Dinsdag 29/09/2020

InterviewOlivier Deschacht

‘Je hoopt dat ze door jouw fouten heen kijkt, maar dat blijft niet duren. Zeker niet als ze moet vaststellen dat ik dezelfde fouten blijf maken’

'Ik weet dat ik het ga missen. Daarom geniet ik er nu zelfs van om uitgefloten te worden.’Beeld Joel Hoylaerts / Photo News

‘Het zijn twee zware jaren geweest,’ zegt Olivier Deschacht. Eerst sloeg zijn onverwachte vertrek bij Anderlecht barsten in zijn relatie met Annelien Coorevits, vervolgens leek na de degradatie met Lokeren zijn afscheid van het profvoetbal nabij. Tot Zulte Waregem hem opviste, en kijk: Deschacht floreert weer als in zijn beste dagen. De verdediger – straks 39 – kijkt uit naar wat mogelijk zijn afscheidstournee langs de Belgische velden wordt: ‘Ik geniet er zelfs van om uitgefloten te worden.’

De 4-jarige Luis is mokkend naast de deurmat op de grond gaan zitten. Een middagje bioscoop als verrassing kon nog op zijn goedkeuring rekenen, ‘F.C. De Kampioenen’ kan dat niet. Terwijl zus Elena hem op andere gedachten probeert te brengen, aanschouwt papa Olivier vertederd het tafereel: ‘Zie hem zitten: zo koppig. Het is alsof ik mezelf zie. Hoe kan ik dan boos op hem zijn?’

Olivier Deschacht: “2019 is een rollercoaster geweest. Net als 2018, maar dan zonder Anderlecht. Door de vroege degradatie met Lokeren zat het seizoen er in maart al op. Dat had ik nooit eerder meegemaakt: ik ben het altijd gewoon geweest om tot de allerlaatste week met de titelstress van play-off 1 te leven.”

Individueel presteerde je goed bij Lokeren, maar de club wilde niet met je verder. Wat dacht je toen je dat hoorde?

Deschacht: “Dat ik nog geen zin had om te stoppen. Ik had een goed seizoen gespeeld, zelfs de supporters waren enthousiast. Dus ben ik me fanatiek blijven verzorgen: ik liep de 20 km door Brussel, de 10 Miles van Antwerpen ook, en op vakantie ging ik elke dag lopen. Mensen denken dat ik niet wilde blijven vanwege de degradatie, maar dat klopt niet. De waarheid is dat Glen De Boeck (op dat moment nog trainer van Lokeren, red.) een totale make-over wilde en iedereen heeft weggejaagd. Terwijl we helemaal geen slecht seizoen gespeeld hadden: met één goede spits erbij hadden we ons altijd gered. Ik maakte twee doelpunten en behoorde tot de beste schutters van de ploeg (lachje). Maar goed, De Boeck dacht het beter te kunnen doen met een volledig nieuwe ploeg.”

In 2019 met Glen De Boeck. ‘Als ik met iemand uit het voetbal nooit nog iets te maken wil hebben, is het De Boeck.’ Beeld BELGA

Heb je voor het einde van je spelerscarrière gevreesd?

Deschacht: “Er was interesse, maar ze werd nooit concreet. Oud-Heverlee Leuven was me te ver: ik zou elke dag om zes uur moeten opstaan, dat zag ik niet zitten. Deinze is eerste amateur (de vroegere derde klasse, red.), maar heeft een zeer ambitieuze voorzitter. Ik kon me vinden in zijn plannen, maar had toch iets van: nog een beetje wachten, wie weet komt er nog iets leukers. Het was al eind juli toen ik telefoon kreeg van Eddy Cordier (sportief manager van Zulte Waregem, red.): of ik een halfuur later op zijn bureau kon zijn. Ze wilden me een week testen, maar na drie dagen heb ik mijn handtekening al gezet en de volgende dag speelde ik mijn eerste competitiewedstrijd, tegen KV Mechelen. Zo snel is het gegaan.”

Terwijl je gezworen had om nooit nog ergens te testen: wie jou wilde, wist wat hij in huis haalde.

Deschacht: “Soms heb je geen keuze. Ik ben de oudste speler van de competitie, dan ga je niet meer discussiëren en pak je wat er te pakken valt. Ik had meteen een warm gesprek met trainer Francky Dury. Mijn veronderstelling was dat ze een leidersfiguur zochten voor de kleedkamer, iemand met ervaring die de spelers bij de les moet houden. Maar hij wilde mij echt om te spelen. En zie nu: ik ben aan een ongelooflijk goed seizoen bezig.

“Dat het dicht bij huis is, was ook belangrijk. Op mijn leeftijd is het niet goed om lang in de auto te zitten. Kijk maar naar wat er met Thomas Buffel is gebeurd: hij moest om 5 uur ’s morgens in Hasselt vertrekken. Voor je lichaam is dat slopend. Ik ben zeker dat zijn blessure daaraan te wijten was.”

Je had ook voor het trainerschap kunnen kiezen: KV Kortrijk zag in jou de geknipte assistent van Yves Vanderhaeghe.

Deschacht: “Yves en ik zijn vrienden, er gaat geen week voorbij zonder dat we uren over voetbal hebben gepraat. Ik zou het plezant hebben gevonden, al is het ook gevaarlijk. Want stel dat het mislukt, blijft de vriendschap dan overeind? Maar op die manier wilde ik geen afscheid nemen van het leven als speler. Mocht ik dat gedaan hebben, zou ik op mijn 80ste nog altijd gefrustreerd zijn. Als het stopt, wil ik dat in schoonheid doen. Met het respect en applaus van iedereen, en met mijn familie in de tribune.”

Had jij niet altijd uitgesloten dat je ooit trainer zou worden?

Deschacht: “T1, bedoelde ik. Ik heb veel mensen zien veranderen in die rol, en dat wil ik niet. Ik ben te direct, ongeduldig ook, en keuzes maken is niet mijn sterkste punt. Maar ik heb veel ideeën over voetbal en wil die ook gebruiken: als analist of als T2. De rol van een T2 wordt vaak onderschat, maar kijk naar Guardiola: zijn assistent bij City is nu T1 bij Arsenal (Mikel Arteta, red.). Ik denk niet dat ik die stap ooit zal zetten – nu, zeg nooit nooit – maar het bewijst dat toptrainers wel degelijk een T2 met een mening naast zich dulden.”

Zouden ze het zich in Kortrijk nog niet beklaagd hebben dat ze je geen contract als speler hebben aangeboden?

Deschacht: (lacht) “Dat heeft Yves me al vaak gezegd. Maar goed, aan mij valt geen geld meer te verdienen. Dat hebben ze me ook eerlijk gezegd: ik was te oud, ze zagen liever een jonge speler doorgroeien die ze nadien kunnen verkopen. Nu, ik klaag niet. Ik ben heel gelukkig bij Zulte Waregem: het is nog een kwartier dichter bij huis en ik voel me goed bij Dury. We staan dicht bij de top zes en zijn ambitieus, zonder het van de daken te schreeuwen. Mocht ik kunnen, ik tekende zo voor vijf jaar. Helaas stelt er zich een klein probleem: ik zal dan 44 zijn (grijnst).”

Al van toen hij je bij de nationale ploeg leerde kennen – als assistent van toenmalig bondscoach Frank Vercauteren – heeft Dury je geprezen om je professionalisme.

Deschacht: “Ik word 39: mocht ik me al die jaren niet als een echte prof gedragen hebben, dan speelde ik al lang niet meer. Ik heb immens veel respect voor de Maldini’s en de Zanetti’s van deze wereld, of bij ons Timmy Simons, die tot hun 40ste zijn doorgegaan. Omdat ik weet hoe zij zich hebben gevoeld. Want vergis je niet: ik heb veel slechte dagen. Dagen waarop ik niet vooruit kom. Waarop ik niet uit mijn bed raak. Waarop ik pijn heb. Alleen: ik kan het goed verbergen. Ik warm wat langer op, en als we op het eind van de training een matchke spelen, haalt mijn winnaarsmentaliteit toch weer de bovenhand.

“Daarom komt mijn schouderblessure ook zo ongelegen (Deschacht blesseerde zich eind november in de wedstrijd tegen Eupen, red.). Ik was in topvorm toen het gebeurde: schouder uit de kom. Twee weken lang heb ik niets mogen doen en daarna moest ik weer opbouwen. Vroeger deed ik dat met plezier, maar nu… (blaast) Lastig, hoor. De tijd dat ik na een blessure twee keer zo snel liep als de rest, is voorbij.”

Elke blessure kan op jouw leeftijd het definitieve einde betekenen.

Deschacht: “Absoluut. De dokters raadden een operatie aan: ‘Na drie maanden sta je weer op het veld.’ Maar dat was geen optie: over drie maanden is het seizoen voorbij. Wat als Zulte Waregem dan beslist om niet met mij door te gaan? Daarom heb ik voor de klassieke revalidatie gekozen: de schouder met oefeningen steviger maken en hopen dat hij het houdt.

“Het houdt me wel bezig, de gedachte dat elke dag de laatste kan zijn. Met Davy (De fauw, zijn eveneens 38-jarige ploegmaat, red.) heb ik het er vaak over. Dagelijks, eigenlijk. Neem nu de winterstage. Twee, drie keer trainen per dag en altijd maar lopen: ik heb daar vroeger vaak over geklaagd. Maar nu hebben Davy en ik afgesproken om er het beste van te maken: ‘We gaan ons amuseren!’ Hetzelfde met de uitwedstrijden: ik geniet er eens zo hard van omdat het zomaar de laatste keer kan zijn dat ik op KV Mechelen of Waasland-Beveren speel. Neem nu het bekerduel tegen Club Brugge: daar kijk ik nu al naar uit, ook al hebben hun supporters mij altijd zwaar geviseerd. Ik weet dat ik het ga missen en met pijn in het hart naar die wedstrijd zal kijken later. Daarom geniet ik er nu zelfs van om uitgefloten te worden (lacht).”

Schrikt het einde je af?

Deschacht: “Ik zal het er moeilijk mee hebben, dat geef ik grif toe. Iedereen heeft het over het zwarte gat, en dat je je ervoor moet hoeden om erin te tuimelen, maar ik ga er sowieso in vallen. Alles in mijn leven heeft in het teken van het voetbal gestaan. Zo erg zelfs dat mijn relatie eronder heeft geleden.”

Steeds dezelfde fout

Afgelopen zomer raakte bekend dat je gescheiden bent.

Deschacht: “Níét gescheiden. Laat ons zeggen dat Annelien en ik uit elkaar zijn. Toen ik bij Anderlecht totaal onverwacht aan de deur ben gezet, heb ik daar slecht op gereageerd. Zo diep zat ik. In die zin kun je zeggen dat mijn vertrek een beetje het begin van het einde is geweest. Omdat ik het belangrijkste vergat: mijn familie.”

'Na mijn vertrek bij Anderlecht ben ik mijn familie vergeten en daar heb ik de hóógste prijs voor betaald: Annelien is mijn leven, ik kan me niet voorstellen met iemand anders samen te zijn.’Beeld Photo News

Is de breuk de prijs die je daar nu voor betaalt?

Deschacht: (denkt na) “De hóógste prijs: Annelien is mijn leven, ik kan mij niet voorstellen dat ik ooit met iemand anders samen zal zijn.

“Mij was altijd gezegd dat ik bij Anderlecht mocht blijven. De week voor de verkoop van de club had Hein Vanhaezebrouck me nog apart genomen: ‘Ik wil dat je er volgend seizoen absoluut nog bij bent.’ Toch is het anders uitgedraaid. Dat kwam hard aan, ik hield er een erg wrang gevoel aan over. Want als een trainer je echt wil, dan blijf je. Zelfde verhaal bij Lokeren. Na de degradatie kwam De Boeck naar mij: ‘We gaan er iets moois van maken volgend jaar.’ Prima, maar achter mijn rug vertelde hij iets totaal anders. Ongelooflijk, volgens mij heeft die man twee persoonlijkheden. Als ik met iemand uit het voetbal nooit nog iets te maken wil hebben, is het De Boeck. Vanhaezebrouck en Marc Coucke heb ik vergeven, met hen zou ik nog kunnen samenwerken, maar niet met De Boeck. Hem zal ik nóóit vergeven.

“Door die slechte ervaringen heb ik nu mijn voorzorgen genomen. Met Dury heb ik de afspraak dat hij me ruim op voorhand verwittigt als het einde nabij is. Hij gaat dat ook doen, heeft hij me verzekerd. We zijn zover nog niet, maar volgens mij is hij een man van zijn woord: binnenkort zullen we een eerlijk gesprek hebben. Dat apprecieer ik aan Dury. Hij beseft dat het voor mij van het grootste belang is dat ik met de glimlach kan stoppen en me daar goed op wil voorbereiden. De voorbije twee jaar was dat onmogelijk geweest: zowel bij Anderlecht als bij Lokeren zou het een afscheid in mineur geweest zijn.”

In april zei Annelien in Humo dat ze er inmiddels achter was dat ‘de prins op het witte paard niet bestaat’.

Deschacht: “Ik ben niet perfect. Zoals in elke relatie ben je in het begin verliefd en zot van elkaar. De fouten van de ander neem je erbij, in de hoop dat het beter wordt. Zelf hoop je dat ze door jouw fouten heen kijkt, maar dat blijft niet duren. Zeker niet als ze er zoveel energie insteekt en na dertien jaar moet vaststellen dat ik toch dezelfde fouten blijf maken. Ik zie altijd eerst het slechte, dan pas het goede. Da’s een probleem. Bovendien krop ik die negatieve gevoelens ook op.

“Nu, je bent wie je bent: het is niet makkelijk om jezelf na 39 jaar nog te veranderen. Maar soms móét het, of je verliest mensen. Mensen die het goed met je voorhebben. Dat wil je niet. Ik zie wel wat de toekomst brengt.”

Hoe ben je overeind gebleven?

Deschacht: “Door mijn hoofd te resetten en elke dag met een schone lei te beginnen. Mentaal sta ik sterk in mijn schoenen. Anders was ik al lang met voetballen gestopt. Ik geef niet op. Op mijn 38ste sta ik in Het Laatste Nieuws nog altijd in de top vijf van beste verdedigers. Dan ben ik blij dat ik er nog ben.”

De druk opvoeren

Met acht titels en een beker ben je de meest succesvolle verdediger van de voorbije twee decennia op de Belgische velden.

Deschacht: “Ik ben altijd onderschat geweest. Het lijkt wel alsof ik nu pas ieders respect heb. Raar, hè? Bij Zulte Waregem zijn ze gek van mij, en ook bij Lokeren was ik geliefd, terwijl ik bij Anderlecht elke week onder vuur lag. Maar kijk, ondertussen ben ik er twee jaar weg en ze zijn nog altijd op zoek naar een linksback. Ik hoop voor Elias Cobbaut dat ze hem laten staan.

“De eerste keer dat ik als speler van Lokeren naar Anderlecht terugkeerde, scoorde ik. Ik kreeg applaus van twintigduizend man! En niet één, maar víér keer: voor de aftrap toen ik in de bloemetjes werd gezet, in de derde minuut (zijn rugnummer, red.), bij mijn doelpunt én na de wedstrijd. Dat vergeet ik nooit. Het verzacht de pijn van het afscheid toch een beetje. Het sterkt me ook in de overtuiging dat ik er altijd zal kunnen terugkeren.”

De ironie wil dat je twee ex-clubs barre tijden meemaken terwijl jij weer gezwind meedraait in de top van eerste klasse.

Deschacht: “Ongelooflijk, hè? Misschien zegt het wel iets over mij. Ik wil me niet belangrijker voordoen dan ik ben, maar ik denk te mogen zeggen dat ik over een winnaarsmentaliteit beschik die elke ploeg kan gebruiken. Maar ik wens ze alle goeds. Ik hoop dat Stijn Vreven de fouten van De Boeck kan corrigeren en Lokeren zal redden. Bij Anderlecht zullen Kompany en Michael Verschueren veel tijd nodig hebben om de meubels te redden.”

Koester je leedvermaak?

Deschacht: “Leedvermaak is niet het juiste woord. (Denkt na) Ondanks de problemen was ik nog altijd graag een speler van Anderlecht geweest. Ik bekijk nog al hun wedstrijden, want hoe je de zaak ook draait of keert: Anderlecht is mijn club. Toen we met Zulte Waregem met 6-0 wonnen van Cercle Brugge, werd ik op restaurant door iemand aangesproken: ‘Wat is dat toch?!’ Ik snapte het niet: ‘We hebben toch met 6-0 gewonnen?’ Bleek hij het over Anderlecht te hebben. In plaats van me dus te feliciteren voor die 6-0, gaf hij me onder mijn voeten voor hún slechte prestatie! Ik heb me erbij neergelegd. Over twintig jaar zal het nog altijd zo zijn: Anderlecht zal me tot het eind van mijn dagen blijven achtervolgen. Nu, zo verwonderlijk is dat ook niet: niemand heeft meer wedstrijden gespeeld voor Anderlecht dan ik én ik heb de goede tijden meegemaakt. Trouwens, Vincent en ik delen een mooi gemeenschappelijk verleden bij Anderlecht: we zijn er allebei groot geworden en hebben er samen kampioen gespeeld.”

Toch zou Kompany je ook niet gehouden hebben: hij rekent op het jonge geweld uit de opleiding.

Deschacht: “Mja… Vergeet niet dat die jeugd zoveel speelt omdat de oudere spelers zo vaak geblesseerd zijn. Vincent wil niet per se met jonge gasten werken, maar vooral zijn manier van denken op Anderlecht overplanten. Anders had hij Chadli en Nasri toch niet gehaald? Ik ben benieuwd naar hun transfers deze winter.”

Het geld is op.

Deschacht: “Dat geloof ik niet. Ze zullen kleur moeten bekennen: ofwel versterken ze zich, ofwel blijven ze het met de jonge gasten doen. In het tweede geval hoop ik dat ze over twee, drie jaar succes hebben.”

'Ondanks de problemen was ik nog altijd graag een speler van Anderlecht geweest. Ik bekijk nog al hun wedstrijden, want hoe je de zaak ook draait of keert: Anderlecht is mijn club.' (Foto: Deschacht en Kompany samen bij Anderlecht in 2004.) Beeld PhotoNews

Zo staat het in hun open brief: pas in 2022 is de titel het doel.

Deschacht: “Zo nemen ze de druk weg, maar dat mogen ze niet doen. Bij Anderlecht moet de druk net gróót zijn. Daarom is het ook altijd zo succesvol geweest. In plaats van die jonge gasten dus te pamperen, moeten ze juist nóg harder voor hen zijn. Ik heb het al duizend keer gezegd: Frank Vercauteren heeft mij gemaakt. Van de jeugd over de reserven tot de eerste ploeg: overal heb ik hem als trainer gehad. Op élk balcontact had hij commentaar. Slechte match gespeeld? Keihard was hij. Dan moet je sterk in je schoenen staan als jonge gast, hoor. Maar ik zeg je: alleen zo kom je er. En daarom moet het zo blijven.”

Kompany is zo’n beetje alles tegelijk bij Anderlecht: speler, trainer en bewaker van de spelfilosofie. Had je er vertrouwen in?

Deschacht: “Ik heb direct mijn twijfels gehad. Dat heb ik ook van meet af aan gezegd: het is te zwaar. De enige reden waarom hij voortdurend geblesseerd is, is net de combinatie van dat alles. Vincent zal pas een toptrainer worden als hij stopt met voetballen. Pas als hij voor die bank gaat staan en zijn ploeg intensiever kan coachen, zal hij succesvol zijn. Een trainer moet wedstrijden, tegenstanders én zijn eigen ploeg analyseren, hij moet van ’s morgens tot ’s avonds op de club zijn en tactische trainingen in elkaar steken… Dat lukt niet als je ook nog eens als speler op het veld staat. Ik kan me ook niet van de indruk ontdoen dat hij zich verkeken heeft op de Belgische competitie: die is best moeilijk. Gelukkig is er Vercauteren, maar die zet hadden ze veel eerder moeten doen. Ze hadden van bij de start een sterke figuur naast Vincent moeten zetten. Dáár lag de fout. Maar goed, laat Vincent zich nu maar concentreren op zijn job als speler. Als hij dat doet, sluit ik niet uit dat hij volgend jaar de Gouden Schoen wint: hij is nog steeds outstanding. En na de leerschool die Anderlecht is, zal hij als trainer klaar zijn voor het buitenland.”

Beeld Joel Hoylaerts / Photo News

Wie haalt play-off 1: Anderlecht of Zulte Waregem?

Deschacht: “Ik hoop Zulte Waregem (lacht). Qua prestatie zou dat gelijkstaan met kampioen spelen bij Anderlecht. Maar goed, Anderlecht blijft mijn club: wie weet eindigen zij wel als zesde, net achter ons (glimlacht). Jammer dat we in de halve finale van de beker tegen Club Brugge uitkomen, want daar is dit seizoen vrees ik niet veel tegen te beginnen. Het heeft een toptrainer, Vanaken, Vormer én Mignolet. Want dat moet je Kompany wel nageven: hij heeft de Belgische competitie weer op de kaart gezet. Mignolet, Mirallas, Chadli… Ze zullen gedacht hebben: ‘Kompany is terug? Dan is het geen schande voor mij om ook terug te keren.’”

Geen obsessie

Iets helemaal anders, tot slot. In februari verwierp de rechtbank je beroep tegen je veroordeling tot een boete van 24.000 euro voor gokken op wedstrijden waarin je zelf meespeelde. Bij de voetbalbond ging je vrijuit wegens verjaring van de zaak. Is ze afgesloten nu?

Deschacht: “Nee, ik ben in cassatie gegaan. Waarom zou ik voor 100 euro gokken op verlies in een Champions League-wedstrijd waarvoor mijn premie 40.000 euro bedraagt? Nog een geluk dat ik niet in de fout ben gegaan die avond. Het gaat maar om één wedstrijd, meer hebben ze niet gevonden, maar ik kom er wel al drie jaar mee in de pers. Het slaat werkelijk nergens op. Er is nog altijd een groot verschil tussen matchfixing en voor kleine bedragen gokken, voor het plezier.”

Gokverslaafde voetballers vormen een risico voor het fixen van wedstrijden.

Deschacht: “Absoluut, maar bij mij is het een totaal ander verhaal. Ach, ze zochten een zondebok. Terwijl ze het probleem zelf hebben gecreëerd: hoeveel reclame wordt er niet gemaakt voor gokken? En dan is men verontwaardigd als voetballers een account aanmaken of als 18-jarigen de stap naar het gokken zetten. Ze zouden met gokreclame beter doen wat ze met sigarettenreclame hebben gedaan: afschaffen.”

November 2019: Deschacht wordt geblesseerd afgevoerd. ‘Het houdt me wel bezig, de gedachte dat elke dag de laatste kan zijn.’Beeld Photo News

Welke goede voornemens heb je gemaakt voor 2020?

Deschacht: “Véél. Zoals iedereen, zeker? In het voetbal heb ik maar één droom: een mooi afscheid van wat ik het liefst in mijn leven heb gedaan. En voor het overige: laat de lezers daar maar over fantaseren. 2019 was op vele vlakken een jaar van teleurstellingen. Daar moet ik uit leren. Blijven werken, positief zijn, nooit opgeven. Wie had nu gedacht dat dat telefoontje van Zulte Waregem nog zou komen? Je moet altijd blijven geloven dat het weer goed komt.”

Is het een doel om tot je 40ste door te gaan?

Deschacht: “Binnenkort speel ik mijn vijfhonderdste competitiewedstrijd in de Belgische eerste klasse. Had je me dat gezegd toen ik bij de jeugd van Lochristi speelde… (lacht) Maar goed, mijn blessure is het beste bewijs dat ik niet te ver vooruit mag kijken, al droom ik stiekem wel van een extra jaartje. Ik focus er niet op. Het zou mooi zijn, maar als Dury me deze zomer een mooi einde gunt, zal ik er ook mee kunnen leven. Die 40 is geen obsessie.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234