Woensdag 10/08/2022

InterviewHerbie Hancock

Jazzmuzikant Herbie Hancock: ‘Gelukkig heb ik de wilskracht gevonden om te stoppen met drugs’

null Beeld WireImage
Beeld WireImage

Als prille muzikant, tussen 1963 en ’68, speelde hij in het Miles Davis Quintet. Sindsdien maakt hij platen die hun jazzwortels vrijwel altijd overstijgen. Hij scoorde wereldhits met ‘Rockit’ en ‘Cantaloupe Island’, componeerde soundtracks en subtielere klassiekers, zoals het prachtige ‘Maiden Voyage’. Hij leidde klassieke orkesten, jamde met Wayne Shorter, John Scofield, Pat Metheny en andere jazziconen, en richtte een muziekschool op voor kansarme kinderen.

Serge Simonart

Jazzmaniakken kicken op improviseren. Wil dat zeggen dat je niet eens een vaste setlist hebt voor je optredens?

“Wat ik speel, hangt om te beginnen af van de setting. Solo, in een jazzclub en voor een publiek van andere jazzmaniakken speel ik een totaal andere set dan op een festival, voor mensen die willen dansen en me misschien alleen kennen van ‘Rockit’, ‘Watermelon Man’, ‘Chameleon’ of ‘Cantaloupe Island’. In Brussel zal ik met vier andere topmuzikanten (Terence Blanchard op trompet, Justin Tyson op drums, James Genus op bas en Lionel Loueke op gitaar, red.) een best of-set spelen. Uiteindelijk zal ook die dag de flow de doorslag geven: zoals een goeie deejay kies ik elke song op basis van stemming van het moment.

“Sowieso is het ene publiek het andere niet. In zuiderse landen zijn mensen vaak uitgelaten, in het noorden zijn ze iets rustiger maar luisteren ze aandachtiger. Op mijn huidige wereldtournee valt me bovendien op hoe verscheiden de groep mensen is die voor het podium staat: het zijn echt drie generaties. Dat ik zelf al stokoud ben, maakt dat de liefhebbers van mijn bebopjazzperiode opdagen, maar ook hun kinderen, die kickten op ‘Rockit’, en hún kinderen, die nu hun muzikale horizon verbreden.”

Een vriend zei vorige week over iets van jouw hand: ‘O, is dat óók al van hem?!’ Sommige muziekliefhebbers beseffen niet dat ze jou kennen omdat andere artiesten jouw oeuvre hebben geplunderd, via al dan niet betaalde samples.

“Alleen al van ‘Cantaloupe’ is wel honderden keren een sample ‘geleend’. Ach ja, ook diefstal kan een eerbetoon zijn. Ik zie er vooral gratis reclame in. (lacht smakelijk)

“Ik was bijvoorbeeld heel blij met de sample die J Dilla in 2005 met zijn hiphopgroep Slum Village gebruikte van mijn song ‘Come Running to Me’ uit 1978 (in ‘Get Dis Money’, red.). Dat was knap gedaan. Het enige probleem is dat ik nu word aangeklampt door jonge gasten die uitroepen: ‘Jij hebt die track van J Dilla gecoverd!’ Nee, dude, het is omgekeerd! Ik heb hem helaas nooit ontmoet: hij is jong gestorven aan een zeldzame bloedziekte.

“Weet je, uiteindelijk is alle muziek, en bij uitbreiding alle vooruitgang, op íéts gebaseerd: geen gebouw zonder fundamenten. Ik ben nu op een leeftijd gekomen dat kennis doorgeven prioritair is, en godzijdank beschikken we daartoe vandaag over dingen als notenleer en opnameapparatuur.”

DE DERDE HAND

Een poos geleden heb je twee virtualrealitybrillen gekocht: een Oculus Rift en een Valve Index. Zijn die futuristische gadgets van nut voor een jazzmuzikant en componist? Je lijkt me geen gamer.

“Ik game zelden, inderdaad. Maar als creatieve mens vind ik het cruciaal om tenminste uit te testen of een nieuwe technologische ontwikkeling een weldadige invloed op mijn leven en werk kan hebben. En virtual reality is fenomenaal. Man, dit is de 21ste eeuw, maar soms voelt het als de 23ste eeuw. De dingen evolueren tig keer sneller dan honderd jaar geleden. Da’s toch fantastisch?! Google Glass, de slimme bril van de techgigant, heb ik destijds ook gekocht, al stond die technologie toen nog niet op punt. Ik ben nog altijd een geek. (lacht)

“Ik kan niet precies onder woorden brengen hóé die dingen mijn muziek beïnvloeden, maar ze hebben een effect.

“Wanneer heb jij je eerste computer gekocht?”

Pff, geen idee. In 1995?

“Ik had er al één in 1979! Ik heb een opleiding tot technicus en ingenieur gevolgd. Ik ben al sinds begin jaren 90 ruimtelijk geluid aan het ontwikkelen. Surroundgeluid bestaat al – geluid dat van alle kanten lijkt te komen – maar het kan nog beter. Ook daarom vind ik virtual reality en artificiële intelligentie interessant. Alles is verbonden met alles, je moet interdisciplinair denken.

“Ik ben nu 82, en ik merk dat het brein van heel wat generatiegenoten dichtslibt. Ze staan niet meer open voor nieuwe dingen, voor kruisbestuiving. Zo verstar je. Soms hoor ik muziek van ingedommelde concurrenten met oogkleppen en denk ik: die ouwe vent weet vast niet wat VR is. (lacht)

Om te kunnen improviseren zoals jij, met vaak heel ingewikkelde patronen en een duizelingwekkende vingervlugheid, is opperste concentratie een must. Gaat het soms mis?

“Zeker. Zelfs de allergrootsten missen al eens een noot: het overkwam ook Miles Davis en John Coltrane.

“Gisteren nog liep het even verkeerd. Ik speelde in Central Park in New York. Tijdens het eerste nummer meldde mijn technicus dat het pedaal van de elektrische piano defect was. ‘Maar,’ zei hij, ‘er is ook een knop waarmee je hetzelfde effect kunt bereiken.’ – ‘O ja, hoe moet ik die bedienen, dan?’”

Met je derde hand.

“Natuurlijk. Hoe kon ik dat vergeten? (lacht) Het voordeel van zeventig jaar ervaring is dat ik foutloos en instinctief kan spelen, ook al ontploft een bom op twee meter van mij. Vroeger week ik weleens onvrijwillig van het ingeslagen pad af, als ik in het publiek een heel mooie vrouw had gezien. Maar ook op zulke momenten keek ik zelden écht naar die vrouw. Ik was in trance, in mijn bubbel, op een andere planeet.”

Met welke mengeling van muziekstijlen heb je het als muzikant het lastigst, alsof je al spelend tegen de stroom in moet gaan?

“Ik ga gráág tegen de stroom in! (lacht) Ik vind muziek spelen saai als het gemakkelijk gaat. Zoals president John F. Kennedy in 1962 zei over de maanlanding, toen critici opwierpen dat ruimtevaart zo complex was: ‘We doen dit niet omdat het gemakkelijk is, maar omdat het moeilijk is!’

“Ik heb de neiging om te zeggen: ronde muziekvormen, muziek met elegante lijnen en vrouwelijke rondingen, laat zich het beste mengen. Ronde muziek is gladder, glijdt beter. Vierkante muziek wrijft en schuurt, en biedt dus meer weerstand. De beste mixes ontstaan als je muziek kunt kneden.”

ARME LEONARD

Volgens puristen bestaat van elke creatie één perfecte versie. De Mattheuspassie van Bach, bijvoorbeeld, is perfect: daar blijf je af. Jazz staat lijnrecht tegenover die gedachte. Ik zag je al songs van The Beatles of Prince spelen: dat waren geen covers, geen bewerkingen maar hérwerkingen.

“Ja, en zo verbaster en herwerk ik ook mijn eigen composities. Ik speel soms in realtime mixes van verschillende composities: zoals een medley dus, maar met de toegevoegde waarde dat ik die stukken opnieuw arrangeer terwíjl ik speel. Ik verveel me snel, zie je. Ik wil mezelf blijven verrassen.

“Iets als ‘Cantaloupe Island’ heb ik al een miljoen keer gespeeld: als ik dat elke avond op exact dezelfde manier zou doen, lag ik al lang in coma. Man, die rockgroepen die op een wereldtournee honderd avonden dezelfde nummers telkens op exact dezelfde manier moeten spelen: voelen die zich geen robots? Ik zou daar gék van worden.

“Soms lijkt het alsof mijn vingers automatisch spelen, alsof ze zonder toestemming van mijn brein op avontuur trekken om via een omweg weer terug bij het oorspronkelijke motief te komen. Dat zijn voor mij de opwindendste momenten.

“‘Thieves in the Temple’ van Prince is een apart geval. Ik wilde per se iets van hem spelen, maar niet één van zijn hits. En dat nummer leent zich tot improvisatie. Goed dat je me eraan herinnert: ik wil het gauw nog eens spelen.”

In 2007 bracht je River: The Joni Letters uit, een eerbetoon aan Joni Mitchell. In jouw versie van ‘The Jungle Line’ improviseer jij terwijl Leonard Cohen de tekst declameert. Wat herinner je je van die sessie?

“Niets, want Leonard en ik waren nooit op hetzelfde moment in de studio. Hij zond me de opname van zijn partij, en op basis daarvan heb ik geïmproviseerd. Ik liet de beelden uit die tekst tot me spreken. Ik wilde vooral tot een andere versie komen dan de originele.

“Ik weet eigenlijk niet of ik Leonard later heb ontmoet… (wikt en weegt, raakt er niet uit)

Een ontmoeting met Leonard Cohen vergeten zijn: het zegt iets over hoe vol je leven is geweest.

“Het is schaamtelijk. Maar het was ook elke dag íéts, de voorbije tachtig jaar. (lacht) En nu is het te laat, arme Leonard… Ik was tevreden over die opname, en belangrijker nog: Joni Mitchell vond het ook mooi. (zucht) Zij is er tegenwoordig niet al te best aan toe. Mijn generatie wordt langzaam maar zeker onzichtbaar.”

Je hebt op alle mogelijke klavierinstrumenten gespeeld, van de vleugel tot mellotrons en synths. Hoe verklaar jij dat sommige keyboards zo snel verouderd klinken?

“Ik weet niet of ik dat zomaar kan verklaren. Om te beginnen hangt het ervan af wie ze bespeelt. (lacht) Toen de synthesizer werd uitgevonden, waren we met z’n allen iets te blij met dat nieuwe speelgoed. Ik was één van de eersten die een Fairlight gebruikte, de digitale synth die in 1979 gelanceerd werd. Ik kon er niet genoeg van krijgen. Na de openbaring volgt de overdaad, hè. Maar een synth is niet geschikt voor een lompe muzikant die er zware akkoorden uit ramt. Nu hoor ik overal die digitale plug-ins terug: over tien jaar zal blijken welke goeie platen daardoor verpest zijn.

“De Fender Rhodes heeft de tand des tijds wél getrotseerd. De Moog en de mellotron ook, zolang je ze spaarzaam en subtiel gebruikt. Ik heb ooit met Stevie Wonder en Thomas Dolby een synthesizerjam gehouden: lollig, maar grote kunst was het zeker niet.”

STIEKEM SCOREN

In Possibilities, je in 2014 gepubliceerde memoires, bekende je tot mijn verbijstering dat je een tijdje aan crack verslaafd bent geweest. Hoe is dat kunnen gebeuren met iemand die niet alleen intelligent is, maar ook een halve eeuw lang muzikanten aan drugs heeft zien bezwijken?

“Ik ben heel nieuwsgierig van aard. Ik had over crack gehoord en dacht: ik gebruik het één keer om te voelen welk effect het heeft. Je kunt het roken, inspuiten hoeft dus niet – hoe erg kan het zijn? Ik wist niet hoe extreem verslavend die drug was. En ik was in die periode omringd door onbetrouwbare figuren die door mijn verslaving dik aan mij verdienden.

“Maandenlang heb ik mijn gebruik geheim gehouden. Ik rookte nooit thuis of wanneer ik moest optreden. En eigenlijk maakte dat alles alleen maar erger. Het betekende dat ik me voor elke hit stiekem moest afzonderen op smerige plekken met slecht gezelschap.

“Gelukkig heb ik de wilskracht gevonden om te stoppen. Eerder had ik al acid gebruikt, lsd: ik vond het een verschrikkelijk goedje. En gelukkig maar, anders zat ik hier niet.”

Heeft Miles Davis ooit met jou over zijn verslavingen gepraat?

“Ja, hij en tal van anderen. Het stramien was telkens hetzelfde. Jonge muzikanten zagen dat hun helden gebruikten, en dachten: als zij het doen, móét het wel bijzonder zijn! Dat is bullshit, de valse romantiek van zogenaamd gevaarlijk leven. Miles, Charlie Parker en al die anderen waren geniaal ondánks de drugs. Toen ik jong was, kreeg ik van alle oudere verslaafde jazzmuzikanten te horen: ‘Blijf weg van de drugs, het is allemaal smeerlapperij.’ De eerste generatie wist niet beter, de tweede dacht dat het cool was.”

null Beeld rv
Beeld rv

Met alle respect, maar kan een pianist van 82 fysiek gezien nog op topniveau spelen? Als laatste van de legendarische jazzmuzikanten is je jongere zelf eigenlijk nog je enige concurrent.

“Ja, en vaak win ik van hem. (lacht) We weten allemaal dat beweging je jong houdt, vandaar al die oudjes die turnen of yoga of tai-chi beoefenen. Goed piano leren spelen is onmogelijk voor iemand van mijn leeftijd. Maar omdat ik het al zeventig jaar op topniveau doe, zijn mijn soepele vingers half zo oud als de rest van mijn lichaam. Wie mij ziet stappen, denkt: wat een slome ouwe vent. Maar zodra mijn vingers de toetsen raken... Oh boy, fasten seatbelts!

Dank je voor alle muziek, Herbie, en blijf vooral in leven.

“Ik doe m’n best, maar ik kan niets beloven. (lacht)

Herbie Hancock speelt morgen op Arena 5 in Brussel.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234