Dinsdag 13/04/2021

'Je weet hoe je ouders zijn maar niet waarom ze zo geworden zijn'

We hebben als kind allemaal wel eens gefantaseerd dat onze ouders ons geadopteerd hadden en dat we in feite het kind van een koning waren. Sommige kinderen beelden zich dan weer in dat hun ouders een veel avontuurlijker en mysterieuzer leven leiden dan het lijkt. Freud had er zelfs een term voor: familieromance, wat ook de titel is van het boek dat John Lanchester over zijn ouders schreef. door marnix verplancke

'Wanneer de ouders gestorven zijn, gaan de kinderen door de familiepapieren," vertel John Lanchester, "en ze vrezen allemaal hetzelfde: dat ze iets zouden vinden dat het beeld van hun ouders neer zou halen, zoals oude liefdesbrieven die moeder schreef toen ze al getrouwd was." Wat Lanchester vond na de dood van zijn moeder waren geen liefdesbrieven, maar wel een reeks valse namen en twee geboortedata, die negen jaar uit elkaar lagen. Afgezien van het feit dat dit niet erg handig is voor op de grafzerk, gaat zoiets natuurlijk ook de nieuwsgierigheid kietelen. Dus trok Lanchester op onderzoek uit en ontdekte zo dat zijn Familieromance ook in Freudiaanse zin een familieromance was. Niet alleen heette zijn moeder Julia in plaats van Julie, ze had ook nog eens vijftien jaar in het klooster gezeten.

In Familieromance gaat John Lanchester op zoek naar het verleden van zijn ouders. Zijn vader was een beetje een grijs figuur, een hooggeplaatste bankier die tijdens de laatste koloniale jaren de wereld rond trok en in zijn kielzog zijn gezin met zich meesleepte. Moeder daarentegen was een ander paar mouwen. Van straatarme Ierse afkomst was ze lange tijd non geweest. Ze had tien jaar in India missiewerk verricht voor ze de kap over de haag gooide en met Johns vader trouwde. En toen stak een probleem de kop op: haar leeftijd. Julia was 39 en haar verloofde bleef er maar op hameren dat hij een groot gezin wilde. Daar was het te laat voor, besefte ze, dus nam ze de identiteit aan van haar negen jaar jongere zus. Wat die ene leugen allemaal veroorzaakt, neemt het grootste deel in van Lanchesters boek, inclusief zijn eigen schrijverschap, want, zoals hij het zegt: "Ik ben het resultaat van alle gebeurtenissen die voor me kwamen."

"Ik had in feite geen keuze", zegt Lanchester. "Ik moest dit boek gewoon schrijven, het was de volgende stap in mijn carrière, en dat wist ik vijftien jaar geleden al. Hoe ouder je wordt, hoe meer interesse je krijgt in het leven van je ouders. Opeens zijn de jaren 1930 dan een exotische tijd, waardoor je ouders meteen ook een stuk exotischer worden. Als kind denk je dat niet. Dan zijn je ouders standbeelden, zelfverzekerde mensen die het antwoord kennen op alle vragen en nooit twijfelen over wat ze moeten doen. Eenmaal volwassen besef je dat het ook maar mensen zijn, en dat ze net zo onzeker zijn als jij. Maar je beseft ook dat je hen in feite niet kent. Je weet wel hoe ze zijn, maar de redenen waarom ze zo geworden zijn ken je niet. Ik wou het levensverhaal van mijn moeder begrijpen en dat kon alleen door erover te schrijven.

"Schrijven vraagt immers tijd. Je bent verplicht je in je onderwerp te verdiepen, willen of niet. Ik moest het verhaal daardoor niet alleen vertellen, ik moest het ook zelf beleven. Al schrijvend ontdekte ik steeds nieuwe zaken, en de belangrijkste kreeg ik pas heel laat in het snotje. Welk een invloed die vijftien jaar in een klooster op mijn moeders leven gehad moet hebben, realiseerde ik me bijvoorbeeld pas toen ik haar levensverhaal al bijna geschreven had. Ik ging boeken lezen van andere vrouwen die hetzelfde hadden meegemaakt als zij en allemaal beschreven ze het gevoel na het uittreden als verdriet om de eigen mislukking."

Waarom werd uw moeder non? Dat drie van haar zusters hetzelfde deden laat vermoeden dat familiedruk er veel mee te maken had.

John Lanchester: "Zo zou zij het alleszins verklaard hebben. Het was een combinatie van economische omstandigheden - haar ouders waren echt straatarm en wat konden ze anders met hun dochters doen? - en eigendunk, want het meest prestigieuze voor een moeder en vader in het Ierland van voor de Tweede Wereldoorlog was een dochter die non of een zoon die priester werd. En zo zagen die dochter of zoon dat ook zelf. Toen mijn moeder in haar postulantenkleren door de straten van haar geboortedorp liep, voelde ze dat er anders naar haar gekeken werd. Vroeger was ze een meisje zoals iedereen geweest, maar nu was ze opeens iemand waar met bewondering naar opgekeken werd en waar men respect voor had.

"Het klooster was ook het toegangskaartje tot de wereld. Wij hebben daar een heel ander idee over. Voor ons is een klooster een gevangenis, maar voor een eenvoudig meisje uit ruraal Ierland was het zestig jaar geleden een manier om te ontsnappen. Je kon in de missiehulp terechtkomen en naar de andere kant van de wereld reizen, of je werd lerares, wat ook een avontuurlijk bestaan leek in vergelijking met dat van huismoeder. Heel veel meisjes werden in die tijd dus om heel secundaire redenen door het nonnenbestaan verleid. Als je hen een vragenlijst had laten opstellen om te peilen naar hun beweegredenen ben ik er zeker van dat religie of devotie ergens achteraan geëindigd zou zijn. En dat prestige was ook de reden waarom het zo moeilijk was om de orde te verlaten. Van een gewaardeerd mens werd je daardoor opeens een verschoppeling, en als je daar zelf voor koos kon dat alleen tot overweldigende schaamte leiden."

En toch deed uw moeder net dat, precies zoals haar zusters trouwens, want uiteindelijk bleef geen van de vier in het klooster.

"En ook daarin waren zij geen uitzondering. Toen ik research deed voor mijn boek ben ik teruggegaan naar het klooster waar mijn moeder opgeleid werd als missiezuster, in Tipperary, een gebouw dat - hoe ironisch - tegenwoordig als hotel dienst doet. Er was toen een groots huwelijksfeest aan de gang en iedereen was dronken. Toen ik weer buitenkwam bleken mijn wieldoppen gestolen, wat mij er nog maar eens op wees hoe erg Ierland recent veranderd is.

"De uitbaters van het hotel vertelden me dat ze een feest hadden georganiseerd voor alle uitgetreden nonnen die daar hun opleiding hadden gekregen. De kapel is nu een balzaal en die bleek helemaal gevuld geweest te zijn met ex-nonnen, hun kinderen en zelfs kleinkinderen. Stel je voor dat je terug in de tijd kon reizen en je zou aan de toenmalige nonnen verteld hebben dat ze ooit weer in het klooster zouden staan en dat ze er feest zouden vieren in plaats van er in schaamte uit weg te sluipen. Niemand zou je geloofd hebben."

Lijkt u meer op uw moeder dan op uw vader?

"Voor mezelf is dat heel moeilijk uit te maken. In feite heb ik van mijn hele leven nog maar één man ontmoet die mijn vader heeft gekend in zijn koloniale periode. In 2001 gingen we naar Sydney voor drie maanden, om te ontsnappen aan de Engelse winter. Toeval wil dat de vader van onze buurman daar uit Hongkong geëvacueerd was op dezelfde dag in 1940 als mijn vader. Later, toen we in Engeland woonden, waren er natuurlijk wel een paar mensen die zowel mij als mijn vader kenden en zij zullen allemaal zeggen dat ik meer op mijn vader lijk dan op mijn moeder. In hoeverre dat ook waar is, weet ik niet. Uiterlijk misschien wel, maar van binnen betrap ik me er toch regelmatig op dat ik net als mijn moeder reageer. Ik heb dat vaak met bewegingen, hoe ik iets op tafel plaats bijvoorbeeld, of hoe ik op mijn elleboog rust tijdens het luisteren. Dat is net mijn moeder."

Op een bepaald moment schrijft u over uw moeder: 'Een van de belangrijkste redenen waarom ik schrijver ben geworden is omdat zij het niet kon zijn. Zij kon de waarheid niet vertellen.'

"Voor mij was het verrassend te ontdekken dat mijn moeder serieuze schrijversambities had. Ik dacht dat ik de eerste was in de familie. In die zin lijk ik dus heel veel op mijn moeder. Zij hield ervan te dromen over de manier waarop ze haar verhaal kon vertellen. Na haar uittreden en het opnemen van haar job als lerares was dat het eerste wat ze wou doen, maar ze merkte al vlug dat het niet ging. Het was te exhibitionistisch. Uiteindelijk schreef ze onder het pseudoniem Shivaun Cunningham twee verhalen over haar leven als non, die door de BBC werden uitgezonden.

"Wanneer je die nu leest blijkt duidelijk hoe moeilijk ze het had met haar leugen. Ze moest negen jaar laten verdwijnen, en dat knaagde. Ze kwam in conflict met de fictie die ze van haar eigen leven had gemaakt. Zodra de eerste leugen was verteld, moest ze blijven liegen, en daar had ze het moeilijk mee. Er zijn mensen die niet liever doen dan over zichzelf fabuleren, maar zo was zij niet. Zij wou het over zichzelf hebben en stootte iedere keer weer op die negen jaar. En het tragische is dat het helemaal niet nodig was om over haar leeftijd te blijven liegen. Ze had het aan mijn vader kunnen uitleggen na mijn geboorte, maar psychisch zat ze op dat vlak blijkbaar vast. Ze leefde in een tijdcapsule die haar mentaal voor eeuwig in het Ierland van de jaren 1940 gevangen hield."

En ergens anders lezen we: 'Toen mijn moeder niet meer in staat was mijn boeken te lezen, begon ik ze te schrijven.'

"Dat heeft alles te maken met het moment waarop ik haar niet meer kon bereiken na haar beroerte. Ik besefte dat ik het contact voor altijd kwijt was. De totale waarheid over wat ze beleefd had, zoals zij me die had kunnen vertellen, was op dat moment verloren gegaan. En pas toen wist ik dat ik moest beginnen te schrijven, omdat dat een reiken naar het onbereikbare zou zijn. Daarvoor was het bereikbaar en kon ik er dus niet over schrijven. Het moest te laat zijn. Zo werkte mijn geest toen. Ik verlangde naar het verlangen om een boek te schrijven, maar ik schreef het niet. Het verlangen op zich schonk me genoeg voldoening."

Uw boek is ook een prachtig testament van het stervende Britse rijk. U beschrijft uzelf als een postkoloniaal kind.

"Omdat mijn ouders en ik overal buiten gegooid werden. Toen kon je nog als Engelsman geboren worden en opgroeien terwijl je meer dan 10.000 mijl van Engeland woonde. Nu kan dat niet meer. Toen ik opgroeide wisten we dat er zaken aan het veranderen waren, maar we gingen er niet vanuit dat het zo vlug voorbij zou zijn. Niet dat ik nostalgie koester of zo en dat ik daarom over die tijd schrijf. Het is eerder dat ik hem in mijn schrijven voor de vergankelijkheid wil behoeden, zonder hem terug te willen brengen. Mijn vader leidde dit internationale leven omdat hij ervan hield ieder jaar in een ander land te wonen. Hij had iets met zekerheid. Hij zat in de bankbusiness omwille van het geld, want dat gaf hem die geliefde zekerheid, en misschien ook wel omwille van het huispersoneel dat bij de job hoorde, maar dat geldt wellicht voor alle kolonialen. Je kent het Chinese spreekwoord wel: 'Dat je in interessante tijden moge leven.' Wel, dat heeft hij gedaan."

U begint uw boek met Tolstojs beroemde openingszin uit Anna Karenina, namelijk dat alle gelukkige gezinnen gelijk zijn in hun geluk en dat ieder ongelukkig gezin op zijn eigen manier ongelukkig is. Eindigen doet u met een citaat van Edmund White waarin die zegt dat gezinnen vreemden met elkaar in contact brengen.

"Ik hou wel van de romantiek van Tolstoj, en ik wou dat hij waar was, maar dat is niet zo. In de realiteit gaat de vrouw van de flamboyante cavalerieofficier er soms met de kleinburgerlijke en oersaaie bureaucraat vandoor. En wanneer iemand zijn vrouw of man bedriegt, gaat die er echt niet van dood. Geef mij White dan maar. In welke mate we vreemden zijn voor onze gezinsleden merken we pas wanneer we ons afvragen of, gesteld dat onze ouders nu dezelfde leeftijd zouden hebben als wij, er veel kans zou zijn dat ze vrienden van ons zouden zijn, of dat ze zelfs maar in dezelfde leefwereld zouden verkeren als wij. Ik stel deze vraag regelmatig en ongeveer vijf op de zes mensen antwoorden dat ze hun ouders wellicht nooit zouden ontmoeten. En toch denken we dat we hen kennen."

John Lanchester

Familieromance

oorspronkelijke titel: Family Romance. A Love Story, vertaald door Sophie Brinkman, Prometheus, Amsterdam, 381 p., 25 euro.

> Groeide op in Hongkong en studeerde in Engeland.

> Werkte eerst een paar jaar als restaurantcriticus voor The Observer alvorens te debuteren met The Debt to Pleasure, wellicht de meest grandioze en zwartgalligste voedselroman uit de wereldliteratuur. Daarna volgde Mr. Phillips, een ingetogen monoloog over de eerste werkloze dag uit het leven van een voormalige bankbediende van in de vijftig, en Fragrant Harbour, een drie generaties overspannend epos over Hongkong.

> Is redacteur van de London Review of Books en publiceert regelmatig in Granta, The New Yorker, The Guardian en de New York Review of Books.

Pas na mijn moeders beroerte wist ik dat ik moest beginnen te schrijven, omdat dat een reiken naar het onbereikbare zou zijn. Daarvoor was het bereikbaar en kon ik er dus niet over schrijven. Het moest te laat zijnMijn moeder kwam in conflict met de fictie die ze van haar eigen leven had gemaakt. Zodra de eerste leugen was verteld, moest ze blijven liegen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234