Maandag 03/08/2020

'Je kan je tong nooit ver genoeg uitsteken in de kunst'

De kwarteeuw van Needcompany wordt gevierd met een rist voorstellingen, films en tentoonstellingen. De spits wordt vandaag afgebeten met De kunst der vermakelijkheid. In dit nieuwe stuk van Jan Lauwers, stichter van de groep, speelt Dirk Roofthooft een beroemde acteur die in een reality show een eind aan zijn leven wil maken. Het ging in première in het prestigieuze Weense Burgtheater, waar Needcompany 'artist in residence' is.

Jan Lauwers, van opleiding beeldend kunstenaar, was al voor Needcompany actief als theatermaker. In 1979 richtte hij het Epigonenensemble, in 1981 omgedoopt tot 'Epigonentheater zlv' (zonder leiding van) op. Toen hij de regisseursteugels strakker in handen nam, had hij nood aan een gezelschap. Zo ontstond 'Needcompany' - naar de hartenkreet 'I need (a) company'- in 1986. Grace Ellen Barkey, in het gewone leven zijn vrouw, stond mee aan de wieg.

Needcompany groeide uit tot een ensemble van straffe performers - actrice Viviane De Muynck is een instituut op zichzelf binnen de groep. Af en toe maken topacteurs als Dirk Roofthooft een gastoptreden. Ze zijn dan ook van alle markten thuis. Ze dansen, zingen, musiceren en acteren, vaak alsof ze het ter plekke bedachten. 'Transparant acteren' noemt Lauwers dat, al kan je ervan op aan dat Lauwers en Barkey precies weten waar ze op aansturen.

Na al die jaren is het koppel nog steeds de kern van het gezelschap. Het campagnebeeld voor dit feestjaar is daarom een foto waarop zij elkaar innig omhelzen. "De eerste tien jaar haatte ik het theater", herinnert Jan Lauwers zich. "Ik beschouwde mijzelf als een beeldend kunstenaar die onbedoeld in het theater verzeild was." Grace Ellen Barkey glimlacht bij de herinnering: "Elke voorstelling was voor jou de laatste."

Die minachting is omgeslagen in een grote liefde. Lauwers legt uit waarom: "In de beeldende kunst bepaalt de kunstmarkt alles. Een collectioneur als Pinault stapelt de prachtigste kunst op in zijn paleizen. Daar mag je voor veel geld eens rondkijken, maar in wezen houdt hij alles voor zich. Theater heeft die verkoopwaarde niet. Het is er voor iedereen. Performancekunst als de 'Wiener Aktionisten' was trouwens een poging om aan de greep van de markt te ontkomen. Daar lag mijn inspiratie. Mijn referentiepunt was niet Shakespeare, maar Joseph Beuys. Ooit zag ik hem echter in een Antwerpse galerie in tranen uitbarsten terwijl hij was van de muren krabde. Toen dacht ik al: 'Man, jij speelt theater!'."

Dat aktionisme liet zijn sporen na in je vroegste theaterwerk. In Struiskogel doodden en verorberden jullie een kip in real time.

Jan Lauwers: "Sterker: we lieten twee kippen vechten. De verliezer werd gedood, en wel door de vegetariër in het gezelschap. Door die realiteit van het slachten op het podium te tonen wilden we de vervreemding tegengaan. Zeg niet: ik eet kip, maar: ik eet een kip, merkte Elias Canetti al op. De tijd van dat stuk was dus geen fictieve, maar reële tijd. Struiskogel duurde net zo lang als nodig is om een kip te slachten en op te eten. Dat streef ik niet langer na. Nu boezemt de irrealiteit van het theater mij belangstelling in. Wij bootsen de werkelijkheid niet na, we stellen er een andere voor in de plaats."

Zien jullie jezelf dan als regisseurs nu?

Lauwers "Nee, want een regisseur staat ten dienste van een tekst. Dan liggen de grote thema's van het stuk al vast. Ik ben een theatermaker, een kunstenaar die zijn verhaal ontwikkelt met acteurs en de middelen van het theater. De liefde om met mensen te werken is trouwens de tweede reden waarom ik van theater hou. Het lichaam op het podium is je belangrijkste materiaal. Maar dat vraagt veel meer tijd. Je kan zo hooguit een stuk per jaar maken.

Grace Ellen Barkey: "Bij mij gaat het nog trager. In mijn eerste stukken vertrok ik nog van bestaande literaire teksten, maar met de sprong naar het grote podium nam het beeldende en het performen de overhand. Jan kan echter met vier of vijf projecten tegelijk bezig zijn. Mij lukt dat niet. Bij mij komt het ene na het andere. Ook nu ik intensief samenwerk met Lot Lemm blijft het werk lang binnenskamers."

Jullie oeuvre is, ondanks alle verwantschap, duidelijk gescheiden. Maar jullie zijn ook een koppel. Praten jullie over elkaars werk?

Lauwers: "Grace en ik zijn elkaars eerste lezers van teksten en ideeën, maar we respecteren elkaars eenzaamheid in het creatieproces. Dat is de enige manier om het vol te houden als koppel en als ouders van twee kinderen.

Valt kunstenaarschap te combineren met ouderschap?

Lauwers: "Marina Abramovic beweert dat je nooit een grote kunstenaar kan zijn als je kinderen hebt. Maar Houellebecq zegt dan weer dat al wat Gide en Sartre over vrijheid te melden hadden flauwekul is, net omdat ze vrijgezellen waren. Ik zei tegen Abramovic dat ze zich nooit had toegetakeld met scheermesjes als ze de pijn van het baren gevoeld had. Met kinderen heb je een ander besef van vrijheid."

Barkey: "Zwanger zijn geeft je een andere kijk op leven en dood. Pas dan krijg je angst voor de dood. Je moet er zijn voor hen. Een taxichauffeur mag niet als een gek rijden. Hier zit een moeder, zeg ik dan."

Lauwers: "Toch is het dubbel. Denk aan Ulrike Meinhof die haar kinderen in Palestina dumpte in een kamp, of Marx die zijn kinderen te vondeling legde. De fascisten wilden alles vernietigen om iets nieuws op te bouwen. Dat alles is in de politiek onverdedigbaar. Daar moet je compromissen kunnen sluiten. In de kunst geldt het omgekeerde. Daar moet je steeds weer vernietigen wat je opgebouwd hebt."

Dat verklaart waarom jullie werk zo onvoorspelbaar is.

Barkey. "Je mag geen methode hebben. Je moet altijd weer alles in vraag stellen, al kost het nog zoveel moeite om weer van nul af aan te beginnen. Dat is zo omdat kunst de spelende mens vertegenwoordigt. Als je niet langer nieuwe mogelijkheden wil verkennen, gebeurt er helemaal niets meer. We moeten ons blijven voeden met dromen en fantasieën. Uit het niets een beeld, een stuk, een tekst maken geeft erg veel hoop. Want als het je op het podium lukt om een nieuwe wereld te maken, waarom dan buiten dat podium ook niet? Het is de droom die Schiller al beschreef."

Needcompany was in de jaren '90 een erg 'donker' gezelschap. Geweld, liefde, erotiek en dood, het kon nooit zwaar genoeg zijn. Die donkerte is nu weg. Hoe komt dat?

Lauwers: "Het einde van de jaren 1990 was een omslagpunt. Ik vroeg me af wat ik (nog) wilde zeggen. Ik kon of wilde het publiek niet meer choqueren. Vanaf 'Morning Song' stak ik daarom een hand uit naar de toeschouwers. Weg met de vierde wand: publiek en performers spelen samen. Zo ontstond onze 'off-center' strategie. Ik laat verschillende bronnen van energie tegelijk toe op het podium. Er gebeurt steeds van alles tegelijk. Zo kan de kijker objectiever waarnemen. Hij moet zelf mee beslissen over de toedracht en de betekenis van wat er gebeurt. Dat is geen inhoudelijke concessie, maar een verschuiving in de vorm. De zwarte dansvloer werd letterlijk een witte. Dat brengt meer licht in het stuk. Want, let wel, kunst is nog steeds geen vrolijke zaak. Wat kunstenaars als Paul Mc Carthy of Louise Bourgeois te berde brengen, daar word je niet vrolijk van."

Barkey: "Ik moet toch ook altijd lachen om hun werk. Je kan je tong nooit ver genoeg uitsteken in de kunst. Louise Bourgeois is het summum. Tot ver voorbij haar negentigste jaar bleef ze haar tong uitsteken.

Lauwers: "Dat kan jij wel zeggen, maar jij bent dan ook niet bezwaard door het katholicisme."

Barkey: "Mijn ouders waren allebei buitenechtelijke kinderen van een Europese vader en een Chinese en Indonesische moeder. Mijn vader was als kind geplaatst bij katholieke broeders. Hij haatte ze daarom. Na de onafhankelijkheid van Indonesië zijn we hals over kop vertrokken naar Nederland, met geen andere bagage dan de trouwjurk van mijn moeder en een door haar geborduurd tafellaken. Toch waren mijn ouders heel onbevangen. Ze vonden iedereen lief. Ze zadelden mij niet op met vooroordelen. Ik wist lang gewoon niet wat 'homoseksueel' betekende. Ik begreep zelfs niet waarom je daar een afzonderlijk woord voor zou hebben."

Lauwers: "Grace heeft daardoor mijn leven veranderd: ze leerde mij om positief naar de dingen te kijken, te zien wat je ermee kan aanvangen. Ze heeft een soort schaamteloosheid die ik moest leren. Op de katholieke school waar ik zat maakten ze je ego kapot door je met schaamte te beladen. Daar herstel ik nog altijd van, vrees ik."

In de loop der jaren werd Needcompany een steeds hechter ensemble. Toch is het meer dan ooit het gezelschap van jullie twee als persoon.

Lauwers: "De kunst der vermakelijkheid is inderdaad weer een zelfportret. Heel mijn lichamelijkheid zit in dat werk. Anders neem je slechts een pose aan."

Barkey: "Het is jouw wereld, maar het opmerkelijke is dat anderen die kleur en gestalte geven."

Lauwers: "Wij betalen al onze performers fulltime. Ze worden ouder met ons, en dus ook duurder, maar wij dumpen niemand. Dat is vrij uniek. Wij zijn een evoluerend ensemble. De leden hebben ook een grote invloed op het werk. Zonder Hans Petter Dahl had ik nooit mijn liefde voor pop en kitsch ontwikkeld."

Jullie zijn 'artist in residence' in het Weense Burgtheater. Prestigieuzer kan het niet. Wel een tikje burgerlijk ook.

Lauwers: "Als ensemble presenteren wij iets in plaats van te representeren, na te doen. Ik noem dat 'transparant acteren'. Toen Matthias Hartmann, de intendant van het Burgtheater, De Lobstershop zag, was dat een omwenteling voor hem. Hij wilde altijd al zo'n theater maken. Het Duitse theater laat dat echter niet toe. Het Burgtheater is een bijna industrieel productiesysteem met 140 acteurs. Echte vaklui, maar toch begrijpen ze niet wat wij doen op het podium. Hartmann wilde ons in huis als een virus dat hun zekerheden aan het wankelen brengt.

"Het stuk gaat over de zelfgekozen dood van een acteur. We dachten elke keer een andere acteur van het Burgtheater in te zetten, maar na drie doden vond men het welletjes. Nu doet Dirk het. Die is al voor de vijfde keer bij ons te gast. Het stuk peilt naar de betekenis van op een podium staan. Daar is geen greintje cynisme mee gemoeid, integendeel. Het is tegen het cynisme gericht. Maar de Duitse pers begreep het net andersom. Hier is het publiek veel meer vertrouwd met de vorm en inhoud van ons werk. We vergeten het altijd weer, maar Vlaanderen stond de laatste 25 jaar echt aan de top van de ontwikkelingen in het theater.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234