Woensdag 28/09/2022

PortretMichael O'Leary

‘Je krijgt geen terugbetaling, fuck off. Welk deel van ‘geen terugbetaling’ versta je niet?’: Michael O'Leary (Ryanair)

Michael O'Leary komt er maar al te graag voor uit dat hij zijn passagiers ook graag zou laten betalen om tijdens een vlucht naar het toilet te gaan. Beeld AP
Michael O'Leary komt er maar al te graag voor uit dat hij zijn passagiers ook graag zou laten betalen om tijdens een vlucht naar het toilet te gaan.Beeld AP

Dat de piloten maar staken, zei Michael O’Leary in juni: ­‘Niemand in België zal er iets van merken.’ Ook na dertig jaar blijft de grote mond van de CEO het krachtigste marketingwapen van lagekostenmaatschappij Ryanair.

Douglas De Coninck

‘Wij gebruiken onze eigen bics en ik zeg tegen het personeel dat ze die niet moeten kopen, maar ophalen bij hotels, advocatenkantoren of waar dan ook. Onlangs deed ik een interview en zat ik daar met een hotelpen die ik had gepikt. Er werd mij gevraagd waarom en ik zei: ‘Wij bij Ryanair hebben een beleid om hotelpennen te stelen.’”

“Ik koop alles goedkoop. Ik draag goedkope shirts, goedkope schoenen. Het is een filosofie. Ik ben goedkoop.”

“Wie denkt dat je op een Ryanair-vlucht naar je navel kunt zitten staren, heeft het mis. Wij bombarderen je met zoveel mogelijk in-flight aankondigingen en reclameboodschappen als we kunnen. Iedereen die aanstalten maakt om te slapen, maken we wakker om dingen te verkopen.” (Uit Plane Speaking: The Wit and Wisdom of Michael O’Leary, door Paul Kilduff, 2010)

Deze week deed hij het weer, op een persconferentie – naar gewoonte eerder een performance – in Brussel: “Als de piloten willen staken, dat ze dan maar staken”, reageerde hij op sociale onrust over maandelijks variërende lonen. “Wij zullen geen toegevingen doen onder dreiging van een staking.”

Die staking komt er ook. Gisteren kwam het bericht dat het in België gevestigde cabinepersoneel volgende vrijdag, zaterdag en zondag 24, 25 en 26 juni het werk neerlegt.

Een andere luchtvaart-CEO zou zich zorgen kunnen maken over imagoschade na berichten dat het Ryanair-cabinepersoneel tegenwoordig ook al zelf moet betalen voor een flesje water aan boord. Hij niet. Integendeel.

Vergeten luchthavens

Michael Kevin O’Leary werd op 20 maart 1961 geboren in Dublin. Niet als kind van de working class, zoals hij graag voorhoudt. Zijn vader was mede-eigenaar van een textielfabriekje, hij studeerde economie en zijn eigen eerste job was er een als belastingadviseur bij het latere KPMG in 1982.

Een van zijn klanten was Tony Ryan, medezaakvoerder van het kleine familiale Ierse luchtvaartmaatschappijtje Guinness Peat Aviation (GPA), dat met twee turbopropvliegtuigjes heen en weer vloog tussen het Ierse Waterford en Londen-Gatwick. Eind 1989 stevende GPA af op een verlies van 25 miljoen pond. De toen 28-jarige O’Leary kreeg het aanbod om de commerciële dienst te gaan leiden met het voorstel: “Van elke pond winst die je maakt, krijg je een kwart.”

Michael O’Leary trok naar Texas en sprak af met Herb Kelleher, de CEO van lagekostenmaatschappij Southwest Airlines. Het draaide uit op een onvergetelijke zuippartij waarover O’Leary achteraf zei: “Ik viel rond middernacht flauw en toen ik om drie uur wakker werd, was Kelleher er nog steeds. Hij schonk zich nog een whisky in. Ik dacht eraan zijn hersenen te stelen. Dit was de Heilige Graal.”

Het masterplan voor Ryanair is bijna een copy-paste van de bedrijfsstrategie van Southwest Airlines: alleen nog betalende maaltijden of drankjes aan boord, weg met de klantendienst en de klant (veel) extra doen betalen als het koffertje bij vertrek niet past in het frame van 40 x 20 x 25 centimeter. Alleen nog vliegen met geleaste Boeing 737-800’s, zodat er kan worden bespaard op onderhoud. En alleen nog naar vergeten luchthavens.

Onderhandelen met een maîtresse

Charleroi was halfweg de jaren 1990 zo’n luchthaven. In 2001 legde de kort daarvoor opgestapte commercieel directeur bij Brussels South Charleroi Airport (BSCA) in De Morgen uit hoe O’Leary de onderhandelingen had gevoerd met de in zijn plaats gekomen maîtresse van een toenmalige Waalse minister. Na een eindeloos spel van bieden en opnieuw bieden had O’Leary haar zo ver gekregen om het tarief voor de handling van een commerciële vlucht te doen zakken van 1.500 naar 125 euro. “Ja, dan werk je met verlies”, zei de ex-directeur. “Dat is op zich misschien uitsluitend een probleem voor BSCA, maar BSCA is voor meer dan 90 procent in handen van de Waalse overheid.” En die legde graag bij, als daar jobs en drukte op een tot dan toe verlaten luchthaven tegenover stonden.

null Beeld Penelope Deltour
Beeld Penelope Deltour

In die jaren verplaatste Michael O’Leary zich in zijn thuisstad Dublin nog met een gammel VW Golfje met een gele lichtreclame op het dak, dat geregistreerd stond als taxi. Daardoor kon hij gebruikmaken van gereserveerde rijstroken en won hij elke dag een halfuur tijd. Hij ontpopte zich in Charleroi en in de jaren daarna op tal van kleine Europese luchthavens als een obessieve onderhandelaar. Zodra het onderste uit de kan was, begon hij aan de bodem. BSCA draaide gewillig op voor de promotie van Ryanair-vluchten en zelfs voor opleidingen en overnachtingen van het personeel.

Een Ryanair-ticket was in de beginjaren meestal goedkoper dan de bus- of taxirit naar de plaats waar je eigenlijk zijn moest. Vloog je met Ryanair naar Hamburg, dan landde je in Lübeck. Een ticket naar Milaan bracht je naar Bergamo. Een naar Verona naar Brescia. Saint-Etienne werd Lyon, Charleroi was Brussel, Beauvais Parijs. Voor Venetië landde je in Treviso, in Torp voor Oslo en in Hahn als je naar Frankfurt vloog. Of in de woorden van O’Leary zelf: “Soms is er zelfs geen weg naar de luchthavens waarop wij vliegen.”

Klanten beledigen

Met de verdere uitbouw van Ryanair tot grootste lagekostenmaatschappij voor vluchten in Europa, met een vloot van meer dan vierhonderd Boeing 737’s en veertig landen van bestemming in Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten, bleef O’Leary door de jaren heen vrolijk doorgaan met het beledigen van zijn klanten.

Over passagiers die extra moeten betalen omdat ze hun ticket vergaten te printen: “We zouden ze zestig euro moeten laten betalen omdat ze zo idioot zijn.”

Over obese reizigers: “Niemand wil aan boord naast een dikke fucker komen te zitten. Wij zijn echt verbaasd over het aantal klanten die dikke reizigers niet alleen meer willen laten betalen, maar ze ook willen folteren.”

Over refunds: “Je krijgt geen terugbetaling, dus fuck off. We willen je lulverhaal niet eens horen. Welk deel van ‘geen terugbetaling’ versta je niet?”

Over toiletgebruik aan boord: “Eén ding waar we naar hebben gekeken, is een muntgleuf op de toiletdeur, zodat mensen in de toekomst misschien een pond moeten uitgeven om naar het toilet te kunnen gaan.”

‘Milieuactivisten neerschieten”

Volgens Stelios Haji-Ioannou, oprichter van de Britse lagekostenconcurrent Easyjet, is het altijd weer marketing, alleen dat. Hardop uitspreken wat de working class bestendigt in de overtuiging dat er voorbij de Aldi van de luchtvaart geen Aldi van de Aldi bestaat. Aan de BBC legde Haji-Ioannou ooit uit hoe O’Leary zijn eigen publiek creëerde: “De klanten van Ryanair zijn prijs­gevoeliger dan wie ook, en daarom aanvaarden ze al die ongemakken en beledigingen.”

Nog liever dan tegen zijn eigen klanten trekt de Ier graag van leer tegen lezers van de erg kritisch over Ryanair berichtende krant The Guardian: “Ik lach met deze idioten die met hun SUV’s naar warenhuis Sainsbury’s rijden en kiwi’s kopen uit Nieuw-Zeeland. Ze zijn het equivalent van milieukernbommen!”

Of tegen milieuactivisten: “Het beste wat je met milieuactivisten kunt doen, is ze neerschieten. Deze headbangers willen van vliegreizen het domein van de rijken maken. Het zijn idioten die ons terugbrengen naar de achttiende eeuw. Als milieubehoud betekent dat arme mensen moeten stoppen met vliegen, zodat alleen de rijken dat nog kunnen, laat dan maar.”

De laatste schatting van het persoonlijke vermogen van Michael O’Leary bedroeg 848,6 miljoen euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234