Maandag 30/11/2020

ColumnLize Spit

Je kan het geen rijden noemen, wat deze bestuurders doen. Ze claimen

Beeld Damon De Backer

Lize Spit won de Bronzen Uil met haar succesdebuut Het smelt. Ze groeide op in Viersel en woont in Brussel. 

Om half tien verzachten alle verkeersgeluiden. Wie nog in bed ligt, zou kunnen denken dat het heeft gesneeuwd, dat er buiten geen doorkomen meer aan is, maar plots weerklinken rinkelende bellen, ratelende wielen, ­joelende kinderstemmen.

Autoloze zondag in Brussel – de enige jaarlijkse feestdag waar ik zonder gemengde gevoelens naar uitkijk. Kinderen sleuren fietsen met zijwieltjes uit appartementen de straat op, ze knopen rolschaatsen om en trekken klittenband strak. Kniebeschermers als zondagse kleding.

R. heeft zich net een plooifiets aangeschaft, de fietsenmaker zorgde ervoor dat we hem zaterdag nog konden ophalen. Ik wil vroeg vertrekken, alles uit deze dag halen. Ik knoop een dikke trui rond mijn middel om zadelpijn te voorkomen. Met een lunchpakket op zak beginnen we aan de tocht – de kleine ring, de Belliardstraat, het Jubelpark, de Tervurenlaan. Al snel zijn we drie uur aan het trappen. We kiezen voor brede lanen, gaan pal in het midden fietsen. We worden niet weggedrukt, hebben afstand genoeg om de gevels en de omgeving waar te nemen. Overal zie je opgetogen ­kinderen, op iets te kleine fietsen, aan een iets te hoge versnelling, maar met geconcentreerde blik.

Autovrij is deze dag in praktijk niet. Hier en daar ­rijden gemotoriseerde voertuigen, voorzichtig, aan lage snelheid, op elk kruispunt kijken ze goed uit. Tussen al die blije gezinnen lijken de wagens zelf kwetsbaar, ­pestkoppen die plots zonder medestanders staan.

“Nog geen zadelpijn?”

“Nee hoor”, piept R.

We verorberen op een bankje in het Tenreukenpark onze thuis gesmeerde boterham, vervolgen onze weg – een rondje rond de renbaan in Bosvoorde, dwars door het Terkamerenbos, hoge bomen als kathedralen. Het is een mooie dag vol nazomerse zon, die laag staat en zachte ­schaduwen werpt. Mensen lachen voor een stoplicht met de gesprekken die kinderen voeren. “Ja!” wordt er door iemand in de massa geroepen wanneer het licht op groen springt en er voorin niet meteen iets beweegt. “Vroem vroem”, doet een echtpaar dat om ter snelst optrekt.

Om zeven uur zijn R. en ik thuis. Met uitgewaaide hoofden, prettig vermoeide benen en schrijnende ­achterwerken staan we voor het raam dat uitkijkt over het Baraplein.

“Je zal het zien,” zeg ik op een eigenwijs toontje, “binnen de paar minuten gaan we terug naar af.”

Ik hoop dat ik overdrijf. Maar nee, het is een minuut na zeven uur en hupsakee, daar komt voorzichtig weer een auto piepen op het kruispunt. En meteen verschijnt er een tweede glimmende snuit. En nog een, en nog een. Er wordt weer driftig getoeterd. De ommekeer is zo ­treffend, dat ik er eerst nog om wil lachen. Je kan het geen rijden noemen, wat deze bestuurders doen, ze ­claimen. Ze vrezen misschien dat, na een dag als ­vandaag, zal opvallen hoe belachelijk veel privileges ze hebben. Snel naar het oude, snel alle ruimte van deze kinderen afnemen, tot ze weer niet beter weten.

Ik sluit het raam. Ik had het voorspeld, toch krijg ik een krop in de keel bij het gemak waarmee ik mijn gelijk haal. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234