Dinsdag 24/11/2020

Interview Assad

"Je mag een duivel als Assad interviewen, maar niet klakkeloos"

Journalisten Jens Franssen van de VRT (r.) en Walter Pauli van Knack (midden) interviewen Syrisch president Bashar Assad (l.) in Damascus.Beeld EPA

In de Syrische hoofdstad Damascus interviewden drie Belgische media, waaronder de VRT, deze week Bashar al-Assad. De kritiek is niet van de lucht: de vragen klinken "mak", en ook het feit dat Filip Dewinter (Vlaams Belang) als tussenpersoon optreedt, vindt weinig genade. Terecht?

Het interview met Bashar al-Assad dat de VRT, Knack en de Franstalige groep Sudpresse deze week publiceerden, veroorzaakt ophef. De Standaard gewaagde van een “mak vraaggesprek”. In dezelfde krant stelde voormalig VRT-journalist Walter Zinzen dat “criminele politieke leiders interviewen zinloos is".

Op zijn webpagina haalde ook Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA), ook oud-journalist bij de overheidsomroep, het collectieve gesprek over de hekel. Een dictator interviewen moet kunnen, meent Bracke, “maar dan moet je én de stiel kennen én de juiste afspraken maken”.

Dubbele kwestie

Disclaimer: toen De Morgen lucht kreeg van de Syrië-reis van Vlaams Belang en de Parti Populaire informeerde ook een collega van deze redactie of hij kon meegaan. Dat bleek onmogelijk te zijn. Van een interview met Assad was op dat moment geen sprake.

Schadenfreude over de aanpak door de betrokken journalisten (Jens Franssen voor de VRT en Walter Pauli voor Knack) is niet op zijn plaats. Hun beslagenheid staat niet ter discussie.

De dubbele kwestie die er wél toe doet, is deze: of journalisten een dictator mogen interviewen, en zo ja, onder welke voorwaarden. En of de VRT, Knack en Sudpresse aan die voorwaarden voldaan hebben.

Ja, interviews mogen

De eerste vraag is bijna retorisch en het antwoord is dus ja. We mogen bij dwingelanden over de drempel. De vele deontologische codes die internationaal voorhanden zijn bevatten veel aanbevelingen; voor zover wij konden achterhalen staat nergens dat het taboe is om foute of controversiële heren te bevragen.

Meer nog, heel wat professionele journalisten hebben de oefening gedaan. In de aanloop naar de VS-invasie in Irak, in 2003, interviewde Dan Rather bijvoorbeeld Saddam Hoessein voor het Amerikaanse radio- en televisienetwerk CBS, zoals Peter Arnett dat in 1997 namens CNN met Osama bin Laden deed. VRT-journalist Rudi Vranckx steekt zelf niet onder stoelen of banken dat ook hij de voorman van Al Qaida ooit eens aan de tand had willen voelen.

Groepsgesprek met Castro

Alle feitelijke en morele proporties daargelaten: als het onszelf ooit gelukt was een tweegesprek te krijgen met de Cubaanse revolutionaire leider Fidel Castro, dan zouden we geen seconde getwijfeld hebben.

De Morgen had ooit een korte groepsbabbel met Cubaans dictator Fidel Castro.Beeld EPA

Het is destijds bij een korte, pseudo-informele groepsbabbel gebleven die niet aan de basisvereisten van het interview voldeed, maar waar we desondanks – wegens de setting, de couleur locale en de unieke inkijk in de interne logica van het regime – een verslag van doorstuurden. Met name Marie-Rose Armesto van RTL-TVI kon enkele vragen en kritische vaststellingen kwijt: “De mensen zijn niet gediend van uw beleid, Comandante!” De Líder Máximo lachte haar vrolijk in het gezicht uit en deed alsof zijn neus bloedde.

Nul verrassing

Inhoudelijke verrassing nul, dus. Wie bij een despoot naar binnen gaat, weet wat die zal zeggen: 'er is geen sprake van mensenrechtenschendingen'; 'de eenheid van mijn land is in gevaar'; 'ik ben een man van vrede en sta open voor dialoog'; 'ik weet wat er leeft onder het volk en ben dag en nacht in touw'. Als toemaatje zal hij er nog een omzwachteld dreigement aan toevoegen.

“De vraag luidt niet óf je een dictator mag interviewen, dat mag, maar hóe je dat precies doet,” zegt Ricardo Gutiérrez van de in Brussel gevestigde International Federation of Journalists (IFJ). 

“Soms moet je ook de duivel interviewen, maar dan maak je duidelijk dat je meer doet dan hem klakkeloos een microfoon onder de neus te stoppen. Je bent expliciet over de context waarbinnen het interview plaatsvindt, je lezers en kijkers geef je mee dat je geen klankbord bent, zelf ben je je ervan bewust dat je op elk moment gemanipuleerd kunt worden.”

Geen confrontatie

Het belangrijkste bezwaar tegen het Assad-interview gaat dan ook over het feit dat de dictator niet uitdrukkelijk geconfronteerd is met de eigen wreedheid. Het kersverse rapport van Amnesty International over de gruwel in de militaire gevangenis van Saydnaya, was weliswaar nog niet gepubliceerd op het moment van het gesprek. Maar dan nog zijn er feiten en getuigenissen genoeg voorhanden voor vragen, bijvoorbeeld over de 45.000 misselijk makende beelden van gevangenisfotograaf 'César'.

Het belangrijkste bezwaar tegen het Assad-interview is dat hij niet uitdrukkelijk geconfronteerd werd met zijn eigen wreedheid.Beeld EPA

Zelfs al had Assad hooguit nietszeggende antwoorden gegeven, hij zou dan wel op de concrete realiteit zijn aangesproken. Kijkers en lezers zouden onverbloemd hebben aangevoeld dat de vraagstelling wel degelijk kritisch was.

Zeven minuten weggeknipt

Daarbij komt dat het de VRT verboden werd het gesprek op te nemen met eigen materiaal. Toen het regime de tape aan de journalist bezorgde, bleek zeven minuten weggeknipt, officieel omdat het interview maar een kwartier had mogen duren. Het is merkwaardig dat de VRT dit argument kritiekloos heeft aanvaard.

Knack-hoofdredacteur Bert Bultinck ontkent dat het interview te mak zou zijn geweest. “We hebben alle vragen gesteld die we wilden stellen. Aan vragen noch aan antwoorden is ook maar een letter gewijzigd." 

"Vanzelfsprekend is er een aantal antwoorden gekomen die weinig toevoegen aan wat we al wisten uit de interviews die Assad de jongste maanden gegeven heeft aan NBC, de ARD of El País. Maar we hebben wel vragen kunnen stellen over de vredesonderhandelingen in Astana, het Internationaal Strafhof en de verkiezing van Donald Trump.”

Niet exclusief

Ook dat is een punt van transparantie: heel wat internationale media gingen de Belgische voor. Een kop als 'Interview exclusive: Bachar el-Assad reçoit Sudpresse à Damas' klopt niet – en getuigt van twijfelachtige smaak. Ook de VRT liet niet na te benadrukken hoe exclusief dit interview wel was.

Als het, bij gebrek aan verschoning, alsnog tot verzachtende omstandigheid mag dienen: zowat elke journalist die de Syrische dictator interviewde, kreeg thuis het deksel op de neus. Zelfs de Franse topjournalist David Pujadas, ankerman van het Journal de 20 heures op France 2, dagenlang in het verweer toen hij naar Damascus was getrokken. Ook hij moest zich verdedigen tegen het verwijt dat hij de rode loper voor Assad had uitgerold.

In het kielzog van Filip Dewinter

De kwestie zou minder netelig zijn als er zich niet nog een ander probleem gesteld had: het feit dat de betrokken redacties in het kielzog van Vlaams Belang zijn meegereisd.

Het was Vlaams Belang-kopstuk Filip Dewinter (midden rechts) die bemiddelde voor het bezoek van de Vlaamse journalisten aan Assad (midden links).Beeld EPA

In zijn opiniestuk is Walter Zinzen formeel. “Wat al helemaal niet door de beugel kan, is de manier waarop het interview tot stand gekomen is: door bemiddeling van Vlaams Belang, of beter gezegd van Filip Dewinter. (…) Dewinter is, pro memorie, de belichaming van een voor racisme veroordeelde partij. Hij laat geen gelegenheid voorbijgaan om te bewijzen dat die veroordeling gerechtvaardigd was. Nog veel erger in dit geval is dat hij in Syrië een misdadige rol speelt: platte broodjes bakken met een terrorist.”

'Problematisch'

Ook specialist mediarecht Dirk Voorhoof (Human Rights Centre UGent en Universiteit Kopenhagen) wijst erop dat het voor de VRT “problematisch is om actief samen te werken met politici die aan de basis liggen van een veroordeling wegens aanzet tot vreemdelingenhaat”.

Maar dat zo'n samenwerking altijd helemaal uitgesloten moet zijn, vindt hij niet. “Foute bemiddelaars, in de vele betekenissen van het woord, moeten soms kunnen,” geeft Voorhoof toe. “Bijvoorbeeld ook in oorlogssituaties. Maar dan wel op voorwaarde dat er geen andere mogelijkheid is om bepaalde informatie op te sporen of te verslaan, en voor zover de samenwerking natuurlijk perspectief opent om belangrijk nieuws te garen en te publiceren.”

Garantie

“Bovendien”, zegt Voorhoof, “moet er als basisvereiste en ondergrens altijd een garantie zijn dat de verslaggeving voldoende onafhankelijk is, met name bij de vraagstelling en verwerking van het interview.”

In het geval van het gesprek met Assad is Voorhoof “er niet genoeg van overtuigd dat aan al deze voorwaarden is voldaan”. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234