Zaterdag 26/09/2020

'Je boek laten verfilmen is je boek hoe dan ook verraden'

Op het moment dat ze mij komen vertellen dat ik als rechter geen boeken meer mag schrijven, zal ik geen rechter meer zijn. Zo simpel is dat

Gesprek met Giancarlo de Cataldo, auteur van het Italiaanse misdaadepos 'Romanzo Criminale'

Door Raf Sauviller

Romanzo Criminale past in het geheel niet in de slappe succesformats die de moderne populaire thriller bepalen: geen teelballoze Amerikaanse commercie volgens John Grisham of Tom Clancy, geen onschadelijk, krampachtig binnen de lijntjes kleurend Flikken onder de toren-gekneuter à la Pieter Aspe. Romanzo Criminale is veel groter. Het boek is een vrije vlucht boven de werkelijkheid, een stuk van de Italiaanse geschiedenis: de Italiaanse 'Loden jaren' zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw vol maffia, politieke misdaad, terreur, bloed, bedrog en nog altijd niet opgeloste mysteries. De Cataldo vertrekt van de ware Banda della Magliana: een groep georganiseerde misdadigers, genoemd naar de Romeinse wijk Magliana, die in de jaren zeventig voor een criminele kwaliteitssprong zorgden en hun los-vaste verzameling bandieten uitbouwden tot een criminele supermarkt, een uitzendbureau van de misdaad dat samenwerkte met de Siciliaanse en Napolitaanse maffia en hand- en spandiensten leverde aan de ontspoorde Italiaanse geheime diensten, politieke misdadigers en zakenmannen, geheime agenten en CIA-medewerkers en extreem rechtse terreurgroepen. Het resultaat is een beenhard straatepos dat moeiteloos als een hoogtepunt van de Europese misdaadliteratuur kan worden weggezet, schouder aan schouder met het beste van de Amerikaan James Ellroy. En dit boek is niet geschreven door een literaire professioneel, maar door een Italiaanse onorevole, een man bekleed met waardigheid en macht, een rechter bij het Romeinse hof van cassatie.

De man die op een warm terras op de Piazza Santa Maria in Trastevere zijn koffie drinkt, lijkt niet op een rechter. Met zijn slordige jeans, zijn verkreukelde jasje en een uitgedoofde Braziliaanse Macanudo in zijn mondhoek lijkt Giancarlo de Cataldo op wat hij echt is: auteur, schrijver van teksten voor theater, radio en tv, en vertaler van poëzie en liedjesteksten van de Canadees Leonard Cohen. Uit de geteisterde plastic winkelzak waarmee hij al de hele tijd rondzeult, haalt hij een exemplaar van zijn nieuwe boek: Terroni. De titel verwijst naar het scheldwoord dat wordt gebruikt voor mensen uit het zuiden van Italië, "voor iedereen die bezuiden Florence woont en wiens huid de kleur heeft van de aarde waarop hij woont", lacht De Cataldo. Het boek is een verzameling korte reportages over de hopeloze geboortegrond van Giancarlo de Cataldo: de streek van Puglia, Apulië, een vergeten stuk Italië in de hiel van de laars. Er zit een wikkel rond het boek waarop staat: "2 edizioni in una settimana", twee edities in één week tijd!

"Dat heeft natuurlijk alles te maken met Romanzo Criminale", zegt De Cataldo. "Succes maakt succes. Uiteraard zal Terroni niet zoveel verkopen als Romanzo Criminale. Zelfs niet half zoveel, maar nog altijd veel meer dan het boek zou hebben verkocht als Romanzo Criminale er niet was geweest."

Trastevere, de oude Romeinse volkswijk die door regisseur Federico Fellini werd geëerd in zijn film Roma en die je vroeger maar beter kon mijden, is toeristisch geworden. Twee oudere Franse dames zoeken de weg naar de Via Garibaldi. De bejaarde Romein die ze daarover in het Frans aanspreken, gooit zijn armen in de lucht. "Ma chè cazzo vogliono?", krijst hij. "Giancarlo, ik begrijp er niks van!"

In ronkend Frans wijst de schrijvende rechter de dankbare vrouwen de weg.

"Giancarlo, jij spreekt Frans", kakelt de oude man vol bewondering.

"Zelfs Arabisch als het moet."

"Giancarlo, tu sei veramente internazionale."

"Ik woon in deze wijk. Het is een kleine gemeenschap. Iedereen kent iedereen", zegt Giancarlo de Cataldo. "Overdag is Trastevere nog altijd van ons, van de mensen die hier wonen, van de Romeinen. Pas 's avonds moeten we wijken. Dan nemen de toeristen de macht over.

"Ik hou van Rome. Het is de best mogelijke stad. Het is een warme stad, een stad die leeft. Toen ik hier dertig jaar geleden arriveerde, was Rome vies, moe en oud. Toen was Roma echt La ladrona, de dievegge, zoals ze in het noorden van Italië zeggen; de stad die het geld van de harde werkers uit het noorden opsoupeerde. Nu is Rome zelf een rijke stad, rijk zoals het noorden, misschien zelfs rijker. Mensen zijn nu blij dat ze in Rome wonen."

Waarom is Rome veranderd?

"Heel eenvoudig. Dank zij de goede bestuurders die de stad in handen hebben genomen, linkse bestuurders. Eerst burgemeester Francesco Rutelli en na hem de briljante Walter Veltroni. Deze politici zijn niet corrupt, maar besturen de stad op een correcte manier. Meer heb je niet nodig: een goed stadsbestuur en eerlijke en intelligente ambtenaren die de openbare zaak ter harte nemen."

U bent zelf anders geen Romein.

"Ik kom uit Taranto, Tarente, een stad in Salento, de meest zuidoostelijke streek van Apulië. Maar ik voel me aanvaard door Rome. Romeinen zijn warme mensen. Zij lijken arrogant, maar dat is omdat ze het allemaal al hebben meegemaakt: pausen, koningen, Il Duce... Romeinen zeggen niet: 'Ik ben blij dat je er bent.' Ze zeggen: 'Laat zien wat je kunt.' Als je dat doet, dan word je aanvaard en krijg je je eigen plek in deze grote stad."

Maar u blijft een terrone, een buitenstaander.

"Je moet uitkijken met dat woord. Het is een smerig woord, een racistisch woord. Het is bedoeld om te kwetsen. Ik ben inderdaad een terrone, maar eentje zonder heimwee. Ik wil niet terug naar Apulië. Ik moet er niet aan denken. En ik wil ook niet naar het noorden. In Milaan en Turijn zijn er alleen maar kou en mist. Ik voel me goed waar ik ben, in Rome. Ik ben geen buitenstaander. Ook Romeinen zijn terroni."

In uw geboorteland loopt het echter niet zoals in Rome. Daar gaat alles fout.

"In Terroni, dat ik overigens al twaalf jaar geleden geschreven heb, reken ik af met mijn geboortegrond en mijn afkomst. Het is een boek vol portretten en kleine reportages. Ik vertel er verhaaltjes in over de manier waarop de mensen in Puglia leefden in de jaren negentig, en eigenlijk nog altijd leven. Zoveel is er ondertussen niet veranderd. Ik vertel bijvoorbeeld over Giancarlo Cito. Cito was een straatcrimineel en een gewelddadige fascist, die Tarente in de jaren zeventig en tachtig terroriseerde met zijn privémilitie. Tot hij in de gevangenis belandde. Toen hij er uitkwam, werd hij een kleine ondernemer en begon hij zijn eigen televisiestation Antenna Taranto 6 - AT6 -, waarop hij op zeer agressieve wijze aan antipolitiek deed en zijn tegenstanders en de federale overheid in Rome aanviel in het dialect van Tarente, dat nauwelijks iets met Italiaans te maken heeft. Hij werd de Berlusconi en een beetje de Umberto Bossi van het zuiden en dat viel bijzonder goed bij de bevolking van Tarente. In 1994 won Cito met zijn partij, die hij dezelfde naam had gegeven als zijn tv-station, de gemeenteraadsverkiezingen en werd hij burgemeester. De verkiezingsstrijd in Tarente ging toen tussen Cito en een rechter. De rechter verloor. Kun je het nog meer symbolisch bedenken? Later zou Cito ook nog parlementslid worden.

"Maar Giancarlo Cito was geen politicus met de beste bedoelingen. Hij was corrupt en crimineel. Hij was direct gelieerd met de maffia van Apulië: de Sacra Corona Unita. Daar zou hij vervolgens ook van worden beschuldigd: concorso esterno di associazione mafiosa. Uiteindelijk werd Cito vele malen veroordeeld voor corruptie en maffiapraktijken en ging hij opnieuw de gevangenis in. Zijn opvolger als burgemeester was een vrouw van Forza Nuova, de partij van Berlusconi. Ook zij werd veroordeeld voor corruptie en maffiose connecties. En toen was Tarente bankroet. Nu heeft de stad geen burgemeester meer, maar staat ze onder controle van een afgevaardigde van de regering in Rome. Tarente was ooit een rijke stad, de rijkste stad van het zuiden. Nu is het een puinhoop."

Het beeld dat u in Terroni van het zuiden van Italië schildert, is niet fraai. Corruptie, maffia, een hopeloze 'laat maar waaien'-mentaliteit en verstarde maatschappelijke verhoudingen: een meedogenloze, zich achter hoge, zwaar bewaakte muren verschuilende bovenklasse, een tussen maffia en misère laverende onderklasse, en overal sirocco, die hete wind uit Afrika.

"Het is niet allemáál ellende. Ik vertel ook over de schitterende, in de rest van Italië uitgespuwde cinema en theater van Carmelo Bene. Puglia is altijd een land van cultuur geweest, een cultuur die veel ouder is dan de Italiaanse en de Romeinse. En toch draait alles er vierkant en loopt het iedere keer opnieuw fout. Het zuiden van Italië is inderdaad zeer ziek. Maar het noorden is dat ook. Vroeger was er geen racisme in Italië. Het was er natuurlijk wel, maar niemand pakte ermee uit. En toen kwamen Bossi en de Lega Nord. Zij hebben Italië geleerd om racist te zijn en er nog trots op te zijn ook. Hoewel er meer is dan racisme alleen. Italiaanse mannen die hun vrouwen bedriegen en 's avonds laat thuiskomen na een avondje met hun vriendin, zeggen vaak: 'Ik ben een beetje laat, want ik ben net overvallen door twee Albanezen.' Buitenlanders zijn een excuus in Italië."

Hoe reageren ze in Apulië op Terroni?

"De klootzakken, de gangsters en de corrupte politici zijn kwaad en roepen dat ik een nestbevuiler ben. De enige zinnige kritiek komt van de mensen die zeggen: 'Jij bent weggegaan. Je bent niet gebleven om de stad beter te maken.' Dat is waar. Ik ben weggegaan zoals zo vele anderen. Het zuiden is nog altijd een emigratiegebied. Iedereen wil naar het noorden, naar het geld en de schone openbare toiletten. Eerst vertrokken de armen, dan de arbeiders, nu is het de intelligentsia die weggaat. Ik ben blij dat ik er niet meer woon."

In Rome schopte u het tot rechter bij het hof van assisen. Ondanks uw succes als schrijver bent u dat nog altijd.

"En dat zal ik ook blijven. Ik ben graag rechter en op die manier draag ik ook iets bij aan de maatschappij."

Een schrijvende rechter, een rechter die put uit rechtszaken waar hij zelf mee over heeft geoordeeld, zoals dat het geval was bij u met de Banda della Magliana. In België zou het niet pakken.

"Ik heb een van de vele processen tegen de Banda voorgezeten. Maar mijn boek is geen reconstructie die zich baseert op gerechtelijke dossiers of officiële verklaringen van de bendeleden. Ik zie dus geen enkel probleem. Op het moment dat ze mij komen vertellen dat ik als rechter geen boeken meer mag schrijven, zal ik geen rechter meer zijn. Zo simpel is dat."

Het boek ruikt naar de grote Amerikaanse misdaadschrijver James Ellroy?

"Zijn boek American Tabloid is een van de grote inspiratiebronnen van Romanzo Criminale. De vergelijking met Ellroy is echter overdreven. Ze streelt in overdreven mate de ijdelheid van de schrijver en zorgt ervoor dat hij gevaar loopt de grote fout te maken die geen enkele schrijver zich kan permitteren: zichzelf te serieus gaan nemen. Maar mijn inspiratie komt niet alleen van Ellroy. Ook de film Brother van de Japanse regisseur Takeshi Kitano heeft veel bijgedragen."

U hebt ook meegewerkt aan de film die regisseur Michele Placido van uw boek heeft gemaakt. De film is heel anders dan het boek. De zaak werd extreem versimpeld, lijkt mij.

"Daar moet je nu eenmaal niet moeilijk over doen. Een film van je boek laten maken is je boek hoe dan ook verraden. Bij het maken van de film ben jij niet langer de schrijver van het boek dat wordt verfilmd. Je hebt nauwelijks nog iets te zeggen en zelfs de man van de belichting kan de sfeer van het verhaal een andere richting insturen.

"Je hebt drie mogelijkheden als iemand vraagt je boek te verfilmen. Eén: je zegt nee, twee: je zegt ja en na het incasseren van de poen ga je hard lopen, of drie: je zegt ja en je werkt vervolgens mee. Ik heb voor de laatste mogelijkheid gekozen. Ik heb mee aan het scenario gewerkt. Ik weet dus dat de film weinig met het boek te maken heeft, maar ik vind het een goede film."

Criminaliteit ziet er in literatuur en film altijd beter uit. In uw boek zijn sommige leden van de Banda een stuk sympathieker dan ze bij leven en werken waren. En in de film is het hek helemaal van de dam: daar is uw hoofdpersonage De Kille ethisch en esthetisch geheel verantwoord.

"Mijn personages zijn fictief. Ze zijn niet gebaseerd op de karakters van de echte leden van de Banda. Maar eigenlijk vraag je of misdaadliteratuur ethisch verantwoord moet zijn. Daar gaat het mij niet om. Ik vertel het verhaal vanuit het standpunt van de criminelen, vanuit hun manier van leven en werken die heel anders is dan de onze, ook al is hun uiteindelijke doel hetzelfde: uit de misdaad stappen en een gerespecteerd burger worden. Dat betekent niet dat ik hun meningen deel. Ik ben geen apologeet van de misdaad. Ik vind alleen dat kunst niet mag worden beperkt door welke vorm van zelfcensuur dan ook. Wat had ik moeten doen? Eendimensionale karakters neerzetten? In elke zin schrijven: 'deze man is een lelijk en onaangenaam stuk gefrustreerd en onopgevoed vreten en zijn gedrag is zeer asociaal'? Dan zou ik wel een bijzonder idioot boek afgeleverd hebben."

In een interview zei de Italiaanse motovedette Valentino Rossi in al zijn simpelheid: 'Romanzo Criminale is de beste film. Ik zou graag een lid van de bende van Magliana willen zijn.' Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

"Ik voel me gevleid, maar nee, dat is de bedoeling niet. De leden van de Bende waren veel onaangenamer dan ze in de film zijn voorgesteld, maar zo werkt film. En misschien beschikt Valentino Rossi niet over de kwaliteiten om daar doorheen te kijken. Andere jongeren misschien wel.

"Ik ben een fanatiek voetballiefhebber. Ik kom vaak in de Italiaanse voetbalstadions en ik weet dat vele jongeren hier in Italië, die nog nooit in hun leven een boek hebben vastgehad, Romanzo Criminale hebben gelezen. Dat is mooi en tot nu toe heeft nog niemand na lezing van het boek geprobeerd een nieuwe Bende van Magliana op te richten.

"In opdracht van de Europese Unie werd een studie verricht die aangeeft dat met serieuze investeringen - 100.000 euro en meer - in cultuur in moeilijke buurten de misdaadcurve in die buurten al na zes maanden begint te zakken. Romanzo-regisseur Michele Placido heeft in Tor Bella Monaca, een zeer droeve en gevaarlijke Romeinse buurt, een theaterproject lopen. En het werkt. De jongeren in Tor Bella Monaca zijn geïnteresseerd, en lopen niet allemaal meer automatisch in de straatcriminaliteit. Rome heeft gekozen voor de cultuur en is daarmee een minder gevaarlijke stad geworden."

U bent supporter van welke ploeg?

"AS Roma: Vincenzo Montella, Aleandro Rosi en mijn absolute favoriet Francesco Totti..."

Er wordt gezegd dat Totti een beetje simpel is.

"Onzin, hij speelt een beetje met die reputatie. De man is een voetbalgenie, een fenomeen dat net dat beetje sneller is dan de rest in het bedenken en uitvoeren van zijn bewegingen."

Heeft Totti uw boek gelezen?

"Nee. Francesco Totti is geen man die veel boeken leest."

Wat is er met de leden van de Banda della Magliana gebeurd?

"De meesten zijn dood, afgemaakt. Maurizio Abbatino - de hoofdfiguur De Kille in mijn boek - is pentito, spijtoptant, geworden en is daarna spoorloos verdwenen. Niemand weet waar hij nu is."

Dat moet u natuurlijk zeggen. Zijn er leden van de bende die op uw boek hebben gereageerd?

"Ja, eentje heeft me een brief geschreven om me te feliciteren. Een andere heeft me laten weten dat er respect is: c'è rispetto, schreef hij, en daarmee bedoelde hij dat hij niet het gevoel had dat hij werd veroordeeld in het boek."

Giancarlo de Cataldo

De bende van Magliana

Oorspronkelijke titel: Romanzo Criminale

Vertaald door Karoline Sabattino & Patrizia Zanin

Vassallucci, Amsterdam, 605 p., 29,95 euro.

'Iedereen wil naar het noorden, naar het geld en de schone openbare toiletten. Eerst vertrokken de armen, dan de arbeiders, nu is het de intelligentsia die weggaat. Ik ben blij dat ik er niet meer woon'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234