Zondag 29/11/2020

'Je speelt nooit alleen noten'

Deze week zet het Brussels Jazz Orchestra (BJO) de kers op de taart van zijn 20ste verjaardag met een cd én een concert met de beroemde Amerikaanse tenorsaxofonist en componist Joe Lovano (60). 'Het BJO is zowat het fijnste ensemble waar ik al mee heb samengewerkt.'

Lovano heeft een band met België. In de jaren tachtig werkte hij samen met Belgische jazzmuzikanten zoals Dré Pallemaerts, Michel Herr en Bert Joris. Zijn jazzworkshops in die jaren werden druk bijgewoond, ook door Frank Vaganée, Bart Defoort en Kurt Van Herck, vandaag sleutelfiguren van het succesrijke BJO.

Toen het BJO vorig jaar in de Blue Note in New York optrad, ging Lovano maar wat graag naar hen luisteren. "Ze hebben een heel mooie sound, en een diepe, rijke intonatie. Hun grootste kwaliteit is de focus op de groep. Dit is geen orkest met grote sterren en solisten, elk individu draagt zijn steentje bij om het geheel mooier en grootser te maken."

U hebt de cd Wild Beauty opgevat als een suite. Nochtans zijn het acht bestaande composities die eerder op verschillende cd's verschenen zijn. Hoe werkt dat?

"Het project is opgedragen aan mijn moeder, die vorig jaar overleden is. Ik heb uit mijn repertoire acht stukken gekozen die zij tot mijn mooiste rekende. 'Wild Beauty' en 'Powerhouse' zijn bijvoorbeeld bekend van mijn groep Us Five en twee stukken komen uit het project Viva Caruso.

"Ik heb arrangeur Gil Goldstein carte blanche gegeven om dit materiaal te orkestreren voor big band en zo is een soort portret ontstaan waarin mijn Italiaanse roots centraal staan. Het leest echt als een suite. We hebben de nummers in de juiste volgorde opgenomen en we gaan ze ook live in die volgorde spelen."

De opnamen verliepen heel vlot. Was het eenvoudig om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen?

"Eenvoudig is zoiets nooit, maar ik kon profiteren van hun ervaring. De ritmesectie is het harmonische fundament, met hen moest ik eerst een kwartet smeden. Nathalie (piano), Jos (contrabas) en Toni (drums) zijn heel flexibel en vrij, ze kunnen in een oogwenk van richting veranderen zonder haperingen, dat heb je nodig om een brede waaier aan speelmogelijkheden te exploreren. Het ensemble zorgt dan voor de inkleuring en de melodische ingrediënten.

"Voor mij is iedereen in het orkest eigenlijk een drummer, ze moeten allemaal het ritme perfect aanvoelen en consistent spelen. Dat vraagt een grote maturiteit, want zulke dingen kun je niet in een partituur vangen. Ik gebruik vaak beelden om de beoogde sfeer uit te leggen. Voor 'The Streets of Naples' toonde ik een foto van Napels uit 1890, met straatmuzikanten erop. Straatmuziek uit het pre-jazztijdperk dus. Zo wisten ze welk gevoel er in moest zitten: muzikanten die elkaar op straat tegenkomen en spontaan samen beginnen te spelen. Je speelt nooit alleen noten, je moet consequent spelen in de sfeer van de muziek die je voor je krijgt.

"Die aanpak heb ik eigenlijk van Carla Bley geleerd, begin jaren tachtig. Zij schreef voor elk nummer altijd een verhaal, zelfs al waren het instrumentale stukken. Ze kon ons met beelden en woorden binnentrekken in de wereld die ze voor ogen had."

Een opmerkelijk nummer in de suite is 'Big Ben', waarop u die merkwaardige Aulochrome bespeelt, ontwikkeld door de Belg François Louis.

"Een intrigerend instrument. Het is alsof je twee sopraansaxofoons tegelijk vasthebt. Dankzij de twee mondstukken en de vernuftige kleppentechniek kun je erop harmoniseren, wat voor een rietblazer heel ongewoon is. Je kunt er aparte noten op spelen, octaven, unisono's of akkoorden.

"Het instrument heeft een hele tijd op mijn tafel gelegen zonder dat ik het aanraakte. Maar geleidelijk aan heb ik er een techniek en benadering voor ontwikkeld. Het nummer 'Big Ben' bleek heel geschikt omdat het een blues is waarin je kunt moduleren naar alle toonaarden."

Het doet denken aan wat Rahsaan Roland Kirk destijds deed, spelen op twee of drie blaasinstrumenten tegelijk.

"Zeker. Rahsaan was blind, maar heeft heel ingenieuze dingen gedaan. Zo heeft hij de mechaniek van zijn saxofoon aangepast zodat hij ze met één hand kon bespelen; dan was de andere hand vrij voor een ander instrument. Hij heeft ook aparte instrumenten als de stritch en de manzello ontdekt en er het beste uitgehaald. Hij had redelijk magische visioenen. Helaas is Rahsaan intussen wat in de vergetelheid geraakt, zoveel jaar na zijn dood. Mensen moeten al in de jazzgeschiedenis duiken om met zijn werk kennis te maken."

Voor een jazzmuzikant is grasduinen in de geschiedenis minstens zo belangrijk als het verfijnen van zijn techniek?

"Absoluut, het is een stuk van de opleiding. Je moet focussen op sound en achter de geschiedenis en de ontwikkeling van de groten aangaan. Neem Duke Ellington, hoe die gegroeid en ontwikkeld is. Of de evolutie in het werk van Coltrane. Als je die ontwikkelingsgeschiedenis begrijpt, snap je ook hoe zinloos het is om een sound te klonen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234