Woensdag 23/10/2019

Jean Prouvé, constructeur

'De architect is niet het hiërarchische hoofd, bouwen gebeurt door een team'

Jean Prouvé, notoir ontwerper in geboorteland Frankrijk maar niet daarbuiten, wordt opgepikt door de bekende kantoormeubilairfabrikant Vitra. Concreet betekent dat dat enkele van zijn stoelen en tafels in productie worden gebracht, met als gevolg dat het spotlicht plotseling heel erg op deze Franse creatieveling gericht wordt. Volgens Vitra is Jean Prouvé een van de grote medeconstructeurs van de twintigste eeuw.

Vitra pakt de marketing aan met een kleine tentoonstelling in het Musée de la Publicité, een stukje verdieping van het Louvre. Terzelfder tijd loopt op een ander stukje verdieping de tentoonstelling Tous Assis Pour Vitra, een reeks portretten van glamoureuze mensen die op een bepaalde stoel van Vitra zitten en poseren. Met de laatste tentoonstelling wil Vitra door design te koppelen aan kunst en cultuur aan zogenaamde brand positioning doen. Dat is op zich geen nieuwigheid. In 1994 al won het bedrijf de Corporate Design Award van het Industrie Forum Design Hannover.

Op het bedrijfsterrein van Vitra in Weil am Rhein, Birsfelden en Neuenburg staan bouwwerken van belangrijke vertegenwoordigers van de hedendaagse architectuur, bijvoorbeeld Frank Gehry, Tadao Ando, Zaha Hadid, Nicolas Grimshaw, Alvaro Siza en Antonio Citterio. Daarbij moet gezegd worden dat Vitra de architecten de opdracht om te bouwen niet op het toppunt van hun roem gaf, maar eerder, toen ze nog als beloftevol aanzien werden.

Een van de interessantste designerduo's van de twintigste eeuw, Charles & Ray Eames, horen in de stal van Vitra thuis; Rolf Fehlbaum, voorzitter van de raad van bestuur van Vitra, heeft al een tijd meubilair van de Franse ontwerper in de collectie die hij verzamelt van belangrijk twintigste-eeuwse ontwerpen. Van Prouvé vond hij al een tijd dat hij de Franse evenknie van de Eames's is. De kinderen van Jean Prouvé belandden bij hem toen ze op zoek waren naar een producent voor hun vaders ontwerpen.

Eames en Prouvé

Rolf Fehlbaum ziet gemeenschappelijke kenmerken tussen de Franse ontwerper en Charles Eames: "Er zijn gelijkenissen in de benadering, zowel Eames als Prouvé benaderden het ontwerpen als ingenieurs, minder als architecten, en ze legden een groot persoonlijk enthousiasme aan de dag voor hun productie. Dat Vitra de productie van een deel van het meubilair mag doen, schept de kans om Prouvé de aandacht te geven die hij volgens ons verdient."

Wie is Jean Prouvé? In 1901 in Frankrijk geboren als zoon van kunstschilder Victor Prouvé, werd hij een autodidact in architectuur. Hij heeft al op negenjarige leeftijd stage gedaan bij Emile Robert en Szabo, een bekende Parijse metaalbewerker en smid. In zijn latere leven gaat hij niet alleen aan de slag als architect, maar ook vaak als adviserend ingenieur. Het karakteriseert zijn stijl; Prouvé behield daardoor steeds een vrij objectieve kijk op zijn ontwerpen. Hij kon ook heel raak beschrijven hoe en waarom zijn collega-architecten er niet in slaagden om de mogelijkheden van de industrialisering ten volle te gebruiken. Ludwig Mies van der Rohe, die net als Prouvé, ook in de architectuur belandde via een bouwtechnische omweg, zei herhaaldelijk dat er pas van architectuur sprake was wanneer een gebouw technologisch perfect gerealiseerd was, en dat het doel van modernisme zou moeten zijn om te zorgen dat bouwen in een samenwerkingsverband met de industrie gebeurt.

Omdat hij geen diploma had, werkte Jean Prouvé voornamelijk als adviserende ingenieur voor architecten; hij probeerde hen te overtuigen om te bouwen met vernieuwende industriële technieken. Hij was daarbij een soort medium tussen de architecten en de aannemers: terwijl hij de enen aanspoorde om industriële, vaak nog experimentele technieken te gebruiken, liet hij de anderen zien hoeveel efficiënter ze konden werken dankzij die technieken. Prouvé's belangstelling voor nieuwigheden was echt; ook thuis scheen hij de hele tijd bezig met het vervaardigen van allerlei prototypes, met als resultaat dat het interieur van zijn eigen huis voornamelijk uit zogenaamde 'probeersels' bestond.

Prouvé's kijk op de samenwerking tussen bouw en industrie betekende dat een architect geen sleutelrol vervulde in een bouwproces. Dat was een nieuwe gedachte, want het zet de architect op gelijke hoogte met de bouwers. Tot op de dag van vandaag geldt die kijk op het architectuurberoep in België nog steeds als vooruitstrevend, aangezien bij ons van een architect nog steeds verwacht wordt dat hij de volledige verantwoordelijkheid van het bouwproces op zich neemt en daardoor als hiërarchisch hoofd aanzien wordt. In die laatste visie is een architect meer een manager dan een ontwerper. In Nederland, waar een bouwproces gedragen wordt door grotere kantoren, is een architect een schakel, de man of de vrouw die het gebouw tekent en verder in een nauwe samenwerking met de bouwers het gebouw realiseert. Prouvé was ervan overtuigd dat een gebouw dat door een team was gebouwd een nauwkeurigere weerspiegeling van een bouwcultuur gaf dan een gebouw door één bekende naam gebouwd dat ooit kon zijn.

Ondertussen is de realiteit wel zo dat de wereld nog steeds een gebouw dat door een bekende naam geproduceerd werd, hoger naar waarde schat; Prouvé vond van een dergelijk gebouw dat het "sociologisch dood" was. Zijn visie deed hem ijveren voor een ander soort architectuuropleiding. Een van zijn bouwsels, het Maison du Peuple in Clichy, bij Parijs, schijnt van zijn filosofie het beste voorbeeld te zijn. Jean Prouvé noemde zichzelf ook geen architect of ingenieur; hij betitelde zichzelf constructeur, waarmee hij zijn multidisciplinaire werkkarakter benadrukte.

Proeven via Prouvé

Natuurlijk is het onmogelijk om dit alles af te lezen aan die paar meubels die Vitra nu van Prouvé produceert; die zijn er eerder om liefhebbers van design te laten proeven van de designsfeer en -filosofie die anno 1930 tot 1970 heerste. De meubelontwerpen ontstonden tussen 1924 en 1956 en hun functionaliteit was gericht op de behoeften van die tijd; ze waren met andere woorden eenvoudig, duurzaam en goedkoop. Prouvé hanteerde productieprocessen en materialen die beantwoordden aan zijn onderzoekende geest. Hij maakte overwegend gebruik van plaatstaal, een materiaal dat een economisch gebruik en een geringe materiaaldikte mogelijk maakte. Vaak zette hij schuin uitlopende poten onder zijn meubels, die in combinatie met een platte toepassing van het plaatstaal in opvallende meubels resulteerde. De toegevoegde structuur bleef in de meubels altijd zichtbaar: schroeven en andere montage-elementen toonden en tonen de constructie.

Tussen 1945 en 1956 had Jean Prouvé een eigen fabriek in Maxéville, waar zijn meubels werden gefabriceerd. Aangezien ze meestal bestemd waren voor grote projecten als studentenwooncomplexen, huizen voor daklozen of scholen, moesten ze in groten getale geproduceerd kunnen worden.

Jean Prouvé was heel lang actief, tot drie jaar voor zijn dood in 1981 bleef hij aan het werk. Ook dat maakt van hem natuurlijk een uitstekende en zeer concrete illustratie van een designevolutie.

Info: Vitra, 02/725.84.00.

Ook thuis bleef Prouvé bezig met het vervaardigen van prototypes, met als resultaat dat zijn interieur voornamelijk uit 'probeersels' bestond

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234