Zaterdag 05/12/2020

Special Japan

Japanse lifestyle-trend kawaii: doodknuffelen of links laten liggen?

Beeld ROB Walbers

Spelende kittens. Een geeuwende puppy. Een babypanda. Dat vinden wij doorgaans schattig. We kijken ernaar, genieten ervan en gaan verder met ons leven. Niet zo in Japan. Daar is schattigheid een deel van de cultuur, bijna iconisch geworden onder de noemer ‘kawaii’. Maar er zit ook een viezig randje aan die hele kawaii-cultuur...

Kawaieeeee. Zo spreek je het uit. Vertaald: ‘lief’ of ‘schattig’. Van een vrolijk potloodgummetje over roze kleding met strikjes tot mensen van vlees en bloed die niets meer willen zijn dan schattig. Kawaii is overal, kawaii is alles. Dankzij die kawaii lijkt de wereld een schattige plek, aan elkaar geknoopt met kleurige snoepslierten. Maar de nasmaak is bitter. Ondanks die kawaii. Want wat begint met Hello Kitty kan zomaar uitmonden in kinderporno.

“Kawaii!!!” kirt de dame die ons naar een tafeltje begeleidt in Monster Café, dé kawaii-trekpleister in Tokio. Haar jurk moet een smeltend ijsje voorstellen en ik ga niet eens proberen om de outfits van de andere diensters te beschrijven. Ik kan enkel refereren naar de waarschuwing die iemand op TripAdvisor gaf: Alice in Wonderland meets Willie Wonka… on acid. In het midden van de ruimte staat een schreeuwerige draaimolen met gigantische desserts en eenhoorns. Bij de eerste slok van ons roze drankje kruipt een van de diensters in een pakje met roze jarretellen op de draaimolen om een show op te voeren waarbij ze suggestief op zo’n eenhoorn begint te rijden. Achter haar duikt een manshoog pluchen Pokémonfiguur op om vrolijk mee te dansen. Wij verslikken ons in dat roze drankje. Om zoveel redenen. Na de show mag iedereen om de beurt met de teddybeer en de danseres op de foto. Onze op foto vastgelegde blik verraadt oprechte verwondering en onbegrip. Ondanks de waarschuwing op TripAdvisor. Pikachu mag dan schattig zijn, roze jarretellen zijn dat dus ook. En allemaal valt het onder de noemer kawaii. Help. Hoe, wat, waar en vooral: waarom?

Kawaii-meisje in het Japanse straatbeeld: niemand kijkt ervan op.Beeld ROB Walbers

De oorsprong van die kawaii-cultuur betreft een complex sociologisch en antropologisch vraagstuk, zegt professor Andreas Niehaus, japanoloog aan de Universiteit Gent. En complexe vraagstukken leiden tot complexe antwoorden. Dus proberen we het eenvoudig te houden, met drie van de vele mogelijke verklaringen.

Verklaring één: “In de naoorlogse periode boomde de kapitalistische economie, met als gevolg dat intimiteit steeds meer verdween. Het kijken naar al wat onschuldig was, leek weer een soort van intimiteit te creëren.”

Verklaring twee: “Tegelijk ontstond er een heel mannelijke cultuur in Japan. Voor mannen kwam er een ideaalbeeld van de actieve en hardwerkende corporate salary-man en voor de vrouwen was er een soort van passief en huiselijk ideaalbeeld. Een onschuldig en schattig ideaalbeeld, dat kon dienen als tegenreactie op die zakelijke uniformiteit, prestatiedwang en hoge maatschappelijke eisen.”

En dan de derde: “Er wordt vaak gezegd dat Japan een harmoniecultuur heeft. Als je dus een zekere rol, die je volgens bepaalde genderstereotypes wordt toegedeeld, inneemt in het geheel, zorg je vanuit een maatschappelijke invalshoek voor harmonie. Maar tegelijk wordt zo natuurlijk ook een hiërarchie gecreëerd en een beeld van de vrouw gepromoot dat alleen maar door mannelijke aandacht wordt gedefinieerd.”

Zwak en machteloos

Gooi die drie verklaringen samen en je krijgt iets roze dat volgens sommigen ruikt naar alles wat niet feministisch is. Tot die ‘sommigen’ behoort ook antropologe Sophie Knight. Zij stelt het sterk in een artikel dat ze schreef voor Medium: “Schattig is het tegenovergestelde van capabel. Kawaii hangt samen met vrouwelijkheid, maar een vrouw kan niet tegelijk schattig zijn en respect afdwingen. Een kawaii-vrouw is kwetsbaar, zwak en machteloos.”

En dan gooit ze er nog iets bovenop. “Vrouwen vernederen zichzelf om de ego’s van de mannen te strelen.”

Moet het echt zo scherp zijn? Volgens Niehaus is ook de rol van kawaii binnen het feminisme weer moeilijk te duiden. “Kawaii kan beschouwd worden als een vorm van onderdrukking, maar ook als een vorm van escapisme, en zelfs als een manier om succes te hebben. Jongens en meisjes worden bij wijze van spreken met die way of life opgevoed, wat ertoe leidt dat gendering al zeer vroeg gebeurt en aan kinderen wordt aangeleerd dat kawaii iets positiefs is. Als meisjes op school, maar ook buiten de school ­positieve reacties krijgen op kawaii-gedrag, wordt dat gedrag versterkt. Door er zus uit te zien en je zo te gedragen, kun je dus vooral in sociale kringen meer succes krijgen. Bij ons spelen dezelfde processen, maar dan met een andere manier van leven. Uiteindelijk gaat het erom dat je deel gaat uitmaken van, en aanvaard wordt door een groep. Ook bij ons loopt iedereen er ongeveer hetzelfde bij, toch?” Toch.

Maids en kattenoortjes

“Dit is een van de meest bevreemdende momenten uit mijn leven”, zegt mijn tafel­genoot. Hij zit tegenover me, draagt een ­diadeempje met kattenoortjes en zwaait met een lichtgevende stok in zijn hand op het ritme van een popsong die aan het repertoire van K3 doet denken. Maar dan in het Japans. We zijn in een maidsbar, een soort bar slash restaurant waar vermeende schattige jonge diensters gekleed zijn alsof ze Franse meiden zijn. Of verkleed zijn, het onderscheid is hier moeilijk te maken. Er zijn ook cafés waar de maids meedrinken, waar ze gezelschapsspelletjes met je spelen of waar ze je op aanvraag klappen in het gezicht geven. In onze bar gaan ze ‘gewoon’ gewillig op hun knieën zitten om een praatje te slaan en de bestelling op te nemen, en om de beurt bestijgt een maid het podium. Daar danst ze dan als een zesjarige die net ontdekt heeft dat ze armen, benen en hoofd afzonderlijk van elkaar kan bewegen.

Mannen kunnen ­meisjes huren voor een JK-tour, waarbij het lijkt alsof ze ‘gewoon’ samen op date zijn.Beeld ROB Walbers

Onze als panda gedecoreerde bol ijs smelt een tragische dood terwijl de andere aanwezigen met het grootste gemak genieten van de show en hun teddyberenomeletje of Hello Kitty-pannenkoekje. Bij elke beenzwaai van de meisjes is er een klein stukje van hun shortje te zien. Is het dat waar het om draait? Bij elke stap die ze zetten komen hun hielen los van de schoenen die een maat te groot zijn. Misschien is het dat? Met een hoog stemmetje kwelen ze onverstaanbaar mee. Dat dan? Het valt niet meteen af te leiden wat de exacte reden is waarom een volwassen man in kostuum met kattenoortjes en een lichtgevende stok zich comfortabel voelt bij wat er hier gebeurt. Help, professor Niehaus?

“In zulke cafés gaat het vooral om ­intimiteit, om dicht bij iemand zijn. Het trekt mannen aan die communicatie en contact willen. In de meeste bars is het contact zeer geritualiseerd en daarbij hoort ook de zin ‘welkom thuis’. Die bar is de thuis waar je naartoe gaat na een vermoeiende dag, de plek waar je een gesprek kunt aangaan. Een bezoek volgt dus vaste regels. Je mag ­niemand aanraken, geen persoonlijke dingen vragen en geen nummers uitwisselen. Gebeurt dat wel, dan is het gevolg vaak dat die klanten voortaan worden geweigerd. Voor enkelingen kan er zeker een seksuele fantasie achter zitten, maar dat hoeft niet per se zo te zijn.”

No tourists

Daar waar de maidbars nog – met enige twijfel – onschuldig genoemd worden binnen die kawaii-cultuur, zijn zogeheten JK-bars als duistere subcultuur echt wel next level. JK staat voor joshi kosei oftewel ‘schoolmeisjes’ en de business erachter bestaat uit ­handel in de seksuele uitbuiting van minderjarigen. In een JK-bar kunnen volwassen mannen betalen voor één-op-ééntijd met meisjes jonger dan 18. De locaties van zulke bars zijn goed bewaarde geheimen voor buitenstaanders. Op internetfora zien we de vraag wel passeren, maar een antwoord wordt niet gegeven. Behalve dan dat de vraagstellers pervers zijn en zich bezondigen aan illegale activiteiten door zo’n bar binnen te stappen. Als wij een bar vinden die lijkt te voldoen aan de obscure criteria worden we geweigerd: “No tourists. Only Japanese.”

Duizenden schoolmeisjes zouden aan het werk zijn in zulke cafés en daar waar wij het leeftijdsverschil verontrustend zouden vinden, draaien de hoofden in de JK-business in de richting van ‘culturele verschillen’. Er komt wel een tegenreactie, bijvoorbeeld ­vanuit Colabo, een hulporganisatie die zich inzet voor slachtoffers van de JK-business. Oprichtster Yumeno Nito verklaarde eerder al aan de pers dat veel slachtoffers uit de lagere sociale klasse en vaak verscheurde families komen. Om verschillende redenen belanden de meisjes in de ­business en vinden ze geen uitweg meer. De politie kijkt wel steeds strenger toe, maar de mensen achter de handeltjes worden ­slimmer en bedenken varianten. Zoals JK reflexologie, waar meisjes mannen masseren en naast hen gaan liggen. Of JK-tours, waar de meisjes op stap gaan met mannen alsof ze op date zijn. Eenmaal de mannen apart zijn met de meisjes kunnen ze hen tot seks dwingen of aanranden.

Manga te kust en te keur: geen expliciete afbeeldingen van edele delen, maar ­niettemin uitermate geschikt voor volwassen mannen met ‘dirty desires’.Beeld ROB Walbers

In 2016 werd de JK-business zelfs aangehaald in het jaarlijkse rapport over mensenhandel van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Gevolg: nog meer verdoken handel. De meisjes flyeren niet meer met massages of tours, maar bieden gewoon andere diensten aan: een leuk gesprekje of een rondje toekomst voorspellen met een stuk cake erbij.

Maar zelfs dan is het meer dan het lijkt, volgens Yumeno Nito. Zij stelt dat er niet meteen on scene seksuele handelingen gebeuren, maar het brengt mannen wel in contact met jonge meisjes, zodat ze verder met hen kunnen afspreken. Door de strenge regulering wordt het dus moeilijker om misbruik op te sporen, omdat het nog stiekemer wordt.

Manga op het randje

Een bezoekje aan een boekhandel dan, ­waaruit ook blijkt dat de seksualisering van jonge meisjes blijft standhouden binnen de kawaii-cultuur. Er is de zogenaamde erotic kawaii en daarbinnen zitten nog eens veel verschillende elementen. Sommige vormen zijn aanvaardbaar, andere worden door ons en door vele Japanners beschouwd als ­maatschappelijk niet aanvaardbaar en grens­overschrijdend. In 2014 kwam er in Japan een wet die verbiedt om kinderporno te maken, te verspreiden en in bezit te hebben. Maar sommige zaken weten de wet te ­omzeilen. In die grijze zone zit Chaku-ero, een soort softporno waarbij jonge meisjes weliswaar niet naakt, maar wel zeer ­suggestief erotisch gefotografeerd worden. Hetzelfde met ­lolicon, de Japanse term voor manga en anime met seksueel expliciete beelden van kinderen. Let wel: alle geslachtsdelen zijn geblurd, want die mogen dan weer niet expliciet getoond worden. Naar schatting is zeker 40 procent van de mangastrips pornografisch van aard, een industrie die voor ­miljarden omzet kan tellen.

In de documentaire Young sex for sale in Japan stelt BBC-journaliste Stacey Dooley zich de vraag of de seksualisering van jonge meisjes problematisch is in Japan. Ze buigt zich ook over het lolicon-fenomeen en gaat de discussie aan met een vertaler van manga en met een tekenaar, Takeshi Nogami. Die laatste discussie haalde de docu niet en zorgde zo voor de meeste ophef. Nogami vond de docu een rechtstreekse aanval op de Japanse cultuur en manga, en gebruikte Twitter om zich over de BBC uit te laten als ‘National Shame Fake News’. De twee stonden dan ook lijnrecht tegenover elkaar.

Nogami stelt dat ieder mens dirty desires heeft en vindt het beter dat die verlangens op een gepaste manier bevredigd worden. Dooley stelt dat ieder mens puur en onschuldig is, en dat die dirty desires een gevolg zijn van wat we zien en horen in de media.

Vanop een afstand lijken dit niet enkel twee mensen met twee meningen, maar twee culturen die elkaar niet begrijpen. Waarschijnlijk is dát het grootste probleem.

De winkel die wij aandoen, telt zeven ­verdiepingen en met elke verdieping wordt de kawaii minder schattig en de porno zwaarder en explicieter. Onschuldig ­zogezegd, want elk boekje bestaat uit ‘slechts’ illustraties. Naar onze mening zijn het nochtans zwaar verontrustende illustraties, met geweld en verkrachting van kinderlijfjes. Soms kinderlijfjes met amper borstjes, soms diezelfde lijfjes met een dubbele D-cup. Prentjes van vermeende kinderen die ternauwernood worden bedolven onder geblurde mannelijke geslachtsdelen en sperma zijn geen uitzondering.

Beeld ROB Walbers

Ons gevoel protesteert, vanuit ons referentiekader. De meisjes worden seksueel aangerand terwijl hun onrealistisch grote ogen de ‘lezer’ vol onschuld en verschrikking aankijken.

Het lijkt erop dat lang niet iedereen op dezelfde manier naar hen kijkt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234