Dinsdag 31/01/2023

Japanse sierkwee

Net als de mahonia die we hier vorige week verdedigden, is de Japanse sierkwee een miskende en vaak mismeesterde plant. Misschien heeft dat, zoals bij de mahonia, wel te maken met het feit dat ze te pas en te onpas wordt aangeplant in publieke plantsoenen en als steriel kantoor- en winkelgroen. Dat is voor veel tuinliefhebbers nu eenmaal een voldoende reden om ze te weren uit de eigen tuin wegens te banaal.

Paul Geerts

Veel tuiniers zou ik willen aanraden om rond deze tijd van het jaar - of als ze in het voorjaar bloeien - eens te gaan kijken naar een tuin waar de Japanse sierkwee met overtuiging wordt toegepast. Zoals in het Arboretum Kalmthout, dat over een mooie collectie beschikt. Maar je moet dan wel snel zijn. Morgen (zondag 25 november) gaat daar de Eindeseizoenshappening door en nadien gaat het Arboretum dicht tot 21 januari, voor de eerste hamameliswandeling. Tenzij je een gepatenteerde snob bent, zal je daar onder de indruk komen van de charme van de sierkwee en vooral van de doordringende geur van hun kleurige vruchtjes.

Roos

De Japanse kwee of dwergkwee (Chaenomeles) is net als de appel, de meidoorn en de lijsterbes verwant aan de roos. Dat is duidelijk te zien aan de bloem met vijf kroonbladeren en heel veel meeldraden. De sierkwee werd lang gerekend tot het geslacht van de kweepeer (Cydonia) met wie ze inderdaad nauw verwant is, maar er zijn toch duidelijke verschillen. Zo heeft de kweepeer getande bladeren en een afvallende kelk met een onbehaarde buitenkant. Sierkwees zijn bladverliezende, meestal doornige struiken tot kleine bomen. Ze groeien soms wat slordig en warrig, maar de rijke bloei maakt veel goed. Ze zijn uiterst winterhard. Bij een vroege bloei kunnen de geopende bloemen en de ver ontwikkelde knoppen wel bevriezen.

Het zijn gemakkelijke planten die nauwelijks verzorging vergen. Ze worden best in volle zon geplant. Ze verdragen wel wat schaduw, maar hoe meer schaduw, hoe minder bloemen. Ze groeien op elke grond, maar op zeer kalkrijke gronden kunnen ze last hebben van chlorose, een gebreksziekte waardoor het blad geel wordt. Sommige soorten kunnen vrij hoog en heel breed uitgroeien, meerdere meters zelfs, waardoor je ze niet zomaar overal kunt plaatsen. Als ze op termijn de oprit naast het huis of het tuinpad half overgroeien, is dat geen pretje met hun stekelige takken. Maar ze kunnen gelukkig goed gesnoeid worden zonder dat de bloei daar veel onder te leiden heeft. Ze bloeien immers op oud hout binnen in de struik, terwijl je eerder de uiteinden van de takken wegsnoeit. Ze kunnen zelfs bolvormig worden gesnoeid, misschien een leuk alternatief voor de eeuwige buxusbolletjes. Het snoeien gebeurt best onmiddellijk na de bloei, zodat de nieuwe scheuten, waarop volgend jaar bloemen verschijnen, nog de tijd hebben om te groeien.

Ze kunnen als solitair of in combinatie met andere struiken en vaste planten worden gebruikt. Ook als een bijna ondoordringbare haag (best dan sterke groeiers zoals 'Umbilicata', 'Coral Sea' of 'Bright Hedge'), voor beplanting van een talud of zelfs als leiplant. In dat geval moeten ze van meet af zorgvuldig en regelmatig worden gesnoeid om te vermijden dat het een onbedwingbare warboel wordt. Onder meer 'Umbilicata', 'Nivalis', 'Nicoline', 'Boule de Feu', 'Fire Dance' en 'Pink Lady' en vooral de zeldzame maar heel stekelige C. cathayensis met supergrote kweepeerachtige vruchten, zijn hiervoor geschikt.

Bloemen

De sierkwee bloeit op overjaars hout (dat dus minstens één jaar oud is). De roosachtige tot 4 cm grote bloemen staan in bundels van maximaal zes bij elkaar. Afhankelijk van het weer kunnen ze al vanaf januari, soms zelfs nog voor Kerstmis, bloeien. De latere soorten bloeien tot mei. Meestal bloeien ze rood of rozerood tot oranje, maar er bestaan ook enkele wit- en geelbloeiende soorten en cultivars. De meeste Japanse kwees behoren tot een van volgende drie groepen: de Japanse Chaenomeles japonica, een vrij laag blijvende maar breed uitgroeiende plant met veel en grote bloemen en heel aromatische vruchtjes; de Chinese C. speciosa, een hoge en breed uitgroeiende struik - hij wordt gemakkelijk 3 tot 4 meter hoog en een paar meter breed - die het vroegst bloeit en waarvan ook veel cultivars bestaan; en tenslotte C. x superba, een kruising van de beide voorgaande waarvan ook heel veel cultivars bestaan. Om praktische redenen kan men een onderscheid maken volgens hun groeiwijze: laag, breed of opgaand.

Laagblijvend zijn onder meer C. japonica 'Sargentii', 'Issai Red' en 'Issai White', drie lage en breed uitgroeiende cultivars met respectievelijk oranje, rode en witte, eerder kleine bloemen; C. speciosa 'Simonii' met enkele of halfgevulde fluweelrode bloemen; C. speciosa 'Salmon Beauty' met grote gevulde, zalmroze, roosvormige bloemen; C. x superba 'Andenken an Karl Ramke' met oranjerode bloemen; C. x superba 'Jet Trail', 'RedTrail' en 'Color Trail' zijn drie goede bodembedekkers met grote respectievelijk witte, rode en lichtroze bloemen; C. speciosa 'Yukigoten' en 'Kinshiden', allebei met halfgevulde lichte geelgroene bloemen; en C. x superba 'Cameo' met grote, dubbele, helder roze bloemen.

Breed uitgroeiend (gemakkelijk meer dan een meter) zijn onder meer C. japonica; C. speciosa 'Nivea Extus Coccinea', een oude cultivar met enkelvoudige bloemen waarvan de buitenste bloemblaadjes roze, de binnenste wit zijn; C. speciosa 'Diane', een selectie van de familie De Belder van het Arboretum Kalmthout met appelbloesemroze bloemen; C. x superba 'Crimson and Gold' die heel vroeg bloeit met donkerrode bloemen met opvallend gele meeldraden en helmknoppen; C. x superba 'Lemon and Lime' met bleekgele, bijna witte bloemen; en C. x superba 'Fascination', 'Fire Dance' en 'Nicoline' zijn drie rijkbloeiend rode cultivars.

Opgaand (tot twee meter en soms meer) zijn onder meer: C. speciosa; C. x superba 'Bright Hedge', een Nederlandse selectie met grote, halfgevulde oranje bloemen die heel lang doorbloeit; C. speciosa 'Nivalis', een oude cultivar met zuiver witte bloemen; hiermee vergelijkbaar is C. speciosa 'Umbilicata' met helderroze bloemen; C. speciosa 'Rubra' met enkele, bolronde donkerrode bloemen; C. speciosa 'Moerloosei', een oude cultivar met roze bloemen; en C. x superba 'Coral Sea' is een goede doorbloeier met enkele koraalroze bloemen.

Er bestaan nog veel meer cultivars. Best is te wachten tot ze in bloei staan en dan in een goede kwekerij je keuze te maken.

Vruchten

Vooral de cultivars van C. japonica hebben grote, zoet geurende vruchten. Naar verluidt legde men ze vroeger in de linnenkast, maar ook wel in de auto om kwalijke luchtjes te verdrijven. De grootste vruchten heeft de zeldzame C. cathayensis: ze kunnen gemakkelijk 15 cm groot worden, net als een echte kweepeer. Normaal zijn de vruchtjes ongeveer zo groot als een mandarijntje. De vruchtjes zijn rond of ovaal van vorm. Meestal zijn ze geel, soms rood- of groenachtig of gespikkeld. Ze blijven heel lang op de struik zitten - lang nadat het blad is afgevallen - en vormen een groot stuk van de herfst een extra attractie. De vruchtjes kunnen net als die van de echte kweepeer verwerkt worden in gelei, alleen of samen met appels of peren. Ze kunnen ook heel goed worden gebruikt bij het bloemschikken.

Arboretum Kalmthout, Heuvel 2, 2920 Kalmthout, tel. 03/666.67.41, e-mail: arboretum.kalmthout@skynet.be, website: www.arboretumkalmthout.be

Best is te wachten tot ze in bloei staan en dan in een goede kwekerij je keuze te maken

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234