Donderdag 06/08/2020

Interview

"Je moet creatief zijn met de brokstukken van gisteren"

Beeld Karoly Effenberger

Als hij op zondag liedjes gaat zingen, neemt zijn vrouw het voetbalprogramma Match of the Day voor hem op. Zo graag ziet Willem Vermandere voetbal. Een man die al heel zijn leven schoonheid ziet in de dualiteit, van het leven, en van de letteren. Maandag wordt hij 75. "We zullen zien wat er gebeurt."

"Godzijdank dat ik nog gestoord kan worden", zei hij aan de telefoon en op pagina 255 van zijn brievenbundel Volle dagen lees je dat hij dat elke keer zegt als iemand vraagt 'of het niet stoort'. Met Elias Canetti schrijft hij: "Als je niet meer gestoord wilt worden, ben je dood."

Laat de dood nog maar even andere wegen zoeken dan die voorbij de pijltjes richting Booitshoeke en Eggewaartskapelle naar Steenkerke. In Volle dagen, een bijna dagboekachtige verzameling van brieven die Vermandere tussen 14 juli 1990 en 22 oktober 2014 schreef, is die dood te vaak aanwezig. Zijn ouders vallen weg, twee broers, kleinzoon Rune. Veel vrienden ook. Maar hij zit hier, 'de kleine rostenkop van Marcel van wagenmakers', de jongen die toen hij zeven was door tante op het podium werd gezet bij het Sint-Ceciliafeest in Lauwe. "Blaas maar wat", en hij speelde op zijn klarinet een liedje van de Canadese mariniers. De zaal was eerst stil. En toen barstte de zaal in applaus uit. "Beschaamd liep ik recht naar huis", zegt hij. "Maar nu weet ik: mensen hebben de artiesten nodig."

In dit huis woont hij met zijn vrouw Chris al veertig jaar. Zijn zoon, die in Antwerpen woont, heeft het wel eens gezegd: "Jullie beseffen niet hoe primitief jullie hier leven." Maar er valt een blok hout in de kachel in deze werkkamer waar gitaren, klarinetten en veel boeken gezelschap zijn.

Beeld Karoly Effenberger
Beeld Karoly Effenberger

Waar soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog warmte zochten: de sporen van hun laarzen vormen een cirkel in dit huis, dat ooit een herberg was.

Hier schreef hij die brieven. Al jaren, "aan een man of zes". "Ik ben zelf een fervente brievenlezer. De brieven van Gerard Reve... Jongens toch. Al die tijd heb ik dus zelf geschreven. Naar mensen in Nederland, mijn goede oude vriend Hedwig Speliers, een vriend-huisdokter uit de buurt van Lier, ne paster op rust. Soms over dezelfde gebeurtenissen, maar afhankelijk van wie je schrijft, sla je een andere toon aan. Maar als je er niet over geschreven hebt, is het niet gebeurd. Ik schrijf dus ik leef, zoiets. En ik schrijf die mensen. Als een klankbord? Ja, misschien. Je moet een publiek hebben."

Herlezend besefte Willem Vermandere zelf welk een kunst het is om liedjes te schrijven. "Soms zit je met een paar woorden en soms lukt het maanden niet. Nu bijvoorbeeld, met al die interviews, dan is de muze weer weg. Het is verdomme zo'n lichtgeraakte maîtresse, zo jaloers, ze eist mij volledig voor zich op. Maar gelukkig komt ze altijd terug en als ze er is, is ze mateloos in haar liefde. (grijnst) Ik hoop dat ik haar op mijn 75ste ook nog wat mag koesteren."

"Liedjes zijn veel complexer dan brieven. Zelfs dan poëzie. Toch zoals ik het doe, want veel gasten rijmen niet meer. Maar laat die grote dichters met Claus zaliger op kop maar eens een gedicht schrijven dat rijmt met alle strofen: ik daag ze uit. Keer op keer komen daar karamellenverzen uit. Binnen een lied je levensverhaal vertellen, dat is echt een heel specifieke manier van werken, hoor."

"Wat een avontuur."

Hij zegt het plots. Zomaar. Tussen alle woorden in: "Wat een avontuur."

Die 75 jaar, bedoelt hij dan, tussen dat verwarmende en tegelijk verwarrende moment op het Sint-Ceciliafeest en deze zonnige winterdag. "Een halfjaar geleden rukte ik in mijn linkerarm een pees af door een baldadig transport van een gasfles. Ze hebben me geopereerd en vijf maanden later nog eens om de ossificatie (verbening, red.) weg te nemen. Gitaar spelen gaat alweer een beetje, klarinet is geen probleem meer. Al een geluk dat mijn tong niet aangetast was! Maar je weet dus nooit wat je te wachten staat. 'De mens kent zijn tijd niet', zegt de prediker. En: 'Wees niet te snel met uw mond, laat uw woorden weinig zijn.' Een week voor Nieuwjaar reed onze zoon in Sint-Niklaas door de vangrail. Zes meter naar beneden in een gracht met water. Hij was ongedeerd, maar als je die foto's ziet... Hier zou een andere mens kunnen gezeten hebben. Dan zeg ik met mijn vader: 'We gaan niks regelen, we zullen effenaf zien'."

"Je moet gewoon creatief zijn met de brokstukken van gisteren. Altijd een nieuwe vaas maken. Altijd herbeginnen en optimist blijven. Misschien heb ik dat wel aan mijn vrouw te danken, dat positieve. Als je vier kinderen hebt, kun je je niet permitteren om pessimist te zijn."

Straks toont hij zijn schildersatelier. Via een ingenieus gekapt gat in de muur van een oud kot leidt een weggetje achter twee andere huizen, naar een kleiner huisje. Je ziet veel kleuren, op de tonen van een sonata van Corelli schildert hij nieuwe werken. "Ik ben kleurenblind, maar ik maak mijn eigen combinaties. Ik zou kunnen janken van die gasfles, maar nu durf ik zeggen: ik heb chance gehad, want ik heb noodgedwongen mijn rechterarm herontdekt en ik heb nog nooit zoveel geschilderd als nu. Kappen ze mijn rechterhand af, dan ga ik misschien met mijn mond schilderen."

Beeld Karoly Effenberger

Meer tranen dan inkt

Het zijn die brokstukken waarover hij sprak en waar Willem Vermandere al zijn hele leven mee bouwt. En dat kan hij wel zeggen, maar kijk: in Volle dagen schrijft hij op 5 augustus 1996: "Ons Runeke is gestorven." Een maand later schrijft die kleinzoon een brief, met de woorden van Vermandere. Nog later volgt 'Runekes litanie', zijn lied voor dat arme jongetje.

"Sommige dingen zijn meer met tranen dan met inkt geschreven. De dood van die jongen, door hersenvliesontsteking en een paar blunders van de dokters... Ofwel word je daar verbitterd door ofwel word je meer mens. Dat is het domein van de mystiek en als ik zie hoe mijn dochter dat kind draagt in haar tekeningen en beelden, dan kan ik alleen zeggen: dat is een scheppende kracht."

Ga je, als je zelf 75 bent en zoveel afscheid hebt genomen, anders naar de dood kijken?
"Ik mag niet zeggen dat de dood mij niet kan schelen. Maar het is mijn probleem niet. Doodgaan is het probleem van wie achterblijft. Zij moeten het verwerken. Bij die twee operaties was ik twee keer bijna twee uur weg. In een compleet droomloze ruimte. Je bent dus twee uur dood, er blijft niet de minste herinnering. Is doodgaan zoiets? Je kunt niemand nog een signaal geven. Toch had ik met Rune een vreemde ervaring. In dagen van mateloze tranenvloed ben je zo gevoelig voor tekens en ik zat hier aan mijn tafel te schrijven, toen er de hele tijd een klein vogeltje voor het raam kwam. Runeke, zijt ge terug? Plots dwarrelde er een pluimpje voor het venster. Hoe supergevoelig je dan toch bent voor zoiets miraculeus."

Over dat andere signaal vertelde en schreef hij al vaker. De jongen, geboren in Noorwegen en daar ook gestorven, werd in Lampernisse begraven. Een dag met alleen regen na vier droge weken. Nadien, hier in Steenkerke, was de familie samen. "Plots riep Els ons aan het raam: boven de kerk stond een volmaakte dubbele regenboog. 'In Noorwegen noemen ze een regenboog de glimlach van God', zei Els. Je gaat door de knieën op zo'n moment. Dat is het domein van de mystiek waar je kracht uithaalt. (met een glimlachje) Laten we elkaar nog maar veel leugens vertellen dus."

Een paar weken terug, vertelt hij dan, keek hij op Canvas "met veel belangstelling" naar De ketter en de kerkvorst. "Ik vond het flauw", zegt hij. "Het tv-programma was een flauw afkooksel met een zoete saus en een beetje naar Bach luisteren. Maar het boek (met gesprekken tussen aartsbisschop André Léonard en professor Etienne Vermeersch over geloof en wetenschap, RVP) vond ik zeer sterk. En ik weet niet voor wie ik het meest sympathie had. Vermeersch was hier eens op een zondagnamiddag op bezoek en zijn exacte kennis is zo verbazend groot. Léonard walst er wat overheen, maar haalt toch de kracht uit de mystiek en uit wat Jezus zei. Geweldig."

Dat hijzelf aan het klooster ontsnapte, is bekend. Maar nu zegt hij, met een boutade: "Ik ben de hemel dankbaar dat ik het meegemaakt heb. De artiest werd wakker en kreeg een hekel aan al die dogma's. Wat Voltaire ons 250 jaar geleden geleerd had, stond op de index: dat mochten we niét lezen! Maar nu weet ik dus zeer goed wat er omgaat in moslimjongeren die alleen de Koran lezen. Wij hoorden daar van paters ook dat martelaarschap het hoogste was wat we konden bereiken in het leven: je ging récht naar het paradijs."

Sans rancune, zegt hij, heeft het hem gemaakt wie hij is. "Ik mocht niet worden wie ik moest worden, maar dankzij dat klooster ben ik zeer bewust geworden. Ik zou het bijna aanraden! Als je ziet welke gekte er rond die Giel ontstond. Wij waren met honderden die het klooster ingingen. Maar toen was dat zo gewoon."

Dat de wereld niet te vergelijken is, is natuurlijk zo. "Toen ik naar de paterskweekschool in Waregem ging, kregen we een lijstje: tandenborstel en tandpasta meebrengen. Ik was dertien jaar en had nog nooit een tandenborstel gehad. Laat staan in mijn mond gestoken! Mensen hadden een lijfgeur toen. Mijn vader rook naar een mengeling van zweet en houtstof. Hij was wagenmaker. Je rook welk beroep de mensen hadden."

Rivieren vol wijn

Wat opvalt in Volle Dagen is hoe hij in 1991 al over de islam schreef. Over hoe de Amerikanen er niks van snapten. Maar ook over fundamentalisme. Nu zegt hij: ik weet goed wat in die moslimjongeren omgaat.

"Ik heb de Koran hier liggen en als we elkaars metaforen eens begonnen te waarderen, dan zou dat al helpen. Als ik zeg: 'Rune is in de hemel', dan is dat een metafoor. Als jij dan zegt dat je dat zever vindt, dan ben ik gekwetst. Als Mohammed zegt dat ze geen alcohol mogen drinken, maar dat in het paradijs de rivieren vol wijn stromen, dan is dat ook een metafoor. Laat mekaar toch met rust en spot niet met elkaar. Maar dat is een teer punt als je dan aan Charlie Hebdo denkt. Hoe ver kan spot gaan?"

Te ver?
"Onlangs zag ik op tv een interview met John Cleese. Heel geestig, over Life of Brian en moeder Maria als de helleveeg: fantastisch plezant. Maar toen vroegen ze hem of hij dat ook met de moslims zou doen en hij zei: 'Oh no, they 'll kill you!' Maar zo lang is het niet geleden dat Gerard Reve een proces aan zijn been had omdat hij God als een ezel voorstelde. Dus... Ach, Reve was grandioos. Zijn mengeling van ernst en humor en het innerlijke."

Dat zit ook wel in het werk van Willem Vermandere. Hoe hij een breekbaar wuvetje als Godelieve Rosselle uit Chaumont-le-Bois bezingt en haar tegelijk met wat grapjes inleidt. Hij knikt en vertelt hoe hij zelf in Federico Fellini's film Amarcord die geweldige mengeling bewondert. Waarbij nonkel Teo uit het krankzinnigengesticht een dagje meemag op familieuitstap, in zijn broek pist en uiteindelijk in een boom klautert waar hij voor de hele wereld 'Voglio una donna!' ("Ik wil een vrouw!", red.) uitschreeuwt. "Je lacht je kreupel bij dat tafereel", zegt Vermandere. "Maar het is grote kunst."

"Professoren zijn heel nuchter en wetenschappelijk, maar artiesten moeten de wereld op hun manier verklaren. We proberen de mensen in dit tranendal een beetje te troosten. Jacky Huys (in 1998 overleden muziekjournalist die ook nog voor 'De Morgen' werkte, RVP) zei altijd dat hij in mijn liedjes compassie met het mensdom hoorde.

Dat vond ik wel mooi gezegd. Zou het dat zijn? Ik weet het niet. Als ik mijn liedjesteksten lees, is het alsof die door een vreemde kracht zijn ontstaan. Wat is een talent? Volgens mij is het een karretje dat je krijgt en waar je moet aan duwen."

Maar dat karretje begint met een idee. Soms loopt hij er maanden mee rond. "Het kan dat het niks wordt, maar dan komt het wel op de composthoop van uw ziel terecht en schiet er misschien toch nog vrucht uit.

"Een paar jaar geleden gingen we naar Frankrijk en we stopten in Sangatte om op het strand wat te wandelen. Vandaar zie je de kliffen van Dover. Plots hoorden we iemand zingen met twee keien die hij tegen elkaar tikte: 'Allah Allah'. Die mensen zaten daar vast en wij gingen iets lekkers eten. Dan voel je je machteloos, dat laat je niet los en drie-vier jaar later maak je hier een wandeling tot aan de snelweg en zie je mensen te voet naar Calais stappen. Zo kwam Den overkant tot stand. Je moet alleen een vorm vinden."

Dat engagement klonk zoveel jaar geleden al uit 'Bange blankeman', het verhaal van hoe hij op de Grote Markt in Brussel uitgejouwd en zelfs bedreigd werd, is bekend. Twee decennia later is het Vlaams Blok weg, maar lijkt de angst dat niet.

"Voor de islam zou er dringend een Voltaire moeten komen. Een islam met humor zou goed zijn. Maar moeten er daarom militairen in onze straten lopen? Verwacht van mij geen oplossing, maar Salman Rushdie schreef toch al: 'De migrant is een metafoor voor de moderne mens.' Wie woont nog in zijn geboortedorp, wie doet de job van zijn vader nog, wie spreekt datzelfde dialect nog? We zijn allemaal weggetrokken uit het land genaamd 'Vroeger'. Ik heb veel kracht geput uit Vaderland in de verbeelding van Rushdie.

"Heel beschroomd moet ik zeggen dat ik het niet weet. Geloof maar niet dat een zanger van mijn slag slimmer is dan een andere. Maar Imre Kertész (Joods-Hongaars schrijver en Nobelprijswinnaar, red.) zei: je bent kunstenaar als je de clichés niet aanvaardt. Ik weet alleen dat er geen weg terug is en soms zeg ik al lachend: het is niet slecht dat er wat Arabisch en wat negerbloed met dat van ons gemengd is. Ik ben een groot liefhebber van Match of the Day en hoeveel zwartjes zie je daar niet rondlopen? Zelfs in het Duitse voetbal zie je het! Ze zeggen me wel eens dat ik moet zwijgen: er wonen geen zwarten of Turken naast u. Ah? Mag ik dan niet nadenken omdat ik in Steenkerke woon? Ik ben een nomade en als ik in Schaarbeek moet spelen, let ik ook op dat ik niks in mijn auto achterlaat. Maar negatief zijn helpt niks. En moet ik beschaamd zijn omdat ik hier een rustig leven leid met mijn beelden en schilderijen en liedjes?"

Uren van bewondering

In Volle Dagen krijgen Wolfgang Amadeus Mozart, Claudio Monteverdi, Gabriel García Márquez, Cees Nooteboom, Roel D'Haese, Johan Anthierens en Isaac Bashevis Singer bijrollen. Uren van bewondering, zijn dat. Honderd jaar eenzaamheid las hij al vijf keer: "Daarnaast is veel literatuur flauwe pap. Wat daar op één bladzijde gebeurt, daar hebben anderen een novelle voor nodig." Beklemmen of beknellen al die betoverende woorden en zinnen en muziek nooit? "Neen", zegt hij en wijst met zijn vinger: "Zoals gij heeft nog nooit iemand op deze wereld geleefd. Ge zijt dus uniek. Ik ben een groot liefhebber van Nooteboom en misschien dat er van al die mensen wel een spoortje overblijft in mijn werk. Maar ik doe ermee wat ik in de mate van mezelf kan."

Zit er een rode draad in die bewondering? "De dualiteit", zegt hij dan. "De vader van Isaac Bashevis Singer was een rabbijn, maar hij stelt wel de vraag: waar was die God toen wij in Auschwitz zaten? Nooteboom is een hele libertijnse man, maar hij schrijft met zoveel schoonheid en liefde over oude kerkjes. Ik denk dat het dat is."

Dualiteit die ook bij hem zit. De man die al veertig jaar op dit vlekje woont, maar die zich kan laven aan steden als Parijs, Londen, Keulen. In New York was hij nooit, maar wel in Detroit op uitnodiging van toenmalig Vlaams minister Paul Deprez die bij een officieel bezoek een avondje moest organiseren. Vermandere zong er. Zoals hij ook eens deed in Congo en Zuid-Afrika.

Dat was toen. Reizen doen Willem Vermandere en zijn vrouw Chris niet veel meer. "Ik ben zo verslaafd aan mijn werk", zegt hij en in zijn boek lees je een citaat van de Franse schilder Odile Redon: 'Ze vragen of ik leef van mijn kunst. Ik ga eraan dood!'

Zijn we toch terug bij de dood? "Francis Bacon antwoordde op de vraag waarom hij schilderde: 'Just to excite myself'. En Anaïs Nin zei: 'Niet voor het geld, maar om het leven te verhevigen.' Ik denk dat het dat is. De beeldhouwer Vermandere heeft al heel lang een goeie mecenas: de zanger Vermandere. En er is niks mis met geld verdienen, zolang je het maar investeert in je talent.

"Als je de 70 gepasseerd bent, moet je niet meer twijfelen. Maar zal mijn werk na mijn dood nog iets betekenen? Misschien. Een marmeren beeld dat ik maakte voor de kliniek van Veurne en dat in de hal stond, is nu weg. Ze hebben alles vernieuwd en de nieuwe architect zal er geen weg mee geweten hebben. Dat kan. Het kan dat wat we nu aanbidden, door de volgende generatie verfoeid wordt. Maar misschien wordt het over driehonderd jaar opnieuw ontdekt."

Volle dagen van Willem Vermandere is uitgegeven bij Lannoo, telt 400 pagina's en kost 24,99 euro.

Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234