Maandag 16/12/2019

Jean & Marie, Black & Decker

Pas op voor ‘eenduidige’ politici. ‘De cartesiaan’ De Gucht: zogezegd één en al ratio, geen impulsiviteit. De ‘partijman’ Louis Tobback, immer het partijbelang en de partijdiscipline boven zijn eigen opinies en oorlogjes voerend. De ‘eenvoudige’, zelfs ‘boerse’ Dehaene, zogezegd geen man voor de financiële salons en de hogere kringen. Enzovoort. Maar hoe stevig zo’n reputatie ook is en hoe goed geconstrueerd het imago, de realiteit haalt zo’n beeld ooit in. Ineens is de spontane Anciaux ook best berekend. Of is er een christendemocraat met meer minnaressen dan kinderen.Maar niemand die zo ‘meervoudig’ is als Jean-Marie Dedecker. Die tegelijk zo zwart en wit is. De bescheiden judoka die uitgroeide tot de succesvolste sportcoach. De man die zijn judoka’s deed winnen, maar zelf evenveel of zelfs meer naamsbekenheid genoot dan zijn eigen medaillewinnaars. Welke modale Vlaming kent Cédric Taeymans nog of Filip Laets? Maar ‘Jean-Marie’ - de achternaam hoeft zelfs niet - is overal bekend. Sinds Dedecker zich heeft opgewerkt tot BV associeert de modale Vlaming ‘Jean-Marie’ zelfs niet automatisch met de gelijknamige Pfaff.Het is niet de enige contradictie die je opmerkt als de naam ‘Dedecker’ valt. Hij is de coach die wereldwijd de ‘Brabançonne’ deed spelen en de Belgische driekleur omhoog deed gaan aan vlaggenstokken en dus veelvuldig in Laken ontvangen werd, maar hij was dé sportverantwoordelijke die luid uitriep dat zijn sportbond moest splitsen, dat er geen samenwerken mogelijk was met de Franstaligen. Hij was het dissidente lid van het BOIC dat eigenlijk graag voorzitter had willen worden, maar daarvoor geen steun vond en sindsdien uithaalt naar ‘de bobocultuur’. Dedecker is ook de immer argwanende politicus die overal een schandaal vermoedt, maar die zich naïefweg liet ringeloren door politieke ‘vrienden’. Niet eenmaal, niet andermaal, maar bij herhaling. Hij is de man die meer dan één verre kennis of dichte vriend die in problemen zat financieel of moreel heeft bijgesprongen en zo een veelheid van bijzonder hechte en schier onverwoestbare vriendschappen heeft opgebouwd. Talloze judoka’s, turnster Aagje Vanwalleghem, kunstschaatser Kevin Van der Perren, ze zijn of blijven hem dankbaar voor zijn steun en hulp. Maar Dedecker is ook de man die daarbij zelf toegeeft: “Natuurlijk weet ik dat ik zo mijn netwerk opbouw.” En afbreekt, getuige de wijze waarop hij Johan Museeuw dwong tot een publieke bekentenis over zijn dopinggebruik. Met Museeuw komt het nooit meer goed. Met Wouter Vandenhaute evenmin. Met Patrick Lefevere al helemaal niet. De mensen die door het vuur gaan voor Jean-Marie Dedecker zijn niet op één hand te tellen. Zij die hem haten, niet op twee.En zo gaat blijft het maar doorgaan, ook in de politiek. Jean-Marie Dedecker is de naamgever van een partij die zich à la Fortuyn profileert als liberaal, zelfs libertarisch, maar ook als populistisch én die straks in twee van de vijf Vlaamse provincies een academicus als lijsttrekker uitspeelt. De man die, zoals recentelijk werd opgerakeld in het schandaalboekje De Buffel, ooit slaags geraakte met een atleet. Maar dat is dezelfde man die door zijn naaste vrienden, zoals Rudi De Kerpel, wordt geprezen om zijn charme, zijn warmte, zijn menselijkheid, zijn zachtaardige inborst. Welke van al die Jean-Maries is nu de echte Dedecker?

Die schizofrenie sloeg ook de voorbije weken in alle hevigheid toe. Neem vrijdagmiddag 16 april, als ‘de bom’ barst en bekend raakt dat Jean-Marie Dedecker een privédetective heeft ingeschakeld. Om een financiële constructie achter de sale-and-lease-back van het gerechtsgebouw van Veurne te onderzoeken en en passant de handel en wandel van de familie De Gucht na te vlooien. Karel De Gucht heeft het over ‘Gestapopraktijken’. Dedecker slaat meteen terug. ’s Avonds, in Terzake, is hij cassanter dan ooit. Hij speelt magistraal judo: de aanval van de tegenstander pareren en scoren in de tegenaanval. Niet Jean-Marie Dedecker, maar het interviewduo Emmanuel Rottey en Kathleen Cools ziet alle hoeken van de kamer. “U vindt het waarschijnlijk normaal dat gerechtsgebouwen verkocht worden met sales-and-lease-backoperaties. Ik niet”, bijt Dedecker hen toe. “Het was zijn plicht” om specialisten in te schakelen, eventueel een privédetective, en met zijn geld doet hij wat hij wil. Die avond geeft hij geen krimp.De weerbots komt wel de dagen nadien, maar dan in privékring. De hem volledig toegewijde Rudi De Kerpel raadde hem aan “eens goed te slapen, zijn gsm uit te zetten en met zijn kleinkind op het strand te wandelen”. Woensdagavond, als hij verneemt dat LDD door de overloperij van Dirk Vijnck naar Open Vld een groot deel van zijn parlementaire dotatie kwijt is, stort Dedecker in. Dan wil hij stoppen met politiek, dan moeten familieleden en vertrouwelingen op hem inpraten. Zijn zoon Dimitri, zijn broer Luc, zijn medestander Pol Vanhie, de ex-burgemeester van Ledegem, zijn medewerkster Christine en Jan Van Brussel, en Maarten Michielsen, de door Het Laatste Nieuws ontslagen sportjournalist. Vijf mannen en één vrouw om één Jean-Marie omhoog te krikken.Het wordt stilaan een gewoonte. Na zijn liquidatie bij Open Vld, daags na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006, bezocht hij al de diepste krochten van de menselijke wanhoop. Zijn ex-buddy Bart Tommelein: “Ik herinner me nog dat interview met De Gucht in De Morgen, in mei 2005, toen die zei dat Dedecker uit de VLD moest en Dedecker hard terugstampte. Ik zie hem nog zitten bij hem thuis, met peignoir en sloffen. Hij was totaal ontmoedigd, herhaalde keer op keer dat hij een flater had begaan. Ik heb toen tot een gat in de nacht bij hem gezeten om hem te overtuigen om niet met de politiek te stoppen. En tot op de dag van vandaag weet ik niet of dat gespeeld was of niet. Maar zo zit Dedecker ineen: als het even slecht gaat, is hij zwaar depressief.”Toen de N-VA hem een paar maanden later liet vallen om het kartel met CD&V te redden, was hij opnieuw een psychisch wrak. Toen het in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 2007 onzeker was of LDD kans op slagen maakte, dacht hij meermaals aan stoppen, alles achterlaten: “Ik verhuis naar Spanje.” Zijn zoon Dimitri Dedecker geeft dat ook toe: “Het is zeker zo dat hij vaak in een diepe put belandt. Ik weet dat hij op dit moment weinig slaapt. Het is een mengeling van pure colère en zich niet goed voelen. Ik durf er geld op in te zetten dat, als hij ooit zijn politieke carrière beëindigt het in een dieptepunt zal zijn. Maar nu geloof ik hem niet als hij zegt dat hij zal stoppen. Ik heb de voorbije maanden vier keer een sms van hem gekregen met de melding dat hij ermee ophoudt. Vier keer. (lachje) Ik heb hem dan maar geantwoord dat hij er ook op 8 juni mee kan ophouden.”Jean-Marie Dedecker zelf omschrijft zijn eigen gemoedstoestand soms als “Himmelhoch jauchzend, zu Tode betrübt”. Die mooie woorden zijn natuurlijk niet zijn eigen makelij. Ze komen van Goethe. Ze gelden trouwens als de ultieme omschrijving van het ‘manisch-depressieve gevoel’. Dat aspect zit er bij Jean-Marie Dedecker zeker in. Alsof zijn dubbele voornaam ook staat voor een gespleten persoonlijkheid. Voor een meanderende politieke lijn, aan beide kanten ver voorbij de links-rechtsgrens. Een intimus: “Zonder enige twijfel is Jean-Marie iemand van grote hoogten en lage laagten. Dat is een familetrek: zijn vader en broer hebben dat ook. Mogelijk is het genetisch bepaald.”Zijn broer Luc Dedecker: “Ik geloof hem nooit als hij zegt dat hij stopt met de politiek. Zoals ik hem ken, gaat Jean-Marie door tot zijn laatste snik. Ik denk dat hij zichzelf niet ernstig neemt als hij weer eens zegt het weer eens voor bekeken te houden. Maar misschien speelt dan ook wel een beetje de leeftijd. Hij wordt wat ouder en heeft wat minder energie. Zijn gezondheid is nu eenmaal niet goed. Al die jaren van topsport hebben hun tol geëist.”

Het hoge woord is eruit: de gezondheid. In een partij die zich optrekt aan één persoon is de fysieke paraatheid van dat unicum ook de politieke achilleshiel. Sinds ‘Rossem’ is het niet meer voorgekomen dat één politicus zozeer geïdentificeerd werd met een hele partij. Dat levert natuurlijk voordelen op. De herkenbaarheid van de naam. De absolute ‘personificatie’ van de politiek. De truc dat LDD straks in elke provincie ‘Dedecker’ als lijsttrekker heeft - de echte lijsttrekkers zijn een soort caretakers voor een troon die overal door dezelfde man bezet wordt. Bij de Kamerverkiezingen van 2007 werkte die formule wonderwel. Zo raakte de illustere onbekende arbeider Dirk Vijnck verkozen in Vlaams-Brabant, of ‘zaakvoerder’ Rob Van de Velde in Antwerpen. Gewoon omdat ‘Dedecker’ zo’n sterk merk is.Maar met toppolitici is het zoals met topvoetballers: als er een vedette geveld wordt door een zware blessure is de voetbalclub prompt haar kapitaal kwijt. Bij LDD moet dat letterlijk genomen worden. Dedecker reist regelmatig naar Milaan af. Daar laat hij zich medisch onderzoeken door zijn oude vriend Jean-Pierre Meersman, hoofd van de medische staf van AC Milan. En zo hoort hij weer wat van de sport.Maar die discrete bezoeken aan Milaan tonen wel dat het lijfsbehoud van Jean-Marie Dedecker voor zijn partij meteen een politiek thema is. Vandaar zijn auto met chauffeur, genaamd Ignace. Niet omdat Dedecker gelyncht zou worden indien hij (veel) te snel zou rijden, of indien hij met één glaasje op betrapt zou worden. Voor een socialist als Flor Koninckx is dat dodelijk: die prijkte bijvoorbeeld weken in Humo. Niet in ‘Humo sprak met’, maar in ‘Uitlaat’, ‘Het gat van de wereld’ of andere beenharde satire: Flor met rode neus, Flor met glaasje bier, Santé Flor. Wegens één keer een te hoog promille. LDD’er Luc Beaucourt liet zich flitsen toen hij aan 170 per uur over de autosnelweg reed - vloog. U weet wel, de urgentiearts Beaucourt, de man die voor elke schijf van 5 kilometer te snel een andere lijfstraf zou bedenken. Goed: die Beaucourt is betrapt en zal zijn boete betalen, maar hier geen publieke verontwaardiging zoals bij Koninckx. Een LDD’er komt ermee weg, want LDD-kiezers vinden te hoge snelheid absoluut geen punt, zeker niet ’s nachts op een autosnelweg.Dat Dedecker een auto met chauffeur heeft, is dus in de eerste plaats een zaak van fysieke zelfbescherming. Met een chauffeur kan hij ongestoord werken, slapen en bellen. Immers: zonder Dedecker geen LDD.Al lokt dat statussymbool ook kritiek uit. Natuurlijk bij politieke tegenstrevers, zijn vroegere ‘vrienden’ bij de Open Vld. Bart Tommelein “Dedecker stampt graag tegen het establishment, maar tegelijkertijd wil hij zo graag tot het establishment behoren. Neem het belang dat hij hecht aan zijn P-plaat. Ik weet dat hij het vervelend vond om van de Senaat naar de Kamer te verhuizen, omdat hij daardoor een hoger nummer op zijn nummerplaat kreeg. Nu hij zijn fractiestatuut verliest in de Kamer verliest hij zijn chauffeur. Dat steekt.”Dat is een uitleg die tot grote woede leidt bij de clan-Dedecker. Broer Luc: “Dit soort beschuldigingen kwetst hem echt wel. Veel meer dan het verwijt van populisme. Dat vindt hij zelfs een geuzennaam: ‘Hij die opkomt voor het volk.’ Maar het verwijt dat hij een auto met chauffeur o zo graag wil, gewoon om deel uit te maken van het establishment, daar kan hij niet mee om. Ik weet wel dat Jean-Marie in het diepst van zijn gedachten minister van Sport wil zijn, en ik ben ervan overtuigd dat hij dat goed zou doen. Dat is echter niet zomaar om tot het establishment te behoren. Hij wil gewoon zijn ideeën kunnen uitvoeren.”

Het uitvoeren van ideeën: dat staat haaks op de notie van ‘keiharde oppositiepartij’ en die reputatie heeft Lijst Dedecker toch wel opgebouwd. En wellicht is het ook de drive van een groot deel van het electoraat. “Jean-Marie heeft een groot gevoel voor rechtvaardigheid”, zegt Rudi De Kerpel, maar wellicht moet dat zijn: “een groot gevoel voor onrechtvaardigheid”. LDD’ers, (potentiële) LDD-kiezers en de heer DD hemzelve: ze steken de middenvinger op naar de machthebbers, ‘de dikken’. Weze het prins Laurent, de Fortistop, de cabinetards van Fientje Moerman: in zijn eerste LDD-jaren verzamelde Dedecker scalpen als een Sioux in de gloriejaren van Sitting Bull.Jean-Marie Dedecker doet ook wat zijn achterban en zijn publiek van hem verwachten. Hij is de Black & Decker van de Wetstraat: geen muur zo dik of hij boort erdoor, tot hij in de ‘achterkamertjes van de macht’ raakt en bovenhaalt wat daarachter ligt. Hij is de oppositieman pur sang.Ideeën uitvoeren, dat was wel mogelijk toen Jean-Marie Dedecker nog lid was van Open Vld, destijds de grootste partij van de meerderheid. Mettertijd werd Dedecker een behoorlijk succesvol liberaal politicus. Hij was in december 2004 de voornaamste opponent van Bart Somers in de strijd om het VLD-voorzitterschap. Hoewel die laatste de steun had van de verzamelde partijtop raakt Somers met de hakken over de sloot verkozen. In het voorjaar van 2006 verscheen Dedeckers boek Rechts voor de raap, waarvan er dertigduizend exemplaren over de toonbank gingen. Het is een all-time record voor een boek van een politicus, met verkoopcijfers die zelfs die van het Kookboek van Steve Stevaert deden verbleken. Een fenomeen. En dat zinde de partijtop niet.Dedecker zelf wijt dat nog altijd aan jaloezie. Hij hoorde niet tot het gremium van de partij en toen hij zich op eigen kracht opwerkte tot een politicus die incontournable zou zijn, werkten de gevestigde machten hem buiten. Dat deden ze met de hulp van jongens die hij als zijn ‘copains’ beschouwde, die andere West-Vlamingen Vincent Van Quickenborne en Bart Tommelein. De eerste is nu minister, de tweede fractieleider en straks misschien minister. Voor Dedecker zijn dat evenveel bewijzen van ‘bloedgeld’, zilverlingen voor de judassen van dienst.Maar het echte verhaal is niet zo eenvoudig. Sinds Verhofstadt premier werd van paars(-groen) en de christendemocraten in de oppositie zaten, zijn twee lijnen door elkaar gelopen. Eén: de uitgesproken ambitie van Karel De Gucht om de VLD te verruimen tot de nieuwe ‘volkspartij’ van Vlaanderen. En inderdaad werden de liberalen in bredere kring ‘sexy’ of op zijn minst aanvaardbaar.Maar twee, daarvoor werd een prijs betaald. De verruiming verliep parallel met het onvermogen om om te gaan met een ‘donkerblauwe’ vleugel, die evenwel last had van enige bruine uitslag. Het ging dus niet alleen om een strategisch, maar ook om een steeds duidelijker ideologisch meningsverschil. Vooral klassieke liberalen zoals Herman De Croo waren het beu dat er een vleugel was die zich steeds rechtser opstelde. Terugkerende wrijvingspunten met de partijtop was alles wat verband hield met VB-achtige thema’s: cordon sanitaire, stemrecht voor allochtonen, veiligheid. Zeker na 9/11 waren de zenuwen extra gespannen. Toen Jean-Marie Dedecker last kreeg met de partijtop was hij geen geïsoleerd geval. Leo Govaerts, Ward Beysen en Hugo Coveliers waren allen buiten gewerkt. Zelfs Dedeckers intieme aartsvijand Karel De Gucht had zijn eigen hoofd in 2003/2004 bijna in de guillotine gestoken. Ook hier was het onderwerp: stemrecht.De ‘val’ van Dedecker was dus niet alleen persoonlijk, maar ook politiek. Ook omdat Dedecker op ramkoers zat met de partijleiding en zich rond zijn persoon een rechtsere ‘tendens’ begon uit te kristalliseren.En ineens ging het snel. Op de verkiezingsavond van 8 oktober 2006 was het liberale ordewoord ‘En nu de rangen sluiten’. De eerst die nog zou piepen, vloog eruit. De val voor Dedecker lag open en hij trapte erin. Het was sterker dan hemzelf, maar Dedecker kon het niet nalaten in Terzake een ruzie met zijn stadsgenoot Bart Tommelein publiek uit te vechten. Zijn lot was bezegeld.Het einde van een politieke carrière, zo leek het. Dat werd hem in het tv-programma Morgen beter ook ingepeperd door een krantenjournalist. Het was geen zout meer, maar een half vat pekel dat bij Dedecker in de wonde werd gewreven: dat iemand zonder partij ook geen toekomst heeft in het parlement en dus in ‘de politiek’. Dat hij een eenmanslijst kon proberen, maar dat zulks electorale zelfmoord is. Dedecker was verdronken in de Noordzee.

Maar sinds de Nero-albums weten we dat bij ontij ‘kapitein Oliepul’ opduikt, om drenkelingen aan boord van met zijn sleepboot His Majesty Pull te trekken. In het geval van Dedecker luisterde Oliepul naar de naam Actua-tv. De bescheiden nieuwszender van journalist Ludwig Verduyn (ex-Financieel Economische Tijd, ex-De Morgen) gebruikte de ex-judocoach al in zijn VLD-jaren als vaste gast in het praatprogramma Actua Sport. “En we zagen niet in waarom we met onze sportprogramma’s zouden moeten stoppen, alleen omdat Dedecker in onmin was geraakt met de VLD”, zegt Jules Hanot, Dedeckers gastheer en sparringpartner in Actua Sport. Dat wekelijkse praatje bleek Dedeckers politieke zuurstofbel. Hanot: “Ook al hielden we hem consequent weg van politieke onderwerpen, op Anciauxs sportbeleid na, toch deed Dedecker zichzelf geen kwaad met zijn sportbabbels. Hij spreekt namelijk met kennis van zaken én met passie en de kijker merkt dat. En ook al bestond Lijst Dedecker nog niet, zijn drive inzake sport is wel parallel aan zijn visie op politiek. Hij is tegen de bobo’s, hij wil ontmaskeren en blootleggen, hij plaatst bondscoaches voor hun verantwoordelijkheid en hij doet dat in alle duidelijkheid. Zodra hij zijn lijn gekozen heeft, gaat hij onverbiddelijk door.” En hij flirt soms met de waarheid. De beruchte dopingbeschuldiging, die hem tegenover Tom Boonen en Patrick Lefevere in de rechtszaal bracht, vond ook zijn oorsprong in een interview met Actua-tv.Sport als metafoor van de samenleving en ook van de politiek.

De creatie van LDD was een gouden greep, achteraf gezien. Door de naam was Jean-Marie Dedecker de facto nationaal lijsttrekker en dat in alle provincies. En niet in de Senaat, waar Leterme, Verhofstadt en Vande Lanotte hun titanenstrijd uitvochten. Wel op alle mogelijke Kamerlijsten. Overal konden kiezers op Jean-Marie Dedecker stemmen. En dat deden ze dus. Hij was een eenmanspartij met verschillende verkozenen.Het was een succes. Maar het was ook het begin van veel problemen. Zoals met Dirk Vijnck, de lijsttrekker van Vlaams-Brabant die overstapte naar Open Vld, waardoor LDD in de Kamer haar toelagen verliest. Is de relatie tussen Vijnck en Dedecker dan zo slecht? Niet echt. Dedecker: “De opstart was een helse bezigheid. Ik kende nauwelijks de mensen die overal voor LDD opkwamen, maar dat was het punt niet. Het enige wat telde, was dat we volwaardige lijsten konden indienen. En intussen moest ik overal brandjes blussen. Zoals in Vlaams-Brabant, waar er ruzie was om het lijsttrekkerschap. Ik reis naar de enige plaats in Leuven die ik ken: Café Thierbrau. Daar is het een gekrakeel van ik kan niet meer. Ik zeg: ‘Wie lijsttrekkerDedecker en zijn vaste vrienden weten dat ze met een zootje ongeregeld naar de oorlog zijn gegaan. Het kan hen niet deren, want de relaties in de inner circle van LDD zijn redelijk goed. In zekere zin zijn het ook lotgenoten. Neem Ignace Rodenbach, de chauffeur van Dedecker. Zijn vertrouwensman ook. Een heer van stand, zo ziet hij eruit en dat is hij ook wel. Een voormalig kaderlid bij een West-Vlaams textielbedrijf, dat evenwel op de fles ging toen een beruchte zakenadvocaat zich met dat bedrijf ‘bezighield’ en vooral subsidies afwendde. Sindsdien heeft Ignace het wel gehad met die hoge heren, die ondoorzichtige geldstromen van de overheid, die zo makkelijk een prooi zijn voor zakkenvullers, zo vaak niet terechtkomen waar ze moeten zijn.Of neem Dedeckers vriend en vertrouwensman Rudi De Kerpel. Een veertiger uit Lochristi, die zijn zaak voor tuinbenodigdheden uitbouwde tot een succesvolle kmo. Ooit was De Kerpel bezig aan een loopbaan bij de VLD. In zijn eetkamer vond de eerste ontmoeting tussen Dedecker en Verhofstadt plaats en het feit dat hij nadien namens de VLD mocht zetelen in de raad van bestuur van de VRT zal daaraan niet vreemd geweest zijn. Maar De Kerpel had de euvele moed om samen met Boudewijn Bouckaert de voorzitterskandidatuur van Dedecker te steunen, dus tegen Somers in. “Een Oost-Vlaams parlementslid heeft me gewaarschuwd: ‘Rudi, doe dat niet of je carrière ligt er.’ En zo geschiedde. Meteen werd me duidelijk gemaakt dat ik niet moest hopen op een verlenging van mijn VRT-mandaat.” De Kerpel heeft het intussen gehad met de particratie. Dat zijn mannen met wie Dedecker zich spontaan verstaat: een fikse voet in het bedrijfsleven en alle politieke naïviteit kwijt. Misschien dat revanche niet het enige is wat hen drijft, maar het speelt wel mee. ‘Het systeem’ liet hen een deuk oplopen, nu zijn ze vastberaden dat systeem open te breken. Met, door en achter Jean-Marie Dedecker.En dat zich daarrond ook een paar zonderlingen verzamelden, dat zag de leiding van ‘kmo Dedecker’ als een vorm van ‘opstartkosten’. Ze wisten dat Dirk Vijnck geen genie was en ze hielpen (bewaakten) hem door hem ex-parlementslid Stef Goris als ‘medewerker’ te geven. Goris moest de parlementaire vragen controleren die Vijnck wou stellen. Meestal moest de ‘medewerker’ de volksvertegenwoordiger formeel verbieden om zijn mond open te doen.Vanwege, bijvoorbeeld, volgende ontwerpvraag, opgesteld op 21 augustus 2008, toen de olie weer in prijs steeg: “Hierbij heb ik enkele vragen aan de minister. Kan u me zeggen hoeveel liter een vat ruwe olie is? Kan u me zeggen hoeveel liter benzine dat men van een vat ruwe olie kan verwerken? Kan u me zeggen hoeveel liter diesel men kan uit een vat ruwe olie halen? Kan u me zeggen hoeveel liter stookolie men uit een vat ruwe olie kan halen?” Of Vijncks parlementaire vertaling van het ongenoegen van NMBS-reizigers. Hij wilde de minister vragen: “Hoe komt het dat tijdens de spitsuren de wc niet bruikbaar is? Waarom zijn ze buiten dienst? Kan u me vertellen hoe het komt dat de toegangsdeuren soms niet opengaan? Heb je daar een verklaring voor?”Dedecker: “We hebben hem zijn maidenspeech laten maken tijdens een nachtelijk debat over de begroting. Vijnck kreeg een papier en las af wat we er voor hem op hadden gezet. Ik ben zeker dat hij het niet begreep, maar hij las het tenminste juist voor. Waarop Van Rompuy, toen nog Kamervoorzitter, applaus vroeg voor het geachte lid dat de eerste keer het woord nam.”Het leven zoals het is bij de LDD-fractie: zo is dat dus. De Kerpel: “Ik denk wel dat de kiezer en zelfs veel andere parlementsleden best beseffen hoe we met die mensen in het federale parlement geraakt zijn. Maar ze zullen ons dat niet meer vergeven als we nog eens met zo’n fractie naar het Vlaams Parlement trekken. Daarom steken we nu alle energie in het samenstellen van zeer goede lijsten. En inderdaad, daarvoor moeten soms mensen ontgoocheld worden. Anderzijds: bij ons vechten de mensen om in het parlement te raken, elders om er niet uit te vliegen. Ik vind onze situatie comfortabeler.” Maar het zoeken gebeurt intens. In LDD-kringen gaat het verhaal dat Dedecker een vertrouwelijk gesprek had met sp.a-parlementslid Anissa Temsamani, in een villa. Dedecker zelf bevestigt noch ontkent: “Ik verraad geen mensen met wie ik praat.” Temsamani zelf bevestigt wel. Ze legt ook uit: “Ik ben slachtoffer geworden van een roddel, namelijk dat ik gesprekken zou voeren met Patrick Dewael over een overstap naar Open Vld. Dat was totaal uit de lucht gegrepen, maar je weet hoe roddels zijn: taai en onuitroeibaar. Dat komt dus blijkbaar ook LDD ter ore. Vervolgens word ik bij herhaling door LDD’ers gepolst: of ik niet eens ‘wil praten’ met Dedecker zelf. Ik heb telkens geantwoord dat ik in principe met iedereen praat, dus ook met Jean-Marie: over ideeën, over samenwerking, maar niet - niét - over een overstap. Ik ben en blijf sp.a’er. Maar omdat ik nu eenmaal niet met Dedecker kan praten in een Mechels café zonder dat de hele stad gonst, hebben we dus ergens onder vier ogen afgesproken. We spraken over politiek, maar niet over een overstap. Ik voel me goed in de sp.a. In alle eerlijkheid: dat is alles.”Met de ene worden graag gesprekken gevoerd, met anderen dan weer liever niet. Dedecker: “Het komt er nu op aan om onze lijsten te kunnen vrijhouden van opportunisten allerhande. Dat is een fulltime dagtaak.” De Kerpel: “Het slechtste wat ons is overkomen, zijn die overdreven positieve peilingen. Die wekken naar buiten te veel verwachting en brengen intern sommige mensen het hoofd op hol. Ik had liever een situatie waarin het gemakkelijke zou zijn de voetjes op de grond te houden.” Maar in plaats van de rust te bewaren, ontaardt het debat over de lijstsamenstelling her en der in een openlijke burgeroorlog. In Oost-Vlaanderen brak Walter Govaert, de populaire burgemeester van Wetteren, met LDD. Dedecker: “Tja. Hij stelde zijn veto tegen Boudewijn Bouckaert. Wat moet je dan doen?” De Kerpel: “Als je bij andere partijen van je neus maakt bij de lijstvorming zeggen ze: ‘Zwijg, of we nemen je dit of dat mandaat af.’ In ons geval lopen ze naar de pers en krijgen wij last, niet de ontevreden sujetten.”

En zo krijgt LDD ruzie, niet omdat de ondergang dreigt, maar omdat de goudkoorts toeslaat. Conquistadores die gek worden van de uitgestalde rijkdom. En daarboven dus een kolonel die manu militari orde op zaken moet stellen. Jean-Marie Dedecker: “Het is niet omdat mensen het behoorlijk doen als provinciaal voorzitter dat ze daarom ook geschikt zijn voor een parlement. Dat heeft niets met BV-schap te maken, maar met capaciteiten. Lode Vereeck is een hoogleraar van de Universiteit van Hasselt: als die in het parlement geraakt, is dat een meerwaarde voor LDD, maar ook voor het niveau van de hele assemblee. En dat een provinciaal voorzitter dan gefrustreerd is en prompt uit LDD stapt, is dan een beetje vervelend.” Vervelend is een understatement. Jo Claus, de provinciaal voorzitter van Oost-Vlaanderen, doet één foute uitspraak en vliegt uit de partij. Dan heb je de negatieve pers alleen natuurlijk aan jezelf te wijten. Dedecker zegt verongelijkt dat dat komt “omdat hij erachter kwam dat de man zijn telefonisch gesprek aftapte en op band zette”, maar zo’n argument is niet echt overtuigend uit de mond van een man die zelf privédetectives inschakelt. De Kerpel is nuchterder: “We hadden het hoofd koel moeten houden. De pech was dat Jean-Marie door omstandigheden veel te impulsief reageerde. Dat is natuurlijk niet goed. Hadden we de zaak rustig intern uitgepraat, dan was alles opgelost met een gezamenlijk communiqué. Het is een fout van alle betrokkenen. Ik beschouw het als leergeld.”Critici van LDD zeggen: als een belasting op vervuiling van het politieke debat. Dedecker predikt free speech, maar blijkbaar is hij in eigen partij een zonnekoning die geen kritiek duldt, laat staan oppositie. Overal waar hij komt, is er ruzie. Want ook al is het boekje De Buffel bepaald geen neutraal of objectief verslag van ’s mans activiteiten en zijn verleden, het is wel een volledige catalogus van alle schandalen waarin zijn naam al is gevallen, alle ruzies waarin hij al betrokken is geraakt. En zelfs als de dikke helft van de aangehaalde feiten níét juist zou zijn, of overtrokken, zoals Jean-Marie Dedecker beweert, dan nog is zijn carrière er een van een man die onmin zaait en van de controverse leeft. Een Open Vld’er: “Bij hem primeert het scandalitis, terwijl hij zelf alles behalve zuiver op de graat is. Ik herinner me nog goed hoe hij aan een of ander parlementair snoepreisje naar India had deelgenomen, niet zo anders als het bezoek van Happart en die andere Waalse parlementariërs aan de VS tijdens de paasvakantie. Achteraf kwam hij opscheppen hoe luxueus de hotels waren en hoe fijn het is om in businessclass te reizen.” Nog een ex-partijgenoot: “Hij heeft een januskop: hij kiest voor de aanval en als dat niet lukt schakelt hij meteen over op de verdediging en sluit hij zichzelf op in zijn calimeropositie. En zo emotioneel en impulsief is dat niet, het is allemaal redelijk berekend. In 99 procent van de gevallen weet Dedecker hoever hij te ver kan gaan. Dat andere ene procent is dan wel altijd goed raak. Dan smokkelt hij journalisten bij Dutroux binnen of zet hij een privédetective op De Gucht. Wellicht past het imago van een rebel in maatpak hem erg goed, maar ik weet zeker dat Dedecker zich snel aan het pluche zou conformeren als hij ooit mag deelnemen aan de macht. Spijtig voor hem heeft hij zich onmogelijk gemaakt toen zijn gebruik van een privédetective uitlekte.”Dat laatste verraste ook zijn intimi. De Kerpel: “Jean-Marie heeft gezegd dat hij tot de grens is gegaan, niet erover. Wel, ik hoop dat we hier een les uit trekken en die grens niet verder exploreren. Zijn broer Luc: “Ik moet eerlijk bekennen dat ik kippenvel kreeg toen ik hoorde dat hij een privédetective had ingezet. Als hij mij op voorhand om advies gevraagd had, had ik hem dat zeker afgeraden. Ik vrees dat hij zich heeft laten leiden door zijn haat tegen Karel De Gucht. Nu denk ik: had hij echt veel andere middelen dan een privédetective? Ik denk het niet.” Zoon Dimitri: “Ik zou mijn vader als een straatvechter omschrijven. Als dat betekent dat hij privédetectives inzet, is dat pejoratief. Ik was daar echt boos om. Want dan kunnen politiek-correcte linksen als jullie weer schrijven dat zijn corebusiness ‘drek’ is. Maar ik bedoel het eigenlijk niet pejoratief. Want hij kan zich ook in een dossier vastbijten dat je er je hoed voor afneemt. De Fortiscommissie is daar een voorbeeld van.”Dedecker zelf is razend als men hem beticht van het exploiteren van andermans privéleven. “Toen Jurgen Verstrepen zijn overigens zeer interessante boekje Zwart op Wit schreef, heb ik hem vierkant de waarheid verteld over die pagina’s waarop hij meent te moeten uitweiden over het privéleven van Marie-Rose Morel. En dat was géén vriendelijk gesprek.”

En zo is Jean-Marie Dedecker vertrokken voor wat wellicht de belangrijkste verkiezing voor zijn partij wordt. Ofwel slaagt hij erin de verwachtingen te beantwoorden, en dan is de kans groot dat LDD levensvatbaar blijft. Ofwel faalt hij en dan dreigt een uitgerekte variant van het Rossemscenario, waar een eenmanspartij uiteenviel in evenveel ruziënde fracties als er Rossemparlementsleden waren. Dedecker: “De grens is duidelijk: die ligt op 10 procent. Als we die halen, zijn we geslaagd. Als we die niet halen, weten de andere partijen dat ze niet echt bang moeten zijn voor ons. Dan hebben we een probleem.” Maar ook zonder electorale debacle worden de komende maanden en jaren cruciaal. Zoon Dimitri Dedecker: “Mijn vader wijkt niet makkelijk, maar hij kan wel respect opbrengen voor mensen die hem tegenspreken. Binnen de partij moeten er meer mensen komen die dat doen. Ik denk aan een Lode Vereeck of een Monique Denhaen. Maar dat is niet genoeg. Dat zou de redding zijn van de partij en van mijn vader. Dan kan LDD eindelijk een partij worden die zijn persoon overstijgt.” Rudi De Kerpel: “Misschien moeten we van naam veranderen. Nu zijn we er nog niet klaar voor. Nu is Jean-Marie Dedecker nog instrumenteel: hij moet ons nog door deze verkiezing halen. Maar nadien mag hij gerust kiezen waar zijn eigen toekomst ligt, eventueel een stapje terugzetten. Het komt er uiteindelijk vooral op aan wat we met de erfenis van onze stichter doen. Het ANC kon ook vooruit zonder Nelson Mandela. En omgekeerd is de sp.a nog altijd in verwarring welke koers ze moet varen zonder Steve Stevaert.”Over zijn toekomst houdt Jean-Marie Dedecker de lippen op elkaar. Tot 7 juni telt alleen het heden. Nog niet piekeren over morgen. En niet meer lastiggevallen worden met vervelende verhalen van gisteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234