Maandag 05/12/2022

De vragen van ProustJan Hautekiet

Jan Hautekiet: ‘Ik ben nu de droom aan het beleven die ik nooit gehad heb’

Jan Hautekiet: ‘Ik zal niemand aanraden om volgens een plan te leven. Tegenwoordig moeten we allemaal doelstellingen hebben en een missie en een visie. Ik heb nooit een plan gehad en heb daar ook geen spijt van.’ Beeld © Stefaan Temmerman
Jan Hautekiet: ‘Ik zal niemand aanraden om volgens een plan te leven. Tegenwoordig moeten we allemaal doelstellingen hebben en een missie en een visie. Ik heb nooit een plan gehad en heb daar ook geen spijt van.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Drieëntwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: radiomaker en muzikant Jan Hautekiet (66). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Ann Jooris

1. Hoe oud voelt u zich?

“25, ik zeg maar iets. Want de realiteit is anders, natuurlijk. Ik ben 66. Ik schaam me niet voor mijn leeftijd, dus ik heb daar ook geen problemen mee. Maar de vraag is waarschijnlijk welke attitude ik bij mezelf vaststel. Nu, ik werk in de muziekwereld en werk vaak met jongere mensen, in verschillende contexten. Ik vind dat heel aangenaam en heel belangrijk. Ik merk ook dat ik vaak meer honger heb naar een gesprek met hen dan met leeftijdsgenoten. Omdat zij jou prikkelen en jij hen misschien nog kunt prikkelen. Ik hou van die wisselwerking.

“Aan de andere kant heb ik een aantal bestuursmandaten waarvoor je allicht toch ouder dan 25 moet zijn. (lacht) Op die momenten voel ik me, laten we zeggen, 45. Maar, weet je: eigenlijk voel ik mij 66 en heel gelukkig. Dat is de slotzin. Hoewel de realiteit natuurlijk anders is, is mijn attitude nog altijd: ‘Het beste moet nog komen.’ Zelfs al is dat niet noodzakelijk zo, alles kan nog. Het perspectief is veranderd en de eindigheid komt dichterbij, maar ik vind toch dat je verrast moet blijven kunnen worden.

“Als er één zekerheid is, is het dat je naar de uitgang gaat. Ik heb mij geëngageerd voor Grootouders voor het Klimaat. Doelstelling is klimaatneutraal zijn tegen 2050. De kans dat ik dat meemaak is nagenoeg onbestaande. Onze tijd hier op aarde is beperkt, dat besef ik meer en meer, maar dat zet mij wel aan om nog iets meer van het leven te genieten op een voor mij zinvolle manier.”

2. Wat drijft u?

“Omdat ik als deeltijds muzikant steeds heb samengewerkt met professionele muzikanten, lag de lat altijd heel hoog. De lat ligt niet op mijn niveau, maar dáár, en je moet er samen over. Gelukkig hebben mensen het geduld gehad om mij op die zoektocht mee te nemen.

“Op die manier ben ik bijvoorbeeld met Patrick Riguelle of met Rick de Leeuw beginnen te werken. Wij vonden een soort gemeenschappelijkheid, al kwamen we muzikaal uit heel verschillende hoeken. Door die toevallige ontmoetingen word je een nieuwe kant uitgestuurd en ontdek je een heleboel dingen die je uit jezelf nooit zou ontdekken. Ik heb met Patrick nu een programma rond de muziek van Randy Newman (A Few Words in Defense of Randy Newman, red.). ‘We moeten dat eens doen’, zeiden we af en toe tegen elkaar. Tot we ons in dat repertoire zijn gaan ingraven en de pracht ervan ontdekten. De vertelkracht. De buitengewone muzikale waarde. Uiteindelijk zijn we daar een paar jaar mee bezig geweest. Mijn leven zit vol met zulke ontdekkingsreizen.”

3. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Nieuwsgierigheid: altijd benieuwd naar wat er zich om de volgende hoek bevindt. Mijn beide ouders waren trouwens journalisten. Nieuwsgierigheid is toch de brandstof van de journalistiek, lijkt mij. Belangstelling. Als iets zich aandient waar anderen misschien ver van weg zouden blijven omdat ze het niet kennen, denk ik: tiens, daar wil ik wel het fijne van weten. Een soort omgekeerde reflex. Het wegzetten van de angst voor het onbekende. Waardoor je op een bepaald moment midden in iets zit dat veel groter is dan je dacht.” (lacht)

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Ja. Ik ervaar het als een totaalcadeau. Alles wat je kunt meemaken, maken, doen, zijn. Wordt het je in de schoot geworpen? Neen, dat ook niet. Maar er is veel potentieel. Het is aan jou om daar iets of niets mee te doen. Beide keuzes zijn even legitiem. Ik vind dat er te vaak wordt neergekeken op de zogenaamd grijze muizen. Je hoort soms artiesten pochen dat ze nooit voor een baas zouden willen werken. Ik vind dat een legitieme gedachte, maar ik vind dat tegelijk enorm neerbuigend tegenover degenen die dat wel doen en de boel mee draaiende houden.

“Ik heb zelf ook lang in een bedrijf gewerkt, maar dan wel in een prettige job en omgeving. Ik haalde daar veel voldoening uit. Er zijn heel veel mensen die werk verrichten waar ze inhoudelijk weinig voldoening uithalen. Dus ik vind dat we heel veel respect voor hen moeten hebben. Voor die mensen is het leven denk ik minder een cadeau.”

5. Waarover bent u de laatste tijd dieper gaan nadenken?

“Toen ik opgroeide in de jaren 1950 was the sky the limit. We kwamen uit de oorlogsjaren en alles werd heropgebouwd. Expansie volop. Alles was mogelijk. Die zorgeloosheid, die is nu weg. Jongeren worden geconfronteerd met allerlei harde realiteiten. Psychische problemen zitten in alle lagen van de bevolking. Daar moeten we als samenleving toch eens grondig over nadenken. Als je je been breekt, ga je naar de spoed en word je behandeld. Als je in een depressie zit, sturen ze je dezelfde dag mogelijk terug naar huis. Dat houdt mij enorm bezig.

“Ik wil niet dramatiseren, maar de cijfers bewijzen dat we in Vlaanderen op het vlak van geestelijke gezondheid een enorm probleem hebben. In welke wereld zullen mijn kleinkinderen, die het einde van deze eeuw zullen meemaken, terechtkomen?”

6. Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Ik heb niet de neiging om dat soort dingen te onthouden. (lacht) Maar als ik toch een periode moet noemen, zal dat pakweg tussen mijn vijftiende en vijfentwintigste geweest zijn. Eigenlijk moet je daar letterlijk elke minuut van benutten. Je bent jong, je staat voor alles open, je functioneert vrijwel autonoom, je krijgt kansen, je hebt tijd. Dan moet je gaan. Tegelijk is er zoveel onbestemdheid. Verliefdheden, onzekerheden. Niet dat ik daarvan heb afgezien, maar je voelt toch een zeker ongemak.”

7. Hoe was uw kindertijd?

“Heel goed. Ik ben enig kind, dus ik was eigenlijk een volwassene tussen de volwassenen. Ik nam deel aan alles. Mijn ouders namen mij mee naar concerten, tentoonstellingen of wat dan ook. Een babysit kwam bij ons zelden of nooit over de vloer. Af en toe ging ik weleens bij familie logeren, omdat ik het ook wel plezant vond om met leeftijdsgenootjes te spelen. Voor de rest heb ik heel veel kunnen horen waar volwassenen mee bezig waren: de samenleving, politiek, kunst, filosofie...

“Toch heb ik het gevoel dat ik een echte kindertijd beleefd heb. Heel onbezorgd. Heel erg lieve, begripvolle ouders. Ik had wat vriendjes, niet ontzettend veel, maar had dat ook niet nodig. Ik ben graag op mijzelf.”

‘Ik ben een tijdlang naar de vroegmis geweest, zo rond mijn twaalfde denk ik. Waarom weet ik niet meer. Mijn ouders mochten dat zelfs niet weten.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik ben een tijdlang naar de vroegmis geweest, zo rond mijn twaalfde denk ik. Waarom weet ik niet meer. Mijn ouders mochten dat zelfs niet weten.’Beeld © Stefaan Temmerman

8. Welke kleine alledaagse dingen kunnen u blij maken?

“Onverwachte dingen. Mijn vrouw en ik, wij zijn allebei geen planners. Ik zeg maar iets, gisterenavond zijn we zomaar langs geweest bij vrienden die we al lang niet meer gezien hadden. Dat is een supergezellige avond geworden. Veel blablabla. Van toevalligheden word ik blij, als dingen samenvallen. Iemand tegen het lijf lopen en samen iets gaan drinken. Dan denk ik de dag nadien: hoeveel geluk heb ik toch!”

9. Wat biedt u troost?

“Wat wellicht al duizend keer gezegd is: de nabijheid van vrouw, kinderen en kleinkinderen, familie, vrienden. Maar muziek toch ook. Je kunt er als muzikant veel in kwijt. En muziek is troostend. Aan muziek kun je je verwarmen. Ik denk aan een heel specifiek stuk tijdens de uitvaart van mijn vader. Hij was een enorme liefhebber van Sketches of Spain van Miles Davis. Uiteraard hebben we daar toen een stuk uit gespeeld, omdat dat zo dicht bij hem lag. Dat was bijzonder troostend, maar sindsdien kan ik het niet meer horen. (emotioneel) Ik kan er zelfs niet meer over praten. Dat is heel raar. De man is twintig jaar geleden overleden.”

10. Wat is uw zwakte?

“In wachtrijen gaan staan kan ik heel slecht. Ik zal het doen, hè, maar de gedachte van ‘kijk, hier sta ik nu’, vind ik frustrerend. Maar ik besef: dat is een klein ongemak. Een first world problem.”

11. Waar hebt u spijt van?

“Dat ik tijdens mijn studentenjaren niet goed beseft heb welke mogelijkheden er allemaal open lagen. Je hebt een grote mate van vrijheid en heel veel kanten die je uit kan. Ik moet jonge gasten de les niet spellen, maar besef dat toch maar. Ga maar drie dagen op een festivalweide kamperen, geniet ervan, leef, maar besef tegelijk dat dit de tijd is waarin je de energie, de openheid en de mogelijkheden hebt om je leven wat in handen te nemen en toch eens na te denken: ‘Wat wil ik daar nu mee?’

“Tegelijk zal ik niemand aanraden om volgens een plan te leven. Tegenwoordig moeten we allemaal doelstellingen hebben en een missie en een visie. Ik heb nooit een plan gehad en heb daar ook geen spijt van. Toch denk ik: het is niet slecht om op dat moment eens na te denken over wat je kunt en wat je graag doet of juist absoluut niet en wat je daarmee denkt te doen. Dat is het moment waarop je de leercapaciteit hebt. Je bent een onbeschreven blad. Je kunt heel veel assimileren. Op die leeftijd ben je bij uitstek een spons. Hoe ouder je wordt, hoe meer gewoontes je aankweekt waar je minder makkelijk van afstapt.”

12. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Daarnet bijna en dat is nog gebeurd wanneer de uitvaart van mijn vader ter sprake komt. Ik schiet soms wel vol, maar echte tranen komen bij mij niet snel. Ik probeer ook niet te veel bezig te zijn met de eindigheid. Je zit natuurlijk in die laatste rechte lijn, waardoor je geneigd bent de balans op te maken, maar ik vind het toch wel belangrijk dat je blijft leven. Je moet die eindigheid niet negeren, maar je mag er ook niet wakker van liggen of vervallen in een soort verbittering, laat staan cynisme.

“Ik ben de eerste om in besloten kring soms pittige vormen van cynisme te bedrijven, als een spel, maar ik hoed mij voor de dag dat het echt wordt. Dat vind ik wel een potentieel gevaar. Dat je ouder wordt en het gevoel krijgt er niet meer bij te horen. Helaas zie ik dat toch te vaak bij leeftijdsgenoten gebeuren.”

13. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Dat is heel lang geleden, in een gesprek over een festival dat we met de radio gingen opnemen. Ik moest die onderhandelingen leiden. Op een gegeven moment ging het verkeerd en voelde ik een soort neerbuigendheid naar mij toe. Als ik alle momenten bekijk dat ik door het lint gegaan ben, en dat zijn er niet veel, heeft dat toch altijd te maken met een attitude van: ‘Wie denk je wel dat je bent, you piece of shit!’

“Nu ontvlam ik niet meer. Ik heb dat intussen onder controle. Ik roep niet meer. Roepen is een zwaktebod. Ik zwijg en hoop dat het signaal opgepikt wordt, wat misschien een laffe maar voor mij werkbare houding is. Ik zoek het conflict zelf niet op. Ik vind dat verloren moeite. Nu, als het er is, ga ik het wel aan, maar oplossingsgericht.”

14. Wat is uw vroegste herinnering?

“Dat ik met mijn blote voeten op het hete zand liep, een gevoel dat ik niet kende. Er is nog wel een foto van, waar ik op sta alsof ik over gloeiende kolen loop.” (lacht)

‘Waar ik spijt van heb? Dat ik tijdens mijn studentenjaren niet goed beseft heb welke mogelijkheden er allemaal open lagen. Ik moet jonge gasten de les niet spellen, maar besef dat toch maar.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Waar ik spijt van heb? Dat ik tijdens mijn studentenjaren niet goed beseft heb welke mogelijkheden er allemaal open lagen. Ik moet jonge gasten de les niet spellen, maar besef dat toch maar.’Beeld © Stefaan Temmerman

15. Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Ik meen een foto van John Lennon uit het jaar ’68 in zijn nog net Beatles-periode. Voor de rest kan ik mij niets herinneren.”

16. Welk boek heeft voor u een bijzondere betekenis?

“Ik vind het moeilijk om er één boek uit te vissen. On the Road van Jack Kerouac heeft wel iets betekend in mijn jeugd. Na herlezing vind ik het eigenlijk niet zo’n goed boek om eerlijk te zijn (lacht), maar toen sprak het tot mijn verbeelding. Het voedde mijn beeld van Amerika als het land van onbeperkte mogelijkheden, als muzikaal gidsland, als het land van love, peace and happiness en alle geestverruiming die daarbij hoorde. Dat was wel een soort baken, maar er is geen boek dat mij gevormd heeft of dat mij een richting uitgestuurd heeft. Die pretentie heb ik, om te zeggen dat dat niet door een boek is gebeurd.”

17. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik herinner me de eerste keer dat Sinterklaas bij me thuis was geweest. Ik stond op, deed de deur van de woonkamer open en voelde zijn aanwezigheid nog. Het was alsof hij net naar buiten was gestapt. Ik voelde de warmte van Sinterklaas alsof hij daar bijna nog was. Dat was voor mij een religieuze ervaring. Ik voelde wat ik wilde voelen. Dat is de definitie van een religieuze ervaring. Je maakt iets mee waar je open voor staat, wat je wil beleven en waar je veel aan hebt.

“Ik ben ook een tijdlang naar de vroegmis geweest, zo rond mijn twaalfde denk ik. Waarom weet ik niet meer. Mijn ouders mochten dat zelfs niet weten. Maar ik herinner me wel dat ik ’s ochtends vroeg telkens naar buiten glipte om naar de kerk te gaan.

“Ik noem mezelf latent religieus, maar liever nog: spiritueel. Ik ben niet praktiserend, maar heb ook niet die hevigheid die veel mensen voelen jegens de kerk als bron van alle kwaad. Want dan heb je het over een instituut en niet over religie. Geloof ik in een opperste macht die alles regelt? Neen, maar ik vind dat we niet mogen ontkennen dat we uit een lange rijke religieuze traditie komen. Vervolgens moeten we ons daar op een verantwoorde, volwassen manier tegenover positioneren.

“Ik vind het verkeerd om iedereen te verketteren die probeert om door religie een zin of vreugde of verbinding te vinden. Als religie misbruikt wordt om onheil aan te richten, is dat natuurlijk een heel pertinente aanklacht. Dat is een lange omweg om te zeggen dat ik mij niet als praktiserend religieus positioneer, maar ook niet als totaal areligieus. Ik zit daar ergens tussenin en weet niet precies waar. Ik lig daar niet wakker van, maar ik ga daar ook niet licht over. Zomaar zeggen: ‘Religie is quatsch’, dat kan ik niet. Wat je natuurlijk kwetsbaar maakt, want de meeste mensen in mijn omgeving maken zich graag vrolijk over religie.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Onvoorwaardelijkheid. Ik kan het niet anders zeggen. Daar zit veel in, hè. Openheid naar elkaar toe, niets eisen van elkaar, elkaar respecteren, en toch verbondenheid voelen. Allee, ik ben waarschijnlijk alle clichés van de voorbije jaren nog eens op een hoopje aan het vegen.” (lacht)

19. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Fitter dan ooit, letterlijk. Dat heeft misschien met een ander levensritme te maken. Ik heb iets meer beweging dan vroeger. In alle eerlijkheid ben ik daar ook niet enorm mee bezig, met dat lichaam. Ik probeer daar een beetje zorg voor te dragen. Ik word weinig geconfronteerd met ziektes. Dat is een geluk en ik ben mij daar ook bewust van. Het is niet omdat het allemaal nog goed functioneert, dat je je niet moet verzorgen.”

20. Wat vindt u erotisch?

“Iets dat prikkelend is? Dat kan in een klein hoekje zitten. (lacht) Het onvoorspelbare. Ik associeer erotiek totaal niet met geprogrammeerdheid. Wel met tijd, plaats, omstandigheden die ervoor zorgen dat iets, een lichaamsdeel, een blik, een weet-ik-veel-wat een chemische reactie tot stand brengt. Ik kan niet één ding noemen. Ik kan niet zeggen: ‘Een oor vind ik erotisch. Of een pink.’ Of toch wel: voeten! Voeten vind ik altijd erotisch. Als ik één iets moet noemen, is het de voetenkus, of hoe zeg je dat?” (lacht)

21. Wat is de bijzonderste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

(denkt na) “Ik ben 43 jaar met mijn vrouw. Ergens in het begin gingen we eens samen naar een jazzfestival. Ik wilde per se die en die artiest zien. Maar die heb ik dan toch gemist (lacht), omdat we op het veld een wandelingetje gaan maken waren en met de tonen van het jazzfestival nog net hoorbaar op de achtergrond, in het zonnetje...

“Ik ben geen patser wat dat betreft. Ik ben nogal braaf, dus ik ben niet iemand die het straffe verhaal opzoekt. Zo van: ‘Ho, ho... Ik heb ooit...’ Ik ben niet voor het grote spektakel. Je hebt mensen die daarvoor openstaan, die dat opzoeken, die dat cultiveren en dan nadien graag vertellen, al dan niet met een flinke schep erbij. Ik vind dat heel leuk, hè. Never waste a good story. Ik bewonder mensen die goed kunnen vertellen. Die spanning kunnen opbouwen, cliffhangers gebruiken, het publiek inpakken. Kwinkslag hier, een oneliner daar. Ik geniet daar elke seconde van. Daar zit ik echt met grote ogen naar te kijken. Dat vind ik echt een gave. Ik wilde dat ik dat kon.”

22. Hoe zou u willen sterven?

“Het beste lijkt mij ‘al doende’. Whatever. Je bent bezig met iets en die activiteit wordt onderbroken door het feit dat je sterft. Stel dat ik een concert aan het spelen ben en ik val dood of ik ben aan het fietsen en ik val dood, dat is voor mij natuurlijk de meest aangename manier. Voor jezelf is dat de beste manier waar je nul seconden last van hebt. Voor je omgeving is dat niet zo. De nabestaanden willen natuurlijk op een serene manier afscheid kunnen nemen.

“Maar ik ben daar niet mee bezig. Ik weet dat het zal gebeuren, maar ik kan het toch niet veranderen.”

23. Welke droom hebt u nog?

“Ik heb nooit een plan gehad. Dus daar begin ik niet meer aan. Wel heb ik het gevoel dat ik op de een of andere manier nu de droom aan het beleven ben die ik nooit gehad heb. Namelijk op een geconcentreerde manier met mijn muziek bezig zijn. Daar heel veel voldoening uithalen. Ook heel veel bijleren. Door het feit dat ik die droom nooit gehad heb, kan ik die nu ten volle beleven. Anders was ik waarschijnlijk veertig jaar lang gefrustreerd geweest omdat ik hem maar niet kon bereiken. Nu denk ik vaak: dit is een droom die ik eigenlijk had moeten hebben, maar wat een geluk dat ik hem niet gehad heb.” (lacht)

Jan Hautekiet

- geboren op 19 november 1955 in Brussel

- producer, radiomaker, muzikant en schrijver

- studeerde piano en kamermuziek, Germaanse filologie, filosofie, audiovisuele communicatie en journalistiek

- begon zijn radiocarrière in 1979 bij BRT 1

- richtte in 1983 mee Studio Brussel op, werd in 1998 nethoofd van StuBru en in 2002 nethoofd van Radio 1. Eind 2007 werd hij strategisch adviseur bij de VRT

- presenteerde onder meer Hallo Hautekiet, Dubbelcheck, Touché, Hautekiet

- ging in 2018 met pensioen

- werkt sinds 1997 samen met zanger-gitarist Patrick Riguelle

- trok met Rick de Leeuw verscheidene keren op theatertournee

- is voorzitter van Sabam

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234