Vrijdag 21/06/2019

reportage

Jawel, ‘hipster birding’ is een ding. En wij vogelden uit waarom

Leden van het vogelspotclubje De Duifkes in actie. Beeld Tim Coppens

Niet alleen grijze mannen in parabroek trekken de natuur in met een verrekijker. Ook jongeren (m/v) speuren tegenwoordig enthousiast naar buizerds en kiekendieven. Jawel, ‘hipster birding’ is een ding. En wij vogelden uit waarom. Twiet! Twiet!

“Daar, een kiekendief!”

“Is dat niet die buizerd van daarnet?”

“Het is een vrouwtje!”

“Please, mag ik nu eindelijk ook een verrekijker?”

Bedremmeld geef ik mijn ­verrekijker aan de vrouw naast me, waarop ze in sneltempo door haar vogelgids raast. De rest van ons groepje is rond de telescoop samengetroept, met een mengelmoes van competitiviteit en enthousiasme die ik vooral van een eerste soldendag herken. “Zie je wel, een blauwe vrouwtjeskiekendief!” In enkele seconden stellen de vogelspotters vast om welke soort het gaat – determineren, heet dat in het jargon – en krijg ook ik de telelens onder mijn neus geduwd. Haarfijn leggen de vogelgoeroes me het verschil uit met de buizerd die we een halfuur eerder zagen – iets met al dan niet ­opgeheven ­verentopjes, als ik het goed begrijp.

Wat een journalist van een ­stylish weekblad in godsnaam te zoeken heeft tussen de pijlstaarteenden en brandganzen, vraagt u? Hang on, beste kritische lezer, want dit gedrag is wel degelijk te verantwoorden. Ten eerste is mijn gezelschap geen bende gepensioneerde biologieleerkrachten in camouflagevest, wel de women only vogelclub De Duifkes. Ten tweede zijn De Duifkes lang niet de enige hippe vogels die op Instagram liever uitpakken met een papegaaienduiker dan met een friday night selfie. Als we de Britse krant The Guardian mogen geloven, is het zelfs de nieuwste target op de bucketlist van menig millennial. Maar liefst 32 procent van de Britse jongeren tussen 16 en 25 zou regelmatig aan het spotten slaan, al dan niet onder de vleugels van coole clubjes als The Urban Birders, Next Generation Birdwatchers of Feminist Bird Club. Net als bij De Duifkes wordt de safarilook daarbij veelal ingeruild voor matching ­sweaters en een ­stevige dosis ­zelfspot.

“Vijf jaar geleden ging ik met een vriendin vogels kijken. Op de terugweg lagen we in een deuk met het machogedrag en de aftiklijstjes van de typische vogelman”, vertelt medeoprichter Anna Schneider, terwijl ze met roodgelakte nagels haar verrekijker op een groepje wulpen instelt. Het is midden februari, maar de zon straalt al even zelfzeker als op een mooie ­aprildag. “Als grap besloten we een eigen vogelclub op te richten, los van de klassieke ­regeltjes. Dat bleek een gat in de markt.”

Intussen hebben De Duifkes al meer dan 1.000 volgers op Facebook en vierden ze de avond voor onze wandeling het vierjarig bestaan van de club. Niet met een duffe quiz rond vogelweetjes, nee. De vrouwen huurden arthouse­cinema Cartoon’s af voor een wild feestje. “Bij ons gaat het er ­wel wat losser aan toe”, lacht Duifke Gina, met lichte kater. “Zo is babbelen gewoon toegestaan tijdens de ­wandeling, ook als het niet over vogels gaat. Het spotten is voor sommigen een gezond alternatief voor een zondags terrasje. Zelfs onze naam zegt genoeg: in tegenstelling tot de Latijnse vogelnamen van reguliere clubs, is een duif net heel banaal.”

Dat die frisse wind booming business is, bewijzen internationale voorbeelden bij de vleet. Trendsetter was natuurlijk David Attenborough, die met zijn ‘Tweet of the Day’ half Groot-Brittannië aan de vogelgeluiden kluisterde. Na hem kwamen Damon Albarn van Gorillaz, Guy Garvey van Elbow en comedian Bill Bailey als vogelaar uit de nestkast (excuses, dit onderwerp leent zich nu eenmaal erg goed voor flauwe woordgrappen). Ook het Londense Ace Hotel, al jarenlang een favoriet onder ­celebrity’s, pakt uit met Bird & Booze-sessies op hun rooftop. In Nederland zijn jonge vogelzotten als Arjan Dwarshuis graag geziene gasten in talkshows. Je kunt hem zelfs boeken voor een potje ­vogelen voor je vrijgezellenfeest.

Maar de absolute hoogvlieger is gameshow In de ban van de condor, waarin Bekende Nederlanders en vogelkijkers het in duo tegen elkaar opnemen – het is eens wat anders dan Expeditie Robinson.

Bij ons werpt komiek Begijn Le Bleu zich op als messias van de nieuwe vogelkijker, al blijft hij een beetje de vreemde eend in de bijt. “In Nederland verschenen er veel radio- en tv-programma’s rond vogels, maar in België is er nog geen binding in de saus”, zegt de zelfverklaarde ‘birdnerd’. “Wij moeten het stellen met pakweg de Vogeldag van Natuurpunt.” Om die leemte op te vullen, lanceerde hij een jaar geleden de podcast ‘Fwiet! Fwiet!’, een aaneenschakeling van bizarre weetjes over vogels uit de Lage Landen. Le Bleu: “Met 100 luisteraars was ik al tevreden geweest, maar de laatste aflevering werd 10.000 keer afgespeeld. Alles wat nerdy is, wordt sexy. En nu dus ook vogelspotten.”

De Duifkes bladeren in de gids. Was het nu een kiekendief of een buizerd? Beeld Tim Coppens

De scepsis over de obligate bejaardenhobby begint te smelten, beseffen ze ook bij Natuurpunt. Hoewel hun vogelwerkgroepen nog vrij gezapig zijn, spreiden zelfs daar steeds meer nieuwkomers de vleugels uit.

Vooral waarnemingen.be gaat door het dak. “In 2018 werden 8 miljoen observaties geregistreerd, dubbel zoveel als het jaar ervoor – ongeveer de helft waren vogels”, vertelt Hannes Ledegen (meetnetcoördinator Natuurpunt). In de toekomst wil Natuurpunt nog meer jongeren aan zich binden, en uiteraard mag een flitsende app die klus klaren. Zo kunnen ze elkaar binnenkort uitdagen om zo snel mogelijk een reeks vogels te ‘vangen’, helemaal naar het voorbeeld van Pokémon Go. Hoogtechno­logische gezichts- en zangherkenning – wat Shazam doet voor popmuziek, zal de app doen voor vogelgeluiden – maken de determinatie nog een stukje laagdrempeliger.

“Sociale media en gamification houden de passie bij jongeren levendig, zeker als je in het veld geen leeftijdgenoten tegenkomt”, stelt Ledegen. “Op een site als waarnemingen.be kunnen ze elkaar de loef afsteken. Dat geeft nu eenmaal voldoening.”

Antigif

Of ik mijn eerste kiekendief­observatie nu zelf als sexy zou omschrijven, is veel gezegd. Wel kan ik nauwelijks wachten om mijn ‘Vogelbeeld bij zonsondergang’ online te gooien, zelfs al gaat het om een wazige vlek tegen de ­achtergrond van een kerncentrale. Toch betwijfel ik dat dergelijke stoefrondjes op sociale media nu dé lokroep zijn voor jonge vogel­kijkers, laat staan de nerdiness errond. Is er geen andere, veel ­diepergaande aantrekkingskracht aan het vogelrijk?

Stijn Neuteleers, natuurfilosoof bij UCL, stelt van wel. Hij deed uitgebreid onderzoek naar natuurbeleving, en vooral ons acuut gebrek eraan: “Natuur wordt voortdurend teruggedrongen, zeker in de steden. Pas nu klimaat en biodiversiteit zo actueel zijn, leidt dat tot een tegenbeweging. Vogels zijn daarbij een ideaal bindmiddel: je hebt een doel om het veld in te gaan. Hoe meer je erover ontdekt, hoe meer je ze gaat opzoeken.” Daarnaast vormen vogels de ultieme antithesis op hét kwaaltje van deze tijd: instant gratification of onmiddellijke bevrediging. Neuteleers: “Vogels zijn geen ­product dat je kan bestellen en meteen thuis laten leveren. Ze zijn onvoorspelbaar en moeten zich openbaren. Het is een van de ­basisvoorwaarden van een ­zin­gevende activiteit: iets dat ­groter is dan onszelf, en buiten onze ­controle ligt.”

Dat mag ik aan den lijve ondervinden tijdens mijn prille initiatie. Waar ik eerst nog honderduit palaver met de andere Duifkes, beland ik in mijn eigen zenbubbel zodra ik op een sierlijke reiger inzoom. De steltpoten, pientere ogen en ongedwongen bewegingen van het dier vereisen uiterste concentratie. Wat mijn avondeten wordt, de stapel administratie op mijn bureau of eivolle inbox, allemaal zijn ze even ondergeschikt aan die jagende ­reiger. Met ingehouden adem tuur ik naar de dans met zijn prooi – dit is spannender dan ­eender welke misdaadreeks.

“Vogels hebben iets onomstotelijks”, merkt Le Bleu op. “Dat merk ik toch als ik op scholen een dooie merel uit mijn diepvrieszak haal. Voor mezelf is het observeren van een zeldzame vogel bijna als het ontmoeten van een BV. Dat had ik onlangs met de steppekiekendief in Georgië. Je ziet hem zo vaak in de boekskes, dus dan sta je toch even met open mond te staren.”

Terwijl we dieper het reservaat indringen, trakteren De Duifkes me op het ene na het andere straffe vogelweetje. Zo is een roodborstje piepklein, maar maakt het toch de overtocht van Finland naar België. Een gierzwaluw slaapt naar ­verluidt in de lucht tijdens zijn trek. Zwanen kunnen even hoog vliegen als een Boeing, en dat bij temperaturen ver onder het vriespunt. Ik kan het amper geloven: terwijl wij de omstandigheden krampachtig naar onze hand zetten, drijven vogels er moeiteloos op voort. En vooral: hoe heb ik deze spektakelshow in mijn ­achtertuin al die jaren gemist?

Beeld Tim Coppens

“Voor mij is die vogelwereld het echte leven”, doet Le Bleu er nog een schepje bovenop. “Er wordt zo veel geleuterd in de mensenwereld, zo veel bullshit verkocht op Twitter. Dat ligt veraf van de logica in de natuur. Vogels doen me ­beseffen dat ook ik daar deel van uitmaak. Ze zijn het ideale antigif voor mijn werk als comedian. Eigenlijk heb ik genoeg aan wat er in mijn hof zit.”

Bird against Burn-out

Het zijn de momentjes van klein geluk waar psychologen als Dirk De Wachter het zo graag over hebben, die ons in de huidige consumptiemaatschappij maar al te vaak ontglippen. Dat ontdekte ook Agnes Wené, de mode-experte die enkele jaren geleden in een burn-out wegzakte. Eerder dan medicijnen, ­bleken triviale tuinvogels de sleutel bij haar herstel: “Ik sliep heel slecht en kon geen prikkels verdragen. Daardoor zat ik ’s ochtends vroeg vaak in de tuin, onder een donsdeken. Al snel geraakte ik gefascineerd door de vogels rond me. Ik deed een cursus om ze te herkennen en ontdekte hoe helend ze zijn. Daar heb ik enorm veel deugd aan gehad.”

In september verschijnt Start to Birding, een fijn geïllustreerd boekje waarin Wené vertelt hoe zelfs leken kunnen herbronnen dankzij vogels en de kunst onder de knie krijgen. “Het is een zaak van vertragen, totdat je helemaal stilstaat. Pas dan zie je de schoonheid van vogels en wordt het heel mindful. Vogels geven een geruststellend gevoel: zelfs al lopen de dingen niet zoals verwacht, de ­pimpelmezen blijven lustig zingen. Zeker als ik na een zware dag een bosuil hoor, razen de geluks­hormonen door mijn lichaam.”

Of vogels hét wondermiddel zijn tegen de global burn-out waar we vandaag mee kampen, is moeilijk hard te maken. Wel bewees ­wetenschappelijk onderzoek dat de natuur ons zowel fysiek als mentaal een beter mens maakt. Ook bij De Duifkes blijkt dat een motivatie. “Veel vrouwen kloppen bij ons aan na een break-up of stressvolle periode”, vertellen de dames, terwijl we met frisse wangen en uitgewaaide kapsels terugslenteren. “Als je wandelt, babbel je makkelijker. Het heeft dus zeker iets therapeutisch. Onze generatie beseft stilaan dat binnenblijven ook niet alles is. Al zijn wij geen bende depressieve vrouwen, hè!”

Met wat laatste weetjes nemen we afscheid. Morgen nog sla ik een hele voorraad vetbollen en een vogelgids in, neem ik mezelf voor. De zweverige einzelgänger-in-kijkhut zal ik nooit echt vatten, maar vandaag rijd ik wel met opgeladen batterijen de werkweek tegemoet. Diezelfde avond word ik lid van The Urban Birder op Facebook, waar ik meteen tips krijg om ook midden in Brussel de verrekijker boven te halen.

Alleen mijn afritsbroek, die mag gelukkig nog even onder het stof blijven. 

Zo treed je toe tot de tsjirp-tsjirpclub

Verrekijker. Hét hebbeding voor de authentieke vogelspotters­look. Starters kiezen best voor compacte kijkers, met een vergrotingsfactor van 8 en een lens met een diameter van 42 mm. In de stad volstaat eentje van 30 mm. Echte birdnerds kammen met een spotting scope het landschap ­kilometers ver uit. De Rolls-Royce der verrekijkers komt van Swarovski en kost tot 6.000 euro.

Vogelgids. Typische beginnersfout: een dikke gids kopen vol zeldzame exemplaren, waardoor je een banale spreeuw al snel met een verre exoot verwart. Ideaal is eentje met enkel Belgische soorten, zoals de Zakgids vogels van Nederland en België (KNNV), of de nog laagdrempeligere Compactgids – Tuinvogels (Kosmos). Wie dat onder de knie heeft, kan opstappen naar de ANWB vogelgids van Europa (Kosmos). Te uitgebreid? Ga voor een uitvouwkaart met de 200 meest voorkomende ­vogels (KNNV).

Op de smartphone. Je veldgids door weer en wind meezeulen laat snel zijn sporen na. Een duurzamere (en lichtere) optie is een determinatie-app. Het beste design heeft Collins Bird Guide, met tientallen illustraties per vogel. In de gratis categorie is Birds 2 PRO een ­handige tool. Tuinvogels en Vogels in NL (van de Nederlandse Vogelbescherming) zijn ideaal voor informatie over lokale ­vogels. Tot slot kunnen Song Sleuth of ChirpOMatic à la minute tjirpgeluiden ­herkennen, net zoals ­Shazam met liedjes doet.

Dresscode. Veel vogels zijn kleurenblind, dus je hoeft je niet per se te beperken tot ­beigetinten – de sweaters van De Duifkes zijn zelfs bordeaux. Stevig schoeisel en een winddichte jas zijn wel onontbeerlijk, zeker als je met de diehards urenlang in de kijkhut kruipt. Pas wel op met ­ritselende stofjes.

De natuur in. De Duifkes doen maandelijks een activiteit met gids, telkens in een andere regio. Deelname is gratis en enkel voor vrouwen (of als vrouw verklede mannen). Je kan ook terecht bij de Vogelwerkgroepen; elke regio heeft een eigen club. Vooral die rond Gent (Gent+) en Antwerpen ­(Ardea, Vlaamse Ardennen+) verjongen. Een overzicht vind je op ­natuurpunt.be

Online vinden de meeste jonge vogelkijkers elkaar op Facebook. In België zijn de Next Generation ­Birders, Birding Belgium, Birding Bastards en Birding Frontiers populaire ­groepen. Ook waarnemingen.be trekt jong en oud aan. De Jeugdbond voor Natuur en Milieu (voor 7- tot 26-jarigen) heeft 30 afdelingen in Vlaanderen en Brussel. Natuurpunt organiseert wekelijks een vogeluitstap of -cursus. Mag het ­hipper? Arjan Dwarshuis, de Nederlandse celebrity-­vogelaar, geeft tours in het Zwin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden