Dinsdag 22/09/2020

reconstructie

"Je kind wordt in een zone 30 in de prak gereden door iemand die aantoonbaar te snel rijdt, en niet hij maar jij krijgt een boete?"

De Posthoornstraat in Gent. In de versmalde straat geldt zone 30. Op 25 augustus 2015 wordt Ömer bij het oversteken geschept door een wagen en vliegt 12 meter door de lucht.Beeld Stefaan Temmerman

Tweeënhalf jaar geleden werd Ömer (toen 12) in zijn straat, een zone 30, net niet doodgereden door iemand die 49 reed. Eigen schuld, oordeelde een Gentse politierechter. Het lijkt absurd: "Je kind wordt in de prak gereden door iemand die aantoonbaar te snel rijdt, en niet hij maar jij krijgt een boete?"

Yüksel herinnert zich van het moment vooral wat hij de ambulancier zag doen. Die opende een ooglid bij zijn zoon Ömer, die toch al een halfuur op het asfalt lag in de Posthoornstraat, op 30 meter van zijn woning. De ambulancier prikte ook met iets scherps in de handpalm.

Achteraf werd Yüksel uitgelegd dat dit de Glasgow-comaschaal was, de universeel toegepaste methode waarmee bewusteloosheid wordt gemeten met een score die kan variëren van 3 tot 15. Hoe hoger de score, hoe groter de kans op overleven. Ömer haalde een 3, het laagst mogelijke cijfer.

“De ambulancier zei: ‘Sorry, die gaat het niet halen.’ Dat was wat we later die avond ook te horen kregen van de spoedarts in het UZ in Gent. Er werd ons gezegd dat de kans erg groot was dat Ömer zou sterven.”

Dat Ömer nog leeft is een medisch mirakel, de manier waarop valt niet anders te benoemen dan saai.

“Vroeger belde er elke week wel een meisje aan”, zegt Yüksel. “Hij was erg populair. Iedereen zag hem graag komen. Ömer had een passie voor programmeren, kreeg elk computerprobleem in een minuut opgehelderd. Nu zit hij daar. Hij zegt niet veel. Niemand belt nog aan. Ik begrijp het natuurlijk wel. Hij was twaalf, toen. Door dat ongeval heeft hij een heel schooljaar gemist. Hij en zijn vrienden zijn nu veertien, en op zo’n leeftijd is een jaar iets eindeloos. Er is geen levensvreugde meer, ook niet bij zijn twee oudere zussen en zijn jongere broer.”

“Ömer heeft drie weken in coma gelegen. Wij zijn constant, om beurten, bij hem blijven waken, mijn vrouw en ik. Het ontwaken gebeurde heel traag. Het was een proces van maanden.”

Yüksel wil graag genoteerd zien dat zijn eigen vader in 1969 naar België is gekomen en dat hij zelf is geboren in het jaar 1971. Dat hij hier is komen wonen in 1974, en dat dat intussen toch al meer dan 40 jaar geleden is.

“Ik zou ermee kunnen leven dat er een gepersonaliseerde justitie bestaat”, merkt hij op. “Als het zou zijn van: voor u geldt díé wet, en voor u daar een andere. Dat lijkt mij ook niet eerlijk, maar het zou wel eerlijker zijn. Dan weet je tenminste op voorhand welke wet voor jou geldt en welke niet. Nu heb ik het gevoel dat mij iets is ontgaan. Dat ik ergens een bepaalde boodschap heb gemist.”

Reflex

Het is dinsdag 25 augustus 2015, iets voor drieën in de namiddag.

De Posthoornstraat ligt in de wijk Molenberg, een arbeiderswijk rechts van de Brusselsesteenweg, net voor u Gent binnenrijdt. Nagenoeg alle straten zijn zone 30 of woonerven. In de Louis Van Houttestraat attendeert een driehoekig verkeersbord op overstekende schoolkinderen. De zwarte letters op het bord daaronder: ‘WOONZONE met veel kinderen. MATIG UW SNELHEID.’

Foto’s uit het politiedossier tonen een verbrijzelde voorruit, een deuk in de motorkap en een buitenspiegel die is afgerukt.Beeld rv

Dat het hier zone 30 is, wordt ook nog eens beklemtoond met een door een bewoner aangebrachte tekening van een boekentas met daaronder: ‘30 km’.

Ook de versmalde Posthoornstraat zelf is zone 30, maar als Ömer die dag bij het oversteken wordt geschept door de Ford Focus, vliegt hij 12 meter ver door de lucht. De bestuurder is Bart D.S., handelsvertegenwoordiger uit Deinze. De Focus is een firmawagen.

Foto’s in het politiedossier tonen een verbrijzelde voorruit, een deuk in de motorkap en een buitenspiegel die is afgerukt. Ömers opnamefiche in het UZ Gent zegt: “Onmiddellijk levensgevaar.”

In zijn politieverhoor verklaart Bart D.S.: “Ik was op weg naar een klant voor opmetingen. Ik heb geen idee tegen welke snelheid ik in deze straat reed. Ik denk dat ik niet zo snel reed, ik heb echt geen idee. Ik weet niet meer hoe ver ik van de jongen verwijderd was toen ik hem opmerkte. In een reflex heb ik mijn rempedaal ingeduwd, en mijn ontkoppelingspedaal. Op het moment van de aanrijding had de jongen de rijbaan voor vier vijfde overgestoken.”

Twee dagen later prijkt er een stukje over het ongeval op de regionale editie van Het Laatste Nieuws. Een bewoner zegt: “Die bestuurder reed zeker te snel, net zoals vele auto’s hier. Sinds kort heeft men hier een verhoging aangelegd, maar zelfs dat houdt sommigen niet tegen.”

Mesut A. staat die namiddag op een stelling met hamer en beitel zijn voorgevel te verbouwen. De klap zelf heeft hij vanwege een het zicht belemmerend bestelwagentje niet gezien, wel wat eraan voorafging. In zijn politieverhoor zegt hij: “Het voertuig reed tegen een snelheid van 50 à 60 kilometer per uur, volgens mij.”

Rond vijven in de namiddag meet de door het Gentse parket gevorderde verkeersexpert Thierry Wittezaele met camera en meetwiel rem­sporen. Die zijn op het asfalt zichtbaar over een afstand van 12,5 meter. Hij brengt die gegevens in in het computersimulatieprogramma PC Crash v10.2, de algemeen als meest betrouwbaar beschouwde software voor ongevallenexpertise. Een visuele reconstructie laat zien dat Bart D.S. exact 1,24 seconde en 16,8 meter voor de impact is opgeschrikt door het overstekende kind. Het verslag besluit: “Het voertuig was reeds circa 3 meter aan het remmen op het moment dat hij de voetganger aanreed. De snelheid bij begin remmen bedraagt SQRT (11,9 kwadraat + 2x7, 5x3) = 13,6 m/s = 49 kilometer per uur.”

Wat als Bart D.S. zich aan de verkeersregels had gehouden? Het verslag: “De stopafstand bij 30 km per uur bedraagt 12,9 meter. De Ford was genaderd tot op 16,8 meter van de latere plaats van contact. Als de bestuurder 30 per uur zou hebben gereden, stond de Ford voor de overstekende voetganger stil en was er geen aanrijding.”

Duizenden doden minder

Het juridische statuut rond de zone 30 werd op 1 november 1988 ingevoerd door toenmalig minister van Verkeer Jean-Luc Dehaene (CD&V). Tien jaar later werd de wetgeving met een rondschrijven van staatssecretaris Jan Peeters (sp.a) aangescherpt tot de vorm en de vanzelfsprekendheid zoals we die vandaag in woonzones kennen.

De twintig jaar oude tekst motiveerde de maatregel zo: ‘Bij een botsing met een wagen die rijdt aan 50 kilometer per uur heeft een voetganger amper 20 procent overlevingskans, bij een snelheid van 30 kilometer per uur is die overlevingskans gelijk aan 90 procent. De stopafstand of de som van de reactietijd en de remafstand is bij een snelheid van 30 kilometer per uur gelijk aan 13 meter, bij 50 kilometer per uur is die meer dan 2 keer zoveel.’

Het ongeval in de Posthoornstraat kan haast model staan voor het nut van deze wettekst.

In 1988 waren er in België 1.967 verkeersdoden, in 2017 waren er dat 483. In alle studies die peilden naar de oorzaken van deze opmerkelijke daling, springt de zone 30 eruit.

Bij Vias, het instituut voor de verkeersveiligheid, attendeert Stef Willems ons op een recente brochure. Een kaartje met menselijke silhouetten en dodenkruisjes beeldt uit hoe je als overreden voetganger onder de 30 per uur 5 procent kans maakt om te sterven en bij 50 per uur meteen 45 procent. “Er is een heel duidelijke tendens naar meer zone 30”, zegt Willems. “Daar bestaat nu toch wel een vrij collectief bewustzijn rond.”

Een voorzichtige extrapolatie laat toe te stellen dat zo’n 10.000 Belgen nu dood zouden zijn als de zone 30 niet was ingevoerd. Nog eens enkele tienduizenden anderen zouden leven met een fysieke of geestelijke beperking. Je hoort zelden iemand pleiten voor het afschaffen van zone 30, aangezien dat in de statistische feiten neerkomt op een pleidooi voor meer dood en minder leven.

Het vonnis

Op 7 juni 2017 doet de Gentse politierechter Christian Vanhoorebeke uitspraak over het door Bart D.S. veroorzaakte ongeval.

In zijn verdict erkent de rechter dat “de aanrijding zich niet had voorgedaan indien de Ford de maximaal toegelaten snelheid zou gereden hebben”, en dan volgt een langgerekte ‘maar’.

Het vonnis: “Overeenkomstig artikel 42.4.4 van het wegverkeersreglement mogen voetgangers zich slechts voorzichtig op de rijbaan begeven en met inachtmaking van de naderende voertuigen. Voorrang verlenen betekent dat de absolute vrije doorgang verleend moet worden aan het verkeer op de rijbaan. Het staat vast dat Ömer K. gewoon de straat is overgelopen zonder enige aandacht te verlenen aan het aankomende verkeer. Spijtig genoeg moet de rechtbank vaststellen dat, door miscommunicatie die bestaat in verband met de ‘zwakke weggebruiker’, deze van langs om meer denkt onaantastbaar te zijn in het verkeer.

“Uiteraard zal het waarschijnlijk aan zijn jeugdigheid liggen dat hij niet voldoende aandacht had voor de verkeerssituatie. Maar hoe dan ook moet hem toch al zijn bijgebracht dat hij, vooraleer de rijbaan over te steken, best zou kijken of er geen verkeer is dat hij voor moet laten gaan.

“De deskundige heeft in zijn verslag vastgesteld dat, had bestuurder D.S. 30 kilometer per uur gereden, het ongeval zich in dezelfde omstandigheden niet zou hebben voorgedaan en hij tijdig had kunnen stoppen. Dit standpunt is een loutere theoretische benadering van het probleem. Immers, met de huidige voertuigen is het behouden van een snelheid van 30 kilometer per uur een uitermate moeilijke zaak en is er derhalve veel meer aandacht nodig om die snelheid te behouden door bijvoorbeeld meer aandacht aan de kilometerteller te besteden dan aan de rijbaan en de gevaren die zich voordoen.”

Beeld rv

Er zijn volgens deze rechter dus nieuwe voertuigen die het respecteren van de snelheidslimiet in een zone 30 “uitermate moeilijk” maken, in die mate zelfs dat de inbreuk voortaan door de vingers moet worden gezien. Besluit: “De rechtbank is van oordeel dat er geen causaal verband is tussen de eventuele snelheidsinbreuk, die niet door een bevoegd organisme werd vastgesteld, en het ongeval.”

De rechter spreekt Bart D.S. over de hele lijn vrij. Hij moet ook geen snelheidsboete betalen. Doordat beroepstermijnen al zijn verstreken voor vader Yüksel K. zich kan realiseren wat hem is overkomen, rest enkel nog een burgerlijke beroepsprocedure, maar die verandert niets aan het uitgesproken verdict en veroordeelt Yüksel en zijn echtgenote integendeel tot het betalen van elk 66,12 euro voor gerechtskosten.

Bart D.S.: “Ik moet u eerlijk bekennen dat mijn advocaat en ikzelf ook verrast waren door het vonnis. Het moet erg hard zijn aangekomen bij die mensen.”

Yüksel: “Je kind wordt in een zone 30 in de prak gereden door iemand die aantoonbaar te snel rijdt, en niet hij maar jij krijgt een boete?”

We rijden naar Gentbrugge. De Posthoornstraat in vanaf de plek waarop ook Bart D.S. dat deed. Het is een stevige verkeersdrempel, 60 meter voor de plaats van de impact. Je kunt op de drempel niet anders dan remmen en zien dat je teller terugvalt naar 10 à 15 kilometer per uur. Het kan niet anders of Bart D.S. heeft na dit punt voluit het gaspedaal ingeduwd om in een paar seconden zijn snelheid op te voeren tot 49 per uur.

Haperend geheugen

Bart D.S.: “Ik weet het echt niet meer, ik heb niet op mijn teller gekeken, die dag. Die jongen kwam van tussen twee geparkeerde bestelwagens de baan op gerend. Ik leef erg met die mensen mee en als er een uitnodiging komt van de dienst bemiddeling zal ik daar op ingaan. Als zij mij liever niet wensen te zien, zal ik dat ook respecteren.”

Rechter Christian Vanhoorebeke, bekend van De rechtbank, velde in 2002 al eens een opmerkelijk vonnis. Hij oordeelde toen dat de Gentse meisjes Sofie De Schepper (13) en Naomi Rodenburg (14) mee verantwoordelijk waren toen ze op 3 november 2001 op een zebrapad op de Gentse Gasmeterlaan werden doodgereden door een dronken automobilist.

De verzekeringsmaatschappij van de werkgever van D.S. was zo verrast door het verdict dat ze besloot eerder uitbetaalde provisies voor de behandelingen van Ömer K. niet terug te vorderen bij de ouders, ook al zou ze dat strikt juridisch gesproken kunnen. En kan ze dat nog altijd. Yüksel zegt 20.000 euro te hebben geleend voor allerlei tussentijdse facturen van het UZ en de diverse advocaten die in deze zaak de revue passeerden.

“Nu is dat geld op, en nu weet ik het niet meer”, zegt hij. “Mijn zoon is er fysiek bovenop, maar daar houdt het goede nieuws op. Hij heeft volgens de artsen nood aan cognitieve training. Hij heeft last van een haperend geheugen, hoofdpijn en concentratiestoornissen. Hij is enkele weken geleden van school gestuurd, omdat het eenvoudigweg niet meer ging.

“Nu zit hij de hele dag thuis. Alsof zijn leven daar, die dag, is gestopt. Ik moet het hem zelf nog vertellen, van dat vonnis, maar ik blijf het uitstellen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234