Zondag 29/01/2023

‘Je mag nooit treuren om wat niet gelukt is’

Zo gek is dit land: de dag waarop Eva Brems een doorwrocht opiniestuk publiceert over quota voor vrouwen in raden van bestuur, staat ze op de cover van P-Magazine. Ook op die van Express trouwens. Relativering nodig? Zoon Ruben wil een boterham met choco. De allerslimste mens werd ze niet, maar professor, politica en moeder zijn, geeft genoeg werk. ‘Bij alles wat ik doe, stel ik me dezelfde vraag: maak ik het verschil?’

Je kan in alles een symbool zien. Op de deur van haar werkkamer, thuis in Leuven, hangt een stripje van Casper & Hobbes. Laatste tekstballonnetje: “Ik maak op pragmatische wijze principes van mijn grillen.” Die deur wordt maar met moeite geopend. “Moet het?” Waarom er geaarzeld werd, is meteen duidelijk: dozen, stapels papier, dossiers. Ergens ertussen de gehuurde dvd-boxen In Europa en Milestones of the 20th Century. “Had ik geleend ter voorbereiding van De allerslimste mens, maar het is er niet van gekomen om ze te bekijken”, zegt Eva Brems. Nog mooi: een medaille met ‘Lex’ erop, gekregen toen ze na 13 juni Kamerlid werd, en een bijpassend tricolorelint. Ligt nog net op haar bureau, ernaast staat de verkleedkoffer van Nathan en Ruben. “Ik heb het lint één keer gedragen, om voor mijn zonen Miss België te spelen.”

Haar agenda is een bebloemd spiraalboek, in roos en groen, een houvast in een leven met zoveel te doen. Bij maandag een omcirkelde ‘K’, staat voor ‘kinderen’. Vandaag is het woensdag en dan staat er een ‘B’. “Eigenlijk staat dat voor ‘babysit’. Maar ook voor ‘Brussel’”, glimlacht het Kamerlid van Groen! “Daar moet ik nog een oplossing voor vinden.” Vandaag komt het goed uit: straks wordt ze in Brussel verwacht voor de commissie Buitenlandse Zaken en ondertussen komt oma babysitten.

Vooruit plannen

Nergens de ‘U’ van ‘universiteit’ te zien. “In een gewone week doceer ik op vrijdag het vak mensenrechten aan masterstudenten van het vierde en vijfde jaar. Maar tijdens de examens moet ik er niet zijn. Wat ik voor de universiteit doe, kan ik thuis doen. Zoals het examen opstellen, wat al gebeurd is. Door de politiek heb ik geleerd dat je best wat vooruit kan plannen, omdat de agenda elke dag kan omgegooid worden. Een commissievergadering die vandaag gepland was, werd maandag plots een dag vooruitgeschoven. Volgende week organiseer ik in Straatsburg wel een tweedaagse conferentie aan het Hof voor de Rechten van de Mens, maar een studiedag die ik op 25 februari samen met collega Liesbet Stevens wilde organiseren rond ‘recht en gender’ hebben we uitgesteld. Hier bestaat er amper literatuur over. Ons boek is zo goed als klaar, de drukproeven zijn verbeterd, maar verder staan we niet. Liesbet is pas bevallen, telefoneren gebeurt soms letterlijk tijdens het afkolven. Ploetermoeders zijn we. Maar het boek komt er dus en dat is, gezien de omstandigheden, toch knap.

“Veel engagement van vroeger heb ik in mijn nieuwe functie kunnen incorporeren. Moeten ook. Toen bleek dat ik verkozen was als Kamerlid van Groen!, kwam het ene telefoontje na het andere: of we eens konden praten? Dat begrijp ik. VORMEN, de Vlaamse Organisatie voor Mensenrechteneducatie die ik mee opgericht had en waarvan ik nog een tijdje voorzitter was, vond de combinatie met mijn rol als politica moeilijk. Hetzelfde voor mijn mandaat in de Adviesraad voor Duurzaam Beleggen van KBC. Daardoor ben ik dus eigenlijk toch meer thuis bij de kinderen, al zit ik dan achter mijn computer te werken.”

Op de keukenkast hangt een indrukwekkend lijstje: ‘Activiteiten Kinderen 2010-2011’. Daarop staat acrobalanceren op maandag, rockschool op dinsdag, acrogym op donderdag en vooral zaterdag is gevuld: kungfu, klassiek ballet, jazz, hiphop en circuszolder. En scouts op zondag. Jongens die dansen en spelen. Ouders die rijden en organiseren. Ouders met een drukke carrière. Ouders die zich druk maken.

“Een paar mensen sms’ten me: ‘Heb je dat gelezen? Ik at mijn krant bijna op.’ Iedereen vond dat we moesten reageren. Bart De Wever had in een column geschreven dat als je, zoals in Noorwegen, quota instelde voor de aanwezigheid van vrouwen in raden van bestuur, dat je dan ‘gouden rokken’ creëerde. Volgens De Wever is het effect immers dat uiteindelijk een beperkt aantal vrouwen een pak bestuurszitjes zou verzamelen. Ik wist dat dat niet waar was en De Wever weet dat ook. Ik vond dat ik moest reageren en heb er een column over geschreven.”

Ook dat dus, een impulsieve column die dinsdag vorm kreeg. In haar agenda van die dag: de commissie Justitie rond naturalisatie, na de middag een plenaire zitting over het amnestievoorstel van het Vlaams Belang, dan de commissie Buitenlandse Zaken met vragen aan Steven Vanackere over Congo, Tunesië en Libië. “Minister Vanackere antwoordt altijd uitgebreid en geeft de indruk transparant te zijn. Maar dat maakt het ook tricky, je gaat je toch afvragen: waar zitten hier de addertjes?

“Wat mij interesseert is hoe ik efficiënt kan werken en toch impact kan hebben. Er is mij verzekerd dat landen die veel vragen krijgen, hoger op de agenda komen. Je merkt ook dat de ambassades van die landen je volgen. Onlangs werd ik, samen met enkele andere mensen, door de Amerikaanse ambassadeur Howard Gutman uitgenodigd voor een diner. Bij de begroeting zei hij al: ‘Jij zal het wel even over Guantanamo hebben zeker?’ (lacht) Dat had hij goed geraden. Ik heb het diner toch een beetje verpest met wat vragen erover. Vroeger was ik voorzitter van Amnesty International. Zo’n organisatie kan met haar vragen vaak niet rechtstreeks bij politici terecht. Dan vind ik dat ik als politica zo’n kans niet mag laten liggen.”

“Moeder worden, veranderde mijn leven totaal. Het cliché van de verstrooide professor gaat helemaal op voor mij. Maar door mijn kinderen moét ik zo efficiënt mogelijk organiseren. Elke week zit ik met Piet (Forger, haar man, rvp) samen om de week te overlopen en te kijken wie wat wanneer moet doen.

“Aan de biologische drang om moeder te worden, viel niet onderuit te komen. Alleen de mythes over hoe het je volledig vervult en over die wonderbaarlijk sterke band met je kinderen, ervaarde ik niet onmiddellijk. Ik vond het een schok in mijn leven. Voordien was ik iemands kind, nadien iemands moeder. Zo in die rol geduwd worden, vond ik moeilijk. Mijn eerste bevalling duurde 36 uur en eindigde in een keizersnede. Borstvoeding? Lukte niet meteen. Ik kon alleen denken: zie mij hier mislukken.

“De ambivalentie van moederliefde is een soort taboe. Heel af en toe kom je het in een roman tegen, zoals in Lionel Shrivers We Need to Talk About Kevin. Een boek over een moeder van een kind dat een massamoord gepleegd heeft en hoe zij daarmee omgaat. Het is niet evident. En als ik daar over vertel, reageren veel mama’s opgelucht wegens de herkenbaarheid.

“Het duurde heel lang voor mijn kinderen doorsliepen en van Nathan (de oudste die nu tien is, rvp) dachten we een tijd dat hij mucoviscidose had. Die onderzoeken sleepten lang aan en het laatste was op 11 september 2001, nine eleven dus. Ik was zo gestresseerd dat ik in de parking van Gasthuisberg een geparkeerde auto heb aangereden. Ik heb nog een briefje onder de ruitenwisser gestopt, maar toen ik thuiskwam, was de wereld helemaal veranderd. De eigenaar van die wagen heeft me nooit gebeld.”

Lieve Blancquaert zei ooit: “Mijn kinderen zijn passanten in mijn leven. Het zou gek zijn dat ik nu alles opgeef voor hen. Als ze zestien zijn, willen ze zelfs niet meer dat ik voor hen zorg.”

“Zo heb ik daar nooit over gedacht, maar het klopt dat je je voortdurend bewust moet zijn van het feit dat alles tijdelijk is. Je kinderen zijn dat natuurlijk niet, maar je verhouding tot hen verandert constant. En je kan je leven niet enkel organiseren op een momentopname.

“Ik zie niet altijd een conflict tussen het rationele en het emotionele, maar ik ben wel zeer evaluatief. Waar ben ik mee bezig en waar wil ik naartoe? Soms zo erg dat ik technieken en instrumenten uit mijn professionele context op mijn persoonlijk leven ga toepassen. Zoals je voor een ngo een vijfjarenplan uittekent, kan ik dat ook voor mezelf doen. Natuurlijk toets je dingen af. Ik had een week tijd om te beslissen of ik lijsttrekker wilde worden bij Groen! Op zo’n moment is het belangrijk raad te vragen aan mensen die je in een andere context kennen. Maar de doorslaggevende stem is toch altijd die van Piet. Het is heel belangrijk bij zo’n beslissing iemand te hebben die veel verschillende fasen in je leven heeft meegemaakt. Piet is zo iemand.”

Woensdagmiddag, 11.57 uur, de trein naar Brussel

Bij de post zit een mooie uitnodiging voor een etentje met Story-hoofdredacteur Frederik De Swaef. Alles blijft off the record, staat erbij. Met de fiets sprint Brems naar het station van Leuven.

De allerslimste mens is ze niet geworden. De opname was zondagavond, de uitslag is op dit moment nog een staatsgeheim, maar Bert Kruismans is dus winnaar. “Terecht”, zegt Brems. “Hij weet ontzettend veel.” Vandaag hoeft ze niks meer te onthouden. “Vriendinnen hadden me wat geholpen. De broers Borlée kende ik wel, maar Alonso en Sebastian Vettel... Tja... Van het journaal kan ik nu weer gewoon genieten. Ik moét de naam van de luchthaven van Moskou, waar die aanslag gebeurde, niet meer opslaan.

“Het is een quiz die iedereen lijkt te volgen. Tussen de rekken waar in de Delhaize de cornflakes staan, vroegen jongens me om mee op de foto te gaan en de treinconducteur zei dat hij voor mij supporterde. Vind ik toch wel tof. En op een activiteit van de Bond zonder Naam zei Herman Van Rompuy, die ik nog nooit had ontmoet: ‘Mevrouw Brems, ik wil u graag feliciteren.’ Zo’n programma is een opener die je makkelijk op de kaart zet.”

Woensdagnamiddag, 13.03 uur, het Huis der Parlementairen

Wandelend door de darmen van het parlement, loop je langs statige portretten van de voorzitters. In de leeszaal fluistert ze. Door de open deuren van de bureaus van N-VA, onderweg naar die van Groen!, zie je grote leeuwenvlaggen aan de muren.

“Politiek is vaak theater. Zodra de vergadering afgelopen is, wordt er vriendschappelijk met elkaar omgegaan. Maar ik merk dat je tegenwoordig in het maatschappelijk debat snel in het kamp van N-VA moet zitten of dat je anders een slechte Vlaming bent. Veel mensen die ik ken, beginnen zich daar ongemakkelijk bij te voelen. Wie durft er zijn stem nog te verheffen? En de vraag die ik me elke dag stel, is: doe ik wel voldoende mijn best? Als ik later op mijn leven zal terugkijken, ga ik dan het gevoel hebben dat ik de juiste keuzes heb gemaakt in deze politieke crisis? Een crisis die al sinds 2007 duurt. Meer en meer heb ik het gevoel in een N-VA-Vlaanderen te leven waar je je als progressieve mens niet gemakkelijk voelt. Dan gaat het niet alleen over identiteit en nationalisme, maar in het algemeen over een verregaande verrechtsing. Op allerlei vlakken, zelfs in de genderdiscussie. Moet ik daar als parlementair tegenin gaan, of als opiniemaker? Ik denk beide.”

Zou de 20-jarige Eva gedroomd hebben van het leven van de 41-jarige?

“Dat denk ik wel. Niet het BV-gegeven, dat zat niet in mijn hoofd. Maar ik nam toen al graag de leiding. Vergaderingen haat ik, ik voel me er alleen comfortabel als ik ze zelf mag voorzitten. Dat was op school al zo, al was ik niet geweldig geëngageerd. Dat is gegroeid vanuit mijn academische belangstelling. Rechten kan heel technisch zijn. Maar het fundament boeide me. En bij mijn vader, die zelf prof was (Hugo Brems, rvp) zat dit er heel diep in: benut de talenten die je hebt. Ik had goeie punten, zelfs in het eerste jaar aan de universiteit van Namen haalde ik grote onderscheiding. Het was logisch dat ik dit zou doen. (lacht) Alleen besefte ik te weinig dat ik veel meer geld had kunnen verdienen in een advocatenkantoor.

“Ik had nooit een rolmodel, ik ben een ‘no guru’-type. Enerzijds/anderzijds, denk ik altijd. Iemand kan briljant zijn in één zaak, maar ook alleen daarin. En als ik ooit een rolmodel zou hebben, dan zou het een vrouw met een gezin moeten zijn. Anders speelde ik vals. Nu merk ik wel dat ik, in beperkte mate, voor sommige vrouwen zelf zo’n rolmodel ben. Alleen al daarom vind ik het belangrijk om zichtbaar te zijn.”

U schreef dat feminisme niet passé is, het ging onder meer over die quota. Zijn die belangrijk uit principe of omdat u ook vindt dat er dan beter bestuurd zou worden?

“Diversiteit leidt tot betere beslissingen, dat staat vast. Het vermijdt tunnelvisie. Dat iemand als Michelle Obama uitgeroepen is tot machtigste vrouw van de wereld, vond ik daarom zo’n fout signaal. Het gaat ook om het glazen plafond waar vrouwen effectief tegen botsen. Als jong meisje had ik dat zelf niet door. Toen ik een jaar in de States studeerde, zat ik tussen enkele rabiate feministen. Ik voelde me precies een marsmannetje. Pas later zag ik dat traditionele rollenpatronen inderdaad vaak versterkt werden. Aan mijn studenten zeg ik altijd: het moment waarop je een kind krijgt, pas dàn op. De biologische verschillen en het - zeer goede - recht dat je hebt om drie maanden thuis te blijven, kunnen je in zo’n rollenpatroon duwen. En ik geef toe dat het net zo goed de schuld kan zijn van de vrouwen zelf, als ze bijvoorbeeld hun man buiten het babygedoe sluiten.”

Of ze ooit twijfelt, vraag ik.

Ja, knikt ze. “Voortdurend. Aan alles.”

Ondanks alle succes? “Vergeet niet dat wat jij succes noemt, iets van de laatste jaren is. Vorig jaar nog had ik me kandidaat gesteld voor de functie van Belgisch rechter bij het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Dat wilde ik héél graag doen. Toen bleek dat ik niet geselecteerd was, was ik zeer verontwaardigd. Bij de drie kandidaten moét er ook een vrouw zijn. Dat wist men, en toch schoof men drie mannelijke kandidaten naar voor. Dat maakte me kwaad. Ik heb me er wel snel overheen gezet. De sleutel naar geluk vind je enkel door niet te treuren om wat niet gelukt is. Dan richt ik me op iets anders. Maar heel belangrijk is: ik wil het gevoel hebben het verschil te maken. In alles.”

Is er ooit troost nodig?

(aarzelt) “Eerder afleiding. Of relativering. Muziek is mijn medium niet, boeken wel. Maar als ik zeer getroffen word, dan kan ik niet goed lezen. Als academicus ben je vaak alleen bezig, heel solitair. Als je het dan moeilijk hebt, wordt het heel zwaar. Mijn troost vind ik vooral in bezig zijn.”

Tot slot: hoeveel momenten van spijt waren er sinds 13 juni?

“Ik had me voorgenomen te proberen en te evalueren, maar niet zo snel als nu. Het is nog te vroeg. Maar die evaluatie komt er zeker. Spijt dus niet. Ik ben erin gestapt in de volle wetenschap dat er een crisis was. Maar ook dat dit een interessante periode is. Alleen zou ik nu niet willen dat er nieuwe verkiezingen komen. Omdat ik dan het gevoel zou hebben dat het allemaal voor niks is geweest.”

Twee uur na dit gesprek stapte Johan Vande Lanotte naar de koning.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234