Donderdag 03/12/2020

InterviewDe Vragen van Proust

Jan Verheyen: ‘Ik zie nogal vaak keizers rondlopen zonder kleren en met een heel klein pietje’

Jan Verheyen: 'Ik ben alleen arrogant als ik geconfronteerd word met domheid en incompetentie, met recensenten van wie ik denk: hoe is het in godsnaam mogelijk.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: tv- en filmregisseur Jan Verheyen (57). 

1. Hoe oud voelt u zich?

“Wel, ik heb een berekening gemaakt: het gemiddelde tussen mijn fysieke en mentale leeftijd. Ik ben ergens uitgekomen eind de twintig, begin de dertig. Ik ben dus niet meer het jonge veulen dat met tomeloze energie door het veld host, maar ik ben ook niet de 57-jarige die nu objectief gesproken voor jullie zit.

“Ik verklaar mij nader: als ik iemand zie van mijn leeftijd schrik ik mij altijd wezenloos en vraag ik meteen aan Lien (Willaert, zijn vrouw, red.): ik zie er toch niet zo uit? Lien, die een zeer toffe, lieve, welwillende vrouw is, knikt dan heel geruststellend: nee, nee, nee, jij ziet er veel jonger uit!

BIO • film- en tv-regisseur, presentator, mediafiguur • geboren op 18 maart 1963 in Temse • bekendste films:  Boys (1991), Alles moet weg (1996), Team Spirit (2000) en Team Spirit 2 (2003), Vermist (2007), Dossier K. (2009) en F.C. De Kampioenen 2, 3  en 4 (2015, 2017, 2019) • organiseert De Nacht van de Wansmaak • presenteerde talkshows op Eén en Radio 2 • van 2003-2005 programmadirecteur van VTM • coauteur van het manifest van de Gravensteengroep (2008) • pleitte herhaaldelijk voor een onafhankelijke Vlaamse republiek • is getrouwd, heeft een dochter • publiceerde onlangs Alle remmen los! over pulpcinema in de jaren ’70

“Ik voel me ook veel jonger. Ik vind de ander altijd ouder dan mezelf. Dus op die pseudowetenschappelijke wijze ben ik gekomen tot een leeftijd van eind de twintig, begin de dertig.”

2. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Dat is die klotevraag. Ik ben nooit sportief geweest. Ik ben het soort mens dat als hij in het kader van een toeristische excursie de trappen van en of andere toren moet beklimmen, altijd hijgend boven komt. Ik heb tijdens de coronalockdowns wel veel gewandeld en gefietst, en ik zwem elke dag. Maar ik heb het gevoel dat het niets verandert aan mijn conditie en dat die paar schuchtere pogingen richting sport teniet worden gedaan door mijn bourgondische levensstijl.”

3. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Hoeveel mag ik er opnoemen? (lacht) Ik ben het ook eens voorzichtig aan mijn vrouw gaan vragen: enthousiasme. Ik kan nog altijd geweldig, op het naïeve af, enthousiast zijn.

“Ik ben bijvoorbeeld altijd blij als een kind als ik naar de set mag. Ook al weet ik dat het leven op een set niet evident is. Wat doet een regisseur? De hele dag obstakels opruimen die in zijn weg worden opgeworpen. Veel regisseurs vinden dat niet tof, ik wel. Dat bedoel ik dus met enthousiast zijn op het naïeve af. “Verder heb ik een zeer goede bullshitdetector. Ik heb heel snel door of iets of iemand fake is. Ik zie nogal vaak keizers rondlopen zonder kleren en met een heel klein pietje. Af en toe als ik me niet kan bedwingen roep ik dat dan ook, al heb ik geleerd om dat niet altijd te doen.”

4. Wat is uw passie?

“Ik heb echt mijn best gedaan om iets anders te vinden dan film. Ik ben nog altijd – en dat mag een klein mirakel genoemd worden – een filmliefhebber. Ik ben nog altijd in staat om naar een bioscoop te gaan, of in mijn eigen zaaltje te gaan zitten, of zelfs de televisie aan te zetten en dat anticiperend gevoel te hebben van ‘de lichten doven, neem mij mee op je reis, deel met mij wat je wilt vertellen’. Ik ben nog altijd een zeer gewillige toeschouwer. Ik word niet zo vaak meer van mijn sokken geblazen, maar ik word wel nog vaak geëntertaind, zodat ik achteraf denk: ik heb een fijne tijd gehad.”

5. Hoe was de band met uw ouders?

“Ik had een saaie jeugd en heb daar dus niets aan gehad als filmmaker. Ik heb niets van miserie gekend waarop ik mij kan baseren voor films die op festivals bekroond worden. Ik heb een heel warm nest gehad, er zijn nooit conflicten of ruzies geweest.

“Ik ben een appel die heel ver van de boom is gevallen. Ik kom uit een heel traditioneel gezin. Mijn moeder werkte bij de KBC, mijn vader was boekhouder in een OCMW-ziekenhuis en deed in bijberoep iets met verzekeringen. Je kunt je voorstellen hoe opwindend dat was. Ik had ook geen nonkels of zo die zelfs maar aan amateurtheater deden. We gingen ook nooit naar het theater of naar concerten. Twee keer per jaar gingen we naar de film, meestal een Disney-film. Ik herinner me wel dat ik met mijn vader naar Les aventures de Rabbi Jacob met Louis de Funès ben geweest, maar dat is het dan ook.

‘Ik wil eindigen zoals Mark Eyskens, Hugo Schiltz, Harry Kümel. Ik wil een tachtiger zijn die voor een vierde keer aan ‘De slimste mens’ meedoet.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik was het soort jongetje dat in plaats van buiten te spelen heel graag op zaterdagnamiddag naar die oude zwart-witfilms op tv keek, uit de jaren ’30 en ’40, met Fred Astaire, Ginger Rogers, Laurel & Hardy, genre Goodbye, Mr. Chips en zo. Ik herinner me dat ik toen fiches heb gekocht – en nu wordt het pijnlijk (lacht) – waarop ik de korte inhoud van de films schreef. Toen is het zaadje geplant, denk ik. Ik weet niet waar het vandaan komt, het is een afwijking die niemand ooit heeft kunnen verklaren.”

6. Is het leven voor u een cadeau?

“Ja. Dat vind ik de gemakkelijkste vraag die er tussen zit. Ik sta graag en gulzig in het leven. Ik weet dat ik makkelijk praten heb omdat ik van mijn hobby mijn beroep heb kunnen maken en daar goed voor betaald word en al die clichés. Ik weet het allemaal wel. Maar als je het aan mij vraagt: ja, ik vind het leven een cadeau.”

7. Welke geluksscore geeft u zichzelf?

“Negen. Geen tien, omdat ik me toch nog altijd te veel erger. Ik erger me aan files, aan bureaucratie, aan domheid en aan het koketteren met domheid. Ik erger me aan arrogantie en aan onvriendelijke mensen. Ik erger me aan incompetentie op alle mogelijke vlakken. Ik kan nog een tijdje doorgaan, dus vandaar die negen.”

8. Wat is uw zwakte?

“Ik ben zeer ongeduldig. Als er één spreekwoord is waar ik echt niet mee akkoord ga, is het: geduld is een schone deugd. Ik vind dat geen deugd. Geduld is vaak een excuus voor luiheid. Ik ben nog nooit ver gekomen, hoor, met geduld.

“Thuis erger ik mij zelden, maar zodra ik het huis verlaat dreigen de ergernissen toe te slaan. Als er meer dan twee mensen voor me in de rij staan, dan wordt het mij al te veel. En ik vind dat een zwakte omdat het mijn enthousiasme en goede humeur naar beneden haalt.”

9. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Het heeft weer met film te maken, sorry. Ik ben een zeer onverdraagzame bioscoopbezoeker. Ik ga ervan uit – hier komt die naïviteit weer naar boven – dat mensen naar de cinema gaan om in totale stilte en in opperste concentratie en in technisch perfecte omstandigheden op te gaan in de film. Dus iemand die zit te eten, zijn berichten te checken, of met zijn buur te praten, daarvan kan ik letterlijk door het lint gaan. Het is zelfs zo dat Lien niet meer met mij naar de bioscoop wil, omdat we een aantal keren ei zo na bij een vechtpartij betrokken zijn geraakt omdat ik vond dat mensen moesten zwijgen.

“Het is niet dat ik dan direct door het lint ga. Ik heb een heel zorgvuldig opgebouwd plan. Eerst draai ik mij om en doe ik wat ik mijn verzoenende ‘shhh’ noem, dat betekent: ik hoor dat je aan het praten bent, ik heb daar een probleem mee, maar goed, het was misschien iets wat je echt moest zeggen, en hou daar nu mee op. Als dat niet helpt, moet ik overschakelen naar mijn geïrriteerde ‘shhh’. Die is iets luider en korter en gaat gepaard met een krachtige ommedraai. (sist luid: shhh!, hilariteit)

“Als dat niet helpt, ga ik naar stap drie en roep ik een belediging. En als dat nog niet volstaat, sta ik op, ga ik neus tegen neus hangen en brul ik. Dat helpt meestal, omdat mensen dan denken van: fuck, dat is hier een psychopaat, wij moeten ons kalm houden. Tegen dan is mijn ergernis al zo groot geworden dat het om zeep is. Het is twee keer gebeurd dat na afloop van de film een groepje jongeren mij stond op te wachten.

‘Als ik te horen krijg dat ik nog maar een jaar te leven heb, dan zou ik graag de Charles Bronson in mezelf wakker maken.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik ben er dan maar mee opgehouden. Op een bepaald moment heb ik besloten dat ík de zot ben. Ik ben in de minderheid, democratie is belangrijk, de meeste mensen in de zaal willen iets eten en een beetje bijpraten. Dus ga ik nu enkel nog om vijf uur op een dinsdag, of als het buiten 34 graden is naar de cinema. Dan zit ik ofwel alleen, ofwel met andere psychopaten zoals ik die ook voor de film komen.”

10. Waar hebt u spijt van?

“Het enige waar ik mee zit is of ik een goede zoon voor mijn ouders ben geweest. Ik heb het enorme nadeel gehad om al op vrij jonge leeftijd te weten wat ik wou doen, namelijk ‘iets met film’, en daar was de humaniora niet op voorzien. Ik kwam er al snel achter dat ik met wiskunde, biologie en fysica niet veel zou kunnen aanvangen, en was dus absoluut geen gemotiveerde student.

“In mijn laatste jaar heb ik de deuren van het college met een redelijk luide knal achter mij dichtgeslagen. Nu koketteer ik daar graag mee, maar je moet je voorstellen dat je oudste zoon van net geen 18 je komt vertellen dat hij zijn herexamens niet wil doen, en dat hij gaat stoppen met school. 1980, dat waren de pioniersjaren van de Vlaamse film. Als je toen films wilde gaan maken, was je slaagkans even groot als die van Dirk Frimout die met een raket naar de maan wou.

“Mijn ouders moeten geweldig bezorgd zijn geweest om mij. Ik heb me dat toen onvoldoende gerealiseerd. Ik was een stormram. Heb in Londen gewoond, in LA, allemaal niet bij de deur. Dus soms vraag ik me af of ze al die inspanningen, al die liefde, al dat geduld dat ze in mij hebben gestoken, wel hebben teruggekregen.”

11. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Ik huil voortdurend. Ik ben iemand die op het sentimentele af emotioneel is. Ik ben niet het soort mens dat ontroerd kan worden door een zonsondergang, of de natuur die ontluikt, of de geur van de regen. Ik word ontroerd door mensen. Zelfs in een fictieve context. Ik ben een dankbaar publiek. Ik heb daar ook geen probleem mee en schaam me daar niet over. Ik vind het net goed dat ik geëmotioneerd kan worden, want als je dat niet kunt, dan betekent dat toch dat je te ver bent doorgeslagen in een soort van ongevoeligheid of cynisme.”

12. Welk moment zou u graag herbeleven?

“De première van mijn eerste film, met dezelfde onschuld en frisheid van toen. Gewoon onbezonnen. In mijn herinnering was dat echt genieten. Vanaf het moment dat we uit de limousine stapten, ‘we wanted to bring back the show in showbusiness’. Dat was echt bijna een hollywoodiaanse première in de toenmalige Decascoop, nu Kinepolis in Gent.

“Ik haat blasé zijn maar het is nu eenmaal zo: bij de première van je negentiende film is het meer van been there, done that. Je kunt dat doortrekken naar andere unieke momenten in je leven, zoals je eerste kind of je ontmaagding. Er is voor alles maar één eerste keer. En hopelijk is het plezant.

“Of mijn ontmaagding plezant was? Ja. En meer moeten jullie daar niet over weten.”

13. Wat is uw vroegste herinnering?

“Toen mijn moeder nog buitenshuis werkte, woonden haar ouders bij ons in. Op vrijdag nam mijn bomma mij mee naar de markt, in een mandje op haar fiets. We moesten dan onder een laag brugje met een heel sterke echo. En telkens wanneer we onder dat brugje reden, zong ze uit volle borst. Dat zie ik in een flits voor mij.”

14. Wat is een misvatting over u?

“Dat ik arrogant zou zijn. Ik kan dat heel goed spelen (lacht), maar ik ben dat niet.

“Tenzij ik geconfronteerd word met domheid en incompetentie, met recensenten van wie ik denk: hoe is het in godsnaam mogelijk. Dan druipt het dedain van mij af. Het vak dat ik doe is mij zo dierbaar dat ik mijn verontwaardiging op dat moment niet kan verstoppen.”

15. Wanneer hebt u het laatst gelogen?

“Ik ben niet van de grote leugens, omdat ik echt geloof dat ‘it will come back to haunt you’. Ik ben wel iemand die de techniek van de leugen als sociaal glijmiddel toepast. Ik ga mensen niet nodeloos kwetsen. Ik vind niet dat je altijd de waarheid moet zeggen omdat de waarheid vaak alleen maar jouw waarheid is. Als ze op restaurant vragen of het lekker was, moet het al héél slecht zijn voor ik een opmerking zal maken. Omdat ik dan toch weer denk aan die mens in de keuken die het zo niet bedoeld heeft en misschien een off-day heeft.”

‘Mijn vrouw wil niet meer met mij naar de bioscoop. We zijn een paar keer ei zo na bij een vechtpartij betrokken geraakt omdat ik vond dat mensen moesten zwijgen.’Beeld © Stefaan Temmerman

16. Waarover bent u de laatste tijd anders gaan nadenken?

(denkt lang na) “Over beeldcultuur en de consumptie ervan. En dat komt door mijn dochter. Ik was nogal dogmatisch. Vroeger had je een hiërarchie: film bovenaan, dan televisie, dan de andere media. Die hiërarchie bestaat niet meer.

“Ik stel vast dat Anna evenveel kan genieten van een YouTube-filmpje in de badkamer als van een Netflix-reeks op haar iPad, of van een film bij ons in het zaaltje. Zij is niet bezig met wat beter is. Door haar ben ik daar zelf ook minder rigide in geworden. Maar als je naar de cinema gaat, moet je wel nog altijd je klep houden vind ik. Dat is iets anders. (lacht)

“Ik denk trouwens dat de cinema zichzelf zal moeten heruitvinden zoals dat in de jaren ’50 ook is gebeurd met de opkomst van de televisie. Als mensen een middelmatige film willen zien, kunnen ze dat thuis ook, aanbod zat. Als je nu thuis in je zetel zit en een middelmatige film op Netflix ziet, dan denk je: morgen beter.

“Maar als je voor diezelfde middelmatige film in je auto bent gestapt en een parkeerplek hebt gezocht en 12,50 euro hebt betaald en vijftig cent om pipi te doen en een te dure fles water van drie euro, dan voel je je bekocht. Dus moet je heel goed nadenken over wat je in de cinema wilt en kunt brengen. Dat is iets waar ik anders over ben gaan nadenken, wat ik nuttig vind.”

17. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Nee. Ik ben een atheïst. Ik vind religie georganiseerd bijgeloof.”

18. Wat is uw grootste angst?

“Aftakelen. Mijn mama heeft alzheimer en zit hele dagen sudoku’s en woordzoekers in te vullen en lacht veel, dus ik denk niet dat ze lijdt. Maar in dat woon-zorgcentrum heb je ook mensen van wie ik denk: goh, mijn god! Ik wil eindigen zoals Mark Eyskens, Hugo Schiltz, Harry Kümel. Ik wil een tachtiger zijn die voor een vierde keer aan De slimste mens meedoet. (lacht) Ouder worden op zich schrikt mij niet af, maar het moment van de aftakeling vrees ik wel.”

19. Wat vindt u erotisch?

“Dat vind ik een te persoonlijke vraag. Ik voel niet de behoefte om dat te delen.”

20. Wat is uw goorste fantasie?

“Stel dat ik op nog vitale leeftijd te horen krijg dat ik nog een jaar te leven heb, dan fantaseer ik weleens dat ik een wapen zou aanschaffen en naar Oost-Congo zou reizen om er Joseph Kony, de leider van het verzetsleger van de Heer, te gaan afknallen en daarna zou doorreizen naar Noord-Korea om er het huishouden van Kim Jong-un te decimeren. Dan denk ik, laat ik die laatste maanden gebruiken om eens iets echt nuttigs te doen. (lacht)

“Of misschien wat realistischer: kinderverkrachters een bezoekje brengen met een ijzeren staaf, koevoet, plooitang, tandartsboor. Ik noem maar wat. Dispensing justice. De Charles Bronson in mezelf wakker maken.” (lacht)

21. Bent u een goede vriend?

“Ik ben vrij selectief in mijn vriendschappen. Ik geloof niet dat je honderd vrienden kunt hebben. Je kunt wel honderd kennissen hebben, zeker in mijn vak. Want elke film opnieuw is een soort intense biotoop van mensen met wie je drie, vier maanden van ’s morgens tot ’s avonds werkt. Uiteraard zijn dat vaak mensen die je graag hebt, maar toch probeer ik bewust geen contact met hen te onderhouden omdat het er gewoonweg te veel zijn.

“De vrienden die ik heb gaan meestal al lang mee. Het zijn mensen voor wie ik er zal staan als ze me nodig hebben en van wie ik hoop dat ze er voor mij zullen zijn als ik ze nodig heb. Maar het is niet zo dat ik één beste vriend heb, of dat er één iemand is die ik opbel telkens als ik een beslissing moet nemen.

“Daarvoor richt ik me tot mijn vrouw en mijn dochter. Elke beslissing die genomen moet worden bespreken we met ons drieën. De belangrijkste vraag is altijd: als ik dat doe, ga ik er gelukkiger van worden en gaan we er als gezin gelukkiger van worden? Als het antwoord op die vraag neen is, dan doe ik het niet.

‘Ik heb heel snel door of iets of iemand fake is. Ik zie nogal vaak keizers rondlopen zonder kleren en met een heel klein pietje.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Een paar jaar geleden bijvoorbeeld heb ik geflirt met de politiek. Ik heb een enorme hekel gekregen aan de vele stuurlui aan wal, de opiniemakers die het allemaal zo goed weten. Dan denk ik: gasten, doe het zelf. En omdat ik zelf af en toe een mening verkondigde vond ik dat de consequentie daarvan was dat ik me moest engageren. Toen ik dan daadwerkelijk van een aantal partijen een aanbod kreeg, hebben we ons als gezin de vraag gesteld of we daar wel gelukkiger van gingen worden. Het antwoord was een overweldigend ‘neen’. Mijn idealisme is onmiddellijk gesneuveld ten voordele van ons eigen kleine geluk. Ik was daar niet per se trots op maar ik beklaag het me niet.”

22. Hoe definieert u liefde?

“Elkaar graag zien. Meestal wordt daar dan ‘onvoorwaardelijk’ aan toegevoegd. Daar ben ik het niet mee eens, ik vind liefde niet onvoorwaardelijk. Het moet van de twee kanten komen. Zoals ik het invul is liefde vertrouwen, geborgenheid, het gevoel dat je uren samen in een ruimte kunt zitten zonder dat er per se iets gezegd moet worden. Dat je samen kunt genieten van banale dingen zoals samen onder een deken naar The Masked Singer kijken. Samen een kind op de wereld zetten en het een warm thuis proberen te geven, hoort daar ook bij.”

23. Hoe zou u willen sterven?

“Geruisloos. Ik wil als kwieke tachtiger na een copieuze avondmaaltijd in bed kruipen en niet meer wakker worden.”

24. Wat mag die copieuze maaltijd dan zijn?

“Iets wat Lien heeft klaargemaakt, sowieso. Ik zou het geweldig moeilijk vinden om als terdoodveroordeelde een laatste maaltijd te kiezen.”

25. Wat zou u nog graag realiseren in uw leven?

“Meer van hetzelfde! Dat meen ik echt. Af en toe een film, een beetje toerist in medialand zijn, een boek schrijven, veel reizen en ook best veel thuis zijn. Ik denk dat ik het perfecte evenwicht heb gevonden.” (lacht)

Jan Verheyen, Alle remmen los! Seks, sadisme & swastika’s: een afdaling in de riolen van de pulpcinema van de jaren ’70Houtekiet, 413 p., 35 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234