Donderdag 06/05/2021

InterviewKandidaat-rector Jan Tytgat

Jan Tytgat: ‘Als ik alcohol nu had uitgevonden in mijn labo, zou ik het nóóit op de markt krijgen’

'Parkinsonpatiënten hebben veel baat bij een kleine dosis xtc. Of het nu medicinaal is of voor het plezier, kan ons lichaam niets schelen.' Beeld Saskia Vanderstichele
'Parkinsonpatiënten hebben veel baat bij een kleine dosis xtc. Of het nu medicinaal is of voor het plezier, kan ons lichaam niets schelen.'Beeld Saskia Vanderstichele

Voor al uw vragen over xtc, cannabis, heroïne en andere transportmiddelen naar parallelle dimensies, slechts één adres: het labo van toxicoloog Jan Tytgat (58). De professor vertelt voluit en met verdacht veel details over de effecten van alle mogelijke roesmiddelen, maar hij wil méér zijn dan een drugsexpert: zijn ambitie is om over een maand bij de Leuvense rectorverkiezingen Luc Sels te onttronen. En als het even kan ook cannabis te reguleren en antivirale stoffen tegen het coronavirus te ontdekken. Is Jan Tytgat high on life?

Binnenkort barst de campagne voor de rectorverkiezingen van de KU Leuven volledig los. Professor Jan Tytgat steekt zijn ambitie niet onder spreekgestoelten of banken.

Jan Tytgat: “Ik heb me nooit beperkt tot één expertise. In mijn tijd als student was ik al zeer geëngageerd: ik was voorzitter van het studentenkoor, richtte een zaalvoetbalploeg op en zat in de studentenkring van mijn faculteit. Ik hoop dus ten zeerste dat ik straks rector word van mijn universiteit. Maar bij een nederlaag zal ik niet in een zwart gat vallen. Er wacht voldoende werk in mijn labo.”

Precies een jaar geleden lazen we in de krant dat uw team hard werkte aan antivirale middelen, die naast de vaccins een dijk vormen tegen het coronavirus. Hoe staat het daarmee?

Tytgat: “Ik zal u teleurstellen: niet goed. In het begin van de pandemie deed minister Hilde Crevits een oproep voor onderzoek, maar per universiteit konden maar vijf projecten starten. Ons idee was om nieuwe moleculen te ontwikkelen met antivirale eigenschappen. Denk aan een stofje dat je via een neusspray kunt inspuiten net voor een concert- of restaurantbezoek. Zoiets is heel praktisch om mensen enkele uren te beschermen. Om enige voorsprong te nemen zijn we nog voor de goedkeuring van ons project al met eigen middelen onderzoek beginnen te doen, maar tot mijn grote ontgoocheling heeft de KU Leuven ons project niet geselecteerd. Na enkele weken moesten we er al mee ophouden.”

Gaat er te weinig aandacht naar antivirale middelen en te veel naar vaccinontwikkeling?

Tytgat: “Ja. De balans is vorig jaar meteen doorgeslagen richting het vaccin, wat ook begrijpelijk is. Maar nu moeten we echt meer inzetten op de zoektocht naar antivirale stoffen. Gelukkig gebeurt dat in andere landen en in het labo van Johan Neyts (viroloog verbonden aan de KU Leuven, red.) volop. Niet vergeten: we hebben flink wat geluk gehad met de ontwikkeling van goed werkzame vaccins, dat was echt geen zekerheid. Tegen aids en hiv is er zelfs geen vaccin.”

Waarom moeten we dan alsnog investeren in antivirale stoffen?

Tytgat: “Omdat het erop lijkt dat dit virus een blijvertje is, zoals influenza. Wellicht zullen we ons jaarlijks laten inenten en zal het virus ook steeds terugkeren, al dan niet gemuteerd. Wanneer we straks krachtige antivirale producten hebben in combinatie met goede zelftests, kunnen we onszelf uitstekend beschermen. Als ik geen rector word, zet ik die zoektocht verder in het laboratorium.”

We duimen dus allemaal voor een herverkiezing van rector Sels?

Tytgat (lacht): “Nee, publiceer dat alsjeblieft niet! Ik wil zeggen: ik zal altijd heel gemotiveerd blijven.”

Over corona gesproken: hebt u uw giftige masker van de federale overheid al weggegooid?

Tytgat (lachje): “Ik heb het nog nooit gedragen, het ligt nog ingepakt in mijn keuken. Ik vind het onbegrijpelijk dat men daar bij de aanbesteding niet meer aandacht aan heeft geschonken. Zeker als je leest via welke obscure Luxemburgse firma’s alles verdeeld is. Nadien is gebleken dat er zilverdeeltjes en nanopartikels kunnen loskomen uit de maskers. Waarom zijn er geen certificaten opgevraagd? Heeft men geen experts geconsulteerd? Aan mij is niets gevraagd.

“Nadat dat nieuws bekend werd, heb ik geopperd dat de overheid metingen zou moeten uitvoeren naar de zilverionen die vrijkomen, maar een rapport daarover heb ik nog niet gezien. Al weet ik niet of de maskers écht zo gevaarlijk zijn. In dat geval zouden veel mensen al klachten hebben gehad, want in grote hoeveelheden zijn zulke stoffen niet onschuldig. Gelukkig lijkt de dosis beperkt. Je zult niet doodvallen door die ionen in te ademen, maar wat meer voorzichtigheid was op haar plaats geweest.”

Wat vindt u van de corona-aanpak? Volgens sommigen is de nevenschade door de strenge maatregelen buitensporig groot.

Tytgat: “Met die maatregelen hebben we vooralsnog een overrompeling van de ziekenhuizen kunnen afwenden. Zolang er geen breed uitgerolde vaccinatie is, is dat de essentie. Het zou ongelooflijk jammer zijn geweest als we mensen hadden verloren door een gebrek aan capaciteit, zoals in Bergamo.

“Tegelijk kunnen de maatregelen heel bizar overkomen. Door de vele communicatiefouten was het brede plaatje voor veel mensen niet meer duidelijk. Dat je aan het raam moet zitten in de trein naar de kust, maar niet op de terugweg, krijg je niet uitgelegd. Op zo’n moment is België Absurdistan.”

U vindt dat wetenschappers zich mogen laten horen in het maatschappelijke debat. Het voorbije jaar hebben experten een erg belangrijke rol gespeeld. Dat moet voor u een openbaring zijn geweest.

Tytgat: “In het prille begin van de pandemie hebben journalisten mij gecontacteerd als expert, maar ik heb ze wijselijk doorverwezen naar de virologen. Ik denk dat het een zeer zware periode geweest is voor mijn collega’s, maar ik vind dat ze het tot nu toe goed hebben gedaan.”

In een interview met De Morgen gaf viroloog Steven Van Gucht zo ongeveer toe dat hij en zijn collega’s het belang van mondmaskers minimaliseerden in het begin van de crisis, omdat er nu eenmaal nauwelijks beschikbaar waren.

Tytgat: “Dat is echt een fout. Als men mij zoiets zou vragen, zou ik het zeer moeilijk hebben om dat te verkondigen. Je verdraait de waarheid, je laat je voor een kar spannen, dat mag je als deskundige nooit doen.”

Herkent u zich soms in de virologen? Tijdens de fipronilcrisis van 2017, toen bleek dat kippeneieren in onder meer België schadelijke insecticiden konden bevatten, was u een soort Marc Van Ranst: alomtegenwoordig in de media en daardoor na een tijdje de gebeten hond.

Tytgat (knikt): “Ik heb daaruit geleerd dat je als wetenschapper op je hoede moet zijn om niet de zwartepiet toegespeeld te krijgen. Ik kreeg destijds resultaten voorgeschoteld van tests op eieren in ons land. Mijn taak was om te berekenen hoe risicovol de situatie was voor de volksgezondheid. Elke dag kreeg ik andere resultaten in mijn mailbox, vanzelfsprekend veranderde ook mijn risicoanalyse. Sommige mensen, zeker binnen het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, red.), hebben daar niet correct op gereageerd. ‘Tytgat zaait paniek en verwarring.’ Daar was ik echt niet mee gediend.

“De directeur van het Agentschap beweerde ook dat ik in het bezit was van bezwarende e-mails van pluimveebedrijven en dat ik aan mijn meldingsplicht verzaakt had. Alsof ik een soort schuldige was in de crisis. Ik heb aangetekende zendingen ontvangen waarin dat allemaal formeel beweerd werd. Het was totale onzin, en het is niet toevallig een stille dood gestorven. Ik heb mijn werk gedaan naar eer en geweten, maar het was een slechte ervaring. Ik kan me inbeelden dat Marc Van Ranst dat nu ook aanvoelt, zij het nog vele malen erger. Hij doet ongetwijfeld hard zijn best, en krijgt het als dank ongemeen hard te verduren.”

COKE ONDER CONTROLE

Uw werk draait normaal niet rond eieren of corona, maar rond drugs. Wat vindt u ervan dat steeds meer landen en Amerikaanse staten cannabis legaliseren?

Tytgat: “Dat is geen slecht nieuws. Ik pleit in ons land voor een andere kijk op cannabis. Voor mij past wiet in het rijtje van alcohol en tabak. Als ik vanavond een glas wijn drink in de zetel, weet ik dat de alcohol in mijn glas van een goede kwaliteit is. Ik word er niet blind of doodziek van, zoals toen alcohol heimelijk gestookt werd. Dat komt omdat de overheid de stof alcohol controleert, waardoor de burger er in harmonie mee kan leven.

“In mijn labo onderzoek ik wekelijks cannabis uit één van de vele illegale plantages in ons land. Opvallend daarbij is dat de hoeveelheid THC (de belangrijkste psychoactieve stof in cannabis, red.) enorm varieert. Soms is een joint in België enorm straf en soms helemaal niet, waardoor je als jongere geen flauw benul hebt wat je zult inhaleren. Bovendien vinden we niet zelden troep in de wiet: zware metalen en residuen van de extreem toxische pesticiden waarmee cannabistelers hun planten behandelen. Soms ontdekken we schimmels in de wiet, omdat de blaadjes niet goed bewaard zijn. Jonge mensen roken die cocktail aan toxische ingrediënten gewoon op. Ze zullen daar ook niet acuut ziek van worden, maar ze maken hun lichaam op termijn wel echt kapot. Ik overdrijf niet: we zien 30-jarigen met een zwaar aangetaste lever door die schimmels.

“Het probleem ís er dus, en repressie lost het duidelijk niet op. Ik vraag politici om hun kop uit het zand te halen en een manier te zoeken om de maatschappij te beschermen. Dus: reguleer cannabis. Controleer de kwaliteit, hef taksen op de verkoop en raad overmatig gebruik af. Net als bij alcohol en tabak.”

Tegenstanders, zoals N-VA-voorzitter Bart De Wever, wijzen erop dat een legalisering van cannabis nieuwe gebruikers zal creëren. Recent onderzoek wijst ook uit dat veel brave burgers van de wiet blijven omdat het nu eenmaal verboden is.

Tytgat: “Als je zoals Bart De Wever alles met harde hand wilt verbieden, krijg je een florerende maffia en burgers die toch blijven gebruiken, zonder dat iemand weet wat ze in hun lijf opnemen. Daartegenover staat het model van Canada, waar cannabisbedrijven enorm groot worden en je overal reclame ziet voor wiet. Zo creëer je inderdaad nieuwe gebruikers. Je moet ergens tussen beide extremen in landen. Je kunt cannabis laten telen op boerderijen en laten controleren door voedingsinspecteurs. Je kunt het verkopen in tabakswinkels, klassieke wietshops of zelfs in de apotheek. Daarover moet je een debat voeren. Daarom pleit ik, samen met criminoloog Steven debbaut en econoom Paul De Grauwe, voor een parlementaire commissie om de kwestie in detail te bespreken. Maar met een regulering krijg je hoe dan ook controle over het product en het gebruik ervan.

“In de nasleep van de coronacrisis zal de overheid heel wat geld nodig hebben. Door cannabis te reguleren, spaar je vele miljoenen uit, want je kunt de repressie ervan afbouwen. Dat geld kun je investeren in preventiecampagnes. Daarnaast kun je heel veel geld ophalen met een cannabistaks.”

‘Onze oceanen zitten vol micro­plastics, die veel kankerverwekkende stoffen bevatten. Ik ben echt bezorgd over de volgende generaties.’ Beeld Saskia Vanderstichele
‘Onze oceanen zitten vol micro­plastics, die veel kankerverwekkende stoffen bevatten. Ik ben echt bezorgd over de volgende generaties.’Beeld Saskia Vanderstichele

Is het nu of nooit? De linkse regeringspartijen toonden zich ooit voorstander, net als minister van Justitie Vincent Van Quickenborne van Open Vld.

Tytgat: “Ik vrees ervoor. Je voelt dat de politici niet durven te springen. Er zijn geen stemmen mee te winnen, is de redenering. Ze willen zich de vingers niet branden.”

Steven Debbaut en Paul De Grauwe pleitten er onlangs in Humo voor om ook het bezit van harddrugs zoals heroïne uit de strafwet te halen.

Tytgat: “Dat vind ik te verregaand. Ik kijk naar drugs door een medische bril. Van een overdosis cannabis ga je niet dood. Een tiener die voor het eerst zware belgowiet (een joint met Belgische cannabis, red.) rookt, zal in het slechtste geval een vreselijke psychologische ervaring doormaken, maar je kunt nadien op hem inpraten. Met alcohol is dat ook zo: een scholier kan over de schreef gaan en ’s anderendaags met een black-out en een zware kater zitten, maar dat is een les voor de toekomst. Bij heroïne, xtc of cocaïne krijg je geen tweede kans. Je belandt in een coma of sterft. Sommige gevaarlijke stoffen moet je in mijn ogen dus verbieden, om de maatschappij te behoeden voor de schade.”

Aan een zware alcoholintoxicatie kun je toch wél sterven? En de lichamelijke schade van alcohol op lange termijn is ook zwaar. Om over de verkeersdoden nog maar te zwijgen.

Tytgat (knikt): “Alcohol is de moeilijkste van het trio, moeilijker dan tabak en cannabis. Als ik alcohol nu had uitgevonden in mijn labo, zou ik het nóóit op de markt krijgen in een drankje. Het raakt gewoonweg niet meer door de strenge toxicologische testen van de voedingsagentschappen. Van cannabis raak je hooguit geestelijk afhankelijk, je brein hunkert naar die roes. Bij alcohol is het erger: je líjf heeft het na een tijdje echt nodig. Net als heroïne is alcohol een harddrug.

“Tegelijk kunnen miljoenen mensen wel op een verantwoorde manier met alcohol om. Die mag je niet straffen. Ik drink zelf af en toe een glaasje wijn. Je leeft uiteindelijk maar één keer en we hebben het recht om soms te vieren. Als je op tijd kunt stoppen en je wordt niet gewelddadig of stapt niet dronken in de auto, waarom zouden we een potentieel verslavend stofje dan niet toelaten? Voor mij is dat geen probleem, zolang je het een beetje reguleert.”

Carl Hart, professor aan de Columbia University in New York, is een gematigd heroïnegebruiker. ‘Ik heb geen drugsprobleem’, zei hij in een interview in The New York Times. ‘Ik betaal mijn belastingen, ben een goede vader en kan heus mijn eigen keuzes maken.’

Tytgat: “Ik geloof het verhaal van die man, absoluut. Het is heel interessant omdat heroïne van alle harddrugs één van de snelst verslavende stoffen is. De meesten gaan er snel aan onderdoor, maar sommigen kunnen zichzelf wel degelijk onder controle houden. Dat geldt nog meer voor cocaïne, trouwens. Als je dat af en toe recreatief gebruikt, zal je lichaam daar niet zwaar onder lijden. In de City of London, het financiële hart van de stad, zitten heel wat advocaten en zakenmensen aan de cocaïne zonder dat het echt problematisch wordt. Ik denk dus zeker dat er veel mensen op een gecontroleerde manier om kunnen met drugs.”

CHEMISCH FABRIEKJE

Opvallend dat u zo gematigd denkt over harddrugs, terwijl u als gerechtsdeskundige toch ziet wat drugs kunnen aanrichten.

Tytgat: “We gaan als samenleving op een rare manier om met verdovende middelen. Wereldwijd maalt er nauwelijks iemand om het wijdverspreide gebruik van morfine in pijnklinieken en de geriatrie, terwijl dat echt een zwaar middel is – het is de basisstof voor heroïne. Omdat het gebruik sociaal aanvaard is, praten we er niet over. Een neus-, keel- en oorarts kan perfect legaal een shot cocaïne gebruiken bij een onderzoek. Blijkbaar gebeurt dat zonder dat we een legertje verslaafden creëren. Nog een voorbeeld: mensen met parkinson hebben ongelofelijk veel baat bij kleine dosissen xtc. Dat is toch bijzonder interessant? Ons lichaam reageert scheikundig op een stofje dat we innemen, meer niet. Of dat nu medicinaal is of voor het plezier, dat kan ons lijf niets schelen.

“Er is in de geneeskunde nog veel mogelijk. Hallucinogene middelen zoals paddo’s en kleine doseringen van lsd zijn veelbelovend, en ook in het medicinaal gebruik van cannabis liggen nog veel mogelijkheden. Vandaag mogen alleen MS-patiënten met spasmen cannabis gebruiken, maar we kunnen dat net als cocaïne veel breder inzetten om mensen te helpen.”

Hoe kijkt u naar de menselijke neiging om zichzelf te verdoven?

Tytgat: “Blijkbaar hebben we drugs nodig om soms te ontsnappen naar een andere wereld. We zijn als mensen meer dan onze botten: we hebben een psyche, een geest. En die geest is buitengewoon ontdekkingsgericht, zeker wanneer we jong zijn. Hoe jonger je bent, hoe meer je wilt experimenteren.

“Ik vind het geen toeval dat verdovende middelen vaak een belangrijke rol spelen in politieke protestbewegingen. Het verlangen naar een andere wereld en naar een nieuwe orde zijn misschien wel gelijkaardig. Als de pandemie nog veel langer duurt, zul je protestfeesten zien ontstaan waar drugs een belangrijke rol spelen. Jongeren willen zich nu eenmaal afzetten tegen de gevestigde orde. Dat geldt des te meer wanneer die gevestigde orde zich uitdrukkelijk verzet tegen drugs. Daarom weet ik niet zeker of Bart De Wever in zijn doel kan slagen. Een vermanend vingertje heeft dikwijls een averechts effect. Wanneer ik scholen bezoek, waarderen jongeren het dat ik niet dramatiseer of zwart-wit denk. Als ik vertel dat soms eens experimenteren met een joint geen ramp is, zolang ze maar van de gevaarlijke methamfetamine afblijven, zullen ze ook beter luisteren.”

Welke roesmiddelen zijn vandaag in ons land in zwang?

Tytgat: “Hét gevaar komt uit Azië: de nieuwe psychoactieve stoffen of NPS. Dat zijn puur synthetische drugs die niets meer te maken hebben met stoffen uit de natuur. Die middelen worden geproduceerd in illegale labo’s in steden als Shanghai en via koerierdiensten verkocht over de hele wereld. Het probleem is dat we geen flauw benul hebben van wat er in die drugs zit. Sommige zijn onschuldig, andere letterlijk levensgevaarlijk. De bedoeling van die producenten is nieuwe middelen te creëren voor een nieuwsgierige markt, maar vooral de wetgeving in allerlei landen te omzeilen. Als er een gebruiker overlijdt, kan niemand in de ketting van producent tot dealer in beschuldiging worden gesteld, want het stofje is in geen enkel land erkend als drug. België heeft daar gelukkig al op gereageerd door in de wetgeving bewust wat vagere omschrijvingen te gebruiken voor deze bricolagemiddelen.

“Desondanks worden zulke producten ook in ons land steeds vaker via het darkweb gekocht. Er verschijnen elke maand nieuwe moleculen op de markt. De laatste tijd vinden we zelfs afgeleiden van slaapmiddelen als valium en rohypnol. Geen mens weet hoe krachtig die drugs zijn, wat ronduit angstaanjagend is. Het is geen verrassing dat er daardoor Belgen in het ziekenhuis belanden.”

We hadden een ander antwoord verwacht: lachgas.

Tytgat: “Lachgas is een stofje zoals helium dat jongeren de laatste jaren steeds meer inhaleren, vaak vanuit een gevulde ballon. Het verdrijft de zuurstof uit je hersenen, waardoor je een zeer kort gevoel van euforie ervaart. Veel mensen gebruiken lachgas zonder problemen, maar een iets te hoge dosering is al gevaarlijk. Het zuurstoftekort kan zware hersenproblemen, een coma en zelfs een overlijden veroorzaken. Om nog te zwijgen van de risico’s in het verkeer. Niet zelden vinden we gebruikte lachgascapsules terug in gecrashte wagens. Bovendien is het een zeer explosief gas: de minste vonk geeft een enorme explosie. Jongeren die lachgas gebruiken en erna een sigaretje roken, riskeren een enorme steekvlam te creëren. Met name in Franstalig België hebben we al jongeren gezien met derdegraadsbrandwonden over hun hele gelaat. Ze zijn getekend voor het leven.”

WATER TEGEN DE KATER

U beschrijft de effecten van alle soorten drugs steeds met veel details en beeldrijke taal. Excuus voor de directe vraagstelling, maar bent u zelf een junk?

Tytgat (lacht): “Helemaal niet. Als scholier heb ik weleens een sigaret en een sigaar proberen te roken, maar dat is me echt niet bevallen. Ik moest hoesten en vond zo’n sigaar zeer slecht smaken. Ik heb nooit iets anders geprobeerd, behalve het occasionele glas alcohol. Als student ben ik wel een paar keer met een zware kater wakker geworden.”

Denkt u nooit: ik wil ook weleens zo’n plezierige trip meemaken?

Tytgat: “Uiteraard wel, maar ik ben er zo nauw bij betrokken dat ik bang ben van alle risico’s. Beroepsmisvorming.”

Als u toch eens stevig drinkt, ervaart u dat proces in uw lijf dan ook als toxicoloog?

Tytgat: “Eigenlijk wel. Ik zie mijn chemisch fabriekje dan voor mijn ogen: ‘Nog even en ik zal me wat losser voelen, dat is het resultaat van stof x die via mijn bloed mijn brein bereikt.’ ‘Dit was het glas te veel.’ Met eten heb ik dat ook: ik ben me zeer bewust van de directe effecten op mijn lichaam.”

Kent u als toxicoloog en ervaringsdeskundige dan ook hét wondermiddel voor een kater?

Tytgat: “Er is één middel dat effectief helpt: water drinken. Alcohol onttrekt water aan je hoofd. De hoofdpijn achteraf is het gevolg van dehydratie. Na elke twee glazen alcohol drink je best één groot glas water, dat zal al veel oplossen. Maar het moet de avond zelf al gebeuren.”

null Beeld Saskia Vanderstichele
Beeld Saskia Vanderstichele

U zei zonet dat u in de studentenkring van uw richting zat. Bent u gedoopt?

Tytgat: “Ja, en dat was niet meteen gezellig. Ik werd bekogeld met eieren, moest me insmeren met frituurolie en rollen over plasticfolie vol bloem. Maar meer dan dat was het ook niet. Ik kreeg ook best veel alcohol te drinken, maar dat viel allemaal binnen de grenzen van het fatsoenlijke.

“Ongetwijfeld bestonden er toen ook organisaties zoals Reuzegom die alle grenzen overschreden, maar ik was daar niet mee bezig. Ik leefde in een andere wereld, ik had genoeg aan mijn studies en mijn vele activiteiten.”

U reageerde erg emotioneel op de dood van de Leuvense student Sanda Dia, herinner ik me.

Tytgat: “Ja. Ook veel studenten die hem nooit hebben gekend, zijn daar nog steeds emotioneel over. Ik vind het ronduit verschrikkelijk, als ik erover nadenk. Zoiets mag zich nooit meer herhalen (stil).

U ziet als professor het soms waanzinnig hoge alcoholgebruik bij studentenrituelen.

Tytgat: “Ja, alcohol speelt een prominente rol in dopen en cantussen. We moeten af van het idee dat dat een ongevaarlijk stofje is. Bij grote hoeveelheden kom je echt in de problemen. Op een zware cantus is het niet onrealistisch dat een schachtenmeester iemand twintig glazen bier doet drinken in enkele uren tijd. Dat is 4 promille, hè. Wie dat niet uitbraakt, kan sterven.”

Reuzegom-leden hadden de waterkraantjes van Sanda Dia en co. afgeplakt zodat ze geen water konden drinken na de liters alcohol.

Tytgat (knikt): “Water is nochtans cruciaal na zulke gevaarlijke hoeveelheden drank. Op die manier vererger je een al zeer gevaarlijke situatie. Maar op de reactie van de rector wil ik nu nog niet ingaan. Als het aan bod komt tijdens de rectorcampagne, zal ik er mijn visie over geven.”

Ik zou verwachten dat u minder emotioneel zou reageren op zo’n incident: als gerechtsdeskundige ziet u al vele jaren de vreselijkste misdaden, verminkingen en overdosissen.

Tytgat: “Sommige dingen blijven je raken, vooral wanneer er jonge mensen bij betrokken zijn. Ik herinner me een zaak waarin ik tussenkwam als expert: een volwassene had een kindje mishandeld. Op de grond gegooid, breuken geslagen en gestikt. Ik ben een neutrale deskundige, maar op zo’n moment staat mijn hart stil. Of kinderen die op de fiets sterven in een dodehoekongeval: dat is zo onbeschrijfelijk verschrikkelijk voor de nabestaanden. Ze kunnen niet eens afscheid nemen. Ik ben daar vaak urenlang niet goed van.

“Sanda Dia was een student in de fleur van zijn leven, met zoveel verwachtingen over zijn toekomst. Dat bestaan komt abrupt ten einde. Dan denk ik: waarom is dit in godsnaam moeten gebeuren? Dat treft mij heel diep.”

Kunt u rechtszaken waarin u geconsulteerd wordt dan wel loslaten?

Tytgat: “Ik blijf ze vaak van dichtbij volgen. Zeker bij assisenzaken is mijn getuigenis soms essentieel. Ik was betrokken bij de zaak-Bernard Wesphael, de Ecolo-politicus die zijn vrouw zou hebben vermoord. Volgens hem was ze gestorven door een combinatie van alcohol en haar medicatie. Op basis van mijn rapport heeft de jury besloten dat Wesphael onschuldig is. Dan denk ik wel: wauw, dat komt door mijn bijdrage.”

MOSSELEN MET PLASTIC

Vanwaar komt uw passie voor alles wat giftig is?

Tytgat: “Ik heb dat te danken aan mijn ouders, die heel actief waren in de Wielewaal, de voorloper van Natuurpunt. Ze waren gefascineerd door de natuur, planten, vogels en paddenstoelen. Als kleine snaak ging ik vaak mee op wandelingen en vroeg ik me altijd maar af: waarom is deze plant giftig en deze paddenstoel niet? Welke slangen zijn gevaarlijk? Die interesse heb ik nooit verloren. Als ik praat over drugs, leg ik steeds de link met de natuur.

“Ik vind dat we niet te meewarig mogen doen over het gebruik van kruiden en planten in de geneeskunde. Met plantenextracten kun je thee maken die je immuunsysteem verbetert, maar evengoed je hart sneller doet kloppen, je doet hallucineren of je depressief maakt. We mogen best wat nederiger zijn tegenover de grote geneeskundige kracht van de natuur.”

U wist dus al vroeg: ik word natuurwetenschapper.

Tytgat: “Dat niet. Ik ben altijd een duizendpoot geweest. Mijn interesseveld is heel breed: muziek, film, sport, schilderkunst, literatuur. Zoals je hoort, ben ik ook vrij mondig. Dat zit in mijn bloed: mijn grootvader was een schoolhoofd, mijn vader gaf dikwijls les, en vandaag is mijn zoon als jurist een begenadigd pleiter.

“Op mijn 17de had ik een heel andere droom: ik wilde Italiaanse auto’s designen. Ik ben een enorme fan van de Italiaanse stijl van de jaren 60 en 70. Ik zag mezelf al in een studio dure wagens ontwerpen. Ik heb thuis een oldtimer in de garage staan. Een bijna vijftig jaar oude Alfa Romeo, getekend door Bertone – één van mijn favoriete designers. Maar uiteindelijk heb ik als 18-jarige voor farmacologie gekozen.”

Wat concludeert u veertig jaar later? Is de wereld zichzelf aan het vergiftigen?

Tytgat: “We leven, veel meer dan vroeger, in een synthetische wereld. Overal vinden we plastic en kunststoffen. Ik denk dat het nu pas begint door te dringen dat we ook plastic eten wanneer we mosseltjes bestellen aan de kust. Onze oceanen zitten vol microplastics, die veel kankerverwekkende stoffen bevatten. Ik ben echt bezorgd over de volgende generaties. Het is niet vijf voor, maar vijf óver twaalf als we de schadelijkste plasticsoorten willen bannen. Er is al vooruitgang geboekt, maar we moeten nog veel meer actie ondernemen. Producten en plastics die hormoonverstoorders vrijgeven? Bannen. We spelen echt met onze toekomst: door die vele hormoonverstoorders is onze zaadkwaliteit de afgelopen decennia gewoonweg gehalveerd.”

Mogen we dat de toxicologische pandemie noemen?

Tytgat: “Ja, samen met fijnstof. Ik heb in 2017 voorspeld dat elke Belg binnen de vijf jaar met een masker zou rondlopen op straat. Ik ben een profeet! (lacht) Ik ben vaak in China geweest voor mijn carrière. Het frappeerde me dat de mensen in Peking en Shanghai al vele jaren rondliepen met mondmaskers. Zij wisten al dat ze door de luchtvervuiling longinfecties en hartproblemen opliepen, en dat maskers een goede dam zijn. Door de toenemende vervuiling zou dat hier ook ooit doorbreken, was mijn verwachting.”

Ook na corona verwacht u dus mondmaskers in het straatbeeld?

Tytgat: “Ik ben optimistischer geworden. Aangezien mensen nu veel meer zullen thuiswerken en we vlot overschakelen naar elektrisch vervoer, zal de productie van fijnstof blijven verminderen. We leven in een minder vervuilde en giftige wereld dan vroeger. De uitstoot van lood en arseen in de buurt van Umicore in Hoboken is niet oké, en ik zou alle buurtbewoners adviseren om in te gaan op het voorstel van het bedrijf om tegen een vergoeding te verhuizen. Maar tegelijk is de uitstoot van Umicore véél verbeterd tegenover enkele decennia geleden. We moeten niet doemdenken. Het gaat echt wel de goede kant op. Dat onze levensverwachting ondanks alle verontreiniging nog steeds stijgt in België, is veelzeggend en fantastisch nieuws.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234