Vrijdag 06/12/2019

'Je raakt verslaafd aan de lach'

Grappig is hij alleszins. Liegen kan hij als de beste en voor het grote publiek is hij - voorlopig toch nog - een nobele onbekende. Een combinatie die Jens Dendoncker (27) tot de ideale presentator van Hoe Zal Ik Het Zeggen maakt. Waarom? Dat legt hij u zelf uit.

"Tafeltennis? Dat is lang een van mijn hobby's geweest. In het seizoen '97-'98 was ik zelfs West-Vlaams kampioen." Jens Dendoncker oogst bewonderende blikken wanneer hij tijdens een van zijn eerste werkdagen bij productiehuis Shelter tijdens de middagpauze over zijn sportieve exploten vertelt. Niemand die er op dat moment aan twijfelt dat de comedian in een ver en grijs verleden een aanstormend tafeltennistalent was. Pas wanneer hij het een paar dagen later over zijn titels in het snookeren heeft, begint uit te weiden over zijn postzegelverzameling - de grootste van West-Europa - en met anekdotes over zijn tijd op het basketveld aan komt zetten, gaan de alarmbellen af. "Ik hou van practical jokes", vertelt Dendoncker. "Ik vind het leuk om mensen allerhande verhalen op de mouw te spelden en uit te proberen hoe ver ik daarmee kan gaan."

De overtuiging waarmee hun nieuwe werknemer zijn nonsensverhalen brengt, valt ook Tim Van Aelst en Sofie Peeters op. Zij werken dan al een tijd aan een nieuw verborgencameraprogramma waarin ze hun slachtoffers op weinig subtiele wijze de gevoelige boodschappen overbrengen waar niemand anders zich aan durft wagen. Vind je dat je kinderen te luidruchtig smekken, is de auto van je vriendin een stort of stoort het je dat je man de yoghurtpotjes consequent verkeerd sorteert? De jongens en meisjes van Shelter komen het in jouw plaats vertellen, op een manier die zal blijven nazinderen.

Het idee is er, de scenario's zijn geschreven, alleen een presentator ontbrak nog. Peeters: "Grappig, relatief onbekend en in staat een leugen te vertellen. Dat klinkt misschien niet heel erg selectief, maar we slaagden er niet in de juiste man of vrouw te vinden. Tot Jens binnenwandelde."

Colgate-smile

Zelf was die niet meteen overtuigd van zijn capaciteiten als presentator. "Wanneer ik dat woord hoor, denk ik aan heel cleane, mooie mensen met een Colgate-smile die zich in perfect Nederlands verstaanbaar kunnen maken. En dat is niet meteen hoe ik mezelf zie. De bedoeling was om aan de programma's van Shelter mee te schrijven, niet om er het gezicht van te worden. Maar Tim en Sofie waren ervan overtuigd dat ik ermee weg zou komen, zelfs met een vet West-Vlaams accent. En ik heb hen geloofd." (lacht)

Het casten van Dendoncker als gezicht van Hoe Zal Ik Het Zeggen is een minder groot risico dan het op het eerste gezicht lijkt. Dat hij 'iets' heeft, is immers al langer duidelijk. De karrevracht aan comedyprijzen die hij op amper vier jaar tijd wist te verzamelen, zegt wat dat betreft genoeg. Al was er ook voor dat eerste comedyoptreden behoorlijk wat externe druk nodig. Dendoncker: "Humor is altijd al een middel geweest om me te verdedigen, om dingen te verwerken of gewoon ergens onderuit te muizen. Maar pas toen een aantal van mijn vrienden me begon te pushen om het eens als stand-upcomedian te proberen, ben ik gaan geloven dat ik daar ook op een podium iets mee kon."

De vuurdoop vond plaats op de heimat, in het West-Vlaamse Zwevegem. "Daar was een mini-theatertje waar af en toe comedians als Henk Rijckaert of Steven Mahieu langskwamen om nieuw materiaal uit te proberen. Ze hadden iemand nodig om het voorprogramma te doen. Hoewel ik geen flauw idee had wat ik op dat podium moest doen, werd er toch gelachen.

"Na de tweede avond al kwam iemand van het lokale Davidsfonds me vragen of ik twee maanden later een avondvullende show wou spelen. Pure waanzin natuurlijk, maar ik knutselde een voorstelling in elkaar en opnieuw was dat een succes. Ook al omdat de zaal voor tachtig procent vol vrienden en familie zat. Na dat optreden nam ik de trein naar Antwerpen om daar, in The Joker (berucht comedycafé, PD) te testen wat ik echt waard was op een podium. Fokke van der Meulen, de man die het daar voor het zeggen heeft, zag blijkbaar wel iets in, hij bezorgde me een aantal optredens en zo is de bal aan het rollen gegaan."

Dat klinkt dan misschien wel als een walk in the park, het was het niet, zo verzekert Dendoncker ons. "Ik heb echt mijn peren gezien. Van mijn eerste vijftig optredens waren er veertig waanzinnig slecht, een paar waren oké en slechts een stuk of vijf waren met een beetje overdrijven goed te noemen. Het ergste was dat ik ook bij die laatste vijf absoluut geen idee had waarom net die optredens beter waren dan de rest."

Nooit genoeg

Via - opnieuw - Fokke van der Meulen kwam Dendoncker bij grote namen als Wouter Deprez, Alex Agnew en Philippe Geubels terecht die hem leerden de techniek achter een geslaagde mop te zien. "Dat is mijn redding geweest. Bij een slecht optreden zag ik snel waar het fout gelopen was en hoe ik het de volgende keer beter kon doen. Op die manier wordt comedy een verslaving. Je raakt verslaafd aan de lach. De eerste lach is een overwinning, de tweede keer wil je dat het publiek twee keer lacht, daarna drie keer en als snel wil je een hele reeks lachsalvo's en een applaus achteraf. Het is nooit genoeg."

De voorbije vier jaar stond Dendoncker gemiddeld vier keer per week op het podium. "Veel spelen is gewoon de enige manier om beter te worden", vindt hij. Alleen is dat hoge tempo geen evidentie. Dendoncker leidt immers als sinds zijn dertiende aan een zware vorm van epilepsie. De impact daarvan is niet te onderschatten. Autorijden kan bijvoorbeeld niet en aangezien de aanvallen zich meestal niet laten aankondigen, is er altijd een kans dat de ziekte ook op het podium de kop opsteekt. "Ik heb ondertussen zowat achthonderd keer gespeeld en slechts één keer is het tijdens een optreden fout gegaan. Gelukkig kon ik me nog net uit de voeten maken en is de aanval er pas helemaal doorgekomen in de backstage. Ik ben ervan overtuigd dat de endorfinen en de adrenaline de aanvallen onderdrukken. Al moet ik daar van mijn dokters wel altijd bij vertellen dat dat niet medisch gestaafd is." (lacht)

Zijn ziekte is ondertussen wel redelijk goed onder controle, benadrukt Dendoncker. De acht verschillende pillen die hij dagelijks slikt, dringen de frequentie van de aanvallen terug tot ongeveer één per maand.

Nog niet zo heel lang geleden was dat anders. Toen Dendoncker na het middelbaar kunstgeschiedenis ging studeren, begon zijn ziekte plots heel hard op te spelen. "Ik zat toen aan een tempo van één aanval om de anderhalve dag. Maanden aan een stuk kon ik gewoon niet naar school." Het werd nog erger toen tijdens de aanvallen plots waanbeelden opdoken. "Vaak heel morbide en angstaanjagende taferelen waarbij realiteit en fictie door elkaar liepen. Een van die allereerste wanen kreeg ik tijdens het fietsen. Plots bevond ik me midden in een vlammenzee, tussen een heleboel mensen die met lijkkisten zeulden. Mijn kunstopleiding bleek de ideale voedingsbodem voor die wanen. Plots zag ik dan bijvoorbeeld personages uit de schilderijen van Velázquez levensecht naast me lopen. Natuurlijk weet je wel dat dat eigenlijk niet kan, maar dat bleef wel angstaanjagend."

Zo angstaanjagend dat Dendoncker op gegeven moment in een vicieuze cirkel belandde. "Ik kreeg een immense schrik voor mijn epilepsie-aanvallen, maar net die schrik zette die aanvallen in gang." Die perverse wisselwerking culmineerde uiteindelijk in een zelfmoordpoging op een vriendenweekend na een zware epilepsie-aanval. "Het gebeurde allemaal in soort waan. Toen ik een paar uur later opnieuw bij zinnen kwam, snapte ik absoluut niet wat er met me gebeurd was. Dat was heftig."

Een opname in de pyschiatrie en een reeks therapiesessies hielpen Dendoncker erbovenop. "Niet lang daarna zijn die visioenen helemaal verdwenen. Het was een donkere periode, maar gelukkig ook een heel korte."

Twintig kilo lichter

Met zijn eerste avondvullende show - die ene in opdracht van het Davidsfond even buiten beschouwing gelaten - bewijst Dendoncker dat ook donkere episodes grappig kunnen zijn. Bang van Dendoncker heet de show waarmee hij begin december in première gaat. En daarin wordt, zoals de titel al doet vermoeden, ook behoorlijk wat over angsten gepraat. "Maar ik heb het ook over luchtiger zaken. Epilepsie bijvoorbeeld en allerlei andere ziektes." (lacht)

Qua timing had hij het voor die eerste show alvast niet beter kunnen treffen. Een paar weken primetime op VTM moeten wel haast wonderen doen voor de ticketverkoop. "Dat hopen we. Maar dan moet je het op dat podium ook waarmaken natuurlijk. Kijk naar Philippe Geubels, die heeft destijds ook een boost gekregen dankzij TV, maar het feit dat er nu ook nog altijd volk in die zalen zit, wil toch zeggen dat de shows van Philippe ook gewoon heel goed zijn."

Al wordt Dendoncker beter niet te populair. Met een bekende kop een verborgencameraprogramma in goede banen leiden, dreigt immers een probleem te worden. Al blijft hij zelf nadrukkelijk kandidaat voor een eventueel volgend seizoen. "Met een pruik en een bril kun je veel oplossen. Of misschien vragen ze me wel om twintig kilo af te vallen. Daar zouden Tim en Sofie mijn vriendin alvast heel blij mee maken."

Hoe Zal Ik Het Zeggen, vanaf maandag 9 oktober om 20u40 op VTM

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234