Maandag 21/10/2019

'Je moet schaamteloos durven te schrijven'

Hij wordt de erfgenaam genoemd van A.F.Th. van der Heijden. De schrijvers die Jamal Ouariachi 'een stomp' gaven, leerden hem schaamteloos én veellagig schrijven. 'Verbijsterend dat het altijd gaat over zoekende mannen waar iets mis mee is', stelt hij vast over zijn vijf favoriete boeken.

Een hufter. Een teringlijder. Een zeikerd." Op een leesclub in Amsterdam over Ouariachi's Vertedering waren lezers het opmerkelijk eens. Het hoofdpersonage van zijn tweede roman deugt niet. De gesjeesde filosofiestudent die verdrinkt in de saaiheid van zijn job als postkamerbediende poogt het faillissement van zijn café en de teloorgang van zijn grote liefde te vergeten. Maar een nieuwe 'grote liefde' verknalt de prille dertiger grandioos. Zijn probleem: agressie en een stuitend egocentrisme. Een gestoorde narcist.

Tot je verder leest. Op een bijna aandoenlijke manier start de naamloze man een koortsachtige zoektocht naar de oorsprong van zijn probleem. Zelfonderzoek. En dat mondt uit in een nog tragischer relatie met een collega die op hem verliefd is. Hij begint met haar een 'nepverhouding' waarbij zij zijn voormalige geliefde 'naspeelt' net zo lang tot hij van zijn agressie af is. Het wordt moeilijk aan te wijzen waar het verschil tussen de echte en de nagespeelde relatie zit. En hoe klootzakkerig is een man met een duidelijk gebrek aan empathie, wanneer hij tevergeefs probeert daar iets aan te doen? "Die gelaagdheid in het verhaal, dat is voor mij cruciaal", zegt Ouariachi. "Ik wil op het verkeerde been worden gezet als ik lees. En ik houd van personages waar je alle kanten van ziet. Puur goede mensen bestaan niet, slechteriken uit één stuk evenmin."

Daarom is de liefde immens voor Vladimir Nabokov. "Neem Humbert Humbert in Lolita. Je laat je meeslepen omdat de taal en het verhaal zo fantastisch zijn. En dan leg je het weg en dan denk je: ja maar, wacht even, dat is een verkrachter, een ontvoerder, een moordenaar. Dat soort ambigue figuren werken het best in een roman. Ze moeten charme hebben en tegelijk uiterst vervelend zijn."

Hoewel Lolita de schrijver verpletterde toen hij zeventien was, kiest hij vandaag voor Pale Fire van Nabokov. Het betreft een gedicht van 999 regels met voetnoten. "Klinkt vreselijk, hé? Maar in de voetnoten vindt het echte verhaal plaats. De dichter is overleden en de wetenschapper die het gedicht uitgeeft, heeft hem goed gekend. In de voetnoten vertelt hij steeds openhartiger het verhaal van hun vriendschap. Maar telkens wanneer je denkt dat je weet hoe het zit, is er een soort valluik en zit er een hele andere laag onder. De wetenschapper denkt dat zijn hele levensverhaal in het gedicht is verwerkt en probeert dat per regel aan te tonen.

De lezer komt erachter dat dat niet zo is en dat hij een opdringerige man is die enkel dol is op de dichter. En een volslagen narcist. Je moet hard werken als lezer, maar wanneer het uit is weet je niet waar je het hebt. Wat heb ik nu gelezen, vraag je je af. Het verhaal lijkt niet te kloppen, misschien heeft de wetenschapper de dichter en diens werk verzonnen, of misschien heeft de dichter de wetenschapper wel verzonnen. Je komt er niet uit en hebt zin om meteen opnieuw te beginnen. Meesterlijk."

Zou hij het ook durven, zo'n ingewikkelde constructie? "Dat kan ik me nog niet veroorloven, vrees ik. Ik begin pas. Nabokov kon met zijn reputatie iets gewaagds doen zonder schade te lijden. Maar in mijn debuut, De vernietiging van Prosper Morèl, heb ik de inspiratie van Pale Fire wel gebruikt voor een oppervlakkige verhaallijn met daarachter iets helemaal anders. Het laatste deel van het boek is op het oog gecomponeerd als een soort thriller, maar het is een parodie. Er is in feite iets heel anders aan de hand. Bijna niemand heeft dat opgemerkt. Nu leg ik de laatste hand aan 25, het eerste deel van een erotische trilogie, waarvan David Pefko en Daan Heerma van Voss de twee andere delen schrijven. We volgen het leven van een vrouw op haar 25ste, 45ste en 70ste. Ook nu heb ik een vorm die aan de oppervlakte een normaal verhaal vertelt maar met allerlei lagen daaronder. Het is niet eenvoudig dat goed te krijgen, maar het is een geweldig mooi spel. Echt moeilijk is zin voor zin verder komen. Het kan een verschrikking zijn, dit beroep."

Maar ook bij Ouariachi is het van niet anders kunnen. "Mijn ouders gaven me onlangs een doos met papieren van vroeger. Daarin stak een soort 'boek' dat ik op mijn negende heb geschreven, inclusief titel, auteursnaam en logo van een uitgeverij op het omslag. Ik durf het niet te lezen. Maar ik heb altijd geschreven met de intentie te publiceren. Op mijn 23ste besloot ik alle tijd die ik had in het schrijven te stoppen. Dat was een keerpunt. Ik heb zo drie jaar aan een boek gewerkt maar ik heb het nooit durven uit te geven omdat ik het mislukt vond. Ik wil daar ooit nog iets mee doen. Maar dan helemaal anders. Ik moet de puzzel herleggen."

Verlamming tegenover de grote voorbeelden was het niet. Eerder een gebrek aan techniek. "Ik deed geen letterenstudie. Ik ben autodidact. Het meeste heb ik opgestoken door briefwisselingen, dagboeken en andere egodocumenten van gevestigde schrijvers te lezen. Dan leer je over hoe te schrijven en je put troost uit het feit dat ook zij worstelen en zwoegen. Psychologie studeren was een duidelijke keuze. Mensen observeren en doorgronden leek me eindeloos veel interessanter voor een aspirant-schrijver dan literatuurwetenschappelijke technieken vanbuiten leren of de grote kanonnen op een nog hoger voetstuk plaatsen. De schrijvers die ik bewonder intimideren me niet. Ik vind ze vooral inspirerend. Een uitnodiging om zelf aan de slag te gaan. Net daarom hou ik ervan om in mijn eigen werk kleine eresaluutjes aan hen te brengen."

Geen angst voor de literaire vaders en al evenmin voor de eigen vader en zijn 'erfgoed', zo blijkt. "Tja, die familienaam, hé. Net na mijn debuut stoorde het me dat ik getypecast werd als de auteur met Marokkaanse roots. Terwijl ik een Nederlands boek had geschreven! Het ergert me als dat het eerste is wat mensen zien. En ze je dan uitnodigen voor een multicultiprogramma. Daar heb ik me wel kwaad om gemaakt. Nu is het beter. Gelukkig. Mijn Marokkaanse roots zijn niet zo relevant voor mij."

Dat wil evenwel niet zeggen dat Ouariachi's Marokkaanse vader geen culturele stempel op zijn zoon zou hebben gedrukt. "Ik was een jaar of 25 toen ik van hem Hayy ibn Yaqzan van Ibn Tufayl cadeau kreeg. Een schitterend werkje. Ibn Tufayl is een Arabische filosoof uit de 12de eeuw, de Andalusische periode van de vrijdenkers. Mijn vader als halve moslim en ik als totale atheïst geven elkaar nogal eens boeken om onze discussies over de grote levensvragen mee te staven."

De zoekende mens

Hayy ibn Yaqzan is een allegorische vertelling over een kind dat opgroeit op een onbewoond eiland zonder ouders en dat als een natuurwetenschapper de wereld onderzoekt. In die mate zelfs dat hij de gazelle die hem 'opvoedde' na zijn dood opensnijdt om te kijken hoe het zit. "Het is een uitzonderlijk mooi verhaal over iemand die volstrekt onafhankelijk op onderzoek gaat en alles zelf ontdekt: het verschil tussen leven en dood, het godsbesef. Hij probeert op eigen houtje tot een levensfilosofie te komen. Dat herkende ik enorm. Ik heb geprobeerd dat principe in mijn debuut te verwerken. Ook in Vertedering zit die intense zoektocht: waar komt die agressie vandaan? De vroege dood van zijn vader? De genen? Slaapgebrek? De grenzen van je eigen denken verkennen is in feite ook wat je doet als schrijver."

Zelf over de Marokkaanse afkomst schrijven is geen directe behoefte. "Ik heb een roman gepland waarin ik als schrijver naar Marokko ga op zoek naar mijn wortels, maar dat is dan een parodie. Nee, ik heb het niet zo voor die rootsliteratuur. Ik had altijd al een hekel aan de islam. Nooit heb ik getwijfeld: religie is niets voor mij."

Schaamteloosheid en seks

In religie gedrenkte roots zijn wel steevast aanwezig in het werk van die andere bewonderde auteur: Philip Roth. "Hoe hij telkens met enkele elementen, namelijk zijn joodse achtergrond, het decor van zijn thuisplaats in New Jersey en de moeilijke verhouding tot seks en relaties, totaal andere romans maakt, dat is onwaarschijnlijk. Roth is verschrikkelijk goed. Hij is een van de weinige schrijvers bij wie ik me altijd weerloos voel. Als je zelf schrijft, let je tijdens het lezen altijd op de techniek van de ander. Als ik Roth lees, verdwijnt die beroepsafwijking. Hij is een magiër."

Sabbath's Theater is het tragische verhaal van de gefaalde vrouwengek en poppenspeler Mickey Sabbath. Over hem schrijft Roth: 'As much as he wants to be Marquis de Sade, he is not. As much as he wants to be seventeen, he is not. As much as he wants to be dead, he is not.' "Meermaals ben ik gestorven van het lachen. De brief van het hoofdpersonage aan zijn vrouw die in een psychiatrische kliniek zit en die hij schrijft vanuit het standpunt van haar vader die in de hel groepstherapie volgt met satan, dat is zo schitterend over the top. Of de eerste zin van de roman: 'Either forswear fucking others or the affair is over.' Pats! Alles staat meteen op scherp. En hij komt ermee weg. Dit heb ik vooral van Roth geleerd: alles kan. Je moet schaamteloos durven te schrijven. Dat was heel bevrijdend."

De schaamteloosheid in Vertedering, over fysiek en psychisch geweld, heeft vooralsnog geen schade aangericht in de nabije omgeving van de schrijver, wat bij Roth wel het geval was. "In mijn eigen familie heb ik nooit gedonder gehad over wat ik geschreven heb. Wel waren er vrouwen die zich, terecht of onterecht, meenden te herkennen in mijn werk en daar niet bepaald gecharmeerd van waren. Opvallend is dat de verontwaardiging meestal gaat over datgene wat ik verzonnen heb. Ik vrees dat het niet anders kan: om de fictie te voeden heb ik nu eenmaal een zekere dosis werkelijkheid nodig."

Hoe autobiografisch is Vertedering dan? "Ik had het pas door toen ik bezig was. Het zelfonderzoek van de hoofdpersoon, aangedreven door verdriet om een geliefde, is een gegeven dat wel degelijk uit mijn eigen leven komt. De feiten van de liefdesrelaties in Vertedering zijn verzonnen, maar de emotionele ondertoon zou je autobiografisch kunnen noemen. Op een meer oppervlakkig niveau heb ik een van mijn eerste baantjes in Vertedering verwerkt. Op de middelbare school was ik een lastpak en ik ben er op zeker moment uit getrapt. Toen ben ik gaan werken op de postkamer van een uitgeverij. Dat was een verschrikking, die gedetailleerd in het boek terecht is gekomen. De vernietiging van Prosper Morèl is weer op een ander niveau autobiografisch. Ook daar had ik gaandeweg pas door dat ik in zekere zin over mezelf zat te schrijven, over mijn eigen ontsnappingspoging uit het kantoorleven, het kunstenaarschap in."

Roth, dat zijn ook mannen op zoek naar erkenning, betekenis. "Het begint op te vallen ja. Zoekende mannen. Ik beken." En die mannen zoeken vooral vaak vrouwen. Of toch minstens seks. "Roth is vooral sterk als eroticus, onder meer in The Dying Animal. Maar ik ben nu dus met 25 zelf aan een erotische roman bezig. In Vertedering zitten ook de nodige seksscènes en daar heb ik me echt mee geamuseerd. Het verschil is dat 25 vanuit vrouwelijk perspectief is geschreven. Het hilarische is dat enkele Nederlandse feministen nu al protesteren omdat ik en de twee andere schrijvers over vrouwelijke seksualiteit schrijven. Wat een giller. Als je die redenering doortrekt, zou je als homo nooit over hetero's mogen schrijven, als zwarte nooit over blanken, en ga zo maar door. Dat zou het einde van de verbeelding betekenen."

Amsterdamse couleur locale

Roth is ook lachen om de tragiek van het leven. En om de banaliteit ervan, soms. Het mag duidelijk zijn dat die combinatie voor Ouariachi al even belangrijk is. Van een van de grote helden van de literatuur, A.F.Th. van der Heijden, zet hij het dunste boek in zijn top vijf omdat het werk "me de ogen opende voor de weidse mogelijkheden van de literatuur". De slag om de Blauwbrug, een verhaal over een junk in Amsterdam op zoek naar auto's om autoradio's uit te jatten ten tijde van rellen bij de kroning van koningin Beatrix in 1980, is een klassieker en de aanzet tot de magistrale cyclus De tandeloze tijd. Ouariachi is sindsdien een bewonderaar. "Van der Heijden is een geweldig stilist met een zeer associatieve, beeldende, levendige stijl én hij durft over de moderne geschiedenis te schrijven. De slag om de Blauwbrug stamt uit 1983, terwijl die rellen pas drie jaar daarvoor plaatsvonden. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik een liefhebber van zijn werk ben, al zijn er in de loop der jaren een hoop andere leermeesters bij gekomen. Het gekke is dat de oude jeugdheld nu in feite een collega is. De aard van de bewondering verandert daardoor wel, wordt wat nuchterder."

De bewondering moet ook wederzijds zijn, want Van der Heijden heeft Ouariachi genoemd als een van zijn favoriete jonge schrijvers.

"In De slag om de Blauwbrug duiken plots Van Kooten en De Bie op. Die junk op zoek naar auto's stelt vast dat de binnenstad is ontruimd voor de kroning en baalt. Dan bedenkt hij dat hij ooit Van Kooten en De Bie fietsbewegingen zag maken tijdens een optreden, als een soort oproep voor een autoluw Amsterdam. Kijk, dat was voor mij een openbaring. Ik vond dat zeer straf: de ontdekking dat die populaire cultuur gewoon kan in een literair werk."

Als hommage aan Van der Heijden situeert Ouariachi 25 op de dag van de kroning van Willem Alexander. En daarbij is Amsterdam een geprefereerd decor. "Ja, je kunt natuurlijk heel krampachtig je boeken in een anonieme stad in een niet bestaand land zich laten afspelen omdat je denkt dat het verhaal daardoor universeler wordt. Lijkt me onzin. Is Madame Bovary geen universeel boek omdat het zich in 19de-eeuws Frankrijk afspeelt? Nee, juist de details die dat boek heel erg aan tijd en plaats binden, maken het verhaal levendig. Ik schrijf graag over Amsterdam, waar ik al mijn hele leven woon en waar ik een haat-liefdeverhouding mee heb. In mijn debuut zit de haat: een megalomaan bouwproject dat tot ontploffing wordt gewekt. In Vertedering zit de liefde: de grachten, de mooiste plekjes."

Die liefde zit ook in de taal. "De Nederlandse tak van mijn familie is Amsterdams. Bij vlagen vind ik die taal heel lelijk, andere keren is ze prachtig. Vandaar Haring Arie, de memoires van de gelijknamige bekende pooier die in de jaren vijftig op de walletjes opereerde. Dit is geen echte literatuur maar de levensgeschiedenis vol sterke verhalen van een beroemde boef. De taal is fantastisch!" Leest voor: "Ik merkte dat die Italiaanse broger me steeds meer in de peiling ging nemen. Hij telde zich het lazarus en ik zag aan zijn melik dat hij er maar niet achter kon komen waarom de verdiensten zo waren teruggelopen. Voor mij toch het teken om mijn pruim te drukken." Ouariachi houdt ervan die ouderwetse woorden te blijven gebruiken, "als een soort tegengif voor de misselijkmakende, armoedige mediataal nu. (geïrriteerd) 'Een unieke ervaring', 'inspirerende belevenissen', 'een topervaring'. Vreselijk!"

Haring Arie: opnieuw een charmante boef, ook wel? "Het valt op. Slechte mannen die op zoek zijn en die iedereen inpakken, het is echt mijn thema. Ik sta er zelf van versteld. Misschien moet ik toch maar eens een sessie op de sofa boeken."

Vertedering van Jamal Ouariachi verscheen bij Querido (2013). Volgende zomergast: David Van Reybrouck.

Vladimir Nabokov,

Pale Fire, Penguin Morden Classics.

Ibn Tufayl,

Hayy ibn Yaqzan, Bulaaq.

Philip Roth,

Sabbath's Theater, Houghton Mifflin Company.

A.F.Th. van der Heijden,

De slag om de Blauwbrug, De Bezige Bij.

Haring Arie (ed.), Clé Souren,

Haring Arie, De Arbeiderspers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234