Maandag 24/06/2019

'Je kind in een togaatje zien staan, maakt ouders trots'

Ze kregen deze week les van koning Filip himself. Een kroon op het werk voor Sofie Foets, bezielster van het Toekomstatelier,
een weekendschool voor kansarme Brusselaartjes. Martine Tanghe en Guy Verhofstadt geven er les. 'Wij zeggen die kinderen: dit kun jij ook.'

'Hier, mijn kaartje. Mocht u mij nodig hebben, bel maar." De advocaat, die stiekem meeluisterde naar het gesprek met Sofie Foets in het typisch Brusselse cafeetje naast het Justitiehuis, lijkt helemaal overtuigd. De enthousiaste manier waarop ze haar verhaal vertelt, werkt duidelijk aanstekelijk. Zo makkelijk gaat het dus om lesgevers te vinden voor TADA, wat staat voor ToekomstATELIERdelAvenir.

TADA gaf tot nu toe al les aan 640 kansarme kinderen uit Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node en Kuregem. De lessen worden gegeven door mensen die gepassioneerd zijn door hun vak. En daar zijn heel wat bekende namen bij: onderzoeksrechter Philippe Van Linthout, nieuwsanker Martine Tanghe, politicus Guy Verhofstadt, maar ook honderden minder bekende namen. Bedoeling is de blik van de kinderen te verruimen en te tonen dat er heel wat toekomstpistes voor hen zijn, legt Sofie Foets uit. "Die kinderen hebben vaak geen zicht op wat de samenleving biedt. We trekken hun wereld open en zeggen hen: jij kunt dit ook. Ontdek de maatschappij, ontplooi jezelf en verleg je grenzen."

De kinderen komen gedurende drie jaar elke zaterdag naar de les. Wat wil zeggen dat ze eigenlijk zes dagen per week naar school gaan. Chapeau.

Sofie Foets (lacht): "Dat hou je alleen maar vol als het leuk is. En dat is het ook. Het is geen gewone les, waar iemand voor de klas staat en wat vertelt over zijn beroep. Dat zou inderdaad niet werken."

Hoe gaat het dan wel?

"In elk atelier komen een aantal belangrijke punten terug. We zitten hier vlak bij het Justitiepaleis en het vak 'recht' is een mooi voorbeeld. Ze leren dat er in die sector heel wat mensen werken met verschillende opleidingsniveaus en achtergronden. Je hebt rechters, procureurs, advocaten, griffiers, cipiers, politieagenten enzovoort. Ze leren ook wat recht is en wat de zin daarvan is in onze maatschappij.

"We werken aan algemene kennis, maar willen ook verbondenheid met de samenleving creëren. En we werken aan horizontale vaardigheden. Dat zijn dingen die uw kinderen wellicht thuis leren of op de muziek- of sportschool. Durven spreken voor een publiek bijvoorbeeld of een ruzie oplossen zonder elkaar het hoofd in te slaan. Ze leren ook zich te verplaatsen in iemand anders.

"Vorige week heeft een klasje samen met enkele advocaten en een rechter een waargebeurde zaak nagespeeld. We kiezen altijd een zaak waar een beetje polemiek over is. Deze keer ging het over een meisje dat eten uit een winkel had gestolen omdat ze honger had. De winkelier had een foto van haar gemaakt en die op Facebook gepost met het onderschrift: 'Dit is een dief.' Eén groepje moet het meisje verdedigen en een ander de winkelier. Ze leren nadenken, argumenten bedenken, inleven. Ze leren ook hoe een advocaat werkt. Iemand uit het groepje dat de winkelier moest verdedigen, vond eigenlijk dat het meisje gelijk had. Maar een advocaat moet zijn cliënt verdedigen. Veel van onze gastjes weten dat niet."

U werkt met kinderen uit het vijfde leerjaar tot het eerste middelbaar. Waarom net die leeftijd?

"Omdat je vroeg moet starten om zo aan preventie te doen. In Nederland bestaat zoiets als TADA al 20 jaar. Zo ben ik ook op het idee gekomen. Ik werkte tot in 2011 als beleidsmedewerker bij D66 (Nederlandse sociaal-liberale partij, CG) in het Europees Parlement en kwam op een congres in contact met de bezielster van het Nederlandse project. Zij heeft me geïnspireerd.

"We weten dat de kinderen met wie wij werken er statistisch gezien niet goed voorstaan. Als je in Brussel geboren wordt en je bent van Turkse of Marokkaanse origine, dan heb je een heel hoge kans om je middelbare school niet af te maken. Maar op de leeftijd van ongeveer tien jaar is daar nog niet veel van te merken. Ze zijn hongerig naar kennis, ze zijn nieuwsgierig, blij..."

... nog niet ontmoedigd?

"Absoluut niet. En die motivatie, die open, leergierige mindset van een kind van tien jaar, die willen we hen laten vasthouden."

Begint de moeilijke leeftijd niet net na dat eerste middelbaar? Wanneer de puberteit aanbreekt?

"Zeker, daarom volgen we hen ook op. Met onze alumniwerking TADA For Life. We weten hoe het met hen gaat en houden nauw contact. We hebben een onlineplatform, dat functioneert als helpdesk. Een cry out, voor als het eens fout gaat. We posten er ook dingen op waar ze iets aan hebben, zoals een leuk evenement, of een oproep van een andere vzw die vrijwilligers zoekt. Zo gaan een aantal van onze jongeren naar rusthuizen om senioren digitale vaardigheden aan te leren. En anderen komen ons gewoon helpen op zaterdag met de kleintjes. Zo worden ze zelf ook een rolmodel.

"We passen het traject aan al naargelang de behoefte. Oud-leerling Abdulah bijvoorbeeld, komt maar één keer per jaar langs: bij de diploma-uitreiking van de kleintjes. Maar we weten dat het goed met hem gaat. Een andere jongen gaat bijvoorbeeld babysitten bij een vrijwilliger van ons. Dat lijkt onbelangrijk, maar zelf hebben die jongeren geen netwerk waar gebabysit kan worden."

Worden de kinderen geselecteerd?

"We selecteren op wie het het meest nodig heeft. We gaan langs in het vijfde leerjaar van de betrokken scholen. In Sint-Joost doen alle lagere scholen mee, zowel Nederlands- als Franstalige. We tonen de kinderen een filmpje van oud-studenten en stellen hen een aantal vragen. Daarna vullen ze een vragenlijst in, met vragen over de thuissituatie.

"Het gros van de kinderen wil komen. We zitten met wachtlijsten. In Molenbeek bijvoorbeeld wilde 70 procent van de kinderen aan wie we het project voorstelden ook komen. We hebben plek voor 20 procent. We vertellen hen dat er niet voor iedereen plaats is, dat er geloot zal worden. En dat wie er bij is, geluk heeft. Maar in realiteit selecteren we op diegenen die er statistisch gezien het slechtst voorstaan."

Zijn dat niet net de kinderen die het moeilijkst te bereiken zijn? Hoe krijgen jullie de ouders mee? Andere projecten stranden hier vaak op.

"Er is veel mond-tot-mondreclame. De meeste ouders willen voor hun kind een betere toekomst dan ze zelf hebben gehad in België. En wij bieden veel toegangspoorten tot werelden. Daar gaan ouders echt wel in mee."

Nu klinkt u alsof alles een beetje vanzelf gaat bij TADA. Toch lijkt het me niet evident om net die groep te bereiken.

"Natuurlijk is het niet evident. Het is hard werk. We proberen ouders zo goed mogelijk te betrekken. Bij het instappen is toestemming van hen nodig. We gaan ook met hen praten, doen minstens één huisbezoek per jaar. En ouders worden ook al eens uitgenodigd bij een les. Bij het naspelen van die rechtszaken bijvoorbeeld. Dan zien ze hun kind daar staan in toga. Zo creëer je trotse ouders, die bovendien in een positieve context in een gerechtsgebouw komen. En een Philippe Van Linthout een vuistje zien geven aan zo'n klein gastje. Dat is ook ronduit zalig.

"En neen, niet alle ouders komen. Dat blijft moeilijk en vraagt voortdurend inspanningen. Maar je ziet wel effect. Kijk, we werken structureel, op lange termijn en heel intensief. We zijn een structurele factor in het leven van die kinderen."

Een school is ook een structurele factor, maar scholen slagen er niet altijd in om net die groep kinderen te motiveren.

"De school tegenwoordig, die moet ook alles. Ons onderwijs moet onze jongeren voorbereiden op een maatschappij die ze nog niet kennen. We verwachten dus dat een school een hypercompetente, hyperinnovatieve instelling is die zich constant aanpast en die kinderen alles aanleert: digitale vaardigheid, ondernemerschap, meertaligheid, burgerschap, tolerantie, empathie enzovoort. Bovenop de primaire taken van lezen, schrijven, rekenen natuurlijk.

"Dat is een heel mooie ambitie waar ik achter sta, maar die ambitie strookt niet met de haalbaarheid, met de realiteit. In bepaalde quartiers is de tijd van de leerkracht in het lager onderwijs méér dan op als hij de leerlingen die primaire taken heeft aangeleerd.

"Wij hopen de scholen en families in moeilijke wijken een duwtje in de rug te geven. Je leert op school rekenen, omdat je moet leren rekenen. Bij TADA leer je wat de zin is van wiskunde in de samenleving. En hoe wiskunde eigenlijk veel bepaalt. Je leert de relevantie inzien. Zo motiveren wij kinderen om te leren. Om hun best te doen op de gewone school."

Merkt u dat er ook een effect is op de schoolprestaties van de kinderen na hun TADA-tijd?

"Ja, maar dat wil ik niet te veel benadrukken. Voor sommige kinderen is inzicht in later iets waardoor ze meer hun best gaan doen op school. Anderen hebben niet het cognitief potentieel om het veel beter te gaan doen. En dat hoeft ook helemaal niet. Die kinderen gaan zich wel beter in hun vel voelen. Daar gaat het om. Het is niet onze bedoeling om er allemaal hogergeschoolden van te maken. Het is onze bedoeling om er verantwoordelijke burgers en plantrekkers van te maken, die voorbeeldfiguren kunnen worden in onze maatschappij. En dat ze zich verbonden voelen met die maatschappij.

"Ik blijf het gek vinden om kinderen die hier geboren en getogen zijn en als eerste nationaliteit de Belgische hebben, te horen zeggen dat ze Marokkaan zijn. Dan is het zaak om te vragen waarom ze dat zeggen. En het gesprek aan te gaan. Maar die vraag wordt hen maar zelden gesteld."

Wat doen jullie als het niet lukt? Kunnen de kinderen er weer uitstappen als het niets voor hen blijkt te zijn.

"Er zijn weleens kinderen die uitvallen, maar we proberen dat echt tot een minimum te beperken. De kunst is gewoon: maak het leuk. Dan blijven ze meestal wel komen. En we hebben ook niet veel concurrentie, natuurlijk. Het is niet zo dat onze gasten plots zeggen: 'Ik stop, want ik ga naar de muziekschool.'"

Worden de kinderen geëvalueerd? Is er een soort van examen? Want het 'moeten presteren' is vaak een reden voor kinderen om een hobby te staken.

"Neen, er is geen druk. Ze moeten hun best doen, dat wel. En zich ook gedragen natuurlijk. We hebben een aantal regels. We leren structuur aan. Als je niet komt op zaterdag, dan moet je een goeie reden hebben en het ons vooraf laten weten. Gebeurt dat niet, dan wordt er gebeld naar de ouders met de vraag hoe het komt.

"We verwachten ook van hen dat ze op tijd komen. Natuurlijk doen ze dat niet allemaal goed en direct van bij de start. Dat is ook niet erg. TADA is een 'leer-plek'. We doen kinderen groeien, stap voor stap. Youssef - oud leerling - lachte er vorige week nog mee. Hij zei me: 'Vroeger bij TADA kwam ik vaak te laat, maar ik kwam wél altijd hè.' Nu komt hij steevast een kwartier te vroeg als we een afspraak met hem hebben. Want hij weet nu dat er op gerekend wordt en wat de impact is van te laat komen."

Hoe gaat u om met moeilijke gebeurtenissen, zoals de rellen in Brussel, maar ook de aanslagen? Merkt u dat het leeft bij de TADA- kinderen?

"Natuurlijk, en wij gaan er ook altijd open mee om. Er zijn bij ons geen taboes, zolang je alles maar op een beleefde manier formuleert. We geven hen eerst de tijd om boos of verdrietig te reageren en te zeggen hoe ze zich voelen. Dat zorgt soms voor pittige discussies. En daarna proberen we hen op een positieve manier te laten formuleren wat ze wél willen. Na de rellen in Brussel heeft een van onze alumni een filmpje gemaakt waarin ze zegt dat geweld nooit kan. Prachtig. We gaan dat zaterdag tonen aan onze kleintjes. Daar gaat het ons om, dat het vanuit henzelf komt."

Als ik eerlijk mag zijn: u hebt niet meteen het klassieke profiel om een dergelijk sociaal project uit te bouwen. En u werkt alleen met privégeld, van filantropen en grote bedrijven als investeringsfonds CVC, verzekeraar AXA en Janssen Pharmaceutica, om maar enkele te noemen.

(lacht) "Ik heb inderdaad niet het klassieke profiel. Maar geloof me: je kunt én sociaal zijn én businessfeeling hebben. Er zijn ook maar weinig sociale projecten die op deze manier werken, denk ik. Wij geloven nogal sterk in het betrekken van de gewone burger en het bedrijfsleven bij zulke projecten. Niet van: geef ons uw tijd en geld en we gaan er iets mee doen. Maar écht betrekken en samen iets doen met die tijd en dat geld.

"Ja, we hebben bekende financiers, maar we doen ook ons uiterste best om alles efficiënt te laten verlopen, zoals in een goed gestructureerde kmo. Onze financiers vinden dat fijn en ik ook."

In ons land is dat model eerder zeldzaam. Misschien omdat er in de hoofden van sommigen meteen een geurtje aan zit? Er wordt weleens gezegd dat een ondernemer alleen dingen wil doen waar hij ook bij wint.

"Ik kreeg in het begin van TADA ook soms dergelijke reacties, maar ik ben het daar dus volstrekt mee oneens. En wij bewijzen dat het kan. Bedrijven bestaan uit mensen. Er zijn bedrijven, neem nu AXA, waar mensen in de rij staan om bij ons les te komen geven. Vrijwillig, gratis dus. Waarom? Omdat die mensen merken dat ze effect hebben. Omdat ze er zelf energie uithalen en zelf ook uit leren. Waarom zouden ondernemers anders zijn dan andere mensen?"

En zo iemand van AXA, wat komt die dan uitleggen?

"Alles over verzekeringen en financiën. We beginnen gewoon bij de basis. Wat is een verzekering? Daar hebben kinderen geen flauw benul van. Maar je kunt dat heel eenvoudig uitleggen. Stel, Ahmed breekt zijn been. Of hij betaalt de hele factuur zelf of we leggen allemaal een beetje geld in de pot waarmee zijn factuur wordt betaald. Wat vinden jullie een goed idee? Basic discussie.

"Of je geeft ze elk een kaartje met een opdracht. De een krijgt: 'Ik heb een auto en wil die voor minstens 2.000 euro verkopen, want ik wil op vakantie.' De ander krijgt: 'Ik wil een auto kopen, maar ik wil daar maximaal 1.000 euro aan besteden, want ik wil op vakantie.' Dan zet je die samen en moeten ze tot een goeie prijs zien te komen.

"Kinderen van die leeftijd hebben totaal geen idee hoe prijssetting werkt. En dan zie je van alles gebeuren, van een slimmerikje dat alles binnenhaalt, tot een prijs die ergens boven de 10.000 euro uitkomt. Daarna kun je uitleggen hoe zoiets in werkelijkheid gebeurt. Dat beide partijen onderhandelen om uiteindelijk ergens in het midden uit te komen. Ze leren daar ontzettend veel door."

Dat zijn belangrijke lessen die alle kinderen wel kunnen gebruiken. TADA-kinderen bouwen op deze manier een serieuze voorsprong op, denk ik.

(lacht) "Klopt. Zoiets zou voor elk kind fantastisch zijn. Geloof me, ik had ook graag die lessen gekregen als kind. Maar wij bieden het aan waar de nood het hoogst is. Als uw kind moeite heeft met het begrip 'verzekeringen', kunt u het hem uitleggen. En als u het niet kunt, zult u wel iemand binnen uw netwerk vinden die het wel kan. Het gaat hier om kinderen die die omkadering niet hebben."

Waar haalt u zelf uw voldoening uit?

"Het mooiste is om die kinderen te zien groeien. Als ik nu naar onze alumni kijk, goed wetende van hoever ze soms komen, dan ben ik trots. Als ik denk aan Youssef bijvoorbeeld. Hij was een 'bad boy', zoals hij het zelf verwoordt. Hij zei me onlangs dat hij in het begin beschaamd was om tegen zijn vrienden te zeggen dat hij op zaterdag iets 'zinvols' deed. Al zijn vrienden hingen op straat rond en hij ging naar de 'zaterdagschool'.

"Maar hij bleef volhouden. Nu is hij een zelfverzekerde 16-jarige. Hij weet meer dan zijn vrienden over de wereld, doet het goed op school, voelt zich goed en weet wat hij zelf belangrijk vindt. En het mooie is dat hij nu opnieuw de 'coole gast van 't quartier' is, maar dan wel op een positieve manier. Iemand naar wie zijn vrienden opkijken. Dat is toch mooi?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden