Woensdag 07/12/2022

Jazzy

Van Paul van Ostaijen tot Lucebert, van Remco Campert tot Jules Deelder, ze hebben allemaal óver jazz geschreven

Als ik behalve van automechanica van iets geen notie heb, dan is het wel van jazzmuziek. Mythische jazzhelden als Charlie Parker, Dizzy Gillespie en Thelonious Monk ken ik vooral uit de literatuur, door over hun tot de verbeelding sprekende levenswandel te lezen, veel meer dan door naar hun muziek te luisteren.

Het recentste nummer van het magazine Jazzhalo (website: www.jazzhalo.com) heeft als thema 'Jazz en poëzie'. Samenstellers Jos Demol en Emile Clemens hadden door gesprekken met musici vastgesteld dat veel van die jazzcats ook gedichten schreven, en vroegen zich af hoe het zat met de literatoren en hun relatie tot de jazz.

In een overzichtsartikel besteedt Clemens nogal wat aandacht aan de mij onbekende Amerikaanse jazzdichter Langston Hughes. Verder vermeldt hij de bekende namen van Nederlandstalige schrijvers met affiniteit voor jazzmuziek, zoals Stefan Hertmans en Roger de Neef. Ook een vermelding krijgt de verhalenbundel De jazzspeler (1928) van Maurice Roelants. Het titelverhaal daarvan heb ik eens herlezen, maar het maakt ons niets wijzer over de relatie tussen literatuur en jazz. Integendeel, Roelants lijkt de "negerjazz" alleen maar te gebruiken om een tegenstelling te maken met de zich aan de burgernorm conformerende hoofdpersoon. "Naast een glimmend dansparket, op enige stappen van een negerjazz", bedenkt hij: "Hoe was ik weer jong en in een hemelse verwachting. Banjo en slagtrom, saxofoon en kwabbelend gestopte trompet ritmeerden een heerlijk sentimentele dans van Pampas en goudveld."

Op een jazz- en poëzieavond die enkele maanden geleden in de Brusselse Archiduc plaatsvond, concludeerde Emile Clemens ook dat er weinig symbiose lijkt te zijn tussen de twee kunstuitingen. "Ik ken daar niks van", reageerde die avond de dichter Geert van Istendael op de vraag of hij iets wilde schrijven over jazz & poëzie: "En volgens mij hebben die niks met elkaar te maken. Poëzie volgt een strak metrum, ritme, is volledig op papier gezet, wordt woord na woord van het blad afgelezen. Jazz is improvisatie, dat hoor je hier toch niet."

Staan jazz en poëzie dan op zo'n avond alleen maar samen op de affiche voor het imago, vraagt Clemens zich af, of wegens "het versleten beeld dat jazz en poëzie iets is voor middernacht of voor donkere kroegen? Ik vrees van wel." Zelfs in The Jazz Poetry Anthology (Indiana University Press) - met honderden verzen en titels als 'Dancing to Ellington', 'January Afternoon with Billie Holiday' en 'Jazz Poem for the Girl Who Cried Wolf' - gaan de gedichten meestal alleen maar over jazz, maar zijn ze het daarom nog niet. Ook op de cd Beat Poetry, met teksten van onder meer Kerouac en Ginsberg, de zogenaamde beat-generation. Het waren de dichters die fans waren van de jazzmuziek, concludeert Clemens, maar er was geen symbiose: "Jazz en poëzie, het zijn twee verschillende werelden."

Zo ook in het Nederlandse taalgebied. Van Paul van Ostaijen tot Lucebert, van Remco Campert tot Jules Deelder, ze hebben allemaal óver jazz geschreven. En mij lijkt dat maar goed ook. Jazzpoëzie, ik kan me trouwens niet voorstellen dat het rijmt, jazzy poëzie wel, dat is gewoon een kwestie van levendige taal.

De Nederlandse dichter J. Bernlef - over wie in Jazzhalo ook een stuk staat - schrijft vooral beschouwingen over zijn passie voor jazz, die hij bundelde in Schiet niet op de pianist en in Haalt jazz de eenentwintigste eeuw? In die laatste bundel heeft hij het uitgerekend over de onmacht van de jazzschrijver: "In de eerste plaats wil hij, zo goed en kwaad als dat in woorden gaat, de muziek waarover hij schrijft eer bewijzen. (...) Net als een begeleider moet hij de muzikaal-verbale voortgang voorzien van puntig geformuleerde terzijdes en commentaren. Het schrijven over jazz is typisch de kunst om tweedst te zijn."

Ooit was er in Vlaanderen ook iemand die geregeld beschouwingen over jazz bundelde. Ik gebruik de verleden tijd, want Willy Roggeman, zelf een jazzmuzikant (die overigens niet in Jazzhalo wordt vermeld), publiceert al jaren niet meer. In 1969 verscheen van hem Free en andere jazz-essays. Meer dan een kwarteeuw later - zijn werk werd ondertussen allang niet meer uitgegeven - stond Roggeman uitzonderlijk een interview toe aan Knack. Daarin vertelde hij dat de Library of Congress in Washington destijds meteen een exemplaar van Free en andere jazz-essays opvroeg: "Het werd ingeschreven als het eerste boek op wereldvlak dat aan het fenomeen van de free jazz was gewijd." In datzelfde gesprek: "Wie zich in Vlaanderen in de jaren '50 buiten een paar avantgardekringen profileerde als in jazz geïnteresseerd, werd als een lepralijder gemeden."

Roggemans roman Blues voor glazen blazers (1964) was gesitueerd in het jazzmilieu, en in de essaybundel Homoïostase (1971) vergeleek hij in jazztermen twee van zijn romans: "Stilistisch zou ik Blues voor glazen blazers een compositie in cool en Het goudvisje een hard bop-structuur willen noemen, een verschuiving die de moderne jazz tussen 1953 en 1961 eveneens kende."

Bestaan er jazzromans? De muziek speelt alvast een belangrijke rol in Het grimmig genieten, een roman van (toen nog) René Stoute over travestie-outing. Stoute vertelde me dat hij het ook geschreven had, "al luisterend naar jazzmuziek en al blowende. Ik heb geprobeerd om het ritme van de jazz in de taal te vatten. Wat ik in de jazzmuziek vind, zou ik in mijn boeken willen: het geen genoegen nemen met begrenzingen, het steeds verder willen gaan, het uitbreiden van je expressiemogelijkheden."

Ook in Ruimte, het debuut van Stefan Hertmans uit 1981, wordt jazz geassocieerd met het volle leven. Een citaat: "Op de platendraaier Monks Solitude. Een solitude ontstaan uit wetten van harmonie en dissonant. Jazz. Wellicht veel authentieker: subliem zijn in vuile akkoorden, in uitdaging, eenzaamheid, rokerige clubs. Avenues, boulevards, ratten uit achterbuurten staan in donkere nissen. Slapen in subways. Zijn goede minnaars. Vertikken het. No way, Sir. Tragiek van het nachtleven en de halfkitscherige droefheid als de ochtend komt. Solitude."

Veel minder zwart-romantisch schrijft Remco Campert over jazz, en dat doet hij opvallend vaak. In zijn bundel Dit gebeurde overal staat bijvoorbeeld dit prachtige gedicht:

Deze vreemde ontroering die poëzie is wantrouw ik niet meer, dat hebben mij geleerd de jazzmusici de wereld swingt als de pest de rest is gemompel van bedelaars

Door dat gedicht besliste ik ooit van jazz te houden, alleen heb ik er nooit de tijd voor genomen. "Je blies in je handen en er was muziek", dichtte Campert eens over Charlie Parker, en in de bundel Jazz van Jules Deelder trof ik nog volgend jazzy versje aan.

Charlie Parker heb ik nooit gezien Toen hij doodging was ik tien Wat weet een kind van jazzmuziek?

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234