Zondag 01/11/2020

Je wordt bedot en dat weet je'

Beïnvloedbaar. Zoekend. "Hermans heeft het vaak over zijn 'overgevoelige natuur' gehad. Zo was en ben ik ook makkelijk onder de indruk. Ik volgde de mannen.

"Mijn laatste literaire boek had ik gelezen toen ik 16 was, ergens een dunne detective dan nog, die we voor Duits moesten lezen. Pas toen ik afgestudeerd was en als sales manager veel in Engelse hotels overnachtte, was er een vriend die me wat boeken in mijn handen had gestopt. En dan, het moment valt niet anders te beschrijven, de epifanie: het moment waarop alles betekenis kreeg, een kantelmoment. Zo voelde De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans aan. Velen lezen dat als ze 15 of 16 zijn, ik was 22 of 23. Maar dat boek heeft me doen beslissen schrijver te worden. De vraag is: kan dat? Kun je schrijver worden? Misschien was ik altijd al een schrijver. Maar misschien was ik ook een goeie bioloog geworden. Ik weet het niet. Het is gelopen zoals het gelopen is. Het leven als schakelketting van het toeval, zie Paul Auster. Ik had graag trompet willen kunnen spelen, ik ben jaloers op schilders. Maar dat is er niet van gekomen."

Aanstellerij

Heel eenvoudig: trompet en penseel kwamen niet op zijn weg. Zijn ouders werkten in de fabriek, het enige boekwerk thuis was de rode, aanvulbare, Standaard Encyclopedie. "Ik ben opgegroeid met Sissy, Derrick en The Dukes of Hazard." Ook wel met strips als Jommeke, Suske en Wiske, De Rode Ridder, soms met Piet Pienter en Bert Bibber. Zou hij dat een oppervlakkige jeugd noemen? "Misschien was die jeugd wel een voorwaarde om schrijver te worden. Stel dat mijn ouders een universitair diploma hadden gehaald en ik toegang had gehad tot al die domeinen, dan was ik het allicht niet geworden. Al dat zoeken, die misstappen, de onzekerheden, de aanstellerij: een noodzakelijk kwaad. Maar toen ik Hermans las, wist ik het met grote overtuiging. Met een zekere overmoed heb ik ontslag genomen en ben ik als een krankzinnige beginnen schrijven over mijn leven. Zowel dat leven als het proza was oninteressant. De titel was Wachten op de vorst, niemand heeft het ooit gelezen, ik heb het verbrand. Ik weet nog dat ik alle vocabulaire gebruikte die ik had. Het was een tenenkrullende show van adjectieven."

Het is wat je weleens vaker hoort van schrijvers: bewondering zorgt voor foute kopieerzucht. Bij Terrin, de beïnvloedbare jongen toch, gebeurde dat ook. "Voordien was mijn grootvader de man naar wie ik het meest opkeek. Omdat hij zo streng was. Hij was een gepensioneerde magazijnier, maar hij schoor zich elke dag, deed elke dag een pak aan en een stropdas en ik zie hem nog in de spiegel Pétrole Hahn door zijn haar kammen. Zwijgzaam en nors las hij de hele dag mijn intiemste gedachten. Hermans nam ik als een soort surrogaat-grootvader over. Hem lezen was een gevoel van thuiskomen. Hij zag de wereld zoals ik die zag. Hij schreef met bijna wetenschappelijke precisie. Hard, mechanisch, scharnierend in de komma's en niettemin met een aangrijpend mededogen. Bovendien vond ik De donkere kamer van Damokles erg spannend, een van de allerbeste oorlogsboeken.

"Het is ongetwijfeld het enige boek dat zo'n rol in mijn leven gespeeld heeft. Had ik op dat moment, met alle respect, een roman van Aster Berkhof gelezen, was ik waarschijnlijk verkoper gebleven. Maar na Hermans wist ik: vanaf nu is alles anders. Die invloed is aanwijsbaar. Zonder dat boek hadden we hier nu vandaag niet gezeten. Het kwam gewoon allemaal samen. Ik was doodongelukkig, ik wist dat ik in het verkeerde leven zat en plots was er die nooduitgang. Die heb ik genomen.

"Ik heb het boek ondertussen herlezen en misschien is het niet zijn beste boek. De God Denkbaar - Denkbaar de God(een roman uit 1956, RVP) vind ik bijvoorbeeld prachtig. Surrealistisch en toch helder, beelden als Dalí. Maar ook dat... Je wordt natuurlijk ouder. Stel dat dat mijn eerste Hermans was geweest... Er is een leeftijd voor alles."

Een boek als wat Henri Cartier-Bresson 'le moment décisif' noemde dus. Allesveranderend en allesbepalend. De job opgegeven, en dan zeven jaar schrijven. Weliswaar in halftijdse combinatie met jobs in de horeca. Als een krankzinnige dus. "Al mijn jobs stonden in het teken van overleven en schrijven."

En dan komt schrijver en boek twee in zicht. "Op de BBC zag ik een portret van Raymond Carver, heel indrukwekkend en ik ben zijn verhalen in Collected Stories gaan lezen. Ik dacht: oké Peter, begin met korte verhalen. Om economische redenen. Mislukt het, dan ben je twee maanden kwijt. Mislukt een roman, dan ben je twee jaar kwijt. Ik verplichtte mezelf wel om van Carver hooguit één verhaal per maand te lezen. Van hem leerde ik te balanceren. Dat wat ik vertelde net zo belangrijk is als wat ik niet vertelde."

"Hermans heeft me doen schrijven, maar hij was onbereikbaar en geniaal. Carver leerde me te schrijven over de wereld die ik kende. Over mensen uit de fabriek bijvoorbeeld. Dat je daar literatuur van kon maken als je het maar juist vertelde.In zes jaar heb ik toen een vijftigtal verhalen geschreven.

Uiteindelijk heb ik 'Fiji' ingestuurd voor twee wedstrijden, uitgeschreven door De Brakke Hond en Zulma. En ik herinner me het nog heel goed. Ik had de hele ochtend met een bestelwagen warme maaltijden rondgebracht bij junks en bejaarden en mensen die van het OCMW leefden en de hele tijd zat ik met 'New York' van Frank Sinatra in mijn hoofd. 'Start spreading the news...' Toen ik thuiskwam, zag ik een envelop liggen, mijn verhaal was het beste van pakweg 120. Dat was het moment: ik was nu echt een schrijver. Want je kan nog honderd boeken schrijven, je hebt toch een legitimatie nodig." Uitgeverij LJ Veen bundelde uiteindelijk een selectie van die eerste verhalen tot De code, zijn debuut in 1998.

Wonderbaarlijke ervaring

"Carver is de man van het ijsbergprincipe. Hij toont een stukje, de rest blijft onder water. Er zit zoveel achter wat je wel te lezen krijgt, een enorme spanning en gelaagdheid en noodzakelijkheid. Veel schrijvers blijven aan de oppervlakte, maar bij Carver voel je gewoon de moed en de durf om de rest van de ijsberg niet te tonen. Zo wordt het literatuur, terwijl het anders vaak melodramatisch zou worden. Je proeft even van het raadsel, het beroert je, en dan word je weer alleen achtergelaten. Ik vond het een wonderbaarlijke ervaring. Ik denk dat mijn debuut zwaar beïnvloed is door Carver.

"Schrijven is een geleidelijk en organisch proces dat moeilijk te achterhalen is. Maar ik weet zeker dat goede boeken lezen je DNA verandert en je DNA maakt uiteindelijk wie je bent. Het allerbelangrijkste vind ik de toon. Die hoor je op de eerste pagina. Een olifantenjacht of een psychologisch drama, het maakt niet uit: het gaat om de toon. Zo wil ik aangesproken worden."

Er komt een duo langs: Kaas van Willem Elsschot en Zijde van Alessandro Baricco, twee korte romans. Een trucje van de schrijver om het lijstje uit te breiden.

Over Kaas: "Als ex-handelsreiziger was het een feest van herkenning. Laarmans is vertegenwoordiger voor België en het Groothertogdom Luxemburg, alleen dat al vind ik fantastisch, zijn titel. Hij is nooit aan het werk, eeuwig aan het voorbereiden. Elsschots toon heeft een vederlichte ironie, die niet alleen grappig is maar ook tragisch. Zo invoelbaar. Ik vind Elsschot zonder meer de belangrijkste Vlaamse schrijver. Een prachtig uitgepuurd oeuvre."

Over Zijde, dan: "Ik heb dat boek ondertussen een paar keer gelezen en je hebt nooit het gevoel dat het maar honderd bladzijden is. Literatuur draait natuurlijk om illusie, het is kunstmatig, letters op papier: je wordt bedot en dat weet je. Baricco schrijft sprookjes, bevolkt door personages die enkel in zijn boeken kunnen bestaan. Maar ze zijn levensecht. Hij geeft geen zier om de befaamde 'suspension of disbelief'. Het is technisch zo begaafd, dat je hem hoe dan ook volgt en gelooft."

In 1851 schreef Herman Melville Moby Dick, een jaar of vijf terug werd Terrin verliefd op het boek dat in de Perpetua-reeks een nieuwe vertaling kreeg door Barber van de Pol. "Toen ik het las, dacht ik; je bent als schrijver nog maar net begonnen. Melville schrijft lyrisch over die walvisvangst, maar tegelijk laat hij kapitein Ahab, geobsedeerd door Moby Dick, pas op pagina 150 uit zijn hut komen. In een lezing over schrijven aan de universiteit van Delft zei Thomas Rosenboom ooit dat de held van je verhaal één doel voor ogen moet hebben. Overzichtelijk en invoelbaar voor veel mensen. Een roman is niet zoals het echte leven. Een roman heeft die rode draad nodig en als die er is, kun je breed gaan. Moby Dick is daar een schitterend voorbeeld van. Als jonge schrijver zoek je zekerheid in dogma's: literatuur moet zus en zo zijn. Ouder worden heeft me geleerd dat net in de roman alles toegestaan is."

Precisie

Terrin wil er nog een laatste duo aan toevoegen. Het gaat om De vreemdeling van Albert Camus en Dat wat overblijft van Tom McCarthy. Opnieuw valt het woord jaloers. "Het zijn boeken waarvan ik denk: verdomme, dat is mijn materiaal, dat had ik moeten schrijven.

"Camus schreef een fenomenaal boek, opnieuw dun, een van de beste romans van de vorige eeuw. Over hoe genadeloos iemand veroordeeld wordt. Niet voor wat hij doet, de moord op een Arabier, maar voor wat hij niet doet. Meursault huilt niet op de begrafenis van zijn moeder en de dag nadien gaat hij zwemmen met een meisje en naar de bioscoop. Hij heeft geen behoefte aan de goedkeuring van God. Het verhaal legt pijnlijk bloot dat we niet om kunnen met mensen die niet kunnen liegen. Als je niet kan liegen, word je niet geloofd.

"Camus schreef het zo eenvoudig, in een Frans dat ik zelfs nog kan lezen, en dat toont meteen de kracht van literatuur. Het zit niet altijd in het schouwspel, het zit wel in de precisie en de scherpte van de pen. Er is niks dodelijkers dan het op de juiste plaats zetten van een punt - een uiterst precieze uitspraak van een beroemd schrijver. Ik verzamel De vreemdeling. Elke uitgave die ik tegenkom, koop ik.

"Tom McCarthy is ten slotte nog zo'n schrijver/kunstenaar die buiten elke conventie staat. Dat wat overblijft gaat over iemand die na een ongeval aan geheugenverlies lijdt - tot daar het cliché. Maar ergens in een gebouw herkent hij in een toilet een barst in het plafond. Hij herinnert zich tegelijk pianomuziek, de kleur van dakpannen aan de overkant, de geur van gebakken lever. Vanaf dan investeert hij zijn fortuin in de meticuleuze reconstructie van die ene herinnering aan zijn eigen leven die hem nog rest. Ik kreeg er kippenvel van, een moderne klassieker - een debuut uit 2006 nota bene. Het was lang geleden dat een boek mij uit mijn slaap had gehouden."

Post mortem van Peter Terrin verscheen bij De Arbeiderspers. Onze volgende Zomergast: Joost Zwagerman.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234