Zondag 05/12/2021

'Je m'amuse bien (au bor' de l'amer)'*

'Ca pète chaque nuit ici', zegt Hakim. Terminus Klebsau, cité Neuhof, Straatsburg. Het knalt hier elke dag. 'Ik woon hier al tien jaar. Elke nacht steken jongeren auto's in brand. De schreeuw wordt niet begrepen. Hier sterven jongeren in een hoekje, aan de came.' Heroïne. 'Families leven ervan, omdat er niets anders is.' De voorsteden van de rijkste Franse stad imploderen, samen met een generatie kansarme jongeren, die naar erkenning snakt. 'De geweldenaars onder ons zijn zoals puppy's: negeer hen en ze bijten alles kapot.'

"Hey, monsieur. Niet bang dat we je gaan slaan? Heb je een camera bij? Moeten we een auto in brand steken?" Hij heet Karim. Vijftien, ongeveer één meter vijfenvijftig. Gitzwarte wol boven de lippen, vragende ogen.

De parking van het Suma-warenhuisje is zijn territorium, midden de quartiers chauds Hautepierre en Kronenbourg rond de gelijknamige fabriek. De voorlaatste halte van de futuristische tram uit het centrum heet er Dante. Zeventienduizend mensen leven er in een hel van te kleine slaapverdiepingen, tot ver voorbij de Terminus. Er heerst meer dan 30 procent werkloosheid, evenveel zijn er jonger dan vijftien.

Er is voor hen meer beton dan vensterraam, meer gebroken glas of gesloten rolluiken dan licht, meer zichtbaar verval dan leven. Graffiti hekelt er de hoerenzonen van Neuhof, waar concurrerende bendes wonen. Karim lust ze rauw. "Normaal hebben we maar een kleine bende, maar als er bagarre is, verzamelen we ons. Gisterenavond zakte tien man van Kronenbourg af, we hebben ze verjaagd."

Op Nieuwjaarsnacht gingen in deze voorsteden van Straatsburg, Europees symbool van Frankrijk, meer dan honderd wagens op in de vlammen. "Een competitie met Neuhof. Wij hebben gewonnen", pocht Karim. Trots: "Ik heb al één wagen gestolen, drie in brand gestoken in december en deze maand. In totaal al zeven. We nemen mooie wagens hoor, die krijgen toch alles terug van de verzekering."

Hoe? Brede grijns. "We hebben genoeg aan een schroevendraaier en dan..." Hij gromt een startende wagen na, als een kind. Waarom? "On s'amuse... we spelen ermee (peinst), en we verdommen de staat, want die doet toch niets voor ons. Er is hier niets." Zijn 'leerschool' liep hij bij ouderen. "Enkele maanden geleden. Ze wilden zich wreken omdat een van hen in de cel zat na een bewaker te hebben geslagen. Zo is het woensdagavond ook gegaan: twee wagens uitgebrand achter de school nadat een leerling was gearresteerd."

De 13-jarige jongen is alweer vrij, wordt aangewezen in het groepje. Ibrahim heeft een nacht in de cel geslapen. Zijn onderwijzer is drie dagen werkonbekwaam. Neergeslagen. Leerkrachten van het Collège François Truffaut weigeren commentaar, ze hebben er hun buik van vol. Weten niet meer hoe te reageren, begrijpen het niet meer.

"De leerkracht begon", zegt Ibrahim. "Hij sloeg iemand die de les stoorde door een stoel om te gooien. We hebben geprotesteerd. De directrice kwam en de onderwijzer ontkende dat hij geweld gebruikte. Toen heb ik hem geslagen. Mais, il était dans les pommes. De politie kwam."

Het groepje is vandaag dan ook niet op school. Geen zin, "het brengt niets op". Ze hebben trouwens een andere bezigheid als een zwarte BMW aan komt rijden, een twintiger van het Europese type achter het stuur hen uitvoerig de hand schudt en ons wantrouwige blikken toewerpt. Nadat de wagen met gierende banden is weggereden, toont één van de jongeren een viertal bruingetinte repen. "Vous voulez du shit?" Als ze groot zijn, willen ze in de groothandel en ook zo'n wagen.

'Voiture volée, ensuite brulée / Les habitants du quartiers le lendemain en parlé / Pour après les cités voisines ont été informées... Ho!'... Loubna (15), Saloua (16), Sabah (17), Nadia (18) en Essia (15) rappen met hun groepje Influence in de bescheiden muziekstudio Centre de Gravité van Neuhof hun ongenoegen over het dagelijks geweld.

Ze hekelen sommige media die het aanwakkeren, maar niet naar de grieven luisterden die de agressie uitlokken. "In december werden statistieken gepubliceerd over het aantal wagens dat hier vorig jaar uitbrandde. Straatsburg kwam met een 500-tal wrakken op de derde plaats in Frankrijk terecht. De cijfers werden voorgesteld als een klasrapport, waarin we 'maar derde' eindigden. Meteen daarna zakten cameraploegen af naar de wijken en vroegen wat we van de toekomst verwachtten. Het was alsof indirect gevraagd werd: 'zie je het zitten om beter te doen dan vorig jaar?'", zegt Nadia Meliani.

"De daders zijn altijd minderjarig. Voor die kleintjes is het een spel, door gebrek aan ander tijdverdrijf. Het wordt een uitlaatklep. Op nieuwjaarsnacht werden hier wagens in brand gestoken omdat er geen pétards meer waren. Het was stom, want er gingen ook auto's van buren in de vlammen op."

"Het zijn dezelfden die hier vandalenstreken uithalen. Ze vormen bendes om sterker te worden. Het zijn jongeren naar wie niemand luistert, die niets om handen hebben, zegt Nadia. "Ze willen tonen dat ze er zijn, respect afdwingen dat ze thuis en in het centrum niet krijgen. Ze zijn zoals puppy's, negeer hen en ze bijten alles kapot. Ze worden opgestookt door criminelen, die weten dat je onder de 16 geen gevangenisstraf kan krijgen en zelf in kleine bendes met vandalenstreken begonnen."

Het lot van Farid Cherrati. "Moi, j'étais dans la came, maar ik ben niet mûr-mûr." Zijn ogen tranen en zijn meer halfdicht dan open. Zijn adem ruikt naar azijn, de lach is wrang. Zijn woorden zijn giftig als het poeder dat zijn neusvleugels verbrandde, maar oprecht. "Ik probeer nu al een week af te kicken, het lukt niet zo best. Gisteren ben ik met de wagen van mijn moeder gaan rijden en botste op een tegenligger die op het linkse baanvak reed. De andere was in fout, maar omdat ik een casier heb, werd ik meegenomen naar het politiebureau. Ik krijg honderd procent de schuld, zoals het altijd al is geweest."

Een casier, een strafblad. 'Diploma Overleven' in de banlieue, of zo werd het de 22-jarige toch ingepeperd door zijn straatmakkers in Neuhof. Nu heeft hij er spijt van, boze spijt. "Tijdens de laatste vier jaar zat ik dertig maanden (2,5 jaar) in de cel. Het begon met een straf van vier maanden. Voor niet meer dan drie hemden en een fles champagne. Terwijl er mecs zijn die slechter zijn dan ik, die hun vrouw slaan. Hén laten ze met rust."

De ouders van Farid werken halftijds. Onvoldoende om voor hem, zijn zes zussen en twee broers de eindjes aan elkaar te knopen. "Ik begon met conneries om geld binnen te halen." Zijn ouders vroegen niets toen hij binnenkwam met nieuwe sportschoenen of een jeans. Het was welkom. Waar hij zelf verslaafd aan werd, leverde het meeste op. De witte sneeuw waar in Neuhof families van leven. Hij wou er mee kappen, maar vond geen werk.

De keuze was snel gemaakt. "Tussen de achttien en vijfentwintig krijg je in Frankrijk geen werkloosheidsuitkering of bestaansminimum, maar je moet wel leven. Je ziet na jaren ontgoocheling het nut van werk niet meer in. Wie na jaren kleinhandel de kanalen kent, wil zo snel mogelijk geld verdienen. Met hun eerste RMI (bestaansminimum) van 2.500 Franse francs kopen velen meteen vijfentwintig gram heroïne. Ze geven er vijf gram van aan jongeren, die het zoals zijzelf vroeger in detailhandel doorverkopen aan 1.500 francs. Je krijgt een stuk van de winst. 'We laten je leven', zeggen ze."

De grote voorraden komen niet uit het quartier, maar van jonge kerels uit het centrum. "Een Fransman en een Joegoslaaf. Ik kan ze je aanwijzen, maar ze worden ongemoeid gelaten door de politie die ons wél voortdurend controleert." Volgens Farid hebben ook sommige van die dealers er belang bij dat wagens spelenderwijs in vlammen opgaan. "Ze profiteren ervan, sommigen vragen het zelfs. Zo krijgen ze de politie aan de andere kant, bij hun concurrenten. Als het in één hoek brandt, is de andere vrij voor le business." Hij ziet zijn toekomst somber in. "Zolang we niets hebben, blijft het moeilijk. Weet je wat ze ons hebben aangeboden? Of we geen vuilnis gingen ophalen voor drie- à vierduizend francs per maand. Wie dat wil, verdient hier op twee dagen hetzelfde met wat verkoop."

Zolang le business hier floreert, blijft het moeilijk. In Neuhof zijn er een 300-tal zwaar verslaafden, ongeveer twintig drugsdoden per jaar. In het postkantoor, waar Farid schuilt tegen de koude, vertelt een vrouw dat daags voordien de zoon van haar buren dood is teruggevonden op het toilet. Overdosis.

Farid zoekt een kaartje dat hij wil versturen naar een vriend in de gevangenis, maar hij nam het verkeerde mee. Uit zijn jaszak haalt hij een beduimeld zeezicht. Op de achterkant een boodschap. Voor de familie. "Heb ik de laatste keer verstuurd vanuit de cel, voor mijn jongste tweelingzusjes. Zo denken ze dat ik op vakantie ben." 'Je m'amuse bien au bor' del a'mer', staat er. 'Ik amuseer me best aan de rand van de zee', maar met een iets andere nadruk lezen we de laatste woorden als ...in deze bittere rotzooi.

Samen met hem verdrinken niet alleen bendeleden, maar ook tal van andere 'gewone' jongeren in deze Urban Jungle. Want wie niet goed kan zwemmen, wordt kopje onder geduwd.

"De keufs, de flikken, zien ons allemaal als criminelen", zegt Rachid (17) met ingehouden woede in Hautepierre, "ze controleren ons zonder aanleiding. Als het in het centrum feest is, sluit de CRS (de rijkswacht, MR) soms onze wijk af, alsof we vuilnis zijn. De agenten die in onze wijken komen, zijn niet opgeleid. Eerst sturen ze stagiairs op ons af, jonge kereltjes die ingepeperd worden dat hier gevochten wordt. We zijn hun 'vuurproef'. Erger zijn diegenen die wij de 'huurlingen' noemen, die zonder pardon gewelddadig optreden tegen iedereen op hun weg. Ben je dan verwonderd dat op de duur alle institutions uniformées die in deze wijk komen, zoals de brandweer, doelwit worden van agressie?"

Rond hem vormt zich al snel een groepje. Geen bendefenomeen dit keer, maar verbolgen stemmen. "De justitie is racistisch. Bruno en Claude, twee agenten van de Bac, de Brigade Anti-Criminelle, zijn hier twee dagen voor nieuwjaar gekomen en vroegen ons of we geen zin hadden een concours te houden met de andere wijken", fulmineert Kader, 22. "Ze hebben ons geprovoceerd."

"We hebben te weinig personeel om alles onder controle te houden", zegt een wijkagent van de Compagnie des Ilotiers in de wijk Poste Brigitte. "Wij zien onze cliënten evolueren op school, ze beginnen steeds jonger. Vroeger waren ze achttien, nu tussen de twaalf en de vijftien. We zijn bang wat er zal gebeuren als deze generatie volwassen wordt."

"In de scholen heerst te veel straffeloosheid. Wij vinden dat het terrein dag en nacht bezet moet worden om de problemen in te dijken, ook door straathoekwerkers." Hij ontkent dat het korps bevooroordeeld is. "Zoals overal heeft iedereen bij de politie recht op zijn overtuiging. Het is onze taak te communiceren, maar het klopt dat sommige secties een andere aanpak hebben. Agenten uit het centrum komen hier meestal enkel om te interpelleren. Pas daarna beginnen ze te praten. Maar de voornaamste oorzaak van het geweld is de overbevolking in de wijk. Er zijn hier te veel jongeren. Het is de vierde generatie Magrebijnen die hier woont."

De rol van de politie en de piste dat de nieuwjaarsrellen voor politieke of criminele motieven werden uitgelokt, wordt momenteel onderzocht door de Straatsburgse procureur. De magistraat suggereerde vorige week de betrokkenheid van het extreem-rechtse Front National bij de rellen, dat door olie op het vuur te gooien de voorsteden zou willen stigmatiseren in de aanloop van regionale verkiezingen in maart. De partij haalde bij de laatste stembusgang in Straatsburg al 20 procent van de stemmen, met het simplistische thema dat de kinderen van de migranten de oorzaak zijn van de sociale problemen.

"Als het FN hier komt is het oorlog." Een van de jongeren steekt vuurwerk af. De speelgoedknallen galmen tussen de blokken. "Ik verjaag de boze geesten", roept hij. De weinige voorbijgangers zetten hun kraag recht in de vrieskou, turen naar de grond en versnellen hun pas.

"Telkens als we in groep staan, zijn ze bang van ons, zelfs de animateurs van het socio-cultureel centrum komen niet naar ons toe", zegt Rachid. "Als we bij hen binnengaan, worden we de deur gewezen. Ze willen ons enkel hun activiteiten laten doen, daar hebben we geen boodschap aan. We willen gewoon een lokaal om zelf activiteiten te organiseren. Hier buiten is enkel beton; niets dan beton. Thuis is er te weinig plaats. Iedereen verveelt zich er en onze ouders hebben de middelen niet om ons hieruit te halen. Als je op zestien niet meer leerplichtig bent, word je aan je lot overgelaten. Het is elk voor zich, ik leef hier enkel met moi et moi."

"We willen hier weg, maar mogen niet. Het volstaat dat ze weten dat je van Hautepierre bent en je wordt geweigerd in de cafés. Als je in groep bent in het warenhuis, wandelen ze met je mee tot je iets koopt. Als je te lang zoekt naar een product, bellen ze de politie of sturen ze hun bewakers. Ze willen ons hier gevangen houden."

Wat later op de Place Homme de Fer, verzamelplaats voor jongeren in het centrum. Agenten in burger interpelleren een groepje jongeren dat van een bus stapt. Ze worden er terug op gezet. Richting Terminus.

Voor adjunct-burgemeester Jean-Claude Petitdemange van Neuhof zijn deze jongeren quantité négligable, zo blijkt als hij ons ontvangt in Bureau 1118. Op de eerste verdieping van de torenhoge gemeenteadministratie die niet in de wijk zelf, maar in het centrum van de stad ligt.

"Er is een minderheid jongeren die hun identiteit en cassant vormt. Ze bouwen hun toekomst bewust rond geweld. Ach, ze zijn maar met een driehonderdtal over heel Straatsburg. Justitie moet zich om hen bekommeren. Zeggen dat we niet proberen te communiceren, is gelogen; zij verwerpen alle structuren. Er moet meer aandacht komen voor hun socialisatieproces op school. Het is een proces dat de société civile zelf in handen zal moeten nemen. Er is voor dit geweld geen unieke oorzaak. Er zijn ook geen unieke antwoorden."

De drugsellende is van deze weifelende opstelling wel een gevolg, maar socialist Petitdemange zegt er niets aan te kunnen doen. "Dat is een internationaal probleem. Als ze planten in de (Libanese) Bekaa-vallei komt het ook hier terecht. We zijn nu eenmaal een grote stad."

"De politici dalen enkel voor de verkiezingen van hun ladder af. Dan nog kijken ze maar vanop de middenste sport naar wat beneden gebeurt", zegt Christophe, alias Kadaz Arafat. Deeltijds preventiewerker in het openbaar vervoer, deeltijds zanger van rapgroep Le Mixture.

"Zelfs ons werk is in principe hypocriet. We worden als banlieuejongeren ingehuurd om de rest van de stad 'tegen de onzen' te beschermen. Zolang geweld en drugs in de quartiers blijven, worden we met rust gelaten. Ze laten ons ermee zitten. Wij kunnen wel kalmeren, maar soms hebben jongeren zichzelf niet meer in de hand. Na een concert in Hautepierre kwamen we buiten en stond de CRS ons op te wachten. Ze hebben iedereen anderhalf uur met honden opgejaagd. Hoe wil je dat zij de volgende keer reageren als ze een politieagent zien?

"We proberen hen duidelijk te maken dat de weg van geweld doodloopt, hen te doen nadenken dat ze een generatie lotgenoten meesleuren en de clichés over de banlieues versterken. Ze moeten nadenken, zoals de meesten die zich hier willen opwerken. Daarvoor is wel dialoog nodig en dat blijft het probleem. Iedereen komt van buitenaf, legt ons hun wil op. Ze luisteren niet naar onze woorden. We zeggen nochtans heel veel, zoals in onze muziek."

Nique la France, je dis tout haut ce que les jeunes pensent tout bas / C'est mon rôle, non? Que tu veux que je fasse d'autre? / Que j'oublie d'ou je viens quand ton pére à tué le nôtre? / Et ça continu! C'est plus vicieux, ça tue sous tes yeux en bas de l'échelle dans la rue. / Respect porté disparue! / Tout ça, c'est voulu, on brise des familles on te dit que le monde évolu / Ho! Oublie tes principes en gros ça veut dire retourne toi, ferme là, et baisse ton slip / Essaye de voire plus qu'un jet de pierre / L'intifada locale piétise et fait pleurer des mères / Et dans nos gorgues toujours le même gout amer / On boit la tasse pour un jour sortir de la mer / et se noyer dans le sable / Regarde: un frère insulte un frère pour une place stable, petit joueur à fierté instable / t' inquiète pas, je serai là le jour ou le bateau chavir / Avec ma tête, ma bouée, le plus beau navire (Le Mixture)

Maarten Rabaey

(*Ik amuseer me op het strand of ik amuseer me aan de grens van de bitterheid, ook nog bor'-de-l (bordel): rotzooi, toep. Woordspel met la mer et l'amer. bord en bordel - Zie hierboven)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234