Zaterdag 21/09/2019

Interview

Jan Peumans en zoon Wim: ‘Zoals hij veertig jaar geleden was, zo ben ik nu’’

Voormalig Vlaams Parlementsvoorzitter Jan Peumans met zoon Wim. Beeld Damon De Backer

Elkaar doodgraag zien en tegelijk politiek hartsgrondig van mening verschillen: hoe lukt dat nog in deze tijden van polarisering? Met die vraag trekt auteur Aya Sabi naar mensen bij wie de intieme band de ideologische kloof overbrugt. Zoals vader Jan en zoon Wim Peumans.

Het is een maandagochtend als ik naar het zuidoosten van Limburg afzak, waar mensen al vroeg de deur uit gaan voor de lokale braderie. Ik ben hier voor Jan Peumans, politicus voor de N-VA en voormalig voorzitter van het Vlaams Parlement. Voor dit gesprek zocht ik hem op bij zijn zoon Wim, doctor in de antropologie (KU Leuven). Diens masterthesis werd bekroond met de Margruerite Lefèvre Prijs voor Genderstudies. Zijn derde boek werd evenwel een politieke biografie. Over zijn vader: Jan Peumans – een zachte anarchist.

Bij de afgelopen verkiezingen was Wim Peumans in het buitenland en heeft zijn vader in zijn plaats voor Groen gestemd. De dag voor de verkiezingen discussieerden ze er thuis nog over. Wims broer vond dat hij op zijn vader moest stemmen, want ze wisten waarvoor hij stond. “Maar ja, mijn vader zou niet meer gaan zetelen, dus kon ik de stem beter aan Groen geven. Die hadden het nodig in Limburg. Bij de gemeenteraadsverkiezingen heb ik wel op mijn vader gestemd, want hier komt er geen sp.a op, en Groen is helemaal dood in Riemst. Zo bleef alleen de CD&V over. Dan liever mijn vader, die heeft tenminste wel groene ambities. Dat kan je van CD&V niet zeggen.”

Teleurgesteld

Hoe zijn de stembusresultaten verteerd ten huize Peumans? Vader Jan is dubbel teleurgesteld: “Ten eerste over het feit dat dat Vlaams Belang zo de lucht in geschoten is. Dat is wel duidelijk. Ik snap dat wel. Dat zijn vooral proteststemmen. Op sociale media hebben ze ingespeeld op een heel socialistisch programma gekoppeld aan het anti-migratieverhaal van ‘eigen volk eerst’.

“Daarnaast was de uitslag van mijn partij een forse teleurstelling. Hier in Limburg hebben we 10 procent verloren. Er zijn een heleboel factoren, en een ervan is de verruwing, de verharding binnen de partij. Die stoot bepaalde mensen af. Die hebben nu gestemd voor Groen of de Open Vld. Dat hele verhaal rond het Marrakech-pact heb ik zelf nooit gesnapt. Waarom zijn we daar ooit voor uit de regering gestapt? Als je vierenhalf jaar in de regering zit en je zegt bij het laatste halfjaar ‘nu ben ik weg’, en als je zogenaamde kandidaat-premier Jan Jambon (N-VA) dan ook nog zegt dat het land onbestuurbaar moet worden, begrijp ik dat een aantal mensen toch vinden dat er iets niet klopt.”

Beeld Damon De Backer

Jan Peumans had een luxepositie binnen de N-VA. Zijn interviews liet hij nooit nalezen door de communicatiedienst van de partij. Hij was het buitenbeentje dat buitenbeentje mocht spelen. Past hij dan wel bij de N-VA? Zoon Wim begrijpt wel waarom zijn vader bij de partij is gegaan én gebleven: “Bij de oprichting van de N-VA werden andere accenten gelegd. Toen werd de tegenstelling tussen Vlaams en Waals heel erg uitgespeeld. Maar dat levert electoraal niet veel op. Maar weinig Vlamingen liggen wakker van de staatshervorming. Als je de kiezer wilt overtuigen, moet je andere thema’s aanspreken.

“Mijn vader heeft een hekel aan overlopers en hij vindt het belangrijk om trouw te blijven aan zijn eigen idealen. Hij behoort tot die oude Volksunie-strekking binnen de N-VA. Hij heeft heeft overeenkomsten met Groen maar hij zou nooit de stap zetten naar een andere partij uit loyaliteit.”

Wim Peumans heeft zelf weinig met de N-VA van nu. Toch ziet hij meer overeenkomsten dan verschillen met de ideologische positie van zijn vader. “Zoals mijn vader veertig jaar geleden was, zo ben ik nu (moeder en echtgenote Marie-Jeanne bevestigt op de achtergrond, red). Hij heeft moeite met hoe thema’s als migratie en integratie worden benaderd binnen de partij. De grens met racisme is dun.”

Collaboratie

Wim wist niets van de collaboratiegeschiedenis binnen zijn familie tot het in 2010 op de voorpagina van Knack stond: “Een vrouw zei me ooit ‘Gij zoontje van de zwarte burgemeester’. Haar pa had rood haar en ik zei toen ‘Och jij dochter van de rooie vos.’ Ik dacht oprecht dat het met haarkleur te maken had. Of corruptie. Ik heb dat toen thuis niet verteld.”

Vader Peumans en zijn broers werden wel vaker nageroepen in het dorp omwille van het collaboratieverleden. Ook Wim werd nageroepen, maar dan om een andere reden. ‘Vuile homo’ klonk het. Zelfs zijn beste vriend wilde niet meer met hem optrekken. Voor Wims omgeving was het al vroeg duidelijk dat hij homoseksueel was, toch had hij drie jaar lang een relatie met een meisje omdat hij er niet voor wilde uitkomen. Begin jaren 2000 lag homoseksualiteit in een kleinere gemeente nog best gevoelig.

Beeld Damon De Backer

Voor vader Jan is de geaardheid van Wim geen punt. Maar ook hier ziet Wim een breuklijn tussen hemzelf en de partij van zijn vader. “ZIZo en cavaria hebben een onderzoek laten doen naar de standpunten van de N-VA en daar kwamen ze dan toch conservatiever uit dan ze zich wilden voordoen, en dat heeft vooral te maken met ‘homonationalisme’ – het is het gebruiken van de pijnpunten van de holebigemeenschap om andere minderheden te viseren.

Wim: “Alles wat socio-economisch beleid is bij de NVA is niet waar ik voor sta. Zijn opvatting over cultuur en Vlaming zijn, is heel anders. Hij ziet cultuur als iets wat je in de koffer doet en dan meeneemt en dat pak je uit en dat blijft hetzelfde. Als antropoloog kijk ik naar cultuur als iets wat heel dynamisch is en voortdurend kan veranderen.”

Arabisch

Jan Peumans vindt zulke links-rechtstegenstellingen te simpel: “Iedere progressief zou investeringen in taalkennis bij nieuwkomers moeten ondersteunen. Als ik in Wallonië ga wonen dan is het eerste wat ik in Wallonië ga doen de taal leren. Waarom? Ik kan dan ‘un pain svp’ in plaats van ‘een brood’ zeggen. Er zijn er die beweren dat ieder zijn eigen ding maar moet kunnen doen, maar het is bewezen dat dat tot ghettovorming leidt.

Jan Peumans: “Wij hebben moeten vechten voor onze taal in het verleden. ‘Taal is gans het volk’. Je moet consequent zijn en kijken naar de verminderde kansen die kinderen met een taalachterstand in het onderwijs hebben. Met alle gevolgen van dien. Geen diploma. Slecht plaatsbaar op de arbeidsmarkt. Het moet juist een sociale bekommernis zijn. Ik ben laatst naar de Alevietische gemeenschap in Vlaanderen geweest en er was een meisje bij dat zei dat haar moeder geen letter Nederlands sprak. Zo creëer je je eigen isolement en eenzaamheid.

“Het beleid dat de afgelopen jaren is gevoerd, was juist dat iedereen de taal sprak die hij of zij wilde spreken. Fundamenteel is dat je iemands vrijheid respecteert maar toch blijft het belangrijk om de taal te kennen van het land waarin je woont. Je hebt veel meer betrokkenheid, leert het politieke systeem kennen. Je kan eraan participeren. Ik denk niet dat Wim het daarmee oneens zal zijn.

“Toch wel”, glimlacht zoon Wim. “Zoals jij het zegt, lijkt het alsof andere talen enkel plaats hebben in de privé of in de godsdienstbeleving, terwijl ze voor mij ook een plaats hebben in de publieke ruimte. Je kan perfect Nederlands spreken en dan kom je op de arbeidsmarkt en dan word je niet aangenomen omdat er een anderstalige naam op je cv staat. Taalachterstand is niet de doorslaggevende factor bij de achterstand van mensen met migratieroots op de arbeidsmarkt. Jij laat het socio-economische beleid buiten beschouwing. De intentie van de gastarbeiders was ook niet om hier te blijven. Dat heeft er ook voor gezorgd dat het integratiebeleid te laat op gang kwam en gefaald heeft.

“De afgelopen maanden heb ik Arabisch gestudeerd en ik vind het heel frappant hoe mensen reageren. Voor mij als wit persoon lijkt het een meerwaarde terwijl er heel veel mensen in het land zijn die het Arabisch als eerste of als tweede taal hebben maar bij wie het potentieel niet ingezien wordt en bij wie tweetaligheid niet als een verrijking gezien wordt. Het onderwijs kan daar makkelijk op inspelen zodat men niet het gevoel heeft tussen twee talen te vallen en er potentieel verloren gaat.

Wim vindt de nuance belangrijk. Jan de loyaliteit. Toch zijn er parallellen, ze zijn allebei groene jongens. Allebei zijn ze eigenzinnig, koppig en licht ontvlambaar: “Alleen kan ik kwaad worden op de mensen die dicht bij mij staan, mijn vader doet dat gewoon bij iedereen”, lacht Wim.

Moeder Marie-Jeanne bevestigt opnieuw op de achtergrond.

Volgende aflevering: Ayse Yigit (PVDA) in gesprek met boezemvriend Yasin Gül (ex-CD&V)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234