Zaterdag 31/10/2020

'Je mag foefelen in het leven'

Als kind kreeg hij elke vakantie een Barça-pakje, en daar zegt Pedro Elias (41) over: 'Bij mij was dat folklore, voor kinderen hier was dat indoctrinatie.' Hier, dat is Bellver de Cerdanya, hartje Catalunya, en dát is identiteit. Zijn grootouders liggen hier op het kerkhof, en zelf zal hij hier ooit ook begraven worden. RIK VAN PUYMBROECK

Niet alles wat je urenlang bespreekt, haalt de krant en zo ligt hier nog een stukje muziek van Alain Grootaers. In het Zuid-Spaanse Periana had hij verteld over hoe 'Tangled Up in Blue' van Bob Dylan het lied van zijn leven was. Nu leggen we er de muziek van Pedro Elias naast en dat past. Het is 26 juni, en zoals op alle andere zondagochtenden in het leven van Elias klinken dan de cellosuites van Bach door Pablo Casals.

U moet dat eens opzoeken via youtube.com/watch?v=ORHi0p3pEfo, en dan lezen wat Elias onder de zon in de tuin van Hotel Mirador zei. "Er is geen enkele reden om dit te missen. Geen enkele plaat die dit op zondagmorgen kan vervangen. Casals was een Catalaan. Mijn grootvader praatte met mij nooit over voetbal, maar wel over Casals. Hij was de Messi van mijn opa. De plaat die hij me gaf (de foto ervan zit in zijn iPhone, RVP) koester ik. Mijn vader is er zot van, mijn zoon Mateo ook en Rover (zijn zoontje van 11 maanden, RVP) heeft nog niks te zeggen. Maar ik denk dat het voor iedereen veilige tonen zijn."

We ontmoetten elkaar een dag eerder op Zaventem. Hij dronk koffie in de Exki. We keken rond in de luchthaven, die na 22 maart op veertien doodsberichten als plaats van overlijden stond. Al vroeg vertelde Pedro hoe hij, aankomend in Bellver de Cerdanya, eerst het graf van zijn oma zou gaan aanraken. Zoals hij in Antwerpen altijd de kathedraal aanraakt. En alle deurklinken van de huizen waar hij al woonde. Op het vliegtuig toonde hij een boek over de woningen in Bellver. Het familiehuis staat erin. Hij kuste het miniboekje dat zijn oma hem gaf. Het leven van Sant Jordi, de patroonheilige van Catalunya, staat erin beschreven. Op diens feestdag - de Diada, 23 april - geven mannen hun vrouw een roos en vrouwen hun man een boek.

"Mijn oma gaf me dit. Op alle sleutelmomenten in mijn leven heb ik het bij me. Toen ik naar de kibboets ging, toen ik solliciteerde, toen ik een kind kreeg. En als ik reis. Ik heb mezelf de opdracht gegeven niet verdrietig te zijn als ik het verlies, maar het is wel mijn dierbaarste bezit. Thuis bewaar ik het tussen Kafka en Houellebecq. Maar dat is toeval. Het past er gewoon perfect tussen."

Avenida Pedro Elias

149 kilometer rijden we van Barcelona naar het noorden. Door tunnels, en daar ligt Montserrat ("Ik zie steeds meer parallellen met mijn vader, in mijn auto liggen drie medaillons van de Virgen de Montserrat") en we rijden langs bomen, bergen en een vaste stopplaats: Frankfurt Golosa. De gulzige kan zich hier laven aan Duitse superworsten. Dat is niet Spaans, zoals Catalunya dat niet is. De taal is dat evenmin: gracias is hier mérci. Net hier gaat zijn telefoon, het is papa Elias die vanaf een afstand deze reis naar wat ook zíjn jeugd en vaderland is, mee beleeft. Ze spreken Spaans met elkaar, zoals Pedro dat ook zal doen als hij straks zijn zoontje Rover aan de lijn zal krijgen.

"Mijn mama is Belgische, met haar spreek ik Nederlands. Met mijn vader en met mijn zonen is het Spaans."

Hij had al gemaild: 'De straat waar het familiehuis staat, is de Avenida Pedro Elias, genoemd naar mijn overgrootvader die zich inzette voor de gemeenschap.' Nu vertelt hij hoe één straatnaambordje, na de bouw van een school, verdween. "Mijn vader schrijft al jaren brieven in een poging dat bordje terug te laten hangen. Voorlopig tevergeefs. Hij is 80 maar hij geeft niet op."

Dat zegt veel over fierheid. Pedro Elias' vader heet Pedro Elias. Zoals diens grootvader. "Elf jaar geleden zou ik zelf vader worden. We wandelden door de Marollen en toen zei hij: 'Vertel me nu maar de naam van je zoon.' 'Mateo', zei ik. Er is nadien niet veel meer gebabbeld."

Mateo is 11, zijn broer heet Rover en op 5 augustus komt er een meisje bij. "In Spanje is je kind je eigen voornaam geven 'geschiedenis', in België is dat ijdelheid. Dat begreep hij niet. In het Catalaans zeggen ze Pere en mij noemden ze altijd Pere Petit. Dat is mooi in de romantiek van die drie weken vakantie per jaar, maar verder heb ik me daarvan losgemaakt.

"Ik begrijp mijn vader ook. Mijn grootouders mochten op een gegeven moment geen Catalaans meer spreken, later konden ze het emotioneel niet meer aan om Spaans te spreken.

"Als Barcelona tegen Real Madrid speelt, roepen de supporters als de klok op 17.14 staat: Independència! Omdat Barcelona in 1714 als laatste viel en Catalunya zo bij Spanje kwam. Messi scoorde vorig jaar exáct in die minuut. Die fierheid zit dus diep en ik voel dat. En al hoed ik me voor overcompensatie omdat ik maar 'een halve' ben, ik bén wel een halve. Ik wil het dus ook niet wegstoppen."

Oma zien

"Ik ben blij als ik die dennen zie", zegt hij. We zijn Bellver binnengereden, hij toonde de Catalaanse vlag op de rotonde, de krantenwinkel met reclame voor El Periodico waar hij elke dag een sportkrant koopt voor nutteloze weetjes. Via de Paseig de Pere Elias en het oude familiehuis ("straks gaan we terug") en het grote veld dat van hem is, stoppen we aan het kerkhof buiten het dorp. We moeten oma zien. Rosa Sintes Argento Elias, geboren op 8 februari 1911 en gestorven op 18 januari 2004, in letters en cijfers ligt hier haar leven. Ze had wortels in Montevideo, Uruguay, en op Menorca. Maar ze werd verliefd op Joan Elias Ginesta en kreeg haar plaats in dit familiegraf van stamvader (en haar schoonvader) Pere Elias Grau. Pedro's overgrootvader die naar Antwerpen emigreerde en er Spaanse wijn verkocht.

"Mijn oma was van de betere middenklasse, mijn grootvader had een meer boerse afkomst. En via hem kwam ze dus in België terecht. Zes maanden per jaar woonden ze in Antwerpen, vier maanden in Barcelona, twee maanden in Bellver."

Toen ze in 2004 overleed, zag Pedro in het open graf de plaats die de zijne zal worden. Links, onderaan. "Ik weet wel dat we bij botten staan, maar hier kun je rusten. Hier hoor je niks en het regent hier veel. Ik hou van de regen. Mijn grootmoeder was de vrouw van mijn leven. Ze was zeer ingetogen, haar échte ideeën hield ze voor zichzelf, helemaal niet zoals ik ben. Toch vonden we elkaar. Ik kon haar ontmijnen en aan het lachen brengen."

Rosa Sintes Argento gaf Pedro Elias de liefde voor Gabriel García Márquez. "En ze stelde zich volledig in het teken van haar blinde man. Zelf kwam ze daardoor bijna nooit buiten. Maar als ik stappen zet in het leven, wil ik geloven dat ze meekijkt. Ook toen niet meteen duidelijk was wat ik zou gaan doen, had zij een goed oog in me."

Yaya, noemde hij haar, en zij noemde hem Pere en we rijden naar het huis waar Rosa en Joan woonden. Het staat in die Paseig de Pere Elias, genoemd naar haar schoonvader, de geëmigreerde wijnverkoper die zijn oude dorpsgenoten in Bellver werk gaf met de bouw van een boel huizen. Op de steen die de toegangspoort verankert, staat zijn naam: Pedro Elías. Het accent op de í gebruikt hij in Vlaanderen niet.

"Mijn opa was blind geworden toen hij 40 was, na twee ongelukken: bij elk ongeluk verloor hij een oog. Dus werd zijn wereld het terras. Hij liep voortdurend van de ene naar de andere kant. Aan het eind hing een belletje: zo wist hij dat daar voorbij de trap naar beneden ging."

Opa Pedro zag deze kleine Pedro nooit: "Elke week voelde hij aan mijn gezicht en ik moest hem altijd beschrijven wat ik zag. 'Laat me nog eens lachen', zei hij. Voor hem was ik een soort jukebox."

Vandaag woont een ander gezin in dit huis, het onderhoud werd te zwaar voor alleen maar vakanties. Maar net voorbij het huis begint een enorm stuk grond waar in 2017, aan het eind, een kleine versie van deze jeugdherinnering zal worden gebouwd. Zijn grond.

We kijken toch even binnen in zijn jeugd. De meubels zijn nog die van Rosa. Haar piano staat beneden. Aan de muur hing een gedicht van Jacques Prévert, maar dat is weg. De kamer waar de kleine Pedro sliep, is er nog. Het meisje dat er nu slaapt, wil in Glasgow gaan studeren en schrijver worden. "Dat wilde ik ook."

'Van den hond'

Hij is het. In 2014 verscheen Van den hond. "Toen ik 12 was, zei men dat ik advocaat moest worden. Maar journalist zat in mijn hoofd. Nooit brandweerman of zo, altijd: schrijven. Ik schreef veel straf en daar maakte ik altijd een opstel van. Maar bij de jezuïeten in het Onze-Lieve-Vrouwcollege zeiden ze aan mijn vader: 'Uw zoon hoort hier niet, hij kan beter naar de steinerschool gaan.' Dat begreep hij niet, in Barcelona had hij zelf bij de jezuïeten gezeten. Steiner? Dat was voor hem de circusschool. Dus ging ik naar Sint-Lodewijk. Daar hadden we een leerkracht die vond dat linkshandigen gehandicapt waren. Dat was een eye-opener: naar iemand die zoiets zei, moest je niet luisteren. Al mijn geloof in autoriteit zakte in elkaar. Tot vandaag hou ik dat vast.

"Ik was ervan overtuigd dat ik iets met taal zou gaan doen, maar ik heb dat boek pas uitgebracht op aandringen van Sam De Graeve (creatief directeur bij Woestijnvis, red.). En ik wil een tweede schrijven, alleen ben ik samen met mijn vrouw eerst een scenario voor Michiel Devlieger aan het schrijven. Ik was heel fier toen ik vorig jaar met Saint-Amour mocht rondtrekken. In een volle Bourla werden plots 900 mensen stil van wat ik zei. Een magischer gevoel ken ik niet. Het voelde aan als een soort aanvaarding van mijn angsten."

"Schrijvers moeten in mijn plaats denken", zegt hij dan. "En ze moeten een wereld scheppen. Naast mijn mama haar bed ligt De profeet van Kahlil Gibran. Ze is ongelovig, maar dat boek geeft in etappes ideeën over het huwelijk, over kinderen. In hoofdstukjes à la carte. Wel, ik heb mijn eigen Profeet samengesteld. Tirza van Arnon Grunberg is het hoofdstuk over kinderen. En This Is a Book van Demetri Martin over de wereld zoals ik er nog niet over heb nagedacht. Jan Eelen gaf me The Road van Cormac McCarthy. Met een verwittiging: 'Je moet het zelf weten, maar dit lijkt me iets voor u.' De vonk kwam toen ik The Catcher in the Rye las. Het was alsof ik plots van buitenaf het signaal kreeg dat je mág foefelen in het leven."

Kreeg hij, na Van den hond, reacties van lezers? Mensen voor wie hij gedácht had? Voor wie hij een Profeet-hoofdstukje was?

"Een patiënt die terminaal was, mailde me: 'Ik heb je boek in een roes uitgelezen, het was alsof ik de medicatie dubbel voelde.' Die ontroering vind ik heel belangrijk. Je kunt me niet méér complimenteren dan door te zeggen dat ik een snaar geraakt heb. Meer dan dat ik mensen liet lachen."

Door Spaans graan en gras, onkruid en klaprozen, een veld waar hij als kind met een brommer zijn knieën kapotreed - het waren de zorgeloze zomers - stappen we naar de plek waar in 2017 een zomerhuisje zal worden gebouwd. Hij zal het delen met zijn zus Meritxell - genoemd naar de Madonna van Andorra - die vandaag in Israël woont. Verderop liggen alleen bergen en zie je het kerkje met het kerkhofje waar Rosa ligt. Hij vertelt over Marti de Pi, gek uit een dorp verder, die hij nooit zag, maar de verhalen alleen al joegen hem angst aan: "Als ik 's avonds naar huis wandelde, was ik altijd bang dat hij mijn keel zou oversnijden."

Angsten zijn een deel van Pedro Elias' leven. Op het terras van hotel Fonda Biayna zegt Pere, die in - voor ons - perfect Catalaans een Vichy Catalan bestelt ("zout water, mocht ik van mijn oma alleen drinken als ik ziek was"), dat hij nochtans heel graag hedonistisch zou willen leven.

"De papa van mijn eerste lief zat altijd in de zetel. Een beetje boeken te lezen. De maatschappij aanvaardt dat niet en door mijn opvoeding bij de jezuïeten voel ik me heel snel schuldig als ik niet presteer. Maar alleen als ik lees kan ik stilzitten. Toch is dat strijdig met mijn hormonen. Ik ben bij De laatste show begonnen en de Uytterhoeven-school was de cultuur van vergaderen en urenlang lullen tot het goed zat. Ik kon dat niet, ik moest rondlopen.

"Iedere keer dat ik voor Saint-Amour op het podium moest, wilde ik weg. Maar Lize Spit en Aleksandr Skorobogatov zeiden dat ze net zo goed in hun broek scheten (lacht). Dat schept toch een band. Voor ik het podium op moest, ging ik op het toilet zitten om niks te horen. Al heb je ook schouwburgen met boxen in de toiletten. Maar dan kuste ik het boekje van mijn oma, kuste ik mijn pols en rondde ik met mijn handen het zaakje af."

Liefde voor het leven

Het zijn Pedro Elias' bekende rituelen. Die pols kussen: "Ik deed dat voor het eerst op een geluksbandje in Brazilië en toen dat kapot ging, bleef ik dat doen. Ik weet dat zo'n ritueel me niet kan behoeden voor onheil, maar dat is niet erg." Iets anders hoorden we onderweg tussen Barcelona en Bellver: "Yeti!" Wij hadden de Skoda Yeti op de autoweg niet gezien.

"Ooit ging ik met mijn hond wandelen en net toen ik bedacht hoe gelukkig ik was dat mijn ouders nog leefden, zag ik zo'n Yeti. Sindsdien roep ik het altijd luidop. Mijn zus lachte daarmee toen ze dat merkte, maar telkens als ze nu een Yeti ziet, stuurt ze me 'Yeti' via WhatsApp. Ik besef best dat mijn ouders' dood onvermijdelijk is, en ik geloof mijn eigen bijgeloof niet. Maar waarom zou ik het niét doen?"

In die 'onaangepastheden' zit veel liefde voor het leven en zo stappen we naar de auto. Langs Biayna, de winkel, waar hij als kind de strips van Mortadelo y Filemón kocht, maar waar ook kurkentrekkers, Crocs en de Catalaanse vlag in de etalage liggen. Zo'n winkel die alles verkoopt. Het meest gekocht in zijn leven: "Rugzakken en nagelknippers." In de auto speelt 'Me voy a morir de tanto amor', muziek die Alberto Iglesias schreef voor de film Lucía y el sexo. Prachtig vindt hij het. Hij vertelt dat hij een week later voor een opname van De idioten naar Japan moet. Mág: "Een van mijn fetisjkes is iets drinken in Park Hyatt's New York Bar, zoals in Lost in Translation. Dat ga ik in ieder geval dan doen." Wat hij zal opnemen, zullen wij pas in september op VIER zien.

's Avonds kijken we op een barkruk in La Tasca de Bellver naar Portugal-Kroatië. Als enigen. In een streek waar alleen Barcelona telt, wil niemand Cristiano Ronaldo zien voetballen.

De nacht is gepasseerd. Elias is een stuk gaan lopen met fotograaf Diego. De app van zijn iPhone registreerde dat tochtje: 10,0 kilometer. In de geschiedenis zie je om de andere dag: 10,0 km, 10,0 km, 10,0 km. "Eén keer had ik 10,1 en ik heb die verwijderd: die heb ik niet gelopen."

"Er is geen kilometerpolitie, dat weet ik, ik doe dit enkel voor mezelf. Die 10,0 geeft me blijdschap. Een collega, van wie ik de naam niet noem, zei me onlangs: 'Als ik me slecht voel, open ik de app van mijn bank en kijk ik naar mijn rekening. Dan voel ik me op slag goed.' (lacht) Helaas heeft mijn bankrekening die kracht niet. Erik Van Looy zoekt op zo'n moment op YouTube altijd de match Antwerp-Vitosha Sofia op. Bij mij werkt die 10,0. Op 9 kilometer haal ik 'm boven en op 10,0 stop ik. Toen ik een periode zwom, zette ik blauwe bolletjes in een Word-document. Nu zet ik naast mijn 10,0 een lachende emoji. Het maakt me blij."

Dat begon toen kinesist Lieven Maesschalck hem na een kniekwetsuur zei: "Met die knie spelen voetballers in eerste klasse. Loop maar 10 kilometer."

Dat leverde een hilarische anekdote op: "Ik liep in Antwerpen eens éven op het fietspad. Een fietser scheerde langs me en riep dat ik niet moest denken dat ik dat mocht omdat ik bekend was. Boos liep ik achter hem aan, tot mijn iPhone piepte en ik moest stoppen: ik zat aan 10,0.

"Dat noemt men soms een neurose. Ik denk dat ik de chaos door getallen wil beheersen. Dat betekent niet dat de waanzin op de loer ligt, maar een psychiater zei me ooit: 'Whatever works dat sociaal aanvaardbaar is, is goed.' Ik schaad niemand door 'Yeti!' te roepen. En als ik graag in vormen loop, dan doe ik dat. De laatste tijd loop ik toertjes in de vorm van een saxofoon. Dat komt ook door De idioten waarvoor ik dat instrument moet leren bespelen. Daarom loop ik nu graag een saxofoon. Van 10,0 kilometer."

Bent Van Looy

'Onder een delicaat laagje hoogst verrukkelijke woordenslagroom schuilt de meedogenloze crumble van de waarheid. Pedro doet het!'

Dat schreef Bent Van Looy op de achterflap van Van den hond. Toen Pedro dit binnenkreeg, sloeg schrik toe: de quote was misschien beter dan het boek?

Bent Van Looy is zijn beste vriend. Hij is ook peter van Rover. "Het is de gulzigheid die ons bindt, denk ik. Bent is even gulzig in het consumeren als in het maken. In mijn paniekaanvalperiode, na mijn scheiding en toen ik net weer iemand had leren kennen, was hij de man die heel gewoon met me omging. Hij had me uitgenodigd in restaurant Graanmarkt 13 en hij minimaliseerde het niet, maar hij zei: 'Het is maar een probleem.' Dat gaf me veel vertouwen. Bent, dat is troost in stijl."

Er is nog andere troost. "Masturberen natuurlijk", zegt hij en vraagt om daar (lacht) bij te zetten. "Maar mijn vriendin Evelien is mijn echte troostmachine. Ze is altijd sterker dan ik. Zo word ik ook sterker. Evelien is zo'n meisje dat van de schommel valt, haar arm breekt en verder wil schommelen. Als ík het plankje hoor kraken, stop ik al."

Er passeert een slak in het Spaanse gras. "Zou die straks ook een blauw bolletje zetten?", vraagt de man die vol grappige uitspraken zit.

Hij verloor een stukje van zijn rechter middenvinger toen hij drie was, in de liftkoker grabbelend naar het vastgehaakte netje waar zijn voetbal in zat.

"Sheila, mijn Engelse oppas, heeft toen mijn hand gered. Ik zou haar eens moeten opzoeken, maar met de brexit zal dat niet meer kunnen zeker?"

Ooit had hij een liefje, in Bellver, haar familienaam was Neus en weet je wat: "Ze had een gigántische neus. Veel later zocht ze eens contact nadat ze mijn naam in Charlie Hebdo had gezien. Viel dát tegen: ze had een zeer onfrisse adem."

En zo zijn we bij Kamagurka, want met hem tekende hij voor het Franse blad. "Kama is mijn grote voorbeeld. Met mijn eerste centen, verdiend als jobstudent, wilde ik op reis. Tot ik op een dag aan zee was en een zeefdruk van Cowboy Henk zag hangen. Die kostte 12.000 frank. Die reis hoefde niet meer.

"Dit heb ik hem zelf nog nooit verteld. Voor een schoolopdracht moest ik een bekende mens interviewen. Ik belde Kama: 'Hallo, ik ben Pedro, ik zou graag eens met u spreken.' Hij zei: 'Ik zou eens niét graag met u spreken', en hij legde de telefoon dicht. Toen we later voor Humo samenwerkten, noemde hij mij zijn patiënt, maar Kama's vrouw is niet voor niks psychiatrisch verpleegster. (lacht) Ook hij is een patiënt.

Socio nummer 336719

"Ik ken bijna al zijn cartoons uit mijn hoofd en toen hij ooit eens dezelfde maakte en ik hem dat zei, zei hij: 'Je bent pas geniaal als je jezelf kunt plagiëren.' We belden elkaar toen twintig keer per dag, maar dat is uitgedoofd en dat is jammer. Over mijn boek zei hij nooit iets en toen ik in Saint-Amour zat, belde hij me of hij kon meedoen. Over wat ik deed, zei hij niks. Maar misschien is dat logisch. Hij was een leraar en nu laat hij me los."

We moeten terug naar Barcelona. Onderweg dezelfde tunnels. Dezelfde bergen. Frankfurt Golosa. Spotify zegt dat er een fout is opgetreden. "Negeren en nog eens proberen", zegt hij aan Diego. "Dat doe ik ook altijd met het leven." In de luchthaven koopt hij een Minnie Mouse voor zijn dochter die nog geboren moet worden. Bij Burger King eten we een Wopper.

En dan toont hij wat nog belangrijker is dan zijn identiteitskaart: zijn 'Carnet de Compromis', zijn naam staat erop, hij is socio 336719 en op de kaart staat die wereldberoemde slogan van Barcelona: 'Més que un club'.

"Voor dat lidmaatschap alleen betaal ik elk jaar opnieuw 120 euro. Ik ben niet zot van voetbal, ik ben gewoon zot van Barça en Messi. Messi's tattoo is een detail van een glasraam van de Sagrada Familia, waarmee hij zijn trouw aan de stad bewees. Als kind kreeg ik elk jaar een truitje van Barça. Voor mij was dat folklore, maar voor de kinderen hier is dat indoctrinatie. We hebben al generaties twee zitjes in Camp Nou. Nu op de 22ste rij: hele mooie plek. Ik vind het prachtig." Dat is genoeg. Iets prachtig vinden.

Bijna aan de luchthaven ziet Pedro Elias nog iets. "Yeti!"

Volgende zaterdag: schrijver Stefan Brijs
Vrijdagavond al te lezen op DM+, de digitale vip-omgeving voor abonnees.
Lees de vorige afleveringen op demorgen.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234