Zondag 01/08/2021

'Je moet de dood recht in zijn bek kijken'

René Gude, de Nederlandse Denker des Vaderlands, is ziek en heeft nog maar enkele maanden te leven. Maar sterven kan best een van de mooiste momenten in een mensenleven zijn, legt hij uit.

Warm licht, water en zicht op het Amsterdamse Centraal Station. De mooie ark waarop René Gude samen met zijn vrouw Babs woont, gaat bijna ongemerkt op en neer, en dat maakt dat ook je hersenen na een tijdje beginnen te wiegen.

Misschien is het daarom dat we zo hard gelachen hebben. Met pret in de ogen zal René Gude dadelijk vertellen over hoe de menselijke rede voortdurend geprovoceerd, gestreeld en belazerd wordt door de grote emoties. Geluk. Liefde. Angst. Boosheid. Verdriet. "En wij moderne mensen maar denken dat we met de rede onze emoties kunnen knechten. Vergeet het, kerel! Reason is but the slave of the passions! David Hume had groot gelijk!"

René Gude is springlevend. En toch gaat hij binnenkort sterven. De botkanker die artsen in 2007 bij hem vaststelden, is niet meer tegen te houden. De amputatie van een been, drie jaar geleden, kon dat niet verhelpen. De dokters geven hem tot eind 2014, maar het is verre van zeker dat hij de kerst nog haalt.

Het weerhoudt hem er niet van om als Denker des Vaderlands zoveel mogelijk over zijn stervensproces te praten. Op televisie, op de radio, in de kranten. Hij gebruikt zijn kennis over grote voorbeelden als René Descartes, Immanuel Kant en Aristoteles om enige gemoedsrust over de dood te creëren. Onlangs was hij een laatste keer te zien in de bekende talkshow De wereld draait door, waarin hij aan een miljoenenpubliek uitlegde dat je niet bang hoeft te zijn voor de dood. "Je moet het monster recht in zijn bek kijken."

Afscheid nemen

De uitzending liet een diepe indruk na. En zo is het een filosoof die de strijd aangaat met de onbeholpenheid waarmee we te lang gepraat hebben over de dood. "Althans," voegt hij er meteen aan toe, "dat probeer ik te doen. Want het is een grote klus. Ik probeer de dood niet te zien als een grote verschrikking die over je heen komt en die je vermangelt. Ik doe mijn best om niet op de loop te gaan voor de emoties die op me afkomen. Ik heb het dan vooral over de grote drie: boosheid, angst en verdriet."

"Ja, ik word soms boos en vraag me dan af: 'Waarom ik? Waarom moet dit mij overkomen?' En angst heb ik ook: het hart dat in je schoenen zinkt en het akelige gevoel als je je dat vreselijke onbekende gat probeert voor te stellen. Verdriet vind ik nog de mooiste passie. Iedereen die ook maar een beetje van zijn leven heeft gemaakt, vindt het zonde om ermee te moeten ophouden."

"Maar mijn verdriet gaat toch vooral over de geliefden van wie ik afscheid moet nemen. Mijn vrouw, mijn twee volwassen zonen, vrienden, collega's. Als je te horen krijgt dat je moet sterven, zijn zij de eersten aan wie je denkt. Niet aan jezelf. Voor mijn eigen dood ben ik niet bang meer. Ik ben het er volkomen mee eens dat ik straks omval, oplos en verdwenen zal zijn. Mijn fysieke lichaam gaat weg, en daarbij horen ook mijn zielsfuncties en gemoedstoestanden. Maar uit het leven van mijn geliefden stappen, dat valt me zwaar. De vaststelling dat zij zonder mij door het leven moeten. Maar ook de pijn om het verdriet dat ze door mijn dood zullen hebben."

"Maar tegelijk is net dit iets waarmee filosofie kan helpen. Grote denkers als Descartes zeggen dat je met je ratio een tik aan je verdriet kunt geven, waardoor dat verdriet de goede kant uit gaat. Alles komt dan in een ander licht te staan. De gedachte dat mijn vrouw en kinderen ook zonder mij door zullen gaan, wordt dan plotseling troostend. 'Gelukkig maar', denk ik dan. 'Ze kunnen verder zonder mij. Ze zijn sterk. Ze zullen me wel missen, maar er is voor hen nog veel meer in het leven.' En dan begin je jezelf te relativeren en wordt het allemaal wat draaglijker. Zulke gedachten maken me blij."

Een groot cadeau

De filosoof in Gude komt op dreef en drijft de troostende redenering nog verder. "Mijn geliefden zullen doorgaan met leven, en dat brengt me naar de opwekkende vaststelling dat de menselijke soort onsterfelijker is dan een individueel mens. Ieder mens is zo sterfelijk als de pest. Jij en ik gaan eraan, Koen! (begint hard te lachen). Sorry dat ik het zo bot op tafel smijt. Je bent nog maar net binnen en ik confronteer je al met je eigen dood."

"Maar tegelijk heeft de mensheid een bepaald soort onsterfelijkheid. Als we het met zijn allen slim aanpakken, heeft de mensheid nog miljarden jaren te gaan. En vanuit die idee kun je dan weer een heel mooi project verzinnen. We kunnen ons beschouwen als een diersoort die het met 7 miljard zielen zolang mogelijk probeert uit te houden op dit planeetje. Laten we eens kijken hoe we dat het beste aanpakken en hoe we daarbij zoveel mogelijk mensen gelukkig kunnen maken. Een goed plan lijkt me dat. En ook: hoe kunnen we daar als individu iets aan toevoegen? Dat lijkt me een leuke, positieve voorstelling om het begrip duurzaamheid vorm te geven. Ook dat is een troostende gedachte die energie geeft. Zo'n voorstelling zet de zaken op scherp, want het betekent dat we voorzichtig moeten zijn met onszelf, onze medemensen en onze planeet."

Gude kijkt nu even ernstig en lijkt daarmee aan te geven dat hij tot de kern van zijn betoog komt. "Wat mij in de filosofie het meest interesseert, is de verhouding tussen emoties en ratio. Al heel lang heerst het grote misverstand dat we onze emoties voortdurend moeten indammen met onze ratio: 'Laat ons alles plannen, alles vastleggen, opdat die losbandige emoties ons leven niet zouden overwoekeren.' Helemaal fout is dat. Ik mag er niet aan denken hoe mijn leven zonder emoties zou zijn."

"Emoties zijn een groot cadeau. Blijdschap. Geluk. Liefde. Dat wil ik allemaal niet missen. Hoe meer die over me heen spoelen, hoe liever ik het heb. Maar het is wel mooi als de ratio die gevoelens een klein beetje in de goede richting duwt. Daar moet je als mens op oefenen, want het kan ook fout lopen. Met een foute ratio kan ik emoties bijvoorbeeld veel langer laten duren dan nodig. Als ik met mijn verstand voortdurend zou piekeren over hoe verschrikkelijk de dood wel niet is, kom ik in een draaikolk terecht en maak ik mezelf ongelukkig. Als ik me in mijn boosheid nestel en me elke dag afvraag waaraan ik die ziekte toch verdiend hebt, loop ik hopeloos vast."

"Maar je kunt met de ratio ook een positieve draai geven aan gevoelens. Je kunt actie ondernemen. Humor is daarbij een fantastisch wapen. Zodra je merkt dat je verstand te serieus wordt, moet je er een grap tegenaan smijten. Af en toe moet je je verstand een schop tegen zijn kont geven."

Gude begint opnieuw te glimlachen. "Ik moet nu even denken aan een grap van cabaretier Theo Maassen. 'Iemand heeft me aangeraden om iedere dag te leven alsof het mijn laatste dag is', zei Theo tijdens een van zijn shows. 'Ik heb het geprobeerd, maar ben er onmiddellijk mee opgehouden. Man, man man, die allerlaatste dag: je moet dan zó veel regelen!"

Leven alsof elke dag zijn allerlaatste dag is, het zal René Gude niet overkomen. "Ben je gek! Helemaal niet. Ook dat kun je als een weloverwogen actie van de ratio omschrijven. Toen ik hoorde dat ik doodging, heb ik mezelf verboden mijn leven radicaal om te gooien. Want wat is daarvan het risico? Je zou op het einde van je leven nog die cruise van drie maanden in de Caraïben kunnen boeken. Een reis die je hele leven met terugwerkende kracht zou moeten goedmaken. De kroon op je bestaan. Een cruise die in niets overeenstemt met het leven dat je geleefd hebt: altijd zon, eten dat klaarstaat, zwembadje, een bed dat wordt opgemaakt, elke avond naar de bioscoop. Maar voor je het weet, mislukt die reis en ben je nog steeds dezelfde zeikerd die voortdurend met zijn vrouw aan het kibbelen is. En dan sta je daar met lege handen: je hebt je vorige leven verraden, maar ook de ultieme poging om alles nog goed te maken, is faliekant afgelopen."

Het was oké

Dat hij niet wil weten van een radicale ommezwaai, zegt ook wel iets over Gudes leven. "Iemand die te horen krijgt dat hij gaat sterven en vervolgens beslist om gewoon door te gaan met zijn leven: dat is inderdaad een goed teken. Het is een aanwijzing dat je leven oké was. En ook dat zorgt voor een opgewekt gevoel. Het doet goed om terug te blikken."

"Iemand die gaat sterven, belandt in een roeibootje: met de rug naar de toekomst en de blik op het verleden. Plotseling zit je niet meer in die razende speedboot. Let op, ik vond het heerlijk om in die speedboot te zitten. Het was een manier van leven die me heel erg beviel: ambitieuze doelstellingen aan de horizon zetten en met volle kracht ernaartoe knetteren. Dat je daarbij veel golven maakt die niet altijd zo aangenaam zijn voor je medemens, is onvermijdelijk. En altijd voel je een zekere rusteloosheid met het hier en nu. Want je wilt naar dat punt in de toekomst, je wilt je doelen bereiken: een partner, een job, gelukkige kinderen, een leuk huis, vrienden."

"Ik hield van die opwinding. Prachtig! Maar nu zit ik dus in die roeiboot en dat is ook mooi. Even kijken naar wat er allemaal van geworden is. Even checken wat daarbij mijn eigen wil is geweest. Hopen dat je daarbij een gevoel krijgt van 'het was oké'. En zoeken naar de mensen en de dingen die dat oké-gevoel doen aanslaan. Dan zie je iedereen passeren die van belang is geweest en kom je tot het besef dat geluk vaak iets is wat je samen met andere mensen doet. Vaak schuilt het in gewone dingen. Of zoals Chateaubriand zei: 'Il n'y a de bonheur que dans les voies communes.' Er is alleen geluk in de gemeenschappelijke wegen die mensen bewandelen. Ook al is dat geluk met anderen bijzonder broos, het is de essentie."

Langer sterven

De tocht in de roeiboot is trouwens een ervaring die de Denker des Vaderlands niet enkel aan stervenden aanraadt. "Misschien moeten mensen dat wat vaker doen. Het is goed om als mens ambitieus te zijn, maar het is ook goed om af en toe een stand van zaken op te maken. Mensen worden regelmatig met een einde geconfronteerd. Het einde van de studietijd. Het einde van een relatie. Het einde van een baan. Het einde van het zorgende ouderschap. Het einde van de loopbaan. Het zijn allemaal heftige momenten, waarop het niet slecht zou zijn om even in de roeiboot te kruipen en naar je kielzog te kijken."

Omdat hij het mogelijk te pathetisch vindt klinken, zeggen we het niet, maar eigenlijk is René Gude de man die zijn volk leert sterven. Iets wat hij tijdens het gesprek ook wel toegeeft. "Toen ik in 2011 te horen kreeg dat ik terminaal was, moest ik als Denker des Vaderlands een beslissing nemen: ga ik hierover zwijgen, of ga ik dit met de rest van het land delen? Hoewel ik een beetje terugschrok voor zo'n Oprah Winfrey-bekentenis, heb ik toch beslist om over mijn ziekte en de dood te praten."

"Ten eerste omdat ik mijn kennis over de filosofie zo aan een ultieme test kon onderwerpen. Zijn onze grote filosofen werkelijk in staat om ons in het aangezicht van de dood enige gemoedsrust te schenken? Of lig ik na het lezen van Seneca, Epicurus en Aristoteles nog altijd van angst op de bank te rillen? Als filosofie ons helpt met de dood, redeneerde ik, dan is het nuttig dat ik die kennis met het grote publiek deel."

"Daarnaast vind ik het een heel goede zaak dat we de laatste jaren met zijn allen meer over de dood zijn gaan praten. Want dat is meer dan ooit nodig. We zitten met een generatie die niet alleen langer dan ooit zal leven, maar die net daardoor ook langer zal sterven. Wie ouder wordt, zal geconfronteerd worden met ouderdomskwalen die de dood beetje bij beetje dichterbij brengen. Dat is een geheel nieuw fenomeen en het maakt dat we ons in een situatie bevinden waarvoor we nog geen taal hebben. De collectieve intelligentie over de dood ontbreekt, waardoor het moeilijk is om er gezamenlijk over te praten. Met als gevolg dat iedereen individueel is overgeleverd aan zijn eigen doodsangsten, zijn eigen woede en zijn eigen verdriet. Het is mooi dat we dat nu aan het doorbreken zijn. Misschien doen we het af en toe nog wat onbeholpen, maar dat is niet erg. Dat we samen naar een gezamenlijke taal over de dood aan het zoeken zijn, vind ik prachtig."

Het gesprek loopt ten einde. René Gude is moe en zegt dat hij dadelijk even wil rusten. Maar er is nog energie voor een laatste vraag, ook al is het een hele grote. "Welk gevoel ik heb bij de wereld die ik binnenkort achterlaat? Ook dat antwoord hangt af van welke voorstelling je met jouw ratio van deze wereld maakt. Je kunt als Geert Wilders op een ongelofelijk beledigende manier zeggen dat alles naar de kloten is. Dat alle moslimjongeren jihadstrijders zijn. Dat de criminaliteit is toegenomen. Zo riskeer je erg humeurig en ongelukkig te worden."

"Maar ik heb de indruk dat zo'n cynisch discours steeds meer met de realiteit begint te wringen. Anno 2014 is het toch wel zeer ongeloofwaardig om te zeggen dat in Nederland en België alles stinkt en niets deugd. Kijk naar de overkant van dit water: daar ligt het Centraal Station. Ik zie treinen rijden, ik weet dat momenteel duizenden mensen door die hal lopen en dat er achter dat station 700.000 mensen en 100.000 toeristen aan het krioelen zijn. Die lopen elkaar allemaal in de weg en toch slaan ze elkaar niet op de bek."

"Hoeveel relletjes zullen er vandaag zijn? Hoeveel politie hebben we nodig om die massa onder controle te houden? Niet veel. Want de publieke moraal van die 800.000 mensen is uiteindelijk enorm groot. Veel van die mensen zijn wél tevreden! Dit alles functioneert goed, zonder dat we er iets speciaals voor moeten doen. Hoelang kunnen we dat nog blijven ontkennen?"

"Een hele tijd geleden heb ik mezelf aangeleerd om niet te veel meer te zeuren. Want dat is echt een gemakkelijkheidsoplossing. In het programma De wereld draait door, waar ik regelmatig te gast ben, heb ik daarvoor een speciaal belletje. Telkens als ik te negatief word, laat ik dat belletje rinkelen. Want je moet wel heel erg selectief blind zijn om in een stad als Amsterdam enkel maar narigheid te vinden. Kijk eens naar die stad aan de overkant! Hoe ze aanlokkelijk ligt te schitteren! Wat een prachtig oord. Kunnen we dat misschien ook eens een keertje vieren?"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234