Dinsdag 21/01/2020

Jan Hoet op Gents schaakfeest: 'Schaken is kunst'

Gentenaars kennen alles van feestvieren. Op 25 oktober viert de Koninklijke Gentse Schaakvereniging Ruy Lopez haar 100ste verjaardag, maar vorige week zaterdag al opende Belgiës grootste schaakclub de feestelijkheden in de prachtige Lakenhalle van het Belfort. Voor burgemeester Beke en de honderden aanwezige stroppen hun dorstige kelen met champagne mochten gaan laven, hield Jan Hoet een stijlvolle en gesmaakte toespraak onder het motto 'Schaken = kunst'.

Van onze medewerker

Wouter Janssens

Hoet is geen schaker, maar is wel vertrouwd met het schakersmilieu, onder andere dankzij zijn vriend Dirk Schutyser, de huidige KGSRL-voorzitter. De parallellen tussen schakers en kunstenaars zijn voor Hoet een evidentie; Marcel Duchamps bekende uitspraak "Niet alle kunstenaars zijn schakers, maar alle schakers zijn kunstenaars" onderschrijft hij helemaal.

Hoet: "Net als kunstenaars zijn schakers alleen als ze hun sport beoefenen. Door het zwart en het wit heen, is schaken een eeuwige strijd, wat ook zo is bij het maken van een kunstwerk. Het beeld van het hoofd in de handen en de handen in het hoofd is mij zeer dierbaar."

Leuk dat de Gentse kunstpaus de vader van het dadaïsme kent als schaker. Wat Hoet ongetwijfeld ook weet, maar wijselijk verzweeg, is dat schaakverslaafde Duchamp (1887-1968) zijn eerste huwelijksnacht al schakende in zijn eentje 'consumeerde'. (Hollywood-sterren George Sanders en Zsa Zsa Gabor schaakten op hun huwelijksreis tenmiste nog tegen elkaar.) Een maand later lijmde Duchamps wanhopige echtgenote de schaakstukken vast op het bord. Hun huwelijk was er een van korte duur.

Op het spreekgestoelte werd Hoet voorafgegaan door Schutyser. Deze bedankte zijn burgemeester voor de steun tijdens het feestjaar, maar hield tevens een warm pleidooi voor een royalere instelling van het Gentse stadsbestuur jegens de schaaksport in het algemeen. Tevens gaf Schutyser een kort geschiedkundig overzicht van de KGSRL.

Enkele markante momenten uit zijn betoog: "In 1925 richt de Gentse schaakvereniging een spraakmakend internationaal grootmeestertoernooi in. Er wordt beslist sponsors te zoeken en er worden brieven gericht, onder meer aan de burgemeester. Op de volgende vergadering wordt een brief van de stad Gent voorgelezen, waarin gemeld wordt dat wegens de slechte financiële toestand van de stadskas niet kan worden ingegaan op de aanvraag tot subsidie. Blijkbaar toen al een oud zeer. Het toernooi vindt toch doorgang en er verdringen zich zoveel kijkers voor het Hotel de IJzer, dat volgens de kranten de trams niet door de Vlaanderenstraat kunnen rijden."

"In 1978 wordt tijdens de Gentse Feesten het eerste Open Internationaal Toernooi van de KGSRL ingericht. Alle deelnemers worden in één groep geplaatst, zodat de mindere goden hun krachten kunnen meten met een meester. Het toernooi wordt een jaarlijkse klassieker, vooral bezocht door onze noorderburen, wellicht door de unieke sfeer van de combinatie schaken-Gentse Feesten. Dat leidt tot een spectaculaire stijging van de aspirineverkoop bij de Gentse apothekers. Het aantal deelnemers loopt begin jaren negentig op tot dik over de 500."

"In 1979 wordt de KGSRL voor het eerst interclubkampioen van België. De volgende jaren gaat het de club voor de wind. De KGSRL is niet alleen de grootste, maar tevens de sterkste club van het land. In de jaren tachtig wordt de KGSRL zesmaal kampioen van België. Later moet de club geregeld genoegen nemen met de tweede plaats, omdat een aantal ploegen met zware sponsoring buitenlandse grootmeesters aantrekken."

"Onze vereniging doet niet mee aan deze race en beslist resoluut de kaart van de jeugd te trekken. Hiertoe wordt in 1993 de Schaakacademie Edgard Colle opgericht. Telkenjare volgen op zondagochtend een 70-tal meisjes en jongens er schaaklessen. De toekomst van de Gentse schaakkring lijkt verzekerd."

Tal van schaakgrootheden hebben ooit de KGSRL met een bezoek vereerd. De Nederlandse wereldkampioen Euwe was een graag geziene gast, maar bijvoorbeeld ook Kortsjnoj, Karpov en Kasparov maakten kennis met de Gentse vereniging. Onlangs bracht de Engelse grootmeester Tony Miles een schaakzomer in Gent door, op jacht naar Belgisch bier en dito vrouwelijk schoon.

Een leuke, authentieke anekdote in dit verband: Miles logeerde bij Johny Schalkx, een Belgische topper en een geducht snelschaker. Op een gegeven moment houdt Schalkx in de club een blitzmarathon met Sabine Drebusch, een zeer sympathiek meisje van Duitse origine, enthousiast, als schaakster nogal middelmatig hoewel meedogenloos. Schalkx is veel sterker en wint het ene blitzke na het andere. Puur toeval: uitgerekend op het moment dat 'Sabientje' haar eerste triomf mag vieren, komt Miles binnengewandeld. Benieuwd naar deze onbekende, waarschijnlijk sterke schaakster (damned, ze is beter dan Schalkx!), nodigt hij Sabine uit om eens een partijtje tegen hem te spelen, tot grote hilariteit van de omstaanders. Miles, of all people! Enigszins verlegen trekt Sabine haar onschuldigste gezicht en wimpelt het aanbod vriendelijk doch beslist af.

Tijdens haar 100-jarige bestaan is de KGSRL ontelbare keren verhuisd. Een overzicht van de diverse locaties zou ons tot een gedetailleerd overzicht van de Gentse horecasector leiden. In 1987 komt er een einde aan de calvarietocht. Schutyser: "Als in 1987 blijkt dat ons lokaal te koop gesteld wordt, besluiten het bestuur en alle leden na te gaan of het mogelijk is om een pand aan te kopen en zo de steeds weerkerende problematiek van het verhuizen definitief op te lossen. Uiteindelijk wordt gekozen voor de vroegere brouwerijschool in de Abrahamstraat."

"Vele leden doen schenkingen of staan renteloze leningen toe, zodat de club zelf slechts een kleine lening dient aan te gaan bij de brouwerij. De vroegere brouwerijschool wordt na maandenlang labeur van andermaal vele leden omgetoverd tot een prachtig schaakhuis, dat op 24 september 1988 officieel wordt ingehuldigd. De KGSRL mag met trots stellen dat zij een van de weinige schaakverengingen in de wereld is met een eigen gebouw."

Hoogtepunt van Schutysers betoog was de voorstelling van het gedenkboek van de KGSRL. Bernard de Bruycker schreef een hoofdstuk over Edgard Colle (1897-1932), Belgiës grootste schaker ooit, lid van de KGSRL.

Hoofdauteur is echter Paul Mauquoy, een rasechte Bourgondiër en een levensgenieter, die 25 jaar voorzitter van de club was. Onder zijn leiding groeide de KGSRL uit tot de grootste schaakvereniging van België. Het gedenkboek vormt de schitterende parel op zijn schaakkroon.

Mauquoy werkte gedurende meer dan drie jaar dagelijks bijna zes uur aan zijn boek. En het resultaat mag er wezen: een uniek naslagwerk waarin met vlotte pen de geschiedenis van de KGSRL geschetst wordt, en in één adem allerlei belangrijke gebeurtenissen in het Belgisch schaakleven aan bod komen. Tevens bevat het boek een honderdtal partijen. Van korte naar lange rochade - Van 1900 tot 2000 - Kroniek van een Gentse Schaakclub kan besteld worden door overschrijving van 1.000 frank op rekening 737-0012278-02 met de vermelding KGSRL-gedenkboek 100 jaar. Een must voor iedere rechtgeaarde schaakliefhebber!

WIT: Mauquoy P.

ZWART: Clement 1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 a6 6. h3 g6 7. g4 Lg7 8. g5 Ph5 9. Lc4 Pc6 10. Le3 Pf4!? 11. Pxc6 Pg2+ 12. Kd2 Pxe3 13. Lxf7+! Kd7 14. Pxd8 Pxd1 15. Pe6! Lxc3+ 16. Kxd1! Lxb2 17. Tab1 La3 18. h4! Kc6 19. Ke2 b5 20. f4 Ld7 21. h5 gxh5 22. Txh5 Taf8! 23. Pxf8 Lg4+ 24. Kd2 Lxh5 25. Ld5+ Kb6 26. Pe6 Lf7 27. c3 a5 28. Pd4 Le8 29. f5 Lc5 30. Kd3 Lxd4 31. Kxd4 e5+ 32. Ke3 Tf8 33. Th1 Lf7 34. Lxf7 Txf7 35. f6! Kc7 36. Txh7! Txh7 37. g6 en zwart geeft op.

Wit: Kb8, Td2, Ld3, pia2, b3, g2, h2. Zwart: Kd6, Td8, Lc8, pic6, c5, g6, h7.

1. ? La6+! 2. Ka7 Kc7! 3. Lxa6 (3. Kxa6 Ta8 mat.) Txd2 en zwart staat gewonnen. De zwartspeler overzag deze mogelijkheid en verloor uiteindelijk nog de partij.

Marshall - Duchamp (1930)

Wit: Kf2, Ta8, Pb5, pia4, e5, f4, g4, h2.

Zwart: Kd7, Tb7, Pc8, pia7, e6, f7, g7, h6.

Anno 1930, olympiade, Hamburg. Marcel Duchamp speelt tegen Frank Marshall, een aanvalsspeler van wereldklasse, al 21 jaar onafgebroken kampioen van de VS. Duchamp en Marshall hebben weinig geheimen voor elkaar, want sinds 1916 is de Fransman lid van de New Yorkse Marshall Chess Club. Zwart (Duchamp) staat onder druk in het eindspel. Hij houdt alle vitale punten goed gedekt, maar als hij passief blijft, kan wit zijn ruimtevoordeel uitbreiden. Met welke kunstige zet dwingt zwart aan zet onmiddellijk remise af?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234