Maandag 24/02/2020

'Je leert iemand pas kennen als hij opstaat na een val'

Reportage. Was Brussel vroeger al niet in een paar woorden te vatten, dan deed de terreur daar nog een schep bovenop. Omdat de blik van een buitenstaander vaak verheldert, vroegen wij enkele Passa Porta-residenten naar hun beeld van de geblesseerde hoofdstad.

De hoertjes en hipsters die zusterlijk de trappen voor de Koninklijke Vlaamse Schouwburg delen, de tien verschillende talen waarin je op straat uitgescholden kunt worden, de decadente dansfeesten in bedenkelijke bars: over Brussel valt veel te zeggen, maar saai is het er niet.

Aan impulsen geen gebrek in deze stad. Als altijd alerte, in het centrum van Brussel wonende journaliste hoef ik mijn inspiratie meestal niet ver te zoeken, maar sinds de terreur onze hoofdstad in haar greep houdt, verdringen de verhalen zich helaas letterlijk op straat.

De ochtend van de lockdown werd ik wakker met een legertank voor de deur, mijn beste vriend zat nét niet in het metrostel dat gebombardeerd werd, en in de kleine groentewinkel waarboven ik woon, hielden opgefokte voetbalsupporters lelijk huis voor ze de wake aan de Beurs gingen verstoren.

En de hoertjes? Die delen hun straathoek intussen al enkele maanden even zusterlijk met de militairen.

Ik hou van Brussel, en ik haat Brussel. Toch is er in België geen andere plek waar ik zou willen wonen. De aantrekkingskracht van deze stad, met al haar mankementen en kwetsuren, valt als inwoner ervan moeilijk uit te leggen.

Voor een frisse en kritische, doch dichterlijke blik op mijn stad klop ik aan bij literatuurhuis Passa Porta. Maandelijks nodigen zij auteurs van over heel de wereld uit om in hun schrijversflat op de Oude Graanmarkt, in hartje Brussel, de woorden tot zich te laten komen. Ik wil weten hoe de residenten het turbulente Brussel beleven.

David Vann (USA)

De Amerikaanse cultschrijver David Vann, vooral bekend van zijn rauwe debuut Legende van een zelfmoord, spreek ik net na de aanslagen in Parijs. De terreurdreiging is Brussel binnengeslopen; politiehelikopters ronken onheilspellend boven Molenbeek, militairen verschijnen in het straatbeeld.

Maar onveilig voelt Vann zich niet, bang evenmin. "Ik mag het waarschijnlijk niet zeggen, maar zulke aanslagen zijn niets in vergelijking met de slachtoffers van wapengeweld in eender welke Amerikaanse grootstad. Met alleen al haar dagelijkse schietpartijen bevindt de VS zich in een permanente staat van oorlog, hoewel niemand dat toegeeft. Dan vind ik Europa eerlijker: jullie benoemen ten minste jullie problemen."

Zelf heeft Vann zich sinds enige tijd teruggetrokken op een berg met uitzicht op de oceaan in Nieuw-Zeeland, de afkeer voor zijn moederland steekt hij niet onder stoelen of banken. "Ik zou er nooit meer kunnen wonen. Maar ik geloof dat het belangrijk is dat ik over de VS en haar verdomd rechtse politiek blijf schrijven, zeker na zulke aanslagen. Europa mag nu niet dezelfde fout begaan als Amerika na 9/11: geweld komt altijd van rechts, en kan nooit gecounterd worden met nog meer rechtse repressie."

In al Vanns romans treedt de ongetemde natuur naar voor als een cruciaal personage; zijn verhalen komen voort uit landschappen en hoe mensen die ervaren. Maar vraag hem niet om de Belgische hoofdstad en haar bewoners te beschrijven, want hij zou niet weten hoe: "Ik beheers het vocabularium van de stad niet. Maar het fascineert me stilaan steeds meer. I'm a slow learner for urban life."

Zo is hij erg enthousiast over de plekken die de meeste Brusselaars mijden als de pest: "Het stadhuis met al haar goud, de kasseien, die kleine straatjes vol chocoladewinkels: voor mij heeft het iets magisch. In Amerika bestaat zo'n schattigheid niet. De Grote Markt is mijn favoriet. Vooral 's nachts, dan kom ik hier om te skypen met al die dolle lichtjes op de achtergrond."

Al sinds hij voet zette op Belgische bodem, heeft hij zin in een wafel, maar hij moet op zijn lijn letten. Nu hij bijna weggaat, blijft er minder tijd over voor schuldgevoelens. Hij neemt er eentje met chocoladesaus, héél veel chocoladesaus. Het druipt uit zijn mondhoeken in zijn kraag, blijft hangen op zijn kin. Ik twijfel tot het te laat is om er nog iets over te zeggen.

Hij denkt na, de zoete sproetjes geven hem iets aandoenlijk. "Misschien hou ik zo van tourist traps omdat ze duidelijk zijn voor een stadsleek zoals ik - ze geven onmiddellijke bevrediging."

De schrijver is zichtbaar opgetogen met mijn gezelschap, of beter gezegd: gezelschap. Hij geeft toe dat zijn residentie in Brussel best eenzaam is: "De wandelingen die ik 's avonds maak, worden alsmaar langer. Een geschikt restaurant vinden voor een diner voor één is niet eenvoudig. Ik ben sinds anderhalf jaar weer single en sta best open voor een date, maar hier is me dat nog niet gelukt."

Hij haalt al lachend zijn schouders op, alsof hij zelf ook maar moeilijk kan begrijpen dat de Brusselse vrouwen hem over het hoofd zien.

Daan Heerma van Voss (Nederland)

Na de dreiging volgde de daadwerkelijke terreur en werd Brussel een rouwende stad. Vanop het terras van Espressobar OR - "de enige plek hier waar ze niet van die slappe filterleut serveren" - kijk ik samen met de Nederlandse schrijver Daan Heerma van Voss uit op de verwelkte bloemenzee voor de Beurs. Een maand na de aanslagen worden de slachtoffers hier nog steeds herdacht, maar is de verschrikking al voorzichtig aan het vergaan.

"Ik ben hier op het interessantste moment", meent de 30-jarige schrijver en historicus. "Je leert iemand niet kennen wanneer hij valt, maar wanneer hij opstaat."

In de bloemen, zangstondes en optochten ziet Heerma van Voss een teken dat mensen zich bewuster zijn van elkaar. "Er zijn veel rare dingen over Brussel gezegd in de internationale pers. Ik verwachtte echt een verscheurde stad aan te treffen, maar het tegendeel bleek waar. Al die burgerinitiatieven tonen juist dat er grote behoefte is aan groepsvorming."

Al op de eerste dag in zijn royale schrijversappartement op de Oude Graanmarkt voelde hij dat het echte Brussel zich elders bevond. "De Dansaertwijk is een bubbel, maar de mensen die er rondlopen ontkennen dat ook niet, dat is wel het sympathieke eraan. Maar ik wist: als ik iets wil bijleren, moet ik hier weg."

Zijn nieuwsgierigheid joeg hem de brug over; Dansaert uit, Molenbeek in. Elke ochtend maakte hij er een wandelingetje, knoopte een praatje aan met wie daar open voor stond. "Je proeft dat er een heel sterke loyaliteit heerst in Molenbeek. Doordat de buurt zo geconcentreerd is, bestaat het gevaar dat de onderlinge sociale codes belangrijker worden dan de wetten van de stad."

Ook Maalbeek bezocht hij, tegen wil en dank ondertussen al een historische plek. "Met de metro door dat station rijden was intens. Alles was netjes afgeschermd, dus je zag niets, maar toch keek iedereen liever naar zijn voeten."

Grootse emoties en ingrijpende gebeurtenissen kleuren de romans van Daan Heerma van Voss. Zo is het hoofdpersonage van zijn nieuwe roman De laatste oorlog geobsedeerd door de Tweede Wereldoorlog die hij nooit heeft beleefd, maar die hij gelooft nodig te hebben om zichzelf te begrijpen.

Of de Brusselaars de terreuraanslagen - toch een moderne vorm van oorlog - nu kunnen gebruiken om te ontdekken wie ze zijn, vraag ik de jonge schrijver. Hij knikt. "Momenten van zware crisis zetten de identiteit op scherp. Daarbij is de periode na de aanslagen vaak gevaarlijker dan de aanslagen zelf. Er wordt bepaald wiens schuld het is, wie erbij hoort, en wie niet."

Want wie de aanslagen niet nadrukkelijk genoeg veroordeelt, loopt gevaar bij het kamp van de terroristen gerekend te worden. Hierdoor voelen veel mensen die geen enkele schuld dragen, zich toch schuldig. Zoals Rachid, de huishoudhulp uit Molenbeek die Heerma van Voss' appartement schoonmaakt en zich sinds 22 maart diep schaamt.

"Plaatsvervangend schuldgevoel is iets heel merkwaardig: door je te distantiëren van iets waar je zelf geen hand in hebt, hoor je plots ergens bij waar je niet bij wilde horen. Ik sluit niet uit dat dat ooit nog in een boek terechtkomt."

Audur Ava Ólafsdóttir (IJsland)

Voor de IJslandse schrijfster Audur Ava Ólafsdóttir is Brussel een oude bekende. Tijdens haar studies kunstgeschiedenis aan de Sorbonne bezocht ze de stad meermaals, aangetrokken door de uitgebreide hedendaagse kunst en dansscene, én het gemoedelijke levensritme. "Hier is veel minder stress dan in Parijs. Brussel is een heerlijk informele stad."

Maar Ólafsdóttir merkt dat er iets veranderd is na 22 maart, ze heeft de anders zo zorgeloze Brusselaars nog nooit zo verslagen meegemaakt.

"Er is minder energie in de stad. Mensen vertellen me dat ze zich verloren voelen, niet weten wat ze moeten of kunnen doen", vertelt ze terwijl we langs het kanaal lopen. Aan de overkant, in Molenbeek, ligt de loft die ze met haar dochter betrok toen die aan P.A.R.T.S., de dansschool van Anne Teresa De Keersmaeker, studeerde. "Ik leef met de Brusselaars mee. Ik ben een suffering soul, dat is waarom ik schrijf."

Als schrijfster, dichteres én professor kunstgeschiedenis gaat Ólafsdóttir altijd op zoek naar schoonheid. "Misschien is het de IJslandse naïviteit, maar ik heb vertrouwen in het goede. Na tragische gebeurtenissen hebben mensen nood aan poëzie, daar geloof ik in. Een boek kan je veel bijleren, helpen wanneer je verloren loopt."

In haar romans is het ontzagwekkende IJslandse landschap een terugkerend thema, maar ook de veelzijdigheid van het Brusselse landschap kan haar bekoren. "Ik hou ervan om lange wandelingen te maken. Hier in Brussel gaat dat nooit vervelen; achter elke hoek schuilt iets anders. Dit is niet één stad, maar allemaal verschillende dorpjes met elk hun eigen karakter."

Een ander belangrijk thema uit haar werk is de macht van taal, hoe woorden onze werkelijkheid vormgeven, zoals in haar bekendste roman Vlinders in november. Voor een linguïst als Ólafsdóttir is Brussel het paradijs: "Nog nooit heb ik zo veel verschillende vertalingen van mijn werk bijeen gezien als tijdens mijn leesclub hier. Aangezien elke taal een eigen filosofie heeft, had ook elke lezer een andere interpretatie van mijn verhaal, erg verrijkend."

Op de terugweg worden we ingehaald door een colonne politiecombi's. Op de terrassen naast ons worden de sirenes genegeerd; allemaal jonge, mooie mensen die voorzichtig van de zon genieten.

Ólafsdóttir: "Ik denk dat Europa er wel bij zou varen als oude politici een stap opzij zouden zetten. Brussel barst van de jonge creatievelingen. Het is tijd voor vernieuwing."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234