Donderdag 28/10/2021

'Je moet bereid zijn om de guillotine te riskeren'

In Ierland zijn The Frames haast even bekend als U2 en wordt Glen Hansard (45) als een heuse volksheld beschouwd. Met Didn't He Ramble verschijnt nu zijn bloedstollende tweede soloplaat. 'Bekrompenheid maakt deel uit van de Ierse volksaard.'

Glen Hansard heeft net een interview geweigerd met het gereputeerde Britse maandblad Q. Een gewaagde zet, want het tijdschrift heeft zo'n invloed dat het artiesten kan helpen maken of kraken. Maar Hansard had er gewoon geen zin in. "Ze houden van mijn nieuwe plaat, en naast de review wilden ze een stukje maken met 'Vijf leuke weetjes over Glen Hansard'. Ik heb er even over nagedacht, maar ik ben te oud geworden voor dat soort onzin. Dat heb ik de journalist ook zo gezegd, en die had daar alle begrip voor. Ik voelde zo dat hij van hogerhand de opdracht had gekregen om een stuk te schrijven waar hij zelf niet achter stond."

Glen Hansard behoort tot het selecte groepje artiesten die schijnbaar onaangetast zijn door hun eigen succes. Wanneer we elkaar ontmoeten in Amsterdam, heeft hij de hele namiddag uitgetrokken voor een gesprek. De toon van het gesprek is ontspannen en informeel, alsof je na lange tijd een goeie vriend terugziet, en de tijd neemt om bij te praten.

Hansard kwam al op jonge leeftijd te weten hoe het voelde om beroemd te zijn na zijn rol als Outspan in The Commitments, een film van Alan Parker die in 1991 een heus fenomeen werd. "Elke keer als ik me op straat waagde, werd ik nageroepen. 'Hey Outspan!' Ze bedoelden het goed, maar het irriteerde me mateloos. Niemand kende me van iets anders. Wisten zij veel wie Glen Hansard was: een muzikant die in een band speelde. Bob Dylan was mijn held. Hij was het andere uiterste van iemand als Springsteen, die wél als een man van het volk werd beschouwd."

Jij ook.

Glen Hansard: "Mja. Maar zelf voel ik dat niet zo. Alleen: mocht je Springsteen dezelfde vraag stellen, zou hij wellicht hetzelfde zeggen. (lacht) Ik geloof wel dat mijn publiek een hele week gewerkt heeft en in het weekend een beetje losser wil zijn. Onze taak bestaat er bijgevolg in om die mensen ook losser te krijgen. Dus op een bepaalde manier ben je een element van je publiek. Terwijl Dylan dat helemaal niet is. Die heeft geen enkele binding met zijn publiek, en als fan stelt me dat teleur. Maar ik ben wel trots op hem als artiest.

"Leonard Cohen heeft op dat vlak de perfecte balans gevonden. En Bruce eigenlijk ook. Die gaan naar een bar, bezoeken platenzaken ... Ze zijn, kortom, aanspreekbaar. En dat ben ik ook. In Ierland zouden ze het sowieso nooit pikken als ik me als een rockster zou gedragen."

Volgens Bono is er een fundamenteel mentaliteitsverschil tussen Ieren en Amerikanen. Een Amerikaan die naast de grote villa van een succesvolle rockster woont, heeft daar bewondering voor. Terwijl de Ier denkt: wacht maar tot ik je te grazen neem, klootzak.

"Die bekrompenheid zit jammer genoeg in onze volksaard ingebakken: het gevolg van vijfhonderd jaar onderdrukking door de Engelsen. Weinig landen hebben zo'n enorme bijdrage geleverd aan de wereldcultuur, of het nu om muziek, film of literatuur gaat. Maar tegelijk hebben we daar wél een prijs voor betaald: een totaal gekneusd zelfbeeld. Talent genoeg, maar het ontbreekt ons aan de zelfverzekerdheid om dat ook op te eisen. En wie dat toch deed -James Joyce, Samuel Beckett - is uiteindelijk vertrokken. Alle giganten van de Ierse literatuur walgden van hun thuisland.

"Bono wordt gehaat in Ierland en dat is onbegrijpelijk omdat het écht een fijne vent is. De Ieren konden hem sowieso al niet uitstaan, maar vroeger konden ze daar nooit een goeie reden voor aanhalen. Sinds de band zijn bedrijf om fiscale redenen in Amsterdam heeft gevestigd, hebben ze toch een argument gevonden. Ik vind het ongelooflijk dapper dat hij desondanks toch in Ierland blijft wonen. In een groot huis, jawel. Maar niet protserig of zo. Integendeel: het is heel smaakvol gedaan."

Hoe ziet jouw relatie met Ierland eruit?

"Ik woon niet in Dublin maar op het platteland, en dat is een wereld van verschil. In de stad is het ingewikkeld. Ofwel staren ze me aan omdat ik bekend ben, ofwel weten ze niet wie ik ben. Daar kan ik mee omgaan. Soms herkennen ze me, maar willen ze dat niet toegeven. Dan negeren ze je precies omdat ze weten wie je bent, zodat je op den duur zelf niet meer weet welke houding je moet aannemen.

"In Amerika komen mensen gewoon even dag zeggen, of knikken ze als teken van erkentelijkheid. Artiesten zijn altijd observators. Dat is hoe hun kunst ontstaat. In Ierland kan ik daarom nog moeilijk creatief zijn, omdat ik daar diegene ben die bekeken wordt. Ik ben veel meer op mijn gemak als ik in Brussel of Amsterdam over straat loop. En in mijn eigen dorp doet iedereen ook normaal, gelukkig."

Is dat niettemin de reden waarom je je platen tegenwoordig consequent in het buitenland opneemt: omdat je daar je anonimiteit terugkrijgt?

"Absoluut. In New York kijkt niemand naar je op, en tijdens de sessies in Frankrijk waren we helemaal op onszelf aangewezen. Het enige wat we er konden doen, was lange wandelingen maken, en aan de songs sleutelen. Ik heb ook niet meer de behoefte om me gevalideerd te voelen. Of toch niet in dezelfde mate als toen ik twintig of dertig was.

"Ik hoef me niet in een drukke winkelstraat te begeven om de kick van herkend worden te voelen. Zodra ik écht succes had, was die drang naar bevestiging verdwenen. In Frankrijk opnemen was een luxe: elke dag naar de supermarkt gaan, wat wijn drinken, ons eigen potje koken en dan doorwerken tot een gat in de nacht. Het was hard werken, maar tegelijk voelde het toch als vakantie."

Had je vooraf een afgelijnd idee van wat voor plaat je wilde maken? Ik vraag het maar omdat op Didn't He Ramble in zekere zin de meest traditionele muziek staat die je ooit hebt opgenomen.

"Ik weet van tevoren nooit hoe het zal uitdraaien. Maar er waren een paar dingen die ik wél wist: ik had een paar songs - 'Deserter' en 'Mercy' - die niet mochten klinken alsof ik een pose aannam. Bij het eerste nummer is dat achteraf bekeken niet echt gelukt, maar bij het tweede hoop ik toch dat ik niet klink als een bleekneus die krampachtig probeert om zwarte soulmuziek te spelen. Sommige songs klinken alsof ze op de Seeger Sessions-plaat van Springsteen hadden kunnen staan, en dat was ook de bedoeling.

"Zeker in het geval van 'Deserter', een song over de Ierse burgeroorlog, maar in New Orleans-verpakking. Als je de studio ingaat met een vastomlijnd idee van wat het moet worden, sluit je op voorhand al een boel magie uit. En je hebt gelijk: het is een tamelijk traditionele plaat geworden, maar op die manier komen de teksten wel veel beter tot hun recht."

Hoe verhouden je soloplaten zich tot het werk dat je met The Frames uitbrengt?

"Er is geen enkel verband. Intussen ben ik al zolang uit The Frames dat ik een heel nieuwe vrijheid in het componeren heb gevonden. Ik hou van rockbands en maak er ook graag deel van uit, maar ze proberen toch altijd een interessant riffje te vinden dat tegen de zanglijn kan worden uitgespeeld. Als ik solo werk, hoeft dat allemaal niet. Daar is de enige vraag: wat wil ik met dit nummer vertellen?

"Daardoor blijft de muziek heel simpel, en daar ben ik blij mee. Ik wilde geen liefdesliedjes dit keer, en met uitzondering van 'Wedding Ring' is me dat ook gelukt. Het gaat vooral over familie, vriendschap, en je verantwoordelijkheid opnemen. Letterlijk: ik hou zo veel van je dat ik bereid ben onze vriendschap op het spel te zetten door je de waarheid te vertellen. En uiteindelijk zullen we dat te boven komen. Dt is het gevoel dat in veel van de songs terugkomt."

De nieuwe plaat is er niet zonder slag of stoot gekomen, want als ik het goed heb, zijn er wat valse starten geweest. Wat liep er mis?

"Eerlijk? Ik was opgebrand. De vorige plaat had het enorm goed gedaan, en dus werd de tournee langer en slopender dan verwacht. Meteen daarna boekte ik in New York de opnamestudio waar Bob Dylan eerder Street Legal en Infidels had opgenomen.

Een grote, dure plek, waar ik met de fenomenale Brian Blade (Amerikaans jazzdrummer, red.) aan een nieuwe plaat zou beginnen. Alleen: het werd heel snel duidelijk dat ik wel een paar goeie ideeën had, maar geen enkele afgewerkte song.

"Ik had gehoopt dat Brian en zijn band zo fantastisch zouden spelen dat het niet zou opvallen. Want zo gaat het meestal: ik omring me met muzikanten die beter zijn dan ik, zodat ik wel móét presteren. En ja: de band speelde geweldig. Maar ik was te uitgeput, en er kwam helemaal niets. Ik ben na een paar dagen héél nederig weer naar huis gegaan. Ik was boos, en ontgoocheld in mezelf.

"Al heeft die woede me achteraf wel aangezet om mijn songs te herschrijven tot ze écht goed waren. Ik had me laten meeslepen door deadlines, wilde een plaat uit hebben tegen januari, en me aan het schema houden. Zoals een goede werkbij. Zo kon ik mijn band tevreden houden, en ervoor zorgen dat iedereen werk had. Maar ik kon niet anders dan die zeer realistische, praktische bedenkingen voor één keer naast me neerleggen.

"Ik moest gewoon de tijd nemen die ik nodig had, maar zodra alles klaar was, wilde ik wél dat die plaat zo snel mogelijk uit zou zijn. Met sommige nummers liep ik al drie jaar rond. Die moesten uitgebracht worden voor ik er ziek van werd."

Het gevolg is nu dat je nieuwe plaat haast tegelijk verschijnt met die Best of van The Frames. Daarover maakte ik me de bedenking dat het wat makkelijk is om het zilveren jubileum van een band te vieren als de laatste cd alweer van negen jaar geleden dateert.

"Daar ben ik het mee eens. Voor mij hoefde die verjaardag niet gemarkeerd te worden, maar in de groep dacht niet iedereen daar hetzelfde over. Vandaar de plaat. It's done now, so let's move on. The Frames zijn niet gesplit, en dat zal ook niet gebeuren voor ik 100 procent zeker ben dat ik nooit nog dat straatje wil inslaan.

"In Dublin treden we af en toe nog op, trouwens. Dan verzinnen we een naam, en gaan we in een café spelen. Heel plezierig, want het zijn goeie songs en we kunnen nog steeds goed met elkaar opschieten. Daarom dat ik ze op mijn vorige solotournee uiteindelijk ook als band heb meegenomen. Maar nu ga ik toch met andere mensen werken, gewoon om mezelf te testen. Met hen wéét ik dat ik eender wat kan doen. Ik hoef maar aan een song te dénken, en ze beginnen 'm al te spelen. Dat is een fantastisch gevoel.

"Nu wil ik erachter komen hoe het voelt met muzikanten die ik nog geen leven lang ken. En ik geef toe: ik heb The Frames vorige keer ook wel mee op tournee genomen om mijn schuldgevoel wat af te kopen. Een zanger die solo gaat, verraadt zijn band toch altijd een beetje. Ook: ik wil geen nostalgische act worden. Als we met The Frames nog eens op tournee gaan, moet het zijn omdat er een artistiek proces aan vooraf is gegaan. Omdat we iets nieuws hebben. Geld mag nooit een drijfveer zijn."

Die Best of is nadrukkelijk géén 'greatest hits'. Hoe heb je de songs voor die Frames-verzamelaar geselecteerd?

(denkt na) "Ik beeldde me in dat ik een mixtape voor een vriend maakte. Dus koos ik bewust niet voor de evidente songs. Kijk: ik ben blij dat dit carrièreoverzicht er is, maar verder voel ik er eigenlijk weinig bij. Een van de grootste pluspunten is de hoes, een werk van de Belgische kunstenaar Thier-ry De Cordier. Ik had dat schilderij gezien op de Biënnale in Venetië, en toen ik nadien contact met hem opnam, bleek het een heel aardige vent. Hij hoefde niet eens geld voor het gebruik van zijn werk. Het enige wat De Cordier vroeg, was dat ik hem een exemplaar van de plaat zou opsturen. Voor mij vat zijn werk The Frames perfect samen: donker, raar, rauw en gespierd."

De hoezen van The Frames zijn altijd vrij anoniem. Op de verpakking van je soloplaten laat je je wel zien, maar 't is nooit een rechttoe, rechtaan portret. De vorige keer koos je voor een weinig flatterend schilderij, nu voor een vage foto.

"Goed opgemerkt. Ik haat het beeld van de singer-songwriter als knappe jongen. Doe mij maar de manier waarop Dylan op de hoes van Blood on the Tracks staat. In profiel, zodat zijn enorme neus nog meer opvalt. Ik wil met de manier waarop ik me laat afbeelden benadrukken dat ik soms een ontzettende klootzak kan zijn. Ik zie er verschrikkelijk uit op mijn hoezen, maar wel authentiek.

"Toen de schetsen voor Rhythm and Repose gemaakt werden, had ik een enorme kater. De schilder had ook tekeningen gemaakt waar ik wél goed op stond. Alleen: die klopten niet. Ik wilde laten zien dat ik zowel goed als slecht ben. Er moest dus een beeld op de hoes waarmee ik niet probeerde om mezelf te verkopen. Ik erger me aan songschrijvers die zich in hun songs enkel van hun beste kant laten zien. Omdat ze iets verstoppen. Namelijk: het feit dat ze niet altijd mister nice guy zijn."

Ik word zelf doorgaans meer geraakt door artiesten die eerder hun slechte eigenschappen benadrukken. Damien Rice - een goeie vriend van je - is een perfect voorbeeld.

"Dat is waar. Hoe eerlijker je bent

in een songtekst, hoe langer hij

meegaat. Dus: gooi je eigen rotzooi te grabbel, want anderen zullen

zich erin herkennen. Zeg niet alleen dat ze je heeft laten zitten, maar voeg er ook aan toe dat ze haar koffers gepakt heeft omdat je je als een hufter hebt gedragen. Doe je dat níét, dan worden je songs banaal

en oninteressant. Als songschrijver moet je bereid zijn om de guillotine te riskeren."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234