Vrijdag 22/11/2019

'Je wilt toch geen rustgevend toneel maken?'

Waarom zijn vrouwen de rode draad in deze reeks? Dat is het eerste wat ter sprake komt tijdens een ontmoeting met actrices Sara De Roo en Manja Topper, respectievelijk 'gast' en 'vast' in het Nederlandse toneelgezelschap Dood Paard. Terwijl de acteurs van dat gezelschap - Gillis Biesheuvel, Kuno Bakker, Oscar van Woensel - tussen twee repetities door het avondmaal koken, is er tijd voor een gesprek. Over Titus onder andere, de bewerking door Dood Paard van Shakespeares Titus Andronicus.

De achterdocht van Topper en De Roo voor mogelijke seksisme in onze reeks Theaterfestivalgesprekken komt niet helemaal onverwacht. Zowel Dood Paard als STAN, het Vlaamse gezelschap waar De Roo deel van uitmaakt, zijn uitgesproken collectieven: iedereen regisseert zichzelf, iedereen maakt samen de voorstelling, iedereen is gelijk, punt. Het levert vaak sprankelend theater op, zoals Wie... twee jaar geleden, de eerste voorstelling van Dood Paard met De Roo. Pittig detail: Oscar van Woensel had de tekst geschreven - over een reünie van broers en zussen op de begrafenis van hun ouders. Daarbij mocht zusje De Roo het horen dat ze naar België was uitgeweken, een amusante omkering van de werkelijkheid. Maar hoe is het echt gekomen, haar eerste gastoptreden?

De Roo: "Ik geloof dat we elkaar hebben leren kennen bij De Vere, de repertoirevereniging van Discordia. Later heb ik in de Monty in Antwerpen enkele voorstellingen van Dood Paard gezien."

Was er een gevoel van herkenning? "Er zijn zeker overeenkomsten, maar spelen bij Dood Paard is ook echt wel anders. Dat heeft te maken met de mensen zelf, met de manier waarop zij dingen benoemen. Er worden ook andere keuzes gemaakt, het is toch een beetje een andere cultuur. In Wie... kwam dat sterk tot uiting. Ik had het gevoel dat ik een andere taal sprak, en dat is in het stuk verwerkt. Bij STAN hebben we ook geen schrijver in het gezelschap. Maar als we een bestaande tekst spelen, zoals Titus, is het verschil al veel minder groot."

Dood Paard werd opgericht toen de leden afstudeerden aan de toneelopleiding in Arnhem. De groepsnaam is geleend van een gedicht van Gerrit Achterberg, vertelt Topper. "We hebben lang gezocht naar een geschikte naam. Alles wat we eerst goed vonden, bleek na enkele dagen niet goed genoeg. Uiteindelijk heeft Rob de Graaf, die onze eerste productie A world of their own heeft geschreven, een dichtbundel van Achterberg genomen en titels voorgelezen. 'Dood Paard' klonk goed - het was ook een mooi gedicht. Maar het belangrijkste was dat het naar niets verwees dat al bestond."

Is de werkwijze van Dood Paard in de loop der jaren erg veranderd? Topper: "Nogal, hoewel alle elementen vanaf het begin aanwezig waren. Het eerste jaar hebben we uitsluitend met begeleiders en regisseurs gewerkt, daarna iets minder. Uiteindelijk bleek die aanpak te wringen: je kunt wel leren van iemand die je erbij haalt, maar we merkten dat een voorstelling vaak beter tot haar recht kwam als we zelf alle verantwoordelijkheid namen. We deden sowieso veel zelf, verzonnen verhalen, deden subsidieaanvragen... Als je er dan in een laat stadium iemand bijhaalt, is er eigenlijk niet zo veel ruimte meer over, tenzij die persoon die ruimte echt opeist. Maar het is een waardevolle ervaring geweest. Intussen hebben we zo'n beetje een eigen stijl ontwikkeld. Waarin we ons onderscheiden van andere gezelschappen? Goh, da's zo moeilijk... Ik zie wel enkele verschillen, maar soms komt het ook dicht bij wat anderen doen."

De Roo: "Voor mij blijft het in essentie gaan over de mensen, over het gesprek dat zij met elkaar hebben. Dat leidt soms tot verwarring, want zo ongeveer iedereen die met theater bezig is, trekt zijn eigen waarheden in twijfel, wil dingen ontdekken."

Dood Paard wordt in de Nederlandse kranten soms 'cynisch' genoemd. Topper: "Dat wordt hier en daar geschreven, ja. Ik weet het niet, ik denk dat die mensen onze voorstellingen misschien te somber of te zwart vinden. De stukken die wij spelen bieden doorgaans geen loutering of zo - ze zijn niet wat je noemt geruststellend. Sommigen interpreteren dat als cynisch, terwijl het dat helemaal niet is."

De Roo: "Het heeft ook te maken met de manier waarop je met elkaar omgaat op het podium. Je zoekt de grens op van wat je van elkaar kunt verdragen. Dat is wellicht niet comfortabel om naar te kijken, want ook wij weten op dat moment niet altijd waar we naar zoeken."

Topper: "Je wilt als acteur toch geen rustgevend toneel maken? Cynisme zou veeleer van toepassing zijn wanneer je jezelf buiten de voorstelling stelt, zonder enige betrokkenheid."

De Roo: "Je mag blijkbaar niet te veel betrokken raken in de stront van de wereld, terwijl wij iets hebben van: sorry, daar maken we met z'n allen wél deel van uit. Dat stemt niet altijd vrolijk.

"Titus bijvoorbeeld gaat over de snelheid waarmee dingen elkaar opvolgen, waardoor je het niet meer kunt verwerken. Ik vind dat heel herkenbaar. Je geraakt in zo'n stroomversnelling dat je de gebeurtenissen emotioneel niet langer kunt bijhouden."

Topper: "Er is inderdaad niet één moment van reflectie, bij welk personage ook. Iedereen gaat maar door, het wordt steeds erger. Op het laatste is er dan een soort schijnoplossing, nadat er al zo veel moorden zijn geweest. Maar ook dat is alleen maar een aanzet tot nog meer gruwelen. Zo begint de nieuwe keizer gelijk met een monoloog die barst van wraakgevoelens: iemand mag niet begraven worden; een ander moet worden ingegraven, ten prooi aan wilde dieren... En toch: het heeft ook iets grappigs, dat stuk. Het is zo buiten alle proporties dat het ook wel geestig wordt, vind ik. De structuur van de tekst maakt in dit verband ook veel mogelijk: Titus Andronicus is waarschijnlijk het eerste stuk van Shakespeare en bestaat uit een ruwe opeenvolging van tekstbrokken. Dat karakter proberen we te bewaren door verschillende speelstijlen uit te proberen." Titus is niet het soort voorstelling dat je als acteur leeg en uitgeput achterlaat? Topper: "Helemaal niet. Als je je amuseert is het toch niet zwaar?"

De Roo: "Dat is uiteindelijk toch de betrachting, het samen spelen, samen een stuk formuleren. Zonder krijg je mij niet op de trein naar Amsterdam."

Steven Heene

Voorstellingen van Titus vandaag tot en met zaterdag, telkens om 20 uur in de Minardschouwburg, Walpoortstraat, Gent. Reserveren op tel. 09/267.28.28.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234