Maandag 17/02/2020

'Je neemt mij zoals ik ben, of je laat het'

"Wat een ongelooflijke onzin! Blote mannen in darkrooms een probleem?" Michel Van Dousselaere barst los. "Ik heb er ook over gehoord, dat mensen daarover hebben geklaagd. Maar jongens, we leven in 2011 alstublieft, is dit nog altijd het katholieke Vlaanderen dat behoefte heeft aan zulke reacties van kijkers? Terwijl er niemand piept over blote vrouwen op televisie.

"Over dat West-Vlaams is er ook al heisa ontstaan. Maar dan staan ze op mijn teen. Ik heb keihard gewerkt met een geweldige taalcoach, Barbara Van Welden. Het is nooit de bedoeling geweest om één zuiver dialect te spreken van een welbepaald dorp. Tom Lanoye situeerde zijn roman ook in het Dallas van Europa, daar kun je alle kanten mee op.

"Het waren trouwens Johan Van Assche (die Herman Deschryver speelt, GO) en ik die gesuggereerd hebben dat we de serie in het West-Vlaams moesten spelen. De VRT was daar in eerste instantie helemaal niet voor te vinden. Maar uiteindelijk hebben we onze slag thuis gehaald. Ik ben daar nog altijd erg blij om.

"Verder vind ik dit hele debat een beetje onnozel. Maar goed, dat ze maar schrijven en discussiëren, allemaal aandacht voor onze serie. (lacht) Ik heb er geen last van. Ik lees doorgaans sowieso heel weinig over de projecten waar ik aan meewerk."

Omdat kritiek je ontregelt of omdat het je geen bal kan schelen?

"Toch wel. Maar neem nu bijvoorbeeld deze reacties: wat willen mensen dat ik daarmee doe? Niks toch? Dus ben ik blij dat ik ze niet gelezen heb. Net zoals ik blij ben dat andere negatieve kritieken mij niet ter ore komen. Alleen als het positief is, wandel ik weleens door zo'n krantenstukje. Niet omdat ik alleen mijn ego gestreeld wil zien, maar omdat er zo weinig zinvol over kunst wordt geschreven. Met uitzondering van Wim van Gansbeke indertijd: wat hij ook vond, het was stevig onderbouwd, daar kon je tenminste wat mee."

De reacties op de serie lopen geweldig uiteen. Sommigen vinden het ongelooflijk sterk, anderen irritant slecht.

"Met sterke kunst is dat ook vaak zo. Als een project alleen maar goeie feedback krijgt, klopt er iets niet. Al die tegengestelde reacties wijzen er wat mij betreft op dat we een boeiende serie hebben gemaakt, eentje die radicaal durft te kiezen. Uitgesprokener dan Het goddelijke monster kan bijna niet.

"De reactie van Tom Lanoye zelf spreekt boekdelen. Hij heeft blijkbaar alle afleveringen in één ruk uitgekeken, en hij was enorm enthousiast. Daar krijg ik kippenvel van.

"Ik ben zelf ook echt blij met deze serie. Ik was meteen onder de indruk toen ik het script las, het leek wel door Tom zelf geschreven, de verdienste van Rik D'hiet."

En jij moest en zou de rol hebben. Je hebt zelfs gezegd: 'Niemand gaat Leo Deschryver beter neerzetten dan ik'.

"Help, hoe weet jij dat? (lacht) Ik bedoelde dat geenszins pretentieus, het had louter met goesting te maken. Dat personage spreekt zo tot de verbeelding, de mogelijkheden zijn zo groot, je kunt alle registers opentrekken. Ik was erop gebrand om daar mee aan de slag te kunnen gaan. En zo bleek het ook te zijn toen ze mij de rol gaven. Op de set was Leo spelen elke dag een feestje, ook al bleef het zweten op dat dialect."

Vrienden en vijanden van de serie zijn het erover eens dat jij je rol erg goed speelt. Heb jij dat soort bevestiging nog nodig?

"Nee, niet echt. Ik ben al te lang bezig. Als ik al die tijd in de weer kan blijven met interessante projecten, dan zal ik wel iets kunnen, zeker? Maar het is natuurlijk wel heel plezant dat mijn intuïtie bleek te kloppen: die rol was echt iets voor mij.

"Ik heb opvallend veel mails gekregen, en dat doet natuurlijk deugd. Er was er zelfs eentje van een Engelstalige danseres met wie ik ooit nog gewerkt heb. Ze woont in België met haar Vlaamse man, en zelfs zij liet weten hoe mooi ze het vond. Toch bijzonder."

En wat heb jij met die Monstertrilogie van Tom Lanoye?

"Ik ben een grote fan van Tom Lanoye. Zijn trilogie heb ik in één beweging uitgelezen. Voor mij halen die boeken het niveau van Het verdriet van België. Ik hou van de brutaliteit van Toms vertelling. Hij gaat er voortdurend net dat beetje over, heerlijk."

Waarom hou jij daarvan, omdat je dat als mens ook een beetje hebt?

"(lacht) Dat zou kunnen. Mijn vrouw zou dat alvast beamen, vrees ik.

"Ik bewonder Tom om zijn verbeelding: geweldig toch hoe hij slachtoffers weer laat opstaan uit de dood. Om zijn talent om de wereld te beschrijven zoals -ie daar en dan is en ondertussen evengoed tijdloos te zijn: als het over schriftjes gaat, denkt iedereen aan Leo Delcroix, maar ook voor wie die referentie niet zou begrijpen, werkt het evengoed. Om zijn theatraliteit: zoveel scènes smeken om gespeeld te worden. Geen wonder dat Hans Herbots (de regisseur, GO) voelde: met deze drie boeken moet iets gebeuren."

Hoe was het om met Hans Herbots te werken?

"Zeer prettig. De hele ploeg was trouwens super. We hebben er met zijn allen kei- en keihard aan gewerkt. De serie is gedraaid op tien dagen per aflevering. En dat op al die verschillende locaties, dan kun je niet anders dan veel overuren presteren. De technische ploeg zat op het einde echt op haar tandvlees. Maar toch bleef iedereen er tot de laatste snik totaal voor gaan.

"Dat heeft ook opgebracht, vind ik. Toen ik de aflevering van voorbije zondag bekeek, en ik zag de scène waarin Katelijne Verbeke (die Elvire speelt, de moeder van Katrien, GO) op bezoek gaat bij haar dochter die vastzit, was ik echt ontroerd. Iedereen speelt trouwens mooi. Iedereen bleef gaan voor die supertake."

Je wist altijd al dat je wou spelen. Maar toch heb je je opleiding op het Brusselse conservatorium niet afgemaakt. Hoe kwam dat?

"Ik heb eerst geprobeerd om toegelaten te worden op Studio Herman Teirlinck, maar dat is niet gelukt. Daarna ben ik gestart op het conservatorium in Antwerpen, en ook dat werd niet waar ik op had gehoopt. Nadien heb ik ook nog het conservatorium van Brussel geprobeerd, maar ook daar vond ik mijn draai niet.

"Ik was in die jaren behoorlijk rebels en - hoe zal ik het zeggen - niet zo hiërarchisch bewust. Dat was het eerste probleem. Bovendien vond ik de opleiding niet interessant. In die tijd ging het er anders aan toe dan nu. Daarom ben ik gestopt. Ik wou wel degelijk het theater in, maar ik zou het wel op mijn manier doen.

"Ik ben dan naar Nederland getrokken, en daar heb ik de kans gekregen om onder meer bij het Noord Nederlands Toneel in Groningen te spelen. Die eerste productie werd een hit, dus vroegen ze mij terug.

"Maar ik werd gek van die stad. Doods in de week, en in het weekend oord van plezier voor feestvierders uit de polders. Dus ben ik naar België teruggekeerd, om mee te werken aan een productie van het Arca-theater: Nachtasiel, naar een tekst van Maksim Gorki. Luk Perceval heeft mij toen aan het werk gezien en hij vroeg mij om in zijn Blauwe Maandag Compagnie te komen spelen."

Je hebt bij de BMCie in tal van succesvolle producties gestaan. In de ogen van een buitenstaander leken dat gouden jaren.

"Het was ook jarenlang een toptijd. Alleen voelde ik vrij snel: dit gaat niet blijven duren, dit moet en zal ontploffen. Naarmate de successen zich opstapelden, naarmate de naam en faam van het gezelschap toenam, werden de ego's dusdanig gestreeld dat je mensen zag veranderen. Spelers verloren elke zin voor collegialiteit. Heel vreemd. Ik stond daar zelf een beetje naar te kijken. Ik ben nooit van mijn leven naast mijn schoenen beginnen te lopen, en dat zal me ook nooit overkomen.

"Luk Perceval zelf veranderde misschien nog het meest. Ik heb nog altijd de grootst mogelijke achting voor hem als regisseur, hij blijft een van de absolute toppers, en ik denk dat hij echt op zijn plaats zit in Duitsland. Maar bij zijn doen en laten als mens stel ik me toch vragen."

Waarom? Wat is er tussen jullie gebeurd?

"Op een dag vroeg Luk mij om een stuk te regisseren, Le cocu magnifique. Het werd een succes. Waarop ik een tweede productie mocht maken. Vittoria Corombona zou mijn zwanenzang worden. Die voorstelling is afgelast voor de première. Ik weet tot op de dag van vandaag eigenlijk niet wat er precies is misgelopen. Tijdens de repetities hing er een hele vreemde sfeer. Die grote acteurs die bekendstonden om hun creatieve inbreng, vielen opeens stil. Ze moesten tot in de kleinste details begeleid en gestuurd worden. Ga daar maar aan staan. Uiteindelijk werd ik met de vinger gewezen. Ik zou niet weten wat ik aan moest met dat stuk. Ik zou het opeens niet meer kunnen. Heftig allemaal."

Maar je hebt nadien nog wel een grote rol gespeeld in All for Love, een van de grote hits van de BMCie. Lukte dat voor jou nog wel na die vertrouwensbreuk?

"All for Love was een mooie productie waar de hele cast goed in speelde. Van mijn kant werd het een afscheid in schoonheid. Luk kon alleen maar zuur reageren. Hij was nochtans een echte vriend. Doodjammer dat het zo is gelopen. Vooral omdat we geen van beiden weten - ik toch alvast niet - waar het eigenlijk fout is gegaan. Ik had het wel willen uitpraten, maar Luk doet dat niet. Hij is de man die gewoon verdwijnt.

"Heel die pijnlijke periode heeft mij een geweldige tik gegeven. Ik was al mijn zelfvertrouwen kwijt, ik wist niet meer wat gedaan.... Ik schrik er een beetje van dat ik dit nu tegen jou zit te vertellen. Alleen mijn vrouw weet dit. Misschien kan dat omdat het nu geen issue meer is."

Want je bent geen rancuneus man?

"Nee, dat sowieso niet. Maar achteraf gezien hebben de stappen die ik van de weeromstuit heb gezet alleen maar goeie dingen opgeleverd. Ik ben naar Amsterdam vertrokken, en daar heb ik mijn grote liefde gevonden. De goede Nederlandse huizen kwamen ook meteen aandraven met allerlei aanbiedingen. En zo heb ik mijn broze ego langzaam weer opgebouwd.

"Luk heeft het blijkbaar nog altijd niet helemaal verteerd. Ik hoorde onlangs nog dat hij tegen iemand had gezegd: 'Allee, den Douss, is die nog áltijd bezig met theater?! Allee.' Het zij zo, ik kan er ondertussen om lachen."

Dus het hele verhaal over hoe je naar Amsterdam bent getrokken uit weerzin tegen het Vlaams Blok dat toen furore maakte in Antwerpen, dat was eigenlijk meer een randfenomeen?

"Ja, ik geef het toe. Ik vond dat toen wel goed klinken. Jij niet? (lacht)"

Op zich wel. Tegelijk vind ik dit verhaal veel menselijker en begrijpelijker dan dat een pure principekwestie iemand tot zulke drastische stappen zou bewegen.

"De wereld houdt mij wel bezig natuurlijk, maar zo principieel ben ik waarschijnlijk inderdaad nooit geweest."

Je bent vier jaar geleden gestopt met theater. Niet langer gevoelig voor de romantiek die hangt rond die ervaring van je elke avond opnieuw moeten geven voor een levend publiek?

"Toch wel. Het was ook geen simpele beslissing, maar ik was het reizen echt strontbeu. Altijd maar onderweg langs dezelfde theaters om voor de tweeëndertigste keer dezelfde voorstelling te spelen, dat woog op den duur te zwaar. Bovendien leed mijn liefde voor film onder mijn theateractiviteiten. Daar worden agenda's lang op voorhand geblokkeerd, altijd meteen voor ettelijke maanden, waardoor ik allerlei aanbiedingen om te filmen moest afwijzen.

"En ik ben zot van film. Je geeft als acteur de controle meer uit handen. Maar dat toewerken naar dat ene punt, dat moment waarop het moet gebeuren, de korte sprint, daar hou ik van. Als het goed gaat en je voelt: dit is dé take, dat voelt alsof je van de grond komt. Zalig."

Je doet aan zenmeditatie. Is die behoefte ontstaan als tegenwicht voor het wilde leven dat je ooit hebt gehad?

"Dat ik nog altijd heb, bedoel je. (lacht) Ik ben geen boeddhist die in de zetel thee zit te drinken. Maar ik heb zen nodig om de balans te vinden. Ik ben een heftige persoonlijkheid, te heftig, zouden sommigen zeggen. Ik schuw de confrontatie niet, tenminste: met de mensen die ik belangrijk vind. Ik kan mijn kop ook maar moeilijk stilleggen. Altijd bezig met wat ik zie en denk en voel en meemaak. Zen helpt mij om te slapen, om al de negativiteit af te voeren die mij vroeger echt kon platslaan, om de smeerlapperij die ons omringt van mij af te kunnen zetten.

"Ik heb zenmeditatie leren kennen dankzij mijn goede vriend Peter Simons. De man die onder andere Aspe mee op poten heeft gezet, de geweldige film Vleugels heeft geproducet, een fantastische kerel. Hij is een paar jaar geleden verongelukt op de ring rond Brussel. Dat was verschrikkelijk.

"Zijn dood heeft mijn kijk op de dingen veranderd. Ik leef sindsdien heel erg in het moment. Of dat probeer ik tenminste. Ik ben een gretige lever. Dat heeft mij minder opgeleverd dan het mij heeft gekost, maar toch heb ik daar geen spijt van. Je neemt mij zoals ik ben, of je laat het. Ik ben ondertussen te oud geworden om nog te veranderen. En het is prima zo. Er zijn zoveel goeie dingen in mijn leven. Die wil ik vasthouden."

En wat is dan het belangrijkste goeie ding?

"Mijn vrouw. We zijn negentien jaar samen. Uit pure romantiek getrouwd, vier jaar geleden. Het was zo'n liefde die moest zijn. Ik was drieënveertig, zij dertig. Ik ben een echte billenman, en toen ik haar zag, dacht ik: wauw, zij heeft de schoonste kont van heel Nederland. En toen zijn we aan de praat geraakt. Ze vroeg of ik zin had om nog mee te gaan naar een feestje. Dus ik zeg: 'Dat is goed, maar als ik meega is het niet alleen maar om ergens een glas te drinken, dan wil ik minstens bij jou blijven slapen'. Waarop zij weer: 'Dat kan geregeld worden, maar het zal onder geen beding in mijn bed zijn.' Een pittige tante. Een ex-Europese kampioene taekwondo, alstublieft. En dat merk je. (lacht)

"Ik voel me zo prettig bij haar. We zijn net een maand samen op vakantie geweest en elke dag opnieuw blijkt weer dat we nog altijd verliefd zijn op elkaar. Ik heb dat vaak, dat ik wakker word en haar zie en alleen maar kan denken: wat een mooie vrouw, en dan slaat mijn hart een slag over. Letterlijk waar."

Je lijkt me het soort man dat zichzelf goed kent. Klopt dat?

"Ja, best wel. Ik weet wat ik kan en wat ik niet kan. Dat is al een begin, toch? Ik ben bijvoorbeeld vreselijk onhandig. Vraag mij niet om te twitteren of te facebooken, vraag mij niet om ingewikkelde handelingen uit te voeren op mijn iPhone, want dat lukt me echt niet. Wat mijn vrouw dan weer charmant vindt. En zo is er altijd winst in het leven."

En wat vind je je meest positieve eigenschap?

"Dat ik eerlijk zeg wat er op mijn hart ligt. Geen fluwelen handschoenen, gewoon, rechttoe rechtaan, waar het op staat. Dat is niet de makkelijkste weg. Ik ben al vaak met mijn kop tegen muren gelopen, ik heb al kansen gemist. Maar al bij al vind ik dat het loont. Mensen weten tenminste wat ze aan mij hebben.

"Daartegenover staat trouwens dat ik zelf heel tolerant ben. Van mij mag iedereen helemaal zijn wie hij is. Dat is niet de norm, maar zo heb ik het graag. Mensen kunnen zich tegenover mij van alles permitteren. Ik laat veel over mij heen gaan. Ik geef tweede en derde kansen. Maar als ze echt overdrijven, dan trek ik een streep, en dan is het ook gedaan. Voor altijd. Daar schrikken zelfs de intimi weleens van. Maar die twee aspecten van mijn karakter houden elkaar in evenwicht, denk ik."

Je zou je uiteindelijk willen vestigen in Spanje of Frankrijk, hoor ik.

"Ja, dat is echt een droom van mijn vrouw en mij. We moeten maar op reis gaan en een mooie streek zien, of we beginnen meteen plannen te maken. Het lijkt me heerlijk om die stap te zetten als ik stop met werken. Het enige wat ik moeilijk zou kunnen missen uit België of Nederland zijn mijn zeven goede vrienden. Maar ik ben ervan overtuigd dat zij de weg naar onze logeerkamer in dat heerlijke huis in dat fijne land wel zullen weten te vinden."

Tot slot, je bent tweeënzestig, vind je dat een prettige leeftijd?

"Ik vind het niet onprettig om tweeënzestig te zijn. Ik moet er alleen niet aan denken dat ik dood zou gaan. Ik ben nog lang niet klaar. Het leven is te leuk. Dat voelde vroeger weleens anders, maar de laatste negentien jaar ben ik echt gelukkig. En daar zou ik nog een hele tijd mee willen doorgaan."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234