Maandag 19/08/2019

'Je kiest je nachtmerries niet'

INTERVIEW. 'De herinnering is een monster', zegt John Irving (°1942). En dus blijven in zijn romans jeugdtrauma's de personages achtervolgen. 'Er bestaat niet zoiets als 'terugkerende thema's van een schrijver'. Het zijn geen thema's, het zijn obsessies.'

Hij heeft die ochtend gesport. Niet ontbeten. Is van de ene kant van Amsterdam naar de andere gelopen. Een route genomen die hij kende. Hij komt binnen op zijn gymschoenen en in een zwart Adidas-pak.

Hij zegt dat hij het maar al te goed weet: "Er zijn demonen die je niet verjaagd krijgt."

Zelfs niet met het schrijven van veertien romans.

Hij is in Amsterdam om de vertaling van zijn veertiende boek voor te stellen. Avenue van de mysteriën, heet het. De titel zag hij bij toeval op een naambord van een straat toen hij in zijn lange researchperiode vanuit de taxi, op weg naar de basiliek in Mexico-Stad, naar buiten keek. 'Boulevard van de mysteriën', las hij, en hij overwoog even om uit te stappen en tussen de pelgrims te voet verder te wandelen naar het heiligdom van de 'Maagd van Guadalupe'.

Die maagd verscheen volgens de overlevering in de 15de eeuw aan de heilige Juan Diego. Samen met de met haar concurrerende Lieve Vrouwen speelt ze een belangrijke rol in het boek. Of beter gezegd: het verlangen naar het mirakel, daar draait het om.

Architect

Juan Diego, zo heet ook de hoofdpersoon in de nieuwste roman van Irving. Hij is een schrijver van 54. Irving: "En toch lijkt Juan Diego 64 en voelt hij zich 74." Hij heeft zijn portie ongeluk wel gehad. In de jaren zeventig brengt hij samen met zijn zus Lupe zijn jeugd door op een vuilnisbelt in het Mexicaanse Oaxaca. De baas van de stortplaats is een man die "waarschijnlijk niet zijn vader was", die met zijn wagen over de voet van Juan Diego rijdt en zo van hem een kreupele maakt.

Zijn moeder, een prostituee, sterft terwijl ze de Heilige Maagd Maria afstoft. Zijn zus komt in het circus terecht en wordt doodgebeten door een leeuw. Een liefdevol koppel, een ex-priester en een travestiet ontfermen zich over de jonge Juan Diego, die verder opgroeit in Amerika en een beroemd schrijver wordt.

In de roman trekt de 54-jarige Juan Diego naar de Filipijnen om een belofte na te komen die hij als veertienjarige deed aan een dienstweigeraar. Hij zou op zoek gaan naar het soldatengraf van diens vader. Hij kent alleen de naam van de dode niet. Wat hij vindt, is een levendige herinnering aan een jeugd die hij uit zijn geheugen wilde bannen.

"Het geheugen is een monster", zegt John Irving. "Je hebt er op de duur een klare kijk op, zelfs al gebeurt het lang na de feiten: de spoken die een mens van zich probeert af te schudden, worden zijn schaduw. Er bestaat een misverstand over wat mensen 'terugkerende thema's van een schrijver' noemen. Het zijn geen thema's, het zijn obsessies. Ze komen uit een gebied waar de angst regeert.

"Ik ben een schrijver die als een architect bewust met de constructies van mijn romans omgaat. Ik weet heel goed hoe ik een verhaal wil vertellen, welke stem ik wil gebruiken, wat ik al aan de lezer meegeef en wat ik achterhouden zal. Ik heb als een regisseur het hele boek onder controle."

Zijn laatste zin staat al vast voor hij aan het schrijven van het boek begint. De laatste zin van Avenue van de mysteriën luidt: 'Niet elke ramkoers komt als een verrassing.'

"Al die controle en beheersing... Men noemt mij een 'stratenplanschrijver'. Ik laat niets aan het toeval over. Maar waarover ik schrijf, dat heb ik niet te kiezen. Wie mijn romanpersonages zijn en wat hen altijd opnieuw weer overkomt, dat is mijn lot.

"Je hebt je nachtmerries niet te kiezen. Wat je in het midden van de nacht wakker doet schieten en je slapeloos achterlaat, daarover heb je niets te zeggen. Het gaat maar niet over. Het blijft altijd. Ik ben een behekst huis."

Donkere wolk

Irving, ooit een gevierde worstelaar, werd in 1978 op slag beroemd met zijn vierde roman De wereld volgens Garp. Het verhaal van Garp, de zoon van een feministe en een onbekende vader die opgroeit tussen transseksuelen en excentrieke personages, werd in 1982 verfilmd. Irving maakte twee maanden geleden bekend dat hij er voor HBO een 5-delige miniserie van gaat maken.

Later kwamen successen als De regels van het ciderhuis - hij kreeg een Oscar voor de bewerking van zijn roman tot een scenario - en Bidden wij voor Owen Meany. De personages in het oeuvre van Irving zijn meestal mensen die in de nasleep leven van een in hun vroege puberteit opgelopen trauma. Het zijn mensen die vluchten in de controle die ze over hun verbeelding denken te hebben. Vaak zijn het schrijvers.

Irving: "Ik denk vaak: 'Ik ben niet degene die mijn personages kiest, zij kiezen mij.' Er is iets wat mijn personages is overkomen, vaak tussen hun twaalfde en vijftiende. Het bepaalt niet alleen de volwassene die ze zijn geworden, het verduistert hun hele leven. Het hangt als een donkere wolk boven hun leven, ook al worden ze ouder en doen ze andere levenservaringen op. Het blijft altijd hun meest levendige herinnering, de minst onuitwisbare, de meest tekenende.

"Ook nu weer: Juan Diego en zijn zus zijn tieners, ze kennen hun vader niet en er overkomt hen iets verschrikkelijks en iets wonderbaarlijks. Juan Diego kan niet anders dan in het verleden blijven leven. Hij kent het heden niet. Daarom moet hij in het verhaal een schrijver worden.

"Het is niet nieuw. Homer Wells in De regels van het ciderhuis moet noodgedwongen in het weeshuis blijven, het lijkt maar niet te lukken met die adoptie. Daniel in de roman De laatste nacht in Twisted River heeft als kind per ongeluk de vriendin van zijn vader doodgeslagen. John Wheelwright, de ik-persoon in Bidden wij voor Owen Meany, leeft met zijn moeder en grootmoeder maar zijn vader is onbekend. Zijn moeder komt om.

"Ga maar eens na welke leeftijd die personages hadden toen dat drama hen overkwam. Het zijn allemaal mensen die in hun jonge puberteit een ervaring hebben gehad waar ze nooit meer van loskomen, die hun identiteit uitmaakt. Ik denk dat je het bij uitbreiding over bijna al mijn romans kunt zeggen. Een schrijver vormt zich een beeld van wat hij vreest."

Irving citeert een zin uit het hoofdstuk 'Wonderjaren' van zijn roman Avenue van de mysteriën. De zin die erop volgt luidt: 'Je kon nooit genoeg weten over waar echte mensen vandaan komen.'

Het meest autobiografisch was Irving in zijn roman Tot ik jou vind (2005). Daarin beschrijft hij een jongen die wordt opgevoed door zijn moeder en grootmoeder. Zijn vader is een grote afwezige. In de roman wordt Jack, het hoofdpersonage, als tienjarige seksueel misbruikt door een oudere vrouw. Na het verschijnen zei Irving in The New York Times: "Ik kon het niet over mijn hart krijgen Jack mijn leeftijd te geven van toen ik het meemaakte. Ik was gek op die vrouw. Ze hield van me, dat voelde ik. Ik was elf. En later begon ik alles waarover ik me schaamde op de rug te schuiven van mijn afwezige vader."

Irving groeide op als John Wallace Blunt jr. Zijn biologische vader, een man die toen zijn moeder zwanger was vertrok als piloot om mee te vechten in de Tweede Wereldoorlog, heeft hij nooit gekend. Dat hij werd neergeschoten in het door Japan bezette Burma en te voet langs China kon vluchten, kwam hij pas later te weten. Hij was twee jaar toen de echtscheiding van zijn moeder en zijn vader werd uitgesproken. "Niemand sprak over hem." Irving kreeg de naam van zijn adoptievader, Colin F. Irving, een geschiedenisleraar. Maar het mysterie bleef.

Godsgeschenk

Er vallen veel doden in Avenue van de mysteriën. Een van de tederste scènes is die waarin Juan Diego zijn stervende adoptie-ouders verzorgt en de baard scheert van zijn adoptiemoeder, die travestiet is.

"De dood van een adoptie-ouder is een dubbele dood. Mijn stiefvader leeft nog. We praten veel met elkaar. Hij leeft in New Mexico. Maar ik weet nu al dat zijn dood me zwaar zal vallen. Mijn moeder stierf een paar jaar geleden, maar zij was al lange tijd ziek. Er was een lange voorbereiding op die rouw. Ik stond heel dicht bij mijn moeder, vooral als kind en in de tijd dat ik nog worstelaar was. Ik heb bewondering gehad voor haar activisme en feminisme. Zij is zeker de bron geweest van mijn politieke bewustzijn.

"Maar het is ook hard om met het vooruitzicht van de dood van mijn stiefvader te leven. Ik zal nooit vergeten hoe gelukkig ik was toen hij in mijn leven kwam. Hij was een godsgeschenk voor mij. Ik was blij dat hij mij adopteerde en mij zijn naam gaf. Het was vreemd om de naam te dragen van iemand van wie ik wist dat hij echt bestond, maar die een mysterie was. Er was mij verteld dat hij nog in leven was. Maar niemand sprak ooit over hem."

Pas in de jaren tachtig - bij zijn eerste scheiding - kreeg hij van zijn moeder de brieven te lezen die zijn vader haar had gestuurd. Daarin legde zijn vader uit dat hij niet getrouwd kon blijven maar wel zijn zoon John wilde zien. "Mijn moeder heeft hem dat nooit toegestaan. Omdat hij zo'n mysterie was, verzon ik hem."

"Pas rond het jaar 2000 kreeg ik contact met mijn halfbroers en zijn andere kinderen. Mijn biologische vader was al jaren dood. Ik vond het enorm spijtig dat ik hem nooit had gekend. Maar vanuit het standpunt van mijn moeder begreep ik ook goed waarom ze hem alle contact verbood. Mijn vader kwam in de verhalen van zijn andere kinderen opeens tevoorschijn als een goede vader die het spijtig vond dat hij geen toestemming had gekregen om mij te zien. Hij was een heel gewone man. Hij leek niet het minst op al die afwezige vaders die ik voor mezelf verzonnen had."

"Over wat tijd met je doet en niet doet en hoe een mens terugkijkt op wat hij heeft meegemaakt, het tijdsverloop, daarover gaat het in de roman", zegt Irving. "De roman is daar een uitstekend middel voor, een van de weinige literaire middelen, trouwens. Voor een film moet je drie acteurs zoeken om de kindertijd, jeugd en volwassenheid van iemand te tonen. Ik vind dat verwarrend. In een roman verliest een lezer nooit het zicht op wie het personage is en wie hij is geworden."

Dienstweigeraars

Toch begon het project van Avenue van de mysteriën als een idee voor een film. Zo'n 25 jaar geleden al, samen met filmmaker Martin Bell en zijn vrouw, de vorig jaar overleden fotografe Mary Ellen Mark. Irving: "Mary Ellen had foto's gemaakt in India van kinderen die uitgebuit werden in de circussen. Ik werd enorm geraakt door dat hopeloze leven van kinderen die zich een beter leven verbeelden maar in een grote gevarenzone terechtkomen. De dreiging dat een kind getroffen wordt door een ramp, is ook iets wat altijd terugkeert in mijn werk. We gingen samen naar India. Ik leefde een tijd in het Koninklijk Circus in Junagadh om er onderzoek te doen. Kinderen traden er op zonder veiligheidsnet."

In de roman Zoon van het circus (1994) komt er een kleine verwijzing naar dat filmplan voor. Maar filmen in India bleek een ramp. Te veel inmenging van de autoriteiten. "De Indiase regering had werkelijk geen scrupules." Het plan werd verlegd naar Mexico, waar ze ook kindercircussen bezochten. "Mexico was een veel betere plek, omdat de katholieke kerk zich daar dieper geworteld heeft. Ik wilde van het begin een goedhartige missionaris die ondanks zijn homoseksualiteit priester wilde worden maar die die droom moest opgeven."

Irving vecht al jaren tegen de strakke seksuele moraal, ook als het gaat over transgenders. In Mexico kwam daar de laag bij van de katholieke kerk, de concurrentie tussen de madonna's. "Het was een schitterende optie. Ik wilde dat het verhaal zich afspeelde in de jaren zeventig. In Mexico kon ik er het verhaal van een dienstweigeraar in 1970 in plaatsen. Er zijn te weinig dienstweigeraars in de literatuur. Begin jaren zeventig begon het protest tegen de Vietnam-oorlog aan te zwellen. Nixon was in 1968 tot president verkozen op basis van zijn belofte een einde te maken aan die oorlog. Er kwam niets van in huis. Het aantal Amerikaanse mensen die weigerden mee te vechten, groeide. Jonge mensen zochten een uitweg naar Canada en Mexico. Hun aantal nam toe, samen met het protest tegen die oorlog." Irving zelf ontsnapte in 1965 aan de dienstplicht door vader te geworden.

Stof genoeg voor een film. Maar toch kwam er opeens een moment waarop John Irving dacht: "Wat als ik een oudere man, verslaafd aan bètablokkers en halfjes viagra, laat terugblikken op zijn verleden op de vuilnisbelt waar alle afval verbrand wordt. De levensloopdroom kwam terug." En zo werd de 54-jarige Juan Diego geboren, een man die een parallel leven met zichzelf lijkt te kunnen leiden, maar die op een tocht naar de Filipijnen op een tweespalt terechtkomt.

Irving gaf hem vrouwen om mee te slapen, een moeder en een dochter. Een soort madonna's van wie hij mirakels kon verwachten.

"Religie is iets tussen mysterie en seks", zegt hij. Er is zoiets als de erotische kracht van het mirakel.

"Als je naar kerken gaat en er naar de mensen kijkt die er zitten te bidden - niet alleen tijdens het ochtendgebed maar ook als de kerk al helemaal leeggelopen is - dan voel je hun verwachtingen. Die mensen zitten er niet voor de kerk als instituut. Ze zitten in al hun eenzaamheid op de bidstoelen op een mirakel te wachten. Het is duidelijk dat het instituut kerk vol barsten zit: zijn politiek, zijn historiek, zijn regelneverij. Kerken kunnen mensen gek maken door de manier waarop ze weigeren de behoeftes te negeren van mensen die niet in hun leer geloven. Het is de belofte van een mirakel die de meeste kerken in de steigers houdt. De meeste mensen willen in wonderen geloven, dat geloof drijft hen. Seks kan ook een drijfveer zijn."

Afgedankte spullen

"De meeste kinderen van de vuilnisbelt waren gelovig; misschien moet je ergens in geloven als je zo veel afgedankte spullen ziet." Dat antwoordt Irving als ik hem vraag wat voor gelovige hij dan is. "Ik beschouw mezelf niet als een gelovige, noch als een ongelovige. Mensen die zichzelf echte gelovigen noemen, willen meestal dat je in hetzelfde gelooft als waar zij in geloven. En ook atheïsten spreken over iets waar niemand iets over kan weten. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die na zijn dood is teruggekeerd om te komen vertellen hoe de vork nu precies in de steel zit.

"Zelfs Stephen Hawking, een man die toch veel over het universum weet, blijft vaag over het antwoord op de vraag of er nu een leven na de dood bestaat of niet. Niemand weet wat er met ons gebeurt na onze dood. Ik jaag mezelf niet op door speculaties over dat soort toekomst."

John Irving, Avenue van de mysteriën, De Beige Bij, 608 p., 24,90 euro. Vertaling Otto Biersma en Luud Dorresteijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden