Zaterdag 11/07/2020

Jean-Philippe Delhomme spot overal de laatste trend

Met milde ironie kijkt de Fransman Jean-Philippe Delhomme (51) naar de wereld van de mode en van de kunst. In vrolijke kleuren tekent hij de protagonisten en al wie eromheen cirkelt, soms met commentaren erbij, in de meest prominente magazines en stijlbladen. ‘Naar een defilé van Dries Van Noten of van Marni ga ik met plezier omdat hun fantastische kleuren mij inspireren. Maar anders vind ik het vooral tijdverlies.’

n het septembernummer van Vanity Fair heeft hij een artikel over de nieuwe ‘preppies’ geïllustreerd, mannetjes en vrouwtjes met blauwe blazers, witte truien met een streep langs de V-hals en geruite bermuda’s. In de Los Angeles Times heeft hij een maandelijkse rubriek, voor het Italiaanse interieurblad Grazia Casa doet hij imaginaire interviews met dode (Le Corbusier) en levende legendes (Jean Nouvel). Hij wordt ‘the painter of modern life’ genoemd, en ‘de meest literaire illustrator van de westerse wereld’. Op zijn blog The unknown hipster beschrijft en tekent hij de ervaringen van zijn alter ego, dat rondhangt in de mode- en kunstwereld van New York.

Jean-Philippe Delhomme - onopvallend gekleed in donkerblauw T-shirt en beige slacks, met ronde bril - is net terug in Parijs na een jaar werken en wonen in New York. In zijn appartementje, drie hoog in het Quartier Latin, getuigt niets van zijn wereldwijde renommee. Enkele schilderijtjes aan de muur, een tafel met vier stoelen, een zetel en een geluidsinstallatie. Vanity Fair op het bijzettafeltje. Of hij blij is terug in Parijs te zijn? Dit is toch de navel van de modewereld, zijn belangrijkste thema? “Ik werk liever in New York, maar mijn vrouw heeft hier haar baan, en het was toch wel lang geleden dat ik nog eens thuis was”, klinkt het in rad Frans. “Waar ik van hou is het literair-romantische kantje van Parijs. Ik hou van de architectuur, je voelt hier het verleden. In New York daarentegen is het artistieke milieu meer open. Ik heb er meer het gevoel dat ik deel uitmaak van het leven en dat ik een beroep uitoefen dat serieus wordt genomen, terwijl het hier meer marginaal is. In Parijs is er natuurlijk het wereldje van de mode, maar die mensen zie je niet, die zitten in kantoren, terwijl je er in New York door omringd wordt. Ik vind ginds veel inspiratie op straat. De look van de mensen is er stimulerend, men kleedt zich radicaler. In Parijs bestaat dat wel, maar veel minder en veel verspreider. Niet dat ik daar persoonlijk zoveel belang aan hecht, maar het zijn wel mijn onderwerpen.”

BINNEN EN BUITEN DE MODE

Het tekenen zit hem in het bloed. Vader Delhomme was een chirurg die in zijn vrije tijd schilderde, zijn grootvader was de eerste ‘artistiek directeur’ van L’Oréal, lang voor die functie bestond. De kleine Delhomme zat altijd te tekenen en haalde zijn diploma aan de Parijse Ecole des Arts Décoratifs. Maar de kunststroming van toen - vooral abstract - lag hem niet. “Ik kon mij niet uitdrukken in driehoeken”, zegt hij. De mode is hem wat toevallig komen aanwaaien. Het was de Engelse Vogue die hem in de jaren 1980 vroeg om een serie mode-illustraties te maken. “Dat was nogal zeldzaam, men werkte overal met foto’s. Ik kreeg kledingstukken en moest die tekenen.” Daarna volgde de Franse Glamour, en toen hij begin jaren 1990 zijn werk ging tonen in New York werd hij opgemerkt door de artistiek directeur van de invloedrijke modewinkel Barneys. Die bestelde bij Delhomme vier opeenvolgende reclamecampagnes. Ook dat is zelden gezien. Plots hangt zijn werk metersgroot van de oostkust tot op Sunset Boulevard in Los Angeles. Hij blijft tekenen voor magazines, voor Vogue, Madame Figaro, GQ, The New York Times, Libération en vele andere. In 2006 vraagt het chique Parijse warenhuis Le Bon Marché hem voor zijn reclamecampagne, en binnenkort ziet u zijn samenwerking met het muziek- en kledingmerk Kitsuné. Zit hij op die manier niet te diep in de wereld die hij tegelijkertijd becommentarieert? “Ik doe twee verschillende dingen. Mijn wat satirische tekeningen maak ik als een toeschouwer die de mensen observeert, en ik voeg er vaak teksten aan toe omdat het dan beter werkt. Met mijn modetekeningen geef ik de ambiance van een defilé weer, daar gaat het puur om de kleding. Ik zit dus wel in de mode-industrie, maar ik word er nooit volledig door opgeslorpt. Want een industrie is het wel, zeker in New York merk je dat. In dat milieu beweegt zich een ontzettend groot aantal mensen. Het is een groep mensen die zich voortdurend verplaatst, ze beschikken over speciale hotels, restaurants en magazines. Het is een wereldje op zich dat zich verplaatst als was het een land.”

Defilé is wachten, wachten

Voor iemand die zelf een beetje meedraait in het milieu zijn de tekeningen vaak vrolijke pareltjes van herkenning. Een houding, een gebaar, een opvallend kledingstuk, je haalt het personage er meteen uit. Wanneer hij Karl Lagerfeld tekent, herkent natuurlijk een grote groep mensen hem, maar als het Olivier Zahm is, de kunstcriticus en consultant van Purple, is dat minder evident. Werkt hij niet voor een nichepubliek? “Ik hou ervan om af en toe dingen te doen voor de ingewijden. En ze publiek te maken zodat iedereen ze kan zien. Uiteindelijk zijn mijn tekeningen ook niet zo gesofistikeerd. Iedereen kan ze wel begrijpen. De meeste mensen realiseren zich niet dat situaties in de modewereld soms zo grappig, overdreven of ronduit belachelijk kunnen zijn. Maar ik ben nooit bijtend of wraakzuchtig. Een tekening moet vooral mooi zijn, een snaar raken. Ik heb helemaal niet de bedoeling om iemand te kwetsen, al doe ik dat misschien soms onbewust.”

Je zou Delhomme een chroniqueur van het moderne leven kunnen noemen. Daartoe, suggereer ik, vult hij wellicht zijn leven met het bezoeken van vernissages, cocktailparty’s, openingen en modedefilés? “Niets daarvan! Ik haal veel inspiratie uit magazines en van Style.com. Modeshows vind ik ontzettend tijdverlies. Je zit er anderhalf uur in het halfdonker, er zitten vijfhonderd mensen te wachten en ik denk: wat had ik ondertussen al veel kunnen werken! Ik ga er enkel heen als ik een opdracht heb. Naar sommige ontwerpers ga ik kijken omdat het vrienden zijn. Ik heb gelukkig niet de rol van de modejournalist die elk seizoen verslag moet uitbrengen. Ik kijk niet met het oog van: wat gaan de mensen volgend seizoen dragen? Daardoor zijn de meeste defilés voor mij niet interessant. Als je maar twee of drie shows gaat zien is het amusant, er zijn altijd wel enkele mensen die een inspanning hebben gedaan om hun ding op een fantastische manier voor te stellen. Voor mijn tekeningen was Alexander McQueen een van mijn favorieten, soms Margiela, de Japanners, Watanabe… Persoonlijke favorieten? Ik hou van Dries Van Noten, van Marni, omdat er vaak buitengewone kleuren te zien zijn. Van Marc Jacobs, Maria Cornejo. Er moet een bepaalde charme zijn, een vorm van humor.”

Mannen zijn makkelijker

Delhomme heeft drie romans geschreven, een kinderboek en de laatste bundeling van zijn illustraties verscheen vorig jaar bij de Amerikaanse uitgeverij Rizzoli onder de titel The cultivated life. Zijn personages maken deel uit van artistieke kringen en de demi-monde van vooral New York en Parijs. Een van die personages was een anonieme langharige man met een geruit hemd. ‘The unknown hipster’, de onbekende voorbijganger die altijd de juiste dingen droeg en op de juiste plekken was, groeide uit tot een soort alter ego van Delhomme, een avatar die blogt. “Ik wacht tot er iets gebeurt dat de moeite is, een leuke ingeving, een klein evenement, zoals de tentoonstelling van Marina Abramovic. Ik ga er zeker mee door nu ik terug in Parijs ben, maar ik voel me niet verplicht, zoals sommige bloggers, om elke dag iets te publiceren. Die lui excuseren zich bijna als ze een paar uur niets van zich hebben laten horen. We staan al voortdurend onder druk om te produceren, waarom zou ik me dat dan ook nog eens zelf gaan opleggen? Voor mij is die blog een puur artistiek project, een soort dagboek, maar dan een dat mag gelezen worden.”

‘The unknown hipster’ geeft Delhomme de kans om te reflecteren over alle aspecten van het stadse leven, en iedere bevlieging, hoe gek ze ook is. Je kunt er ook lezen of je een hondje dan wel een tattoo moet hebben, en hoe lang je broek moet zijn om ‘mee’ te zijn. Delhomme: “Als ik tekeningen maak die niet direct met de mode te maken hebben, hou ik er toch van om mijn personages te kleden naar de trend van het moment. Maar dat wordt moeilijker omdat er minder karakteristieke stijlen zijn. Er zijn wel twintig stijlen die naast elkaar lopen, zelfs binnen één collectie is er niet één duidelijk beeld. In de jaren 1980 was dat nog wel zo, dan kon je een hele typische look oproepen, bijvoorbeeld van Comme des Garçons, onmiddellijk herkenbaar. Dat is veranderd: er zijn eigenlijk geen nieuwigheden. Met de mannen is het makkelijker, daar is er minder variatie. Die kan je makkelijker karikaturaal afbeelden. Een tijd geleden zijn ze allemaal heel nauw aansluitende pakken beginnen te dragen, en hoedjes, ja, en er was het moment dat de grote tassen arriveerden. In New York is nu de invloed van Thom Browne goed zichtbaar, met die korte broeken en schoenen zonder sokken. Dat is het voordeel van New York voor mij.

Daar hoef je op straat maar om je heen te kijken. Mensen geven er meer geld uit voor hun uiterlijk, ze kleden zich echt volgens de mode.”

Soorten water

“Ik heb het geluk om te kunnen werken met papier, verf en water. Een geluk, want ik moet niet voortdurend achter mijn scherm zitten. Elke keer is het nieuw. Hoewel ik altijd hetzelfde papier, dezelfde penselen en dezelfde verf gebruik: het contact met papier en kleuren is nooit hetzelfde. De kleuren kunnen mooier zijn naargelang het uur van de dag, de ene dag is de andere niet. Ik heb zelfs vastgesteld dat de kwaliteit van het water niet overal dezelfde is (lacht). Ik maak soms foto’s of vlugge schetsen als ik naar een vernissage ben geweest. Maar het uitwerken gebeurt in mijn studio. Neen, ik zit niet in cafés te tekenen. Wat ik wel graag doe, is buiten schilderen en aquarellen maken van het landschap. In New York is dat makkelijk, want de mensen laten je met rust. Zelfs toen ik op de site in aanbouw op Ground Zero zat, was er niemand die me vragen stelde. Dat is heel bevrijdend. In Europese landen is dat niet mogelijk.

Dat is een van de redenen waarom men hier ook discreter gekleed gaat. In Parijs - en ik denk ook in de rest van West-Europa - is er altijd iets dat schuurt, er zijn altijd kleine botsingen. Je moet altijd op je qui-vive zijn. In een café moet je zorgen dat je op tijd bediend wordt, dat ze je niet laten wachten. Hetzelfde geldt als je een taxi neemt. Als je in Parijs opvallend gekleed loopt, kom je altijd wel iemand tegen die daar een opmerking over maakt. Als vrouwen te sexy gekleed gaan, zullen ze op hun weg wel vijftig commentaren horen. Daarom denk ik dat de mensen hier verplicht zijn om discreter gekleed te gaan.”

Delhomme moet in zijn carrière al stapels tekeningen hebben gemaakt. Wat doet hij ermee? “Soms exposeer ik ze, en dan verkoop ik. Ik verkoop zelden privé, ik heb liever dat ze in een serie worden getoond.”

En dan is hij zelf weer even deel van de kunstwereld. Ervaart hij die als vergelijkbaar met de mode? “De wereld van de mode en die van de kunst zijn heel verschillend maar ze functioneren op dezelfde manier. Het zijn twee werelden die momenteel in elkaar overlopen en waar eigenlijk iedereen tot de andere wereld zou willen behoren. Maar je ziet wel aan het uiterlijk van de mensen tot welke wereld ze behoren: tot die van architecten, designers, kunstenaars, mode-ontwerpers. Dat is heel precies en heel subtiel, ja. Iedereen vindt het belangrijk om te laten zien tot welke microwereld ze behoren. Wie in de mode zit, kleedt zich om te laten zien dat hij of zij dure dingen aan heeft van een merk - mogelijk zelfs gekocht tijdens de koopjes. Of precies het omgekeerde, ja. (lacht) De enige mensen die ik heb zien rondlopen met verfvlekken op hun jeans zijn geen schilders, maar mensen uit de modewereld.”

Dries Van Noten is een van de favoriete onderwerpen van Delhomme; ze hebben de liefde voor kleuren gemeen. Herkenbaar links is Anna Wintour, met onafscheidelijke zonnebril.

Het is Delhomme niet te doen om wat er volgend seizoen zal gedragen worden. Een defilé moet mooie beelden opleveren. Wat het geval was met Martin Margiela (links) en Alexander McQueen (boven).

Ook het kunstwereldje heeft zijn kledingcodes. Op een vernissage van Damien Hirst ben je zeker dat er trendy volk te zien is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234