Woensdag 23/06/2021

Café De Welkom

"Je weet alles. Je ziet alles. En je zegt niks"

Zussen Katrien en Annemie in hun café De Welkom. Beeld Jonas Lampens
Zussen Katrien en Annemie in hun café De Welkom.Beeld Jonas Lampens

In de keuken van café De Welkom keken zussen Annemie en Katrien elkaar in de ogen. Tweeëntwintig jaar geleden was dat. Toen bleef er niemand meer over. Nu staan er bloemen op de vensterbank, en wenskaarten: dat het mag blijven duren.

Op de lage vensterbank van café De Welkom in Ouwegem staan geen sanseveria’s. Er zitten ook geen mannen met dikke neuzen aan het raam, scheidsrechters die de voorbijrijdende auto’s volgen als het balletje van een tenniswedstrijd. Wel staan er pioenen, aronskelken en lelies, ingepakt in foliepapier. "Het zaaltje grenzend aan het café is gerenoveerd", zegt Katrien, de bazin. "Een paar weken geleden hebben we het officieel geopend. De klanten kwamen langs met bloemen en kaartjes."

"Mijn familienaam, komt die eigenlijk ook in de krant?’"

Als kind deed Katrien er alles aan om haar familienaam niet te moeten uitspreken. Dat doet ze nog altijd. Op school bleef het bij Katrien, en op haar familienaam volgde gegniffel. "Zwijntje", dat zeiden ze, dus ging Katrien als kind naar het gemeentehuis van Zingem en vroeg een officieel attest aan, opdat iedereen, gelijk waar, duidelijk kon zien dat Van Heuverswijn met een 's' wordt geschreven. En dat je die 's' ook uitspreekt.

Een klant: "Och man, zwijgt. Trump? ’t Klappen niet waard. Doe nog maar een rondeke Katrien. En geeft die planten ook iets van mij."

Het kroegvolk geeft niet om de familienaam. Oudere klanten zeggen nog altijd 'bij Jeske', of 'bij Meetse'. En iedereen kent 'bij de gezusters', want café De Welkom kent twee bazinnen, en het zijn zussen: Katrien (47) en Annemie (53). De eerste heeft verlof, want deze week staat Annemie aan de kraan. Die brengt ons water en weert de zon:

"Katrien, zeg het mij, wie had ooit gedacht dat we hier nog zouden staan, na tweeëntwintig jaar, na al wat is gebeurd? Al die tijd waren we maar één schamele week gesloten. We gingen op reis en bij terugkomst hing er een spandoek aan de gevel: 'Katrien, Annemie, we hebben ons geld nu niet kunnen verteren.'

"Ooit kwam hier een man binnen met zijn paard. Want het dier had dorst. Een andere keer kwam iemand op een brommer aangereden, reed hij door de achterdeur naar binnen en langs naar de voordeur naar buiten. Er zijn ook veel privézaken die je zou kunnen opschrijven. Zou. Maar dat doe je niet, dat mag niet.

"Je weet alles. Je ziet alles. En je zegt niks. Maar had moeder maar meer gezegd."

*

Ouwegem is een dorp van zo’n 1.500 inwoners. Het is even rijden naar de bakker, maar er staat een kerk en er is een bank met geld. En als ze straks het denkbeeldige dorpsplein heraanleggen, zullen er pioenen staan, en een ijzeren zitbank. Hier heerst vrede. Er is hoop voor iedereen. En er is altijd café De Welkom, het enige café van Ouwegem.

De kroeg ligt pal in het midden van het dorp, langs de Ouwegemsesteenweg. Die oude baan leidt naar het westen en is de ader die het dorp bevloeit. Door het raam zien Katrien en Annemie het dorp veranderen. Iedere dag. Het volk krijgt rimpels en de fietsen rijden sneller. Maar dat volk kent de gezusters wel bij naam.

In Ouwegem kennen de zussen iedereen, en iedereen kent de gezusters. Van kleins af al. Vader Aimé – Meetse – werkte als stadsarbeider in Oudenaarde en moeder Agnes – Jeske – baatte een kruidenierswinkel uit. Ze verloor haar moeder op haar zeventiende, aan borstkanker, en verloor ook heel snel haar vader. Agnes verdrong de eenzaamheid en omringde zich met volk. Ze verkocht de kruidenierswinkel en richtte café De Welkom op. Tegen haar dochters Annemie en Katrien zei Agnes: "Ik hoop dat jullie dat nooit tegenkomen. Moeders mogen niet sterven."

null Beeld Jonas Lampens
Beeld Jonas Lampens

Katrien en Annemie leidden een goed leven, beschut onder de toren. Ze reden met de fiets naar school en iedereen zwaaide hen toe. "Dat was de duivenmelker", zei Katrien tegen haar vriendin. "Dat is de zoon van de dochter van buurman van de bakker." Het dorp had geen geheimen voor de zussen. En de klanten ook niet.

In De Welkom zagen de meisjes wie het met wie aanlegde aan het tafeltje in de hoek. Ze zagen wie zijn vrouw bedroog. Ze zagen de neuzen roder worden. En ging het aan de toog over seks, dan zei Agnes: "Kom, naar boven jullie." Katrien en Annemie wisten toen al meer dan meneer pastoor. En ze zwegen. Want dat doet de patron ook: zwijgen.

Maar toen zei moeder Agnes plots helemaal niks meer.

*

"Ik denk er nog vaak aan", zegt Katrien. "Je weet als cafébazin zodanig veel van je klanten, dat je daar vertrouwelijk en discreet mee omgaat. Doe je dat niet, dan is je zaak verloren. Dat is de dorpsmentaliteit: zwijg en doe voort, en die mentaliteit bestaat nog altijd. Moeder heeft dat tot in het extreme doorgetrokken."

Zestien was Katrien, en Annemie tweeëntwintig, toen Agnes niks meer zei. Aan de toog van De Welkom stelde het volk zich vragen. Het gezicht van Agnes werd grauw en ze raakte depressief. Ze lag in de zetel. De dochters namen de boel over, met tegenzin, maar het moest, of de boel ging teloor. Agnes luisterde als cafébazin naar iedereen, maar gaf zelf niks prijs. Niemand die wist wat er toen in haar omging, ook haar dochters niet. Tot het echt niet meer ging, en een arts het antwoord snel wist: borstkanker.

Agnes verloor een borst, maar fleurde wel op. Ze nam haar plek achter de toog opnieuw in, maar ze zei niet veel en weer werd haar gezicht grauw, weer werd Agnes depressief. En dit keer was er geen remedie. Agnes had te lang gezwegen, alles te lang opgekropt: de kankercellen waren uitgezaaid en dat waar ze haar dochters voor had gewaarschuwd, werd werkelijkheid. Op de rand van het volwassen leven, verloren de dochters hun moeder. Waarop vader Aimé dan maar zijn job opgaf in Oudenaarde en het café voortzette. Bij Jeske werd bij Meetse.

En het zwijgen werd steeds prominenter.

*

Aimé werd cafébaas, al werkte hij in gedachten nog in zijn geliefde Oudenaarde. De dochters ging hun weg. Katrien als verkoopster van elektrotoestellen, Annemie deed hetzelfde met reiskoffers. In dienst weliswaar. Ze hielpen vader op zondag, als de duivenmelkers, vinkenspelers, voetballers en wielertoeristen langskwamen en Aimé niet wist waar eerst te bedienen. Na het wegvallen van moeder groeiden Annemie en Katrien naar elkaar toe. Het leeftijdsverschil verdampte en aan de toog van De Welkom voelden de Van Heuverswijnen zich kloek en sterk. Dat waren ze ook. Zwijg en doe verder.

Maar toen zei ook vader Aimé plots niks meer.

Katrien: "Ook hij werd ziek en kon op de duur letterlijk niet meer praten: slokdarmkanker. Hij was machteloos, en wij wisten niet wat ons overkwam. Een paar jaar na onze moeder, hebben we onze vader begraven. In de keuken van De Welkom keken Annemie en ik elkaar in de ogen: 'Wat gaan we nu doen?'

"Eenzaamheid overviel ons. Er bleef niemand meer over. Geen grootouders, geen ouders, geen kinderen: niks. En De Welkom? Verkopen was de simpelste optie. Maar ik kon het niet over mijn hart krijgen. Ik kon hier geen bord in de grond kloppen. Ons leven was niet 'Te Koop'. Dus gaven wij onze job op en stonden er voortaan zussen aan de tapkraan van De Welkom. En praten, dat zouden we doen. Praten."

*

Katrien: "Uiteindelijk hebben de klanten ons erdoorheen gesleurd. Door vragen te stellen. Door langs te komen. Door over onze ouders te praten. Wij luisteren naar hen, nog altijd. En we zwijgen nog altijd. Alleen als het moet, maar we praten ook open over ons eigen leven.

"We zijn fier, ja. Het is absurd te denken dat wij hier al tweeëntwintig jaar staan. Dat wij sommige klanten al kennen sinds onze kleutertijd. We zien de mensen vergrijzen. We zien kinderen geboren worden, en dat is schoon."

Annemie: "Na onze overname verjongde ook het publiek. (lacht) Dat was interessant hé, twee jonge meisjes achter de toog van het enige café. Al zijn sommige vrouwen nog altijd jaloers op ons. Die kunnen het niet verdragen dat hun man soms vaker aan onze toog zit, dan thuis in de zetel."

Katrien: "Met wat ik nu weet, zou ik dezelfde beslissing opnieuw nemen. Wij zijn van Ouwegem, wij blijven van Ouwegem, en De Welkom blijft van de Ouwegemnaars. Na de dood van onze ouders had ik schrik voor de eenzaamheid. Maar als mensen hier binnenkomen met een boeket en een kaartje, omdat je een zaaltje hebt gerenoveerd, dan ben je niet eenzaam, dan heb je plots een hele grote familie."

null Beeld Jonas Lampens
Beeld Jonas Lampens
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234