Zaterdag 25/05/2019

interview

"Jawel, ook para's kunnen berouw hebben"

In 'Para' kruipt Bruno Vanden Broecke (links) in de huid van een Belgische para tijdens de Somalische operatie Restore Hope in de jaren 90. In de pers doken verhalen en foto's op over het wangedrag onze militairen. Beeld Stefaan Temmerman

Al meer dan een jaar patrouilleren para's door onze straten, maar een eigen stem hebben ze niet. Bruno Vanden Broecke, David Van Reybrouck en Raven Ruëll willen hen die stem geven, negen jaar nadat ze in Missie ook 'de missionaris' aan het woord lieten. "Hoe kan een mens zichzelf vergeven als de samenleving hem niet vergeeft?"

Negen jaar geleden ging Missie in première in de Brusselse KVS. Auteur David Van Reybrouck, acteur Bruno Vanden Broecke en regisseur Raven Ruëll kunnen nauwelijks geloven dat de journalist tegenover hen zestien jaar was toen hij het stuk zag. Maar in al die jaren heeft de monoloog over père André, een missionaris in Congo, nauwelijks stof vergaard. "Er wordt nadruk op gelegd dat het zo lang geleden is", vertelt Vanden Broecke. "Maar het stuk is blijven leven. Ik heb het vorige week nog gespeeld. En het contact tussen ons is nog even fris als toen."

Dat er een opvolger van dat onwaarschijnlijke succesverhaal - Missie wordt al negen jaar opgevoerd, in vier talen - moest komen, leek in de sterren geschreven, en met Para is het eindelijk zover. Deze week ruilt Vanden Broecke de missionarispij voor het uniform van een Belgische paracommando, gelegerd in Somalië tijdens de reddingsoperatie Restore Hope in de vroege jaren 90.

"We hebben eigenlijk nog lang gewacht", vindt Ruëll, die opnieuw de regie in handen neemt. "We hadden een jaar na Missie al een nieuwe voorstelling kunnen maken. Maar als ik de tekst nu lees, merk ik dat David dit weer uit noodzaak schreef. En zo wordt het voor ons ook weer noodzakelijk. We doen dit echt niet om een succesformule te herhalen."

Die noodzakelijkheid zie je in de paracommando's die op de straathoeken staan, wanneer we elkaar in Brussel spreken. Ze zijn alomtegenwoordig, en toch is er bijzonder weinig over hen bekend. "In al mijn werk wil ik mensen aan het woord laten die zelden het woord krijgen", legt Van Reybrouck uit. "Dat trekt mijn mensbeeld op. Dat heb ik gedaan met de G1000, dat heb ik gedaan in mijn Pleidooi voor populisme, in het boek Congo en in Missie. En nu ook in Para. De para's staan hier in Brussel al meer dan een jaar op straat, maar ik ben nog niks over hen te weten gekomen."

Het beeld van de paracommando's die betrokken waren bij Restore Hope is nochtans weinig rooskleurig. In de jaren 90 onthulde Humo dat de Belgische soldaten zich schuldig maakten aan wantoestanden: er doken foto's op van een Somalische jongen die schijnbaar werd geroosterd boven een vuur, andere militairen urineerden op dorpelingen.

Niet meteen iets wat 'je mensbeeld optrekt', lijkt ons.

Van Reybrouck: "Ons stuk is aanklacht noch lofzang. Zo hebben we het geformuleerd. Het is geen heroïsering als Black Hawk Down - wat een ellendige film is dat, trouwens. Maar simpelweg de wantoestanden aanklagen, wilde ik niet. Dan kon ik gewoon de Humo van toen overschrijven, dat vind ik niet interessant."

Vanden Broecke: "We leven in polariserende tijden. Ik vind het fijn dat het theater nog een vrijplaats kan zijn om nuance te leggen."

Ruëll: "Het gaat ons vooral om het menselijk maken van die problemen. Daardoor maak je het ook complex, maar daarom hoeft het nog geen positief verhaal te zijn. Ik zal de laatste zijn om een 'positief' verhaal te maken over wat er in Somalië gebeurd is. Maar dat wil niet zeggen dat ik voor de 20-jarige soldaat met nog tien bevelhebbers boven hem geen begrip kan hebben. Ik keur bepaalde praktijken af, maar dat houdt de menselijkheid en het medelijden niet tegen. Niet voor mij en niet voor de mensen die komen kijken."

Is het voor mensen moeilijker of makkelijker om empathie te voelen voor een soldaat dan voor een missionaris?

Van Reybrouck (stellig): "Moeilijker. De kloof met het publiek zal groter zijn. Maar dat is ook de uitdaging voor ons: hoe krijg je hen zover om begrip op te brengen voor die para, om te voelen wat hij voelt? De missionaris in Missie was eigenlijk een vooruitstrevende, progressieve figuur, met daar bovenop een laagje religie. Die para staat daar toch verder af. Ook al staan ze nu op de hoek van elke straat."

Vanden Broecke: "Hij is een totaal andere figuur. Leuk om je tanden in te zetten, maar ook heftig. Ik ben wel aan het sjieken op dat personage."

Missie heeft ons beeld van de missionaris veranderd, zeggen jullie. Gaat Para dat ook doen met ons beeld van de paracommando?

Van Reybrouck: "Ik denk het wel. We gaan er geen heilige van maken, integendeel, maar er bestaan over para's maar twee denkbeelden: ze zijn helden, of ze zijn schurken. Niet dus. Het zit er echt tussenin. Wat beide stukken met elkaar verenigt, is het idee van mededogen. Dat loopt doorheen mijn werk. Proberen begrip op te brengen voor het perspectief en het handelen van mensen die soms heel ver van je af staan en die je makkelijk zou kunnen veroordelen. Ik wil tonen dat die 'andersheid' geen radicale breuk is, maar simpelweg het resultaat van bepaalde stappen die dat personage heeft afgelegd. En als het publiek diezelfde stappen zou zetten, zou dat resultaat vaak ook hetzelfde zijn, denk ik. Dan staat zo'n para plots niet meer zo veraf."

Is de vraag niet: waarom hebben para's ervoor gekozen die stappen te zetten?

Van Reybrouck: "We gaan niet echt in op de motivatie van onze para, maar door de voorstelling heen proef je wel dat er iets is gebeurd dat hem zover heeft gebracht. Al blijft dat wel impliciet."

Ruëll: "Het enige wat we wel zeggen, is dat je met heel jonge mensen te maken hebt. Gasten van negentien of twintig, soms zelfs nog jonger. In welke mate kun je dan nog van een keuze spreken? Vaak groeien de gevolgen boven zichzelf uit."

Vanden Broecke: "Ik denk dat er evenveel roepingen als paracommando's zijn. Zo'n keuze is altijd persoonlijk. En de gevolgen evenzeer. Maar ik kan me voorstellen dat zo'n opleiding een zegen kan zijn voor jonge gasten die structuur nodig hebben in hun leven. Een redding, zelfs. Maar de gevolgen kun je niet inschatten. Als je als para uitgezonden wordt, zijn de dingen niet meer zo vrijblijvend. Wat je op zo'n missie meemaakt, is iets dat veel jonge mensen die zich inschrijven niet beseffen."

Dat klinkt een beetje als het verhaal van Syrië-strijders.

Van Reybrouck: "Maar dat ís vaak ook zo. Voor hem is het leger een middel om zijn eigenwaarde terug te krijgen. De parallel met gasten die naar Syrië trekken, is dan snel gelegd. Veel van hen doen dat ook om hun leven weer betekenis te geven.

"Ik heb het stuk gebaseerd op een reeks interviews, en daar zitten vaak mensen uit gebroken gezinnen bij, of drop-outs van school. Voor veel jonge mensen is een para iets mythisch. De aantrekkingskracht van die rode baret, dat is bijna magisch voor zulke jonge mensen. De cultuursector kijkt vaak negatief naar para's, maar voor veel mensen hebben ze ook een zeker aanzien, dat ze willen bereiken.

"Ik ben toen ik 17 was ooit gaan parachutespringen met de para's. Het leger organiseerde kampen om jonge mensen enthousiast te maken voor die opleiding. Twee weken in de paasvakantie. Eerst een week ground training, dan een week wachten op goede wind, of zo weinig mogelijk wind, om uit zo'n ballon te springen. Een aantal van die mannen was toen al overtuigd om later bij de para's te gaan. Ik niet. Ik had lang haar en een brilletje en werd ofwel 'John' ofwel 'Lennon' genoemd (lacht). Een foto daarvan heeft trouwens ooit nog in De Morgen gestaan."

David Van Reybrouck, Bruno Vanden Broecke en Raven Ruëll. Beeld Stefaan Temmerman

Een paracommando als hoofdpersonage is een opvallende keuze. De cultuursector en het leger staan niet bekend als grote minnaars.

Ruëll: "Wij halen een stuk vergeten geschiedenis weer naar boven. Het is zeker zo dat de kloof tussen de artistieke en militaire wereld misschien groot is, maar theatermensen als wij zijn wel bezig met de geschiedenis. Het komt weinig in het nieuws, maar we vliegen op dit eigenste moment wel met straaljagers boven Syrië. Met ons belastinggeld, en daar denken we nauwelijks over na. Over Somalië, waarover Para gaat, heb ik nauwelijks iets geleerd op school. Pas op de eerste dag van de repetities ben ik er dankzij David achter gekomen dat er 3.000 Belgische soldaten gelegerd waren. Ik wil maar zeggen: onze aandacht ervoor is nihil. Ik herinner me van 25 jaar geleden alleen de Humo-cover (waarin de wandaden van Belgische para's werden aangeklaagd, EWC), maar die las ik toen ook alleen voor de muziekpagina's."

Van Reybrouck: "Die missie in Somalië is volledig vergeten. Het is de langste grote vredesoperatie die we ooit in Afrika hebben uitgevoerd, en er wordt nooit meer over gesproken. Zelfs binnen het leger is die missie vergeten. Doordat ze negatief in het nieuws is gekomen, is de operatie begraven geraakt, ook al was ze op militair vlak redelijk succesvol. Een jaar later werden tien blauwhelmen vermoord in Rwanda. Dat trauma heeft alle andere herinneringen weggedrongen."

Hoe is jullie relatie met de para's op straat?

Vanden Broecke: "Ik knik altijd. Als ik voldoende dichtbij sta."

Van Reybrouck: "Ah ja? Waarom? (lacht) Ik negeer hen nog altijd, vrees ik. Ondanks al mijn genuanceerde denken over de para's in Somalië, vind ik dat ze onderhand wel lang genoeg op straat hebben gestaan. Die mensen vervullen hun taak professioneel, dat is duidelijk, maar de beslissing van hogerhand draait om een illusie van veiligheid. Met het leger alleen gaan we de samenleving niet pacificeren."

Ruëll: "Ik ben zo kwaad geworden toen besloten werd om para's de straat op te sturen, dat ik het soms ook moeilijk vind om niet boos naar die mannen te kijken. Ook al zijn zij niet verantwoordelijk voor die beslissing. Maar ik ben er fervent tegen dat ze zo 'aanwezig' zijn. Wat niet wegneemt dat je voor het persoonlijke verhaal van iemand wel veel kunt voelen."

Dat persoonlijke verhaal neemt, net als in Missie, de vorm van een monoloog aan. 

Van Reybrouck: "Ik houd enorm van de monoloog. Eigenlijk is het een heel polyfoon genre. Je kunt heel veel kanten van één mens laten zien."

Ben je nooit bang dat je een te eenzijdig beeld schetst? De plaatselijke bevolking krijgt geen eigen stem.

Van Reybrouck: "Dat is doelbewust. Ik beschouw Para als het sluitstuk van een trilogie over de Europese ervaring van het Afrika na de onafhankelijkheid. In Die Siel van die Mier (een muziektheaterproductie van en met Josse De Pauw, EWC) ging het over een wetenschapper, in Missie over een missionaris, nu over een militair. Het beeld dat die personages van de lokale bevolking hebben is extreem beperkt, schematisch zelfs. Dat ik het Somalische perspectief niet laat zien, is net de essentie: een para die daar zit, heeft heel weinig toenadering tot dat perspectief. Ik kan wel een Somaliër aan het woord laten, maar dan ondergraaf ik de bedoeling van het stuk. Die para's hadden op het terein vaak een tunnelvisie. Dan moet je als schrijver ook geen ramen in die tunnel steken."

Ruëll: "Ik begrijp de vraag wel, en ze is ook terecht. Ik heb daar ook over nagedacht. Maar ik vind het lelijk als makers doen alsof ze dat andere perspectief ook kennen. Dat is ook flauwekul, vind ik. Ik heb soms echt wel een hekel aan politiek correcte, maar zeer slechte kunst. Een voorstelling die alle standpunten probeert samen te krijgen, is niet altijd de meest interessante om naar te kijken. En in dit geval zou het verhaal daardoor aan kracht inboeten."

Van Reybrouck: "Het is wel nuttig om daarnaar op zoek te gaan, hoor. In Congo en in mijn werk over Indonesië probeer ik die lokale perspectieven zo veel mogelijk te begrijpen. Maar als je de vraag wilt stellen hoe het kan dat die para's doen wat ze doen, vind ik het volkomen legitiem om enkel in dat hoofd van de personages te kruipen."

Wat komt een mens zoal tegen in dat hoofd?

Van Reybrouck: "Er komt een hele waaier aan gevoelens bij kijken. Op die manier kun je net zeggen dat er heel veel perspectieven aan bod komen. Er zijn momenten waarop ze ontroering voelen voor de plaatselijke bevolking, en op andere hebben ze een hartsgrondige hekel aan de Somali's. En ook onversneden racisme komt aan bod. Ze kijken ook op verschillende manieren naar zichzelf. Het ene moment zijn ze trots, het andere walgen ze van zichzelf.

"Een van de mensen met wie ik heb gesproken, heeft de integrale briefwisseling met zijn lief ingescand voor mij. 400 brieven, die niemand ooit had gelezen. In die maanden zie je hem veranderen van iemand die met een zeker idealisme naar ginder vertrekt, maar na verloop van tijd steeds kwader wordt. Kwader op die Somali's, en kwader op de legertop. Je voelt hem alsmaar meer verlangen om naar huis te gaan, terwijl hij zijn taken alsmaar meer veronachtzaamt en zelfs de Conventie van Genève in twijfel trekt. Zijn lief schrijft hem op een bepaald moment ook dat ze hem nauwelijks nog herkent. Totale verbittering."

Toen Missie in première ging, vertelde je dat je de indruk had dat engagement en idealisme vrijwel verdwenen waren uit onze samenleving. Zie je dat bij militairen wel terug?

Van Reybrouck: "Het verschil tussen een soldaat en een missionaris is dat een missionaris op moeilijke momenten altijd nog iets heeft om op terug te vallen: zijn geloof. Bij para's is dat zelden het geval. Sommigen maken een vrije val mee - niet met de parachute, maar op het vlak van waarden. Sommigen liggen echt in de knoop met de herinnering aan hoe ze toen waren. Dat is iets wat de meeste mensen moeilijk kunnen bevatten: dat een para berouw kan hebben, gebukt kan gaan onder wroeging. Maar hoe kan een mens zichzelf vergeven als de samenleving hem niet vergeeft? Ik probeer de menselijkheid te tonen van iemand die onmenselijk is geweest. En tegelijk ook de onmenselijkheid van zij die altijd met de menselijkheid staan te zwaaien."

Maar dat maakt de wantoestanden niet minder erg. Je zou bijna denken dat jullie een heel positief beeld van de Belgische operatie in Somalië willen tekenen.

Van Reybrouck: "Maak er alsjeblief geen positief-negatief-verhaal van. Para behandelt de twee kanten. Militair zijn daar goede beslissingen genomen, maar er zijn ook veel volkomen onoorbare voorvallen geweest. De vraag die je je als historicus moet stellen, is: was dat militair succes mogelijk geweest zonder het wangedrag van die soldaten?"

Vanden Broecke: "Wat ik hallucinant vind, en waar ik eigenlijk nooit bij heb stilgestaan, is het contrast tussen de orde van een opleiding bij het leger, en de chaos die je als soldaat op missie tegenkomt. Je wordt ergens gedropt in een heet land dat je niet kent, en niets is zoals je geleerd hebt dat de dingen zouden zijn. De onverwachte verlorenheid waarin die militairen letterlijk worden geparachuteerd, dat is waanzinnig."

Van Reybrouck: "Een van de para's zei: wat wij daar gedaan hebben, dat kan iedereen doen. Misschien zouden wij het zelfs beter hebben gedaan zonder onze opleiding. Zo'n opleiding - toen nog volgens de Koude Oorlog-logica - ontmenselijkt, maakt die gasten tot vechtmachines. Ze werden gedrild om mechanisch te reageren, in een voorspelbare oorlog tegen Rusland. En plots kom je in Somalië, waar kleine clanoorlogen worden uitgevochten - een totaal nieuwe situatie voor het Belgisch leger. Ondertussen is het legerkorps gelukkig fel veranderd, maar daar hoor je eigenlijk nooit iets over."

Missie was behoorlijk sober aangekleed. Is dat een bewuste keuze? Je kunt er ook voor kiezen om de gruwelijkheden te tonen.

Vanden Broecke: "Het scènebeeld van Missie was inderdaad heel eenvoudig, maar dat was het resultaat van een lange, organische zoektocht naar de manier waarop we dat verhaal moesten vertellen. Je moet altijd van je tekst vertrekken, en je afvragen wat het meest heldere kader voor die tekst is."

Is dat kader voor Para even sober als voor Missie?

Ruëll: "Het is niet omdat iemand alleen op scène staat, dat het ook sober wordt. De chaos die die mannen in Somalië hebben meegemaakt, die wil je ook de zaal in krijgen. Alleen is het wel zo dat geweld of chaos soms beter werken als je ze suggereert dan wanneer je ze expliciet toont. Als je geweld realistisch wilt tonen, moet je iemand echt neerschieten, of echt slaan. Dat is zelden interessant om naar te kijken."

Vanden Broecke: "Wat we eigenlijk willen bereiken, is niet dat geweld, maar het effect daarvan. Daarvoor moet je een vertaling vinden, die ook de hartslag van het publiek de hoogte in kan jagen. Maar dat is wel even zoeken."

Enig idee wat de para's er zelf van zullen vinden?

Van Reybrouck: "Degenen die ik heb geïnterviewd, gaan alleszins in de zaal zitten op de première. Ze sturen me nu al berichten op Facebook: wij komen af! Dat zij naar het theater komen, is iets nieuws voor de KVS. En voor de para's ook, denk ik."

Para gaat op 1 december in première in de KVS (kvs.be). Op dezelfde dag verschijnt bij De Bezige Bij het gelijknamige boek (64 p.)

Bruno Vanden Broecke. Beeld Stefaan Temmerman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.