers die ons zeggen dat ze Jelle De Beule niet kennen, bijvoorbeeld. Dan ben ik verbaasd en lichtelijk verontwaardigd. ‘Ja, maar ik kijk nooit tv,’ klinkt het dan. En dat is echt zo: die werelden raken elkaar niet. Zelfs niet als ouderen hun best doen om zich te verdiepen in de onlinewereld. De boomers zitten nu op Facebook, maar wie jonger is dan 30, is daar al lang weg.”

Marchand: “En natuurlijk is het van alle tijden dat ouders de interesses en idolen van hun kinderen niet goed begrijpen. Maar vroeger konden die ouders wel eventjes naar TMF zappen, om te checken naar wie en wat hun kinderen keken. Dat is nu veel moeilijker geworden: de meeste volwassenen hebben helemaal geen voeling met TikTok. Die zijn al blij als ze begrijpen wat een Instagram Story is. Daardoor raakt de wereld heel gefragmenteerd. Hoe kóm je er in hemelsnaam bij, denk je als je de samenzweringstheorieën ziet die verspreid worden op het internet. Maar als je alleen daar vertoeft, als dat je enige werkelijkheid is, geloof je dus oprecht dat het de rest van de wereld is die naïef is, en de dingen helemaal verkeerd ziet.”

Bronder: “Journalisten gebruiken de feiten als grondstof, en houden zich aan deontologische codes. Maar de tegenpartij permitteert zich méér. Want online zijn er geen wetten. Je ziet er mensen een grote legitimiteit opbouwen met het amusement dat ze aanbieden. Als diezelfde mensen vervolgens een van de pot gerukte samenzweringstheorie over 5G formuleren, is dat extreem gevaarlijk – want al die volgers zullen dat geloven.”

“Nu goed, er zitten ook positieve kanten aan. Ik geloof bijvoorbeeld dat veel jongeren beter dan hun ouders op de hoogte zijn van wat de opwarming van de aarde inhoudt. Maar in het algemeen is dat totaal andere referentiekader toch zorgwekkend. Veel jongeren van nu lijken op buitenlanders die net naar hier verhuisd zijn, en niets weten van onze collectieve geschiedenis.”

‘Mensen vragen ons nu weleens of we vaak herkend worden op straat sinds we op televisie komen. Wel: neen dus, want we wonen in Brussel.’ Beeld Koen Bauters
‘Mensen vragen ons nu weleens of we vaak herkend worden op straat sinds we op televisie komen. Wel: neen dus, want we wonen in Brussel.’Beeld Koen Bauters

MODELSTAD AALST

Jij komt uit Aalst, Jeff, net als Bockie De Repper. Zit er daar iets YouTube-stimulerends in het kraantjeswater?

Bronder: “Vroeger was ik bang van Bockie. Als ik hem tegenkwam in het uitgaansleven, dacht ik dat ik op mijn bakkes zou krijgen. Maar hij blijkt gewoon een pluizige knuffelbeer te zijn.”

Hij stak in Humo een wervelende verdedigingsrede voor de stad Aalst af.

Marchand: “Ai, nu raak je een onderwerp aan...”

Bronder: “Waarom wordt er toch altijd zo meewarig gedaan over Aalst? Je hebt dan eigenlijk twee keuzes. Je lacht er zélf mee – de tactiek die ik vroeger op de speelplaats toepaste als ik werd uitgelachen met m’n grote tanden. Of je gaat vol in de verdediging en probeert uit te leggen wat voor een fantastische stad Aalst wel is. Het is er bijvoorbeeld veel levendiger dan in pakweg Mechelen. En…” (ontsteekt in een minutenlange ode aan Aalst)

Marchand: “Ik vind het echt prachtig hoe je altijd zo vol liefde en overtuiging praat over Aalst. Ik kén dat niet – ik zou het nooit doen over Brugge, waar ik vandaan kom.”

Bronder: “Omdat ons een minderwaardigheidscomplex is aangepraat, natuurlijk! Je zou voor minder, als je voortdurend gepest wordt door de rest van Vlaanderen. (ernstig) Ik hou écht van Aalst. Omdat wij met alles en iedereen lachen, inclusief onszelf. Dat is wat Pieterjan en ik ook doen in ons werk. Eigenlijk lopen wij bij Supercontent elke dag in de carnavalstoet.”

Ondertussen wonen jullie – net als ik – in Brussel. Een organisme op zich, ervaar ik elke dag, helemaal losgezongen van Vlaanderen: ik heb het gevoel dat ik in een andere wereld werk dan die waarin ik woon.

Marchand: “O ja, dat herken ik helemaal. Mensen vragen ons nu weleens of we vaak herkend worden op straat sinds we op televisie komen. Wel: neen dus, want we wonen in Brussel. (lacht) Ik vind het wel fijn: doordat het leven en het referentiekader in Vlaanderen zo fundamenteel anders is, heb ik elke dag het gevoel dat ik in het buitenland ga werken.”

“Het betekende wel een shock, hoor, van Brugge naar Brussel verhuizen. Een plaatsje zoeken tussen al die culturen, het machismo in het verkeer, de ruwheid: niet evident. Maar tegelijk is het zo’n móóie stad.”

Bronder: “Ik was heel benieuwd naar de onvoorspelbaarheid van Brussel. In Aalst kende ik alles. Ik wist naar welke fuifzaal ik zou gaan, en in welk café de avond zou eindigen. En ik snakte ernaar om me nog eens heel klein te voelen in iets heel groots. Het was fijn dat dat rond mijn 30ste gebeurde. Doorgaans is dat het moment waarop je leven in een definitieve plooi valt, maar ik ontdekte toen de sensatie van iets helemaal nieuws. Dat voelde tegelijk opwindend en geruststellend.”

Marchand: (plagerig) “Je praat plots zo netjes, Jeff? Terwijl we doorgaans uitsluitend in quotes uit YouTube-vlogs met elkaar communiceren.”

Bronder: “Het is waar – dat is het gevolg van de lockdown, waardoor we een jaar lang bijna alleen elkaar gezien hebben. Haast ongemerkt begonnen we na verloop van tijd tegen elkaar te praten in zinnetjes die je niet begrijpt als je die vlogs niet gezien hebt.”

Marchand: “Dat wordt de grote moeilijkheid voor ons na corona: weer een taal vinden om ons tegenover de rest van de wereld verstaanbaar te maken.” (lacht)

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234