Zaterdag 03/12/2022

Jef Geys en de Henry Ford van de schilderkunst

In de tentoonstelling Martin Douven - Leopoldsburg - Jef Geys gaat Jef Geys terug naar de oerbron van zijn kunstenaarschap: de industriële schilderijenfabriek in zijn geboortestad. De weerloze bezoeker moet op zoek naar antwoorden op fundamentele vragen over kunst en kitsch en wordt meegesleurd in een visuele stream of consciousness van 'een van de belangrijkste Europese kunstenaars van vandaag'.

Jef Geys werd in 1934 in de Kempense garnizoensstad Leopoldsburg geboren. Een van zijn klasgenoten was François Douven, de jongste zoon van Martin Douven (1898-1973). Deze ingeweken Nederlander had vanaf 1928 een heuse 'Lijsten- en Schilderijenfabriek' uitgebouwd. Tientallen amateurschilders werkten 'aan de lopende band' aan doeken die bestemd waren voor de meubelindustrie. De productiecapaciteit liep in de gloriejaren op tot 250.000 stuks per jaar.

Al snel begon Douven ook zelf kaders te maken en er kwamen bijhuizen in Aken en Parijs. In 1975 werd de firma overgenomen door de Intercraft Industries Corporation uit Toronto. Die sloot de vestiging in Leopoldsburg in 1977.

De signatuur van Martin Douven, die ooit 'de Henry Ford van de schilderkunst' werd genoemd, prijkt onder miljoenen schilderijen die in de hele wereld werden verkocht.

Zonder overdrijven kan Martin Douven de meest bekeken schilder van de twintigste eeuw worden genoemd. Wereldwijd is men vertrouwd met 'zijn' zeegezichten, bergen, sneeuwlandschappen of bosgezichten. Ook het Bloemenmeisje, het Wenende Zigeunerjongetje of het Melkmeisje van Douvens schoonzoon L.J. Camerlinckx zijn klassiekers. Grof geschat kan men ervan uitgaan dat het leeuwendeel van de 'kunstwerken' die in de huis-, wacht- en hotelkamers van de westerse wereld hangen, afkomstig zijn uit Leopoldsburg. De doeken van Douven zijn de grootste gemene deler van wat Jan Modaal gemeenzaam als kunst beschouwt.

Rubens vs. Douven

Dat gegeven is gesneden koek voor Jef Geys. Zonder geringschattend te doen over het werk van Douven (zijn naam prijkt als eerste in de titel) en zijn arbeider-schilders, gebruikt Geys hun werk om op zoek te gaan naar het wezen van de kunst. Hij maakt enkele doeken bijna helemaal zwart, slechts één detail blijft zichtbaar. Net genoeg om de toeschouwer duidelijk te maken waar het schilderij over gaat. Een stuk van een schip en schuimende golven zijn genoeg om een 'zeeslag' weer te geven.

Jef Geys was lange tijd leraar. Hij onderwijst ons dan ook over de grenzen van het figuratieve en het abstracte. Maar er is meer. Wat maakt een schilderij tot kunst? Is het de vorm? De kleur? Het kader? Het onderwerp? Of is het de kunstenaar?

Geys exploreert nog een reeks andere evidente associaties. Zo wordt er verwezen naar het atelier van Rubens waar assistenten als Frans Snijders en Jan Brueghel anoniem de dieren en de landschappen voor hun rekening namen. Dat Rubens een groot kunstenaar was, daarover bestaat geen twijfel. Maar wat was Douven dan?

Het MuHKA moest ook medewerkers naar Regensburg sturen om er de gelakte carrosserie-onderdelen van de BMW Z4 te gaan fotograferen. Centraal in de tentoonstelling staat een ingenieuze machine om spiekaders te maken. Die is het werk van een amateuruitvinder uit Geel. De spanning tussen het unieke (de uitvinding) en het massaproduct, is een rode draad doorheen de tentoonstelling én het hele werk van Jef Geys.

Antwoorden krijg je niet, maar wie naar het MuHKA komt om een beetje lacherig te doen over de 'kladschilders' van Douven, voelt zich al snel betrapt. Ook de gratuite kritiek op de 'hermetische' conceptuele kunst houdt hier geen steek. De thematische kern van deze tentoonstelling is glashelder. "Zo helder als Dag Allemaal", zegt Bart De Baere, directeur van het museum.

Stream of consciousness

Het tweede deel van de tentoonstelling is problematischer. Jef Geys toont zich, compromisloos en radicaal. Alle associaties die het Douven-luik bij hem losweken, alle verwijzingen naar eerdere projecten, naar familie, vrienden, kennissen in zijn 'biotoop' worden zonder commentaar naast elkaar geplaatst. Wie niets van het werk van Geys kent, loopt al snel verloren. Op zoek naar sleutels. Het Kempens Informatieblad, de krant die bij Geys' expo's traditioneel de peperdure catalogus vervangt, biedt gelukkig heel wat houvast. Zo duikt opnieuw het Kleurboek voor volwassenen op. Dat wordt trouwens gratis verspreid onder alle twaalfjarigen van Antwerpen en Leopoldsburg. In dit sleutelwerk van Geys moeten geen boompjes, diertjes of lieftallige smurfjes worden ingekleurd, maar soldaten in de Vietnamoorlog en naakte vrouwen. Opnieuw is er hier een spanning tussen het maakwerk en de individuele creativiteit.

Zijn weergaloze 'quadri' die hij de eerste keer maakte voor de Biënnale van Venetië in 2009 komen ook terug: in rasters ingedeelde 'moestuinen' waar medicinaal onkruid uit diverse wereldsteden wordt 'geteeld'. Een apothekerskastje voor daklozen in de urban jungle.

De tientallen foto's, knipsels, installaties, tekeningen en readymades vormen samen een aanzwellende, haast joyceaanse, stream of consciousness. We kijken, zoals Bart De Baere zei, mee in het hoofd van Jef Geys. Wie echt alle finesses wil doorgronden is er, zoals bij Ulysses van Joyce, een leven lang mee zoet. Pretentieus? Misschien, maar het staat iedereen vrij om aan het avontuur te beginnen.

Argeloze bezoekers

Die aanpak wekt bij nogal wat bezoekers wrevel op. Velen lijken op een muur te stuiten. Toch is ook dit - in combinatie met het Douven-luik - een commentaar op de kunstinterpretatie. Vrienden en kennissen van Geys herkennen zichzelf of halen herinneringen op wanneer ze oude foto's uit Balen (waar Geys woont) bekijken. Werknemers van Douven zwellen van trotst als ze hun werk aan de muur zien en kennen de finesses van het schrijnwerk voor de kaders. Critici die Geys niet kennen, maar wel vertrouwd zijn met zijn werk kunnen verbanden leggen met andere kunstenaars en kunststromingen, en eindeloos associëren.

Argeloze bezoekers (met een Dag Allemaal onder de arm, zeg maar) beleven hier en daar het ongecompliceerde esthetische genot dat ze herkennen van de conventionele, 'mooie' doeken van Martin Douven. De zaadzakjes van Geys zijn even kleurrijk en mooi als de bloempotten van Douven, maar ze zijn ook een commentaar op reclame: wie de zaadjes uit het zakje haalt en ze plant, krijgt nooit een bloem, vrucht of groente die zo mooi is als ze op de verpakking staat afgebeeld. Geys heeft niet voor niets een opleiding publiciteit genoten. Communiceren over het individuele, het unieke naar een massapubliek, blijft hem fascineren.

Geys had ervoor kunnen kiezen om het associatieve gedeelte van zijn tentoonstelling ondergeschikt te maken aan het Douven-luik. Hij had het achter de 'rode knop' kunnen stoppen zodat enkel de bezoekers die er echt zin in hadden, er zich in hadden kunnen verdiepen. Hij deed dat niet. Hij gooit al zijn kaarten op tafel en transformeert zo een tentoonstelling van nieuw werk tot een wervelende retrospectieve.

Voor Bart De Baere is deze tentoonstelling een belangrijke mijlpaal. "Met een aantal kleinere musea voor hedendaagse kunst in Europa willen we de Europese conceptuele kunstenaars onder de aandacht brengen. In de jaren zestig heeft Europa zich vrijwillig laten koloniseren door de Amerikaanse kunst. Daarom kregen mensen als Jef Geys niet de internationale aandacht die ze verdienden. Hun werk was nochtans even radicaal en vernieuwend als dat van de grote Amerikanen. Het is niet verwonderlijk dat iemand als Dan Graham (een monstre sacré van de Amerikaanse conceptuele kunst, kvdb) Jef Geys bij de belangrijkste nog levende Europese kunstenaars rekent. Wij schrikken daarvan, maar als je de lijnen verbindt tussen wat Geys deed en wat er toen elders in de wereld gebeurde, sta je er versteld van hoe relevant zijn werk was en nog steeds is.

"Jef Geys paste lange tijd niet in het provincialistische kunstbeeld van Vlaanderen. De verzamelaars kochten liever buitenlandse conceptuele kunst dan werken - die nochtans even radicaal en vernieuwend waren - van iemand als Jef Geys. Nu is er wel wereldwijd interesse voor zijn werk. Die internationale erkenning zorgt ervoor dat hij nu ook hier waardering krijgt. Typisch Vlaams."

Geen vips op VIP-receptie

Op de VIP-receptie die vooraf ging aan de opening van Martin Douven - Leopoldsburg - Jef Geys, waren er donderdagavond geen traditionele VIP's te bespeuren. Geys had de uitnodigingen niet naar politici, notabelen, BV's en kunstcritici gestuurd maar wel naar kennissen, vrienden, buren en collega's. Hij bracht zo zijn eigen incrowd in stelling tegen de vaak hippe en zelfingenomen kunst-incrowd die een abonnement heeft op dit soort gelegenheden. Zelf was hij - zoals gewoonlijk - afwezig.

Wie is Jef Geys?

De 77-jarige Geys geldt als een van de belangrijkste Belgische vertegenwoordigers in de hedendaagse kunst. Geys werkt met fotografie, beeldhouwkunst en installaties. Hoewel zijn kunstwerken conceptueel van opzet zijn, zit er doorgaans een politieke of maatschappijkritische laag in, met vaak ook een kritische blik op de elitaire kunstwereld, waarin Geys altijd een outsider gebleven is.

Zijn aparte positie heeft niet verhinderd dat er erkenning kwam, eerst internationaal, met mondjesmaat ook in eigen land. In 2000 kreeg hij de Vlaamse Cultuurprijs voor zijn oeuvre, in 2009 vertegenwoordigde hij ons land op de Biënnale van Venetië.

Hij nam ook onder meer deel aan Chambres d'Amis (Gent, 1986) en Documenta 11 (Kassel, 2002).

INFO: 'Martin Douven - Leopoldsburg - Jef Geys'. Nog tot 31 december in het Museum voor Hedendaagse Kunst in Antwerpen. Meer info: www.muhka.be

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234