Zondag 11/04/2021

Jan Vanriet verbluft met ‘Closing Time’

Vanaf oktober sluit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA) drie jaar lang de deuren voor een ingrijpende renovatie. Bij wijze van afscheid vroeg het museum kunstenaar Jan Vanriet een expo samen te stellen uit de vaste collectie en eigen werk. Het resultaat is een verbluffende confrontatie die een geheel nieuw licht werpt op de museumcollectie.

Kunstenaar zet collectie Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen op haar kop voor expo

Vaste bezoekers van het KMSKA zullen dezer dagen hun museum niet herkennen. Vrijwel geen schilderij hangt meer op zijn vertrouwde plaats. Het gros van de oude meesters bevindt zich niet meer op de eerste verdieping maar op de begane grond. Stukken die al jaren in de depots lagen te verstoffen, hangen ineens ‘op zaal’. Van een chronologische indeling is geen sprake meer. En tussen de werken van Rubens, Van Dyck en Ensor hangen plots schilderijen van hedendaags kunstenaar Jan Vanriet (1948, Antwerpen).

De laatste is ook verantwoordelijk voor de nieuwe opstelling van de kunstwerken. Twee jaar geleden kreeg hij van het KMSKA het verzoek om met zijn eigen werk een nieuw parcours uit te zetten in de zalen oude en moderne meesters. Een dergelijke ingrijpende interventie was mogelijk omdat het museum na de expo drie jaar lang de deuren sluit voor renovatiewerkzaamheden. Samen met curator Leen de Jong koos Vanriet zo’n 150 werken van bekende en minder bekende meesters van de 14de tot de 20ste eeuw, en zette die tegenover 175 schilderijen van eigen hand. De laatste dateren vrijwel allemaal van de laatste twintig jaar, Vanriets ‘geëngageerde periode’. De tentoonstelling kreeg de toepasselijke titel Closing Time mee.

Het project is volstrekt uniek in de museumwereld, benadrukte museumdirecteur Paul Huvenne gisteren bij de persvisie. “Het gebeurt wel vaker dat kunstenaars ingrepen en interventies doen, maar op deze schaal is het nog niet eerder vertoond. Ik vind het een overdonderende ervaring. Jan gaat niet de confrontatie aan met een bepaalde kunstenaar of stroming, maar met de beeldtaal die zich de afgelopen 700 jaar in Europa heeft ontwikkeld.”

Huvenne is niet de enige die zich wat overweldigd voelde bij het zien van de tentoonstelling. Ook de toeschouwer die de 21 zalen van het parcours doorloopt, weet aanvankelijk even niet hoe hij het heeft. Want wat hij te zien krijgt, laat zich niet eenvoudig duiden. De zalen hebben weliswaar allemaal een thema, maar voor de rest heeft de bezoeker er grotendeels het raden naar welke verbanden Vanriet nu precies heeft gezien. Maar volgens curator De Jong is dat ook precies de bedoeling, en is het aan de bezoeker om zijn verbeelding te gebruiken: “Soms was het een kleur, soms de thematiek, een andere keer hebben we een schilderij gekozen dat Jan mooi vond. Het zijn vaak hele intuïtieve keuzes geweest.”

Een mooi voorbeeld van hoe het duo te werk is gegaan, is zaal vijf, die het thema ‘prelaat’ heeft meegekregen. Het centrale werk is Titiaans schilderij Jacopo Pesaro door Paus Alexander VI voorgesteld aan de Heilige Petrus. Dat werk is gekoppeld aan twee schilderijen van Vanriet, die Italiaanse renaissance-elementen bevatten, zoals een zandloper en een tent. Maar er zijn ook overeenkomsten qua kleurgebruik: het rood en groen van Vanriets Tijd zitten ook in de Titiaan, terwijl Vanriet de blauwe lucht boven Venetië herneemt in het realistische Ondergang, Kiel, een zonsondergang boven de Schelde.

In veel andere zalen blijkt het toch wel handig als je iets van Vanriets achtergrond weet. Wie de catalogus heeft gelezen, kan zich bijvoorbeeld vastklampen aan het ‘kompas’ van filosoof Maarten Doorman. Die onderscheidt drie mythes in het werk van Vanriet: die van het persoonlijke leven, de grote geschiedenis en het engagement. Vooral de eerste duikt veelvuldig op in de expo in de vorm van Vanriets oorlogsherinneringen. De ouders van de kunstenaar zaten allebei in het verzet, en ontmoetten elkaar in het concentratiekamp Mauthausen. Die familiegeschiedenis komt terug in schijnbaar onschuldige beelden, zoals dat van een nauwelijks zichtbare pinguïn in het schilderij Steinbruch 3 (1999). Het silhouet van de pinguïn verwijst naar een gruwelijk verhaal dat de schilder van zijn vader hoorde. SS’ers lieten een gevangene bij de steengroeve van Mauthausen in de snijdende vrieskou buiten staan en overgoten hem geregeld met water tot hij doodgevroren was.

Ook in de zaal ‘Diaspora’ is de dreiging van vervolging en vernietiging nergens ver weg. Die is overduidelijk op twee doeken van Vanriet, waarop groepen vluchtende mensen te zien zijn. Maar zelfs een op zich vrij onschuldig schilderij van een trap van Xavier Mellery krijgt in deze context een dreigende lading. Hetzelfde geldt voor bloemstillevens als Vanriets Gladiolen en Jean Brusselmans’ Seringen.

Ondanks de vaak sombere thematiek zegt Vanriet vooral te hebben genoten van zijn werk als curator: “Ik voelde me als een jongetje in de speelgoedwinkel. Het was heerlijk om dat depot in te gaan, en dan de rekken open te maken in de hoop iets bijzonders te vinden. Ik heb veel werken aangetroffen die ik al kende, maar soms kwam ik iets echt nieuws tegen, zoals een portretje van de onbekende meester Pieter De Mets. Ik was meteen verliefd op dat werkje.”

Toch heeft de kunstenaar ook twijfels en slapeloze nachten gekend, geeft hij toe. Tot op het allerlaatste moment vroeg hij zich af of de keuzes die hij had gemaakt wel de juiste waren: “Ik had alles vantevoren uitgedacht in mijn hoofd, maar het was natuurlijk maar de vraag hoe het in de praktijk zou uitpakken. Uiteindelijk bleek dat allemaal reuze mee te vallen. We hebben maar een paar aanpassingen moeten doen.”

In een interview in de catalogus gaf Vanriet blijk van nog een andere angst. De kunstenaar was namelijk bang dat hij afgerekend zou worden op zijn keuzes. Getuigde het immers niet van pretentie om zijn eigen Eva, zwarte muts naast een portret van een grootheid als Memling te hangen? Maar om dat soort reacties lijkt Vanriet zich weinig zorgen te hoeven maken. In verreweg de meeste gevallen werkt de combinatie van zijn werk met dat van de groten uit de kunstgeschiedenis alleen maar verfrissend. Dit is ook het geval in de laatste twee zalen van de expo, waar reusachtige werken van Rubens, Van Dyck en Jordaens hangen. Vanriets ingrepen zijn hier beperkt tot vier doeken, maar het resultaat is verbluffend.

Tegenover de pontificale werken van de Antwerpse grote drie plaatste hij vier doeken die laten zien hoe ideologieën kunnen ontsporen. Toepasselijk, omdat de Antwerpse schilders werkten in de geest van de gewelddadige contrareformatie. Vanriets doek Brand, zwart (2007) laat bijvoorbeeld een brandende synagoge zien. Ook Marrano, spoor past in die context. Dit ‘keienschilderij’ verwijst naar de jodenvervolging in Spanje. In de buurt van de Van Dycks en Jordaensen hing Vanriet twee monumentale onheilspelende Optochten.

Het is echter niet alleen de thematiek die de toeschouwer als een mokerslag treft. Door Vanriets krachtige, donkere schilderijen lijken ook de oude meesters opnieuw tot leven te worden gewekt. De kleuren die we al zo vaak hebben gezien, gaan weer sprankelen. De pijn en extase die op de doeken wordt afgebeeld, worden nog voelbaarder door de aanwezigheid van de Vanriets.

Voor curator De Jong is de samenwerking met Vanriet een echte eye-opener geweest. Niet alleen vanwege de verschillende manier waarop het duo te werk ging, maar ook door de nieuwe mogelijkheden die ze plots ging zien. “Je moet bedenken dat het fenomeen van de kunstenaar als curator nog relatief nieuw is. Iets als dit is nog nooit gedaan. Nu ik heb gezien hoe het werkt, denk ik dat we onze manier van exposeren grondig moeten heroverwegen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234